De brandende ambitie van Philipp Franz von Siebold
Ik geef hier [Nagasaki] wekelijks colleges in de Nederlandse taal over natuur- en geneeskunde. Binnen zes jaar verlaat ik Japan, en zeker niet eerder dan dat ik een uitgebreide beschrijving van Japan, een Museum Japonicum en een [boek] over flora heb geleverd. Dan geloof ik dat ik in Europa onze naam eer zal aandoen.

Siebold slaagde erin de naam van zijn familie door zijn publicaties over Japan onsterfelijk te maken. Met zijn boeken, waaronder Flora Japonica, Fauna Japonica, en met name Nippon, vestigde Siebold zijn naam als dé Japan-expert van zijn tijd. Dit omvangrijke werk, gebaseerd op bronnen waartoe alleen Nederlanders toegang hadden, was de eerste allesomvattende en baanbrekende studie over Japan en de omliggende gebieden, waaronder Ezo en Krafto (het huidige Hokkaidō en Sachalin). Met ongebreidelde ambitie bracht Siebold dit werk tot stand, gefinancierd met Nederlandse geld en doordrenkt met Japans bloed.
De missie van Siebold in Japan
In 1823 werd de factorijarts Siebold vanuit Batavia naar Japan gestuurd met de opdracht om kennis over het land te verzamelen. De Nederlands-Indische regering had hem – na het beleid van Willem I – deze missie opgelegd om in de eerste plaats de exclusieve positie van Nederland in Japan te behouden en waar mogelijk de wederzijdse handelsmogelijkheden uit te breiden. De gouverneur-generaal Godert Alexander Gerard Philip baron van der Capellen (1778-1848) was de drijvende kracht achter deze missie. Hij herkende direct de kwaliteit van natuuronderzoeker in de jonge arts.

Na de dramatische afloop van Siebolds verblijf in Japan, waarover later meer, keerde hij in januari 1830 terug naar Batavia. In datzelfde jaar werd hij op eigen verzoek naar Nederland gedetacheerd om zijn verzameling persoonlijk te begeleiden naar het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Daarnaast kreeg hij de opdracht zijn collectie verder te beschrijven en zijn onderzoeksresultaten in Nederland te publiceren.
De hofreis naar Edo: verzamelen voor de wetenschap
Het werd de Nederlanders niet toegestaan de handelspost Deshima te verlaten, maar Siebold was een uitzondering en kreeg vanwege zijn expertise als arts toestemming om een school te vestigen in Narutaki in een buitenwijk van Nagasaki, waar hij lesgaf in natuur- en geneeskunde. De Narutaki-school trok artsen uit alle landstreken van Japan aan. Deze artsen, die Nederlands leerden lezen en spreken, hielpen Siebold bij het verzamelen en beschrijven van natuurhistorische objecten en vertaalden verhandelingen over uiteenlopende onderwerpen, zoals over Chinese en Japanse geneeskunst, de Liukiu-eilanden (het huidige Okinawa), de bereiding van rijstwijn en de walvisvangst in het Nederlands.

Een vierjaarlijkse zogenoemde hofreis van Nagasaki naar Edo (het huidige Tokio) over land en zee, bood de Nederlanders een unieke kans om gedurende enkele maanden kennis over het land op te doen. In Edo werden de Nederlanders ontvangen voor een audiëntie bij de shogun. Siebold maakte die hofreis in 1826 onder leiding van kolonel Johan Willem de Sturler (1774-1855), het opperhoofd en daarmee de hoogste bestuurder van de Nederlandse handelspost in Nagasaki.
Nieuwsgierig en leergierig waren niet alleen de Nederlanders maar ook de Japanners. De Japanners die kennis wilden maken met de westerse wetenschappen, maar niet naar Nagasaki konden afreizen, bezochten de herberg Nagasakiya (= Nagasakihuis) in Edo waar de Nederlandse delegatie verbleef.

De kaarten van Tokunai
De 72-jarige geograaf en ontdekkingsreiziger Mogami Tokunai (1754-1836), was een van de bezoekers die zijn kennis over de noordelijke eilanden van Japan graag met Siebold wilde delen. Na twee dagen geduldig wachten, kreeg Tokunai eindelijk de kans Siebold enkele actuele kaarten van Ezo en Sachalin te tonen. Deze kaarten waren door hemzelf gemaakt en verbeterd door zijn opvolger Mamiya Rinzō (1780-1844). Siebold legde de ontmoeting met Tokunai vast in zijn dagboek maar deed dat in het Latijn, mogelijk uit angst dat het door anderen gelezen zou worden. Tijdens deze ontmoeting werden hem kaarten getoond die voor een buitenlander strikt geheim hadden moeten blijven.
Dit verdient zeker met een welwillende blik te worden genoteerd! Een zekere Japanner met de naam Mogami Tokunai […] toonde zich een zeergeleerd man in de wiskunde en de daarbij behorende wetenschappen. Nadat hij verschillende vraagstukken uit de […] wiskunde had besproken, gaf hij ons onder het strengste stilzwijgen toegang tot kaarten waarop de Zee van Jesso en het eiland Karafuto waren afgebeeld – een werkelijk kostbare schat.
Siebolds euforie is begrijpelijk. De kaarten van Tokunai stelden hem namelijk in staat om zijn eigen onderzoek uit te breiden met de beschrijving van de tot dan toe nagenoeg onbekende eilanden ten noorden van Japan. Zoals ook uit de lange titel van het boek blijkt, was dit deel dé trekpleister van Nippon, met als kernvraag: is Sachalin een schiereiland of een eiland? Anders gezegd, bestaat er een doorgang tussen het Russische vasteland en Sachalin? Die doorgang, die de vaart van Nederland naar China en de rest van Azië mogelijk aanzienlijk verkort?

Rechts: een bladzijde uit Mogami Tokunais Ainu-woordenboek (Ezogashima gengo, MS). Leiden, UBL, Ser. 93. Uit: Nippon
Siebold was ervan op de hoogte dat Maerten Gerritsz Vries (1589-1647) in 1643 met het fluitschip Castricum van zijn expeditie naar de gebieden ten noorden van Japan was teruggekeerd zonder uitsluitsel te hebben gegeven over de status van Sachalin. Hij kende ook het werk Noord en Oost-Tartaryen van Nicolaes Witsen (1641-1717), oud-burgemeester van Amsterdam, die het ongepubliceerde reisverslag van Vries tot zijn beschikking had en eindeloos over deze kwestie filosofeerde. Ook bestudeerde Siebold de werken van Jean-François de La Pérouse (1741-1788) en William Robert Broughton (1762-1821) over het eiland Sachalin, waartoe zij echter geen toegang hadden gekregen. Recentelijk had admiraal Krusenstern nog aan het bestaan van een doorgang getwijfeld, en hij concludeerde uiteindelijk dat er géén scheiding was tussen het vasteland en Sachalin.

Tokunai zou zijn bezoeken aan Siebold blijven herhalen. Samen werkten zij aan een Ainu-Japans woordenboekje dat Siebold later in Nippon zou opnemen. Van Tokunai ontving Siebold zes kaarten van Ezo en Sachalin, met de belofte – wellicht om Tokunai en zijn medewerkers uit de wind te houden – deze de eerstkomende 25 jaar niet wereldkundig te maken.
De levens van Siebold en zijn dochter Ine in negentiende-eeuws Japan
Katsushika Hokusai – Grootser dan zijn Grote golf
Arend Willem Feith, VOC-opperhoofd van Deshima, Japan
Nederlands-Indië en de militair attaché in Tokio
De ramp met de Junyo Maru (1944)
Richard Sorge, de spion die het tij van de Tweede Wereldoorlog keerde