Jan Wieseman, de materiaalman die in het Olympisch Stadion sliep

3 minuten leestijd
jan wieseman
Krantenbericht over Jan 'Ome Jan' Wieseman, voor het vervallen Olympisch Stadion in Amsterdam. De voormalige materiaalman van FC Amsterdam pleitte in 1989 voor renovatie van het stadion. - De Telegraaf, 30 september 1989 - Delpher
Het Olympisch Stadion in Amsterdam was niet alleen het toneel van grote sportwedstrijden, maar ook de dagelijkse leefwereld van trainers, spelers, medewerkers en vrijwilligers. Een van de markantste figuren uit die kring was Jan ‘Ome Jan’ Wieseman, jarenlang materiaalman van DWS en FC Amsterdam. Hij kende het stadion van binnen en van buiten, sliep er enige tijd in een materiaalhok en woonde later op een woonboot in de Stadiongracht. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion bundelt oud-sportjournalist Bab Barens persoonlijke herinneringen, anekdotes en historische verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal portretteert Barens de onvermoeibare materiaalman die zijn leven vrijwel geheel aan het stadion en zijn voetbalclubs wijdde.

Jan Wieseman sliep in het stadion

Vrijwilligers zijn onmisbaar voor het functioneren van elke club of vereniging. Ze vormen de drijvende kracht achter taken als training geven, fluiten van wedstrijden, bardiensten draaien, bestuursfuncties en het onderhoud van de accommodatie. Ze zijn goud waard voor die club en is er dag en nacht aanwezig. Zoals ooit Jan Wieseman. Als u de naam Jan Wieseman leest, zult u zich afvragen wie hij ook alweer was. Wieseman was tussen 1972 en 1982 een bekende figuur in de Amsterdamse voetbalwereld.

In zijn functie als materiaalman van FC Amsterdam was Jan Wieseman een beetje oneerbiedig gezegd: ‘manusje-van-alles.’ Hij stond samen met zijn jonge vriendin Petra achter de tap in het spelershome, gelegen in het Olympisch Stadion. Hij bracht de drank, maar ook de stukjes kaas en worst naar de bestuurskamer, en waste de wedstrijdkleding. Bovendien hield hij ‘de bordjes’ omhoog, als er spelers de wedstrijd gewisseld moesten worden.

Een bruine kroeg

Het spelershome in het stadion leek meer op een bruine kroeg. Het was vaste traditie dat voorzitter Dé Stoop het arbitrale trio na afloop van een wedstrijd eerst naar de bestuurskamer bracht, waarna het heel snel onder zijn leiding richting spelershome ging (onder vak KK van het stadion) om daar tot de nachtelijke uurtjes te verblijven. Eigenlijk kon dat officieel niet, en mocht het ook niet van de KNVB, maar bij de FC Amsterdam wel.

FC-Amsterdam
 
Terug naar Jan Wieseman. Hij was van beroep loodgieter, maar op zijn vijfenveertigste werd hij afgekeurd. Die afkeuring had te maken met zijn verplichte dwangarbeid in Berlijn en Hagen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar hij moest werken in de Duitse oorlogsfabrieken. Frits Flinkevleugel, de rechtsachter van het eerste elftal van DWS, en zijn vismaatje had hem overgehaald om samen van DWS over te stappen naar de nieuwe profclub (1972) in de eredivisie: FC Amsterdam. Wim Crouwel, oud-honkbalinternational, en al die jaren de fysiotherapeut bij FC Amsterdam vertelde ooit:

Jan wist alles. Wanneer je veters en de noppen van de schoenen haalde, wist hij nog van wie die schoenen waren, terwijl iedereen op hetzelfde merk Puma speelde. Het was een schitterende periode, er is wat afgelachen en er zijn heel wat grappen en grollen uitgehaald.

Van Crouwel was ook de lijfspreuk van ‘De Lieverdjes’ afkomstig: ‘Humor is het karakter van de ploeg.’ De spreuk hing boven het spelershome. ‘De lieverdjes’ was de bijnaam van de spelers van de FC Amsterdam. Crouwel had in het spelershome een voor die tijd prachtige praktijkruimte en er was zelfs een zwembad. Dat alles was geheel gerenoveerd en verbouwd door Nico Jansen, spits van FC Amsterdam, samen met onder meer ploeggenoot Gerard van der Lem en een aantal andere spelers.

Jan Wieseman heeft zijn hele leven gewijd aan DWS en FC Amsterdam. Hij woonde lange tijd in het oude materiaalhok gelegen in de catacombe van het Olympisch Stadion, omdat zijn huis gerenoveerd werd. Wieseman zei ooit:

Vroeger sliep ik in het oude spelershome in het stadion, maar sinds het nieuwe er is, slaap ik in het materiaal-ballenhok. Ik ben toen met Stoop (voorzitter van FC Amsterdam) gaan praten over een woonboot. Het was niet te doen in dat materiaalhok van niet meer dan vier bij drie meter. Geen ventilatie met overal vochtplekken en zelfs geen daglicht. Stoop vroeg eerst of ik een caravan in het stadion wilde. Nee, dat zag ik niet zitten. Als die caravan in het stadion staat, gaan ze de ruiten ingooien. Of er tegenaan pissen. Zo zijn de mensen nu eenmaal.

Mijn Olympisch Stadion
 
Uiteindelijk kwam er een woonboot (met de naam ‘Olympia’), gelegen in de Stadiongracht, vlak achter de eretribune, en recht tegenover de hoofdingang, waar Jan samen met vriendin Petra ging wonen en iedere dag alles in de gaten kon houden en zo het stadion kon binnenwandelen. (De boot, dertigduizend gulden, werd betaald en voorgeschoten door Stoop, maar moest door Wieseman wel worden afbetaald).

Tijdens een strenge winter wilde Wieseman zijn woonboot uit het ijs hakken, maar zakte er toen door. Met heel veel moeite kon hij nog op het dek klimmen.

Jan Wieseman kreeg in de jaren tachtig toestemming van de directie van het stadion, nadat FC Amsterdam in 1982 was opgeheven, nog enkele jaren met zijn woonboot aan de Stadiongracht te mogen blijven liggen. In 1992 op zeventigjarige leeftijd, overleed hij, waarschijnlijk op zijn woonboot in de stadiongracht achter zijn Olympisch Stadion. Mooier kan het eigenlijk niet.

×