Archeologen hebben onder de Breestraat in Leiden houten palen ontdekt die dateren uit de periode tussen 650 en 900 na Christus. Het gaat om de oudste vroegmiddeleeuwse resten die tot dusver in de Leidse binnenstad zijn aangetroffen. De vondst wijst er volgens Erfgoed Leiden en Omstreken op dat de zuidelijke oever van de Rijn enkele eeuwen eerder werd bewoond dan tot nu toe werd aangenomen.
De resten kwamen aan het licht tijdens archeologisch onderzoek bij de aanleg van een fietskelder onder een supermarkt aan de Breestraat. In de diepste lagen van de opgraving vonden archeologen van IDDS Archeologie bijna veertig houten palen. Een flink aantal daarvan dateert uit de periode tussen 650 en 900. De oudst tot voor kort bekende bewoningssporen in de Leidse binnenstad dateerden uit omstreeks het jaar 1000. Die sporen werden in 2018 en 2019 gevonden tijdens opgravingen aan de Haarlemmerstraat.
Bewoning op de zuidelijke Rijnoever
De recent gevonden paalsporen vormen volgens de erfgoedinstelling een belangrijke aanwijzing dat in de vroege middeleeuwen ook mensen woonden op de zuidelijke oever van de Rijn, in het gebied waar later Leiden zou ontstaan. Onderzoekers gingen er lange tijd van uit dat dit gebied destijds te laag en te nat was om er enigszins comfortabel te kunnen wonen.
Op de plaats van de opgraving lag de bodem plaatselijk echter wat hoger. Daardoor kon er vermoedelijk tijdelijk toch worden gewoond. Van een ononderbroken bewoning was volgens de archeologen echter geen sprake. Uit de bodemlagen blijkt dat het vroegste bewoningsniveau later overstroomde.

Pas in het midden van de twaalfde eeuw werd langs deze oever een dijk aangelegd die uiteindelijk uitgroeide tot de Breestraat. Ook de oudste bekende houten huizen langs deze dijk dateren uit de twaalfde eeuw. Voor de bouw van de middeleeuwse stad moest de drassige ondergrond op grote schaal worden opgehoogd.
De drie Leythons
De vondst is interessant voor onderzoekers die zich verdiepen in het ontstaan van Leiden. De oudste schriftelijke vermelding van de plaats dateert van omstreeks 850. In het zogenoemde Sint-Maartensregister worden drie nederzettingskernen genoemd die allemaal de naam Leython droegen.
De naam wordt doorgaans uitgelegd als ‘aan de wateren’. Historici vermoeden al langer dat deze nederzettingen in de omgeving van het huidige Leiden lagen. Archeologisch bewijs voor bewoning in dezelfde periode ontbrak tot nu toe echter. De houten palen onder de Breestraat dateren voor een deel uit de tijd waarin de Leythons voor het eerst in de bronnen verschijnen.
Ontstaan van de stad
Over Leiden in de periode tussen de negende en twaalfde eeuw is weinig bekend. Vanaf de twaalfde eeuw wordt het historische beeld wat duidelijker. Aan de zuidelijke oever van de Rijn ontstond toen een nederzetting die zich in korte tijd uitbreidde naar beide zijden van de rivier en uitgroeide tot een stad.
De vondsten in de Breestraat laten volgens de archeologen zien dat aan deze stadsontwikkeling een oudere, vermoedelijk tijdelijke bewoningsfase voorafging.
Vierhonderd jaar Jan Steen: kind van een bloeiende kunstenaarsstad
‘Een kiekje maken’ bij Israël Kiek
Leiden in last (oorsprong van de uitdrukking)
Leidens Ontzet volgens P.C. Hooft