Rellen in de Vijzelstraat in aanloop naar olympisch voetbalduel tegen Uruguay (1928)

3 minuten leestijd
Duizenden mensen staan uren in de rij voor een toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd Nederland tegen Uruguay, mei 1928. Vijzelstraat Amsterdam, Nederland.
Duizenden mensen staan uren in de rij voor een toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd Nederland tegen Uruguay, mei 1928. Vijzelstraat Amsterdam, Nederland. (Nationaal Archief)
Het Olympisch Stadion in Amsterdam en de sport in zijn algemeenheid spelen al ruim zeventig jaar een belangrijke rol in het leven van oud-sportjournalist Bab Barens. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion, bundelt hij verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal staat de chaotische kaartverkoop voor het olympische voetbaltoernooi van 1928 centraal.

De nacht van Uruguay

Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, mocht in 1928 de loting doen voor het Olympische voetbaltoernooi. Hij was verrast toen hij het Nederlands elftal direct al in de eerste wedstrijd aan de magische grootmacht Uruguay koppelde. Het was daarmee wel duidelijk dat Nederland al in de eerste ronde zou worden uitgeschakeld. Dat heeft men geweten. Dit evenement zorgde voor een enorme toename van de belangstelling voor de kaartverkoop en voor veel problemen.

Postzegel ter gelegenheid van het voetbaltoernooi tijdens de Olympische Zomerspelen van 1928 in Amsterdam
Postzegel ter gelegenheid van het voetbaltoernooi tijdens de Olympische Zomerspelen van 1928 in Amsterdam
Het Olympisch stadion had een capaciteit van 31.600 plaatsen. Daarvan gingen er vierhonderd naar genodigden, en zeshonderd waren er voor pers. Het grootste deel van de kaarten was voor leden van de NVB, zoals de voetbal vond toen nog heette. Pas in 1929 werd de K van “Koninklijke” eraan toegevoegd. De resterende negenduizend kaarten werden in de voorverkoop aangeboden op het hoofdkantoor van de Nederlandsche Handelsmaatschappij in de Vijzelstraat. Er waren slechts twee kaartjes per persoon beschikbaar. De kaarten voor de Marathontribune werden verkocht aan de Vijzelstraat. Bij het gebouw om de hoek van de oude Handelsmaatschappij in de Nieuwe Spiegelstraat de overige plaatsen.

Op tweede pinksterdag, 28 mei, begon de slag om de toegangskaarten al om tien uur in de ochtend. De wedstrijd was gepland op 30 mei. Tijdens de eerste pinksterdag arriveerden de eerste mannen met vouwstoeltjes al vroeg in de ochtend, maar ze werden door de politie weggestuurd. Zodra de politie was verdwenen, keerden de heren echter weer terug. Na twaalf uur was er geen houden meer aan en werden de bevelen van de politie genegeerd. Om twee uur ’s middags ontstond een lange file. De honderden supporters zwollen aan tot enkele duizenden. Ze waren een dankbaar publiek voor straatmuzikanten, ijsverkopers en steeds meer venters met repen, zoute haring, bananen, broodjes, half om en zelfs gewoon kraanwater en oude kranten.

De dozen met speelkaarten vlogen weg, net als de lege sinaasappelkistjes om op te zitten. Er werd gekaart en gegokt, gewonnen en verloren. Steeds vaker kwamen mannen naar de gracht om te plassen. Dat was allemaal nog bij daglicht. Na half negen ’s avonds sloten nog meer mensen aan in de rij, maar ze beseften niet dat ze kansloos waren.

Mijn Olympisch Stadion
 
De politie was steeds meer aanwezig om de situatie enigszins in goede banen te leiden. Om twee uur ’s nachts, nadat de cafés gesloten waren, probeerden dronkenlappen voor te dringen. Ongure elementen die vanaf het Rembrandtplein kwamen, drongen zich tussen de menigten. Er werd gescholden, gevloekt, geslagen. In de Vijzelstraat werd het steeds donkerder, aangezien de hoge lampen, om en om, uitgedaan werden vanwege de bezuinigingen. Er waren veel vechtpartijen en de politie voerde de hele nacht charges uit.

Toen de ochtend was aangebroken, beschikte de politie over vierentwintig ruiters en tachtig agenten en probeerde het tramverkeer in de Vijzelstraat door te laten gaan, ondanks dat er veel mensen op de rijweg stonden. Er waren handige lieden die midden in de afgezette straat van de tram sprongen en zo vooraan in de rij konden voordringen. Dat pikten de wachtenden natuurlijk niet. Die voordringers hadden gewoon in hun eigen bed geslapen, ontbeten, zich geschoren, hun beste pinksterpak aangetrokken en wilden nu even van de tram afspringen om dan vooraan te gaan staan…

Toen de politie probeerde de trambaan vrij te houden en de mensen wegjoeg die al vijftien uur stonden te wachten, ontstonden er weer vechtpartijen. Men besloot de verkoop een half uur eerder te laten beginnen, zodat de problemen niet groter zouden worden. Binnen dertig minuten waren alle kaarten verkocht, tot frustratie en woede van iedereen die nog stond te wachten. In “De Nacht van Uruguay,” zoals die later werd genoemd, vielen vijftig gewonden en lagen de straten vol rotzooi.

Hoe ging het verder?

De sportliefhebbers die met veel moeite een kaartje wisten te bemachtigen, zagen Uruguay op 30 mei 1928 inderdaad winnen van het Nederlands elftal. het werd 2-0. Hierna stoomden de Zuid-Amerikanen door naar de finale waarin ze Argentinië met enige moeite wisten te verslaan.

Het Uruguayaanse voetbalteam tijdens de Olympisch Spelen van 1928
Het Uruguayaanse voetbalteam tijdens de Olympisch Spelen van 1928
×