Een gênant moment met grote gevolgen
In de VS van de jaren vijftig heerste er een ongekend optimisme. Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog volgde een periode van economische groei en voorspoed. Te midden hiervan ontstond een innovatie die het koopgedrag van Amerikanen, en later de hele wereld, voorgoed zou veranderen: de creditcard.

Diners Club
Samen met zijn zakenpartner Ralph Schneider en investeerder Alfred Bloomingdale richtte McNamara in 1950 de Diners Club op. Hun idee was simpel: een kaart waarmee gasten in restaurants konden afrekenen zonder contant geld, om later de rekening te voldoen. De Diners Club Card werd gelanceerd op 8 februari 1950, toen McNamara ermee betaalde in hetzelfde restaurant waar zijn vernedering had geleid tot het idee. Deze oorspronkelijke kartonnen kaart was nog geen creditcard in de moderne zin. Het was meer een charge card, waarbij de volledige schuld maandelijks moest worden afbetaald.
De lancering van de Diners Club Card kende een bescheiden begin. In het eerste jaar waren er slechts tweehonderd kaarthouders, voornamelijk welgestelde zakenmensen in New York, en accepteerden zo’n 27 restaurants de kaart. Maar het concept verspreidde zich snel. De kaart sprak tot de verbeelding van een nieuwe generatie Amerikanen die waarde hechtte aan gemak en status. Het bezit van een Diners Club Card werd niet alleen een betaalmiddel, maar een teken van verfijning, een symbool dat je deel uitmaakte van een exclusieve club van moderne consumenten. Restaurants zagen de kaart als een manier om meer klanten te trekken, vooral zakenmensen die regelmatig op reis waren en een manier zochten om te betalen zonder stapels contant geld mee te hoeven slepen. Tegen het einde van 1950 had de Diners Club al twintigduizend leden, en dit aantal groeide tot 42.000 tegen het einde van 1951. Tegen dan werd de Diners Club Card geaccepteerd in hotels, winkels en zelfs door sommige luchtvaartmaatschappijen.

De echte doorbraak volgde toen ook banken het potentieel van de creditcard begonnen te zien. De Diners Club Card was succesvol, maar beperkt. Het bleef een nicheproduct voor een kapitaalkrachtige elite van zakenlieden en reizigers. De banken daarentegen waren ambitieuzer: zij wilden een financieel instrument ontwikkelen toegankelijk voor iedere Amerikaanse burger. Op 18 september 1958 kwam de Bank of America met zijn BankAmericard, de eerste creditcard die leek op wat we nu kennen. In tegenstelling tot de Diners Club Card, die vooral gericht was op reizen en dineren, kon de BankAmericard overal worden gebruikt waar handelaars de kaart accepteerden.
Bovendien introduceerde het een cruciaal nieuw element: revolving credit. Kaarthouders waren niet langer verplicht hun volledige saldo aan het einde van de maand te betalen. Ze konden ervoor kiezen om een minimumbedrag af te lossen en de rest door te schuiven naar de volgende maand, weliswaar tegen een rente. Dit was een revolutionaire ontwikkeling. Voor het eerst konden gewone Amerikanen grote aankopen doen zoals een nieuwe koelkast, een televisie, een vakantie… zonder er eerst voor te hoeven sparen. BankAmericard werd uiteindelijk in 1976 omgedoopt tot Visa, een naam die vandaag wereldwijd synoniem staat met de creditcard zelf.

Het onderliggende verdienmodel achter deze kaarten was ingenieus. Waar de Diners Club Card haar inkomsten rechtstreeks bij de kaarthouders inde, genereerden Visa en MasterCard inkomsten uit de transactiekosten betaald door de handelaars. Dit maakte de kaarten aantrekkelijker voor consumenten. Voor de banken zelf waren de creditcards een lucratieve inkomstenbron. Ze konden immers rente in rekening brengen op openstaande schulden, vaak tegen tarieven die aanzienlijk hoger waren dan voor andere leningen.
Consumentenschulden
De opkomst van de creditcard had natuurlijk ook een keerzijde. Door krediet toegankelijk te maken voor miljoenen Amerikanen die voorheen mogelijk waren uitgesloten, had het ook verstrekkende sociale gevolgen. Het stelde mensen uit de arbeidersklasse in staat om grote aankopen te doen die voorheen buiten hun bereik lagen. Tegelijkertijd ontstond er daarmee ook een nieuwe maatschappelijke kwetsbaarheid: het leidde tot een toename van consumentenschulden voor degenen die de verleidingen van direct beschikbaar krediet niet konden weerstaan. De overheid reageerde met regulatie. In 1968 nam het Congres de Truth in Lending Act aan, die financiële instellingen verplichtte tot volledige transparantie over rentepercentages en voorwaarden. Deze werd in 1974 aangevuld met de Equal Credit Opportunity Act, die discriminatie op basis van onder meer geslacht, ras, religie of afkomst bij het verlenen van krediet verbood.

Vandaag kunnen we ons dan ook nog moeilijk een leven zonder creditcard voorstellen. Ze zijn ingeburgerd in zowat elk aspect van het dagelijks leven: van vliegtickets tot Netflix-abonnementen, van hotelboekingen tot online boodschappen. En dit allemaal door een gênant moment in een restaurant in New York City.
Bij iemand in het krijt staan – Betekenis en herkomst
Nostalgie: bankbiljetten uit het guldentijdperk
Mercantilisme – “De een zijn dood, is de ander zijn brood”
Geld en politiek: vaak problematische combinatie