Concert van Frank Sinatra zorgde in 1989 bijna voor kabinetscrisis

5 minuten leestijd
Frank Sinatra in 1984
Frank Sinatra in 1984
In het recent verschenen boek Frank Sinatra en Nederland. ‘Niet van zins te slaan’ onderzoeken Serge ter Braake en Rosa ter Braake-Gunsing hoe het fenomeen Sinatra voet aan de grond kreeg in Nederland. Het boek is zowel een cultuurgeschiedenis van het na-oorlogse Nederland als een biografie van de zanger, die pas in 1975 voor het eerst optrad in ons land. De auteurs reconstrueren hoe Sinatra’s muziek, imago en aanwezigheid decennialang doorwerkten in de Nederlandse cultuur. Onderstaand fragment laat zien hoe een optreden van de zanger in 1989 onverwacht het middelpunt werd van een politieke rel over belastingmoraal…

Ruzie in het kabinet over Sinatra: ‘kaviaareters’ (1989)

Onbedoeld werd Sinatra in 1989 onderwerp van een heftige kwestie over het verschil tussen arm en rijk in Nederland. Voorafgaand aan het concert waren er al irritaties over de hoge toegangsprijzen, die voor veel mensen een onneembare drempel opwierpen om er naar toe te gaan. Toen bleek ook nog eens dat de rijke elites er wel heel ongegeneerd rijk bij zaten en dat sommige bedrijven ook nog eens ministers van de VVD aan hun tafel hadden uitgenodigd. Extra zuur werd het dat deze ‘giften’ ook nog eens aftrekbaar waren van de belasting. Het zorgde voor spanningen tussen liberaal-rechts (VVD) aan de ene kant en conservatief christelijk (CDA) en links (PvdA) aan de andere kant. kabinet-Lubbers II bestond uit de CDA en de VVD en liep toen al op zijn tandvlees.

De kwestie Sinatra werd aangezwengeld door senator Jan Herbert Zoon van de PvdA, die ‘onwel’ werd van het idee dat dergelijke uitspattingen van de rijksten op kosten van de belastingbetaler gebeurden. In de Eerste Kamer werden toen net voorgenomen belastinghervormingen besproken, die zouden leiden tot verlichting voor de rijksten. Op 11 april stelde hij ferm:

In 1990 geen Frank Sinatra meer als relatiegeschenk op kosten van de fiscus, voorzitter!1

Een week later noemde hij Sinatra als voorbeeld van het verschil tussen arm en rijk: ‘Zitten degenen die, om een recent voorbeeld te noemen, op zaterdag 8 april jongstleden de Sinatra-avond in de Ahoy-hal bijwoonden nu echt op belastingverlaging te wachten?’ Zoon misgunde ze hun ‘demonstratief verbruik’ niet, maar waarom zouden zij lastenverlichting nodig hebben?2

Zoon kreeg bijval in de Tweede Kamer van partijgenoot Buurmeijer. Hij vond het niet vreemd dat mensen opstandig werden. ‘Zij zien ook hoe het bedrijfsleven zich te goed doet aan kaviaar en oesters en Frank Sinatra op de koop toe neemt. Hoe wrang is dit alles, met name voor mensen die rond moeten zien te komen van een minimumuitkering.’3 Dat oppositiepartij PvdA zo stelling nam was weinig verrassend, maar ook bij het CDA waren er leden die er zo over dachten.

Onno Ruding in 1990
Onno Ruding in 1990 (Universitätsarchiv St.Gallen – HSGN 028/00852 – CC-BY-SA 4.0)
Sinatra’s concert leidde bijna tot een kabinetscrisis toen ook minister van financiën Onno Ruding van het CDA zich in harde bewoordingen uitliet over het feest en Zoon deels gelijk gaf. Ruding was al bezig met zijn tweede ambtsperiode en had er in het algemeen minder zin in, waardoor hij zich wat sneller ondiplomatiek uitliet. ‘Ik had er geen cent voor over en ik was ook niet uitgenodigd. Ik behoorde niet tot die selecte groep.’ Hij vond 20.000 gulden voor een ‘hapje met muzikale omlijsting’ belachelijk en wees er op dat de door zijn partij voorgestelde belastinghervormingen feestjes van ‘kaviaareters’ in de toekomst juist een stuk lastiger zou maken.4 Hij vond Sinatra dan ook een stom voorbeeld om kritiek te leveren op de plannen.5

Zijn uitspraken, en dan vooral het snedige ‘kaviaareters’ dat ook aan zijn VVD collega’s gericht was, zorgden voor verlegenheid bij andere CDA leden. ‘Zo maak je geen vrienden’, aldus fractieleider De Vries, die op dat moment in Tokyo was. Minister Van den Broek merkte op dat ‘Van een afstand kun je erom glimlachen.’6

‘Schaamteloos’

Het zal het CDA en de VVD weinig hebben kunnen schelen, maar ook radicaal-links ageerde tegen de gang van zaken bij het Sinatra concert. De Trotskistische Socialistiese Arbeiders Partij (SAP) zag het concert als bewijs dat de rijken steeds rijker werden en de armen steeds armer. Lijsttrekker Harrie Lindelauf merkte op dat Nederlanders van oorsprong weinig geneigd waren hun rijkdom tentoon te spreiden, maar ‘tijdens dat Sinatra-concert lieten zakenlieden en politici, die ons onophoudelijk vertellen dat we moeten bezuinigen, schaamteloos zien hoe goed ze het hebben.’ In het voorwoord van zijn verkiezingsprogramma schreef hij:

De rijken tellen twintigduizend gulden neer voor een tafeltje bij Frank Sinatra en proppen zichzelf en hun gasten (zoals VVD-ministers) vol met champagne en delicatessen. Er zijn honderdduizenden mensen die van zo’n bedrag meer dan een jaar moeten leven.7

ruding kaviaareters
Bericht in de Leeuwarder Courant van 19 april 1989 (Delpher)

Hoewel Lindelauf een punt had, heeft het de SAP niet genoeg stemmen opgeleverd om in de Tweede Kamer te komen.

Een briefschrijver vroeg zich af of het überhaupt wel mocht dat ministers dergelijke cadeautjes kregen van het bedrijfsleven. ‘Welke bedrijven hebben er belang bij om de ministers Smit-Kroes, Nijpels en De Korte uit te nodigen om gratis aan tafeltjes ter waarde van 20.000,- per stuk, het concert van Frank Sinatra bij te wonen? Wordt hier nog een onderzoek naar ingesteld? Lagere ambtenaren worden in dit geval op staande voet ontslagen. Hoe is dit met ministers?’8

Frank Sinatra en Nederland
 
Van der Helm van Bastille Producties kon zich niet vinden in de kritiek van minister Ruding en vond bovendien dat de pot de ketel verweet, aangezien de minister zelf ook wel eens naar een galadiner ging en bovendien ieder jaar bij het World Press Photo Gala aanwezig was met tafels van zo’n 10.000 gulden. Als de minister gewoon jaloers was dan was hij van harte uitgenodigd voor het volgende concert in de RAI.9 Ook minister de Korte (economische zaken) liet de kritiek van zich afglijden.

Toen mij de kans werd geboden Sinatra een keer te horen, dacht ik: die kans moet ik grijpen. Welke Nederlander zou dat niet gedaan hebben, als hij daarvan houdt. Ik vond dat zalig, Sinatra. Ja, dat is uit mijn tijd. Hij heeft een mooie, zuivere en mannelijke stem.10

De ruzie over Sinatra en de kaviaareters was onderdeel van een al langer ongelukkig huwelijk tussen het CDA en de VVD. Twee weken later viel het kabinet. Na de nieuwe verkiezingen liet het CDA, wederom de grootste partij, zijn kaviaaretende vrienden van de VVD vallen en ging in zee met de PvdA.

Noten

1 – Eerste Kamer, Belastingvoorstellen, 11 april 1989.
2 – Eerste Kamer, Belastingvoorstellen, 18 april 1989; NRC, 19-4-89; AD, 19-4-89; Eerste Kamer, Herdenking J. H. Zoon, 1-3-2016.
3 – Tweede Kamer, G en G-sector, 20 april 1989.
4 – Telegraaf, 19-4-89; Trouw, 19-4-89; 22-4-89; Parool, 19-4-89.
5 – Nieuwsblad van het Noorden, 19-4-89.
6 – AD, 21-4-89. Zie ook Limburgsch Dagblad, 21-4-89.
7 – Julia Wevers, Trouw, 29-8-89; AD, 29-8-89.
8 – Ingezonden brief van C. van Setten, Rotterdam, AD, 22-4-89.
9 – Telegraaf, 21-4-1989.
10 – Volkskrant, 30-8-1989
×