‘Eens zal de Betuwe in bloei weer staan’, het lied dat troost bood na de oorlog

Symbool van wilskracht en wederopbouw
15 minuten leestijd
Voorblad van een uitgave met het bladmuziek van ‘Eens zal de Betuwe in bloei weer staan’
Voorblad van een uitgave met het bladmuziek van ‘Eens zal de Betuwe in bloei weer staan’ - Bron: Collectie Gelderland / Vrijheidsmuseum

Als het gaat over iconische hits uit de Tweede Wereldoorlog kom je al gauw uit bij Vera Lynn. Met We’ll Meet Again en The White Cliffs of Dover wist zij precies de juiste snaar te raken voor de strijders aan het front en hun families thuis. Weemoed en hoop zijn in de sentimentele liedjes perfect met elkaar in balans. Een Nederlands lied dat heel dicht in de buurt komt van Lynns hits werd geschreven tijdens de bezetting maar klonk pas na de oorlog op de radio. Eens zal de Betuwe in bloei weer staan vertolkte na de bevrijding de stemming in Nederland, waar getreurd werd om wat verloren was gegaan, maar vastberaden naar de toekomst werd gekeken.

Dolf Brouwers

In 1978 was Dolf Brouwers te gast in het door Sonja Barend gepresenteerde televisieprogramma Sonja’s Goed Nieuws Show. Hij genoot destijds grote bekendheid als vertolker van Sjef van Oekel, een door Wim T. Schippers bedacht typetje dat Dolfs alter ego werd. In deze rol was hij steevast gekleed in smoking met vlinderdas, maar achter dit deftige overkomen schuilde een clowneske figuur. Met zijn luidruchtige en absurdistische optredens kreeg hij de lachers op zijn hand. Minder bekend is echter dat Brouwers naast komiek ook zanger was. Hij begon zijn carrière als tenor in een operettekoor, zong in variétéshows en probeerde na de oorlog met eigen liedjes tevergeefs door te breken. Een bekende Nederlander werd hij echter pas vele jaren later dankzij zijn televisieoptredens.

In de uitzending van Sonja Barend vertelde Brouwers dat hij in 1945 voor het eerst het door componist Han Dunk geschreven lied Eens zal de Betuwe in bloei weer staan zong. Hij werd toen begeleid door het VARA Radio-Orkest onder aanvoering van Jan Vogel. Zijn vertolking van het lied werd na de oorlog vaak op de Nederlandse radio uitgezonden. Aan tafel bij de televisiepresentatrice in 1978 zong Brouwers het lied opnieuw, op een wijze die hem (en zijn alter-ego) kenmerkte: met uitbundige bewegingen, een theatrale mimiek en enkele dik aangezette uithalen. Het was een plechtige vertolking met een bombastische twist. “Ik ben trots en gelukkig dat ik de mensen mag laten lachen, want er zijn zoveel mensen op de wereld die andere mensen verdriet doen”, had hij eerder in de uitzending nog gezegd.1

Eens zal de Betuwe in bloei weer staan

‘t Alom bekende Nederland
Waar menigeen van hield
Is door de grote wereldbrand
Helaas ook deels vernield
De Betuwe die sprookjestuin
Is nu geen sprookje meer
Maar bloeit al ligt ze thans in puin
Weldra weer als weleer

Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
Nog mooier en voller dan voorheen
Eens groeit op Walcheren weer goudgeel graan
We zullen herbouwen steen voor steen
We malen weer droog ‘t land dat onder water staat
Traditie zegt dat Neerlands glorie nooit ten onder gaat

Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
En groeit op Walch’ren goudgeel graan
Door d’eeuwen heen hielden wij stand
Bedwongen zelfs de zee
Getrouw ‘t devies van ‘t vaderland
Dat luidt ‘je maintiendrai’
Eendrachtig gaan wij aan de slag
Tevreden zijn wij pas
Wanneer ons land weer worden mag
Zo mooi als ‘t immer was

Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
Nog mooier en voller dan voorheen
Eens groeit op Walcheren weer goudgeel graan
We zullen herbouwen steen voor steen
We malen weer droog ‘t land dat onder water staat
Traditie zegt dat Neerlands glorie nooit ten onder gaat
Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
En groeit op Walch’ren goudgeel graan 2

Metropole Orkest

Vera Lynn repeteert met Dolf van der Linden, 18 november 1959
Vera Lynn repeteert met Dolf van der Linden, 18 november 1959 (CC0 – Nationaal Archief)
Dolf Brouwers was na de oorlog niet de enige vertolker van het lied. Op 7 maart 1946 werd het in het Amsterdamse Concertgebouw opgevoerd in een benefietconcert van het Metropole Orkest ten bate van het Rode Kruis. Het orkest was nog geen half jaar eerder, op 24 oktober 1945, opgericht op aanmoediging van het Koninklijk Huis en de Nederlandse regering in ballingschap. De opdracht die het meekreeg was “om lichte muziek op het allerhoogste niveau te spelen en vertier, hoop en verbinding te brengen voor de beschadigde naoorlogse Nederlandse maatschappij”.3 De oprichter was Dolf van der Linden, die van het begin tot 1980 het ensemble dirigeerde. Eigenlijk luidde zijn voornaam David, maar die had hij veranderd als eerbetoon aan zijn door de nazi’s vermoorde vriend, de Nederlands-Joodse pianist en dirigent Dolf Karelsen.

Nederlanders maakten op 24 november 1945 op Radio Herrijzend Nederland voor het eerst kennis met het muziekgezelschap, dat tegenwoordig nog altijd een toonaangevend vertolker is van pop- en jazzmuziek. Het benefietconcert in Amsterdam was het eerste optreden van het Metropole Orkest buiten de radiostudio. Eens zal de Betuwe in bloei weer staan werd gezongen door de Joods-Nederlandse Netty Rosenfeld. Vanaf 1946 trad ze als Netty van Doorn op als vaste zangeres van het orkest. In het laatste jaar van de oorlog was ze als zangeres begonnen bij Radio Herrijzend Nederland, later werd ze ook radio- en televisieomroepster en programmamaker. Tijdens de oorlog was haar vader door de nazi’s in Sobibor vermoord, terwijl ze zelf als onderduikster in Eindhoven overleefde. Op het podium zong ze het lied over de Betuwe samen met Kinge van der Linden, de achtjarige zoon van de dirigent.

Weemoed en hoop

De uitvoering van het lied door het Metropole Orkest werd een succes en was in 1946 vaak op de radio te horen. Dat zowel de uitvoering van Dolf Brouwers als die van het Metropole Orkest zo aansloeg was te danken aan de tekst en melodie van Han Dunk. In het lied, waarin zowel weemoed als hoop weerklonk, wist hij precies de stemming van de jaren 1945 en 1946 te raken.

Han Dunk in 1985
Han Dunk in 1985 (CC BY-SA 3.0 – Rob Bogaerts / Anefo – wiki)
De in 1909 geboren Dunk speelde al op jonge leeftijd op de piano de Engelstalige liedjes na die hij hoorde op de BBC en voorzag deze van Nederlandse tekst. In 1934 kwam hij in dienst van de AVRO, naar eigen zeggen als “een soort manusje van alles: ik componeerde, begeleidde, arrangeerde, schreef tekstjes”. Als muzikaal begeleider reisde hij met verschillende artiesten door heel Europa, totdat de oorlog uitbrak en hij naar Nederland terugkeerde.

Duitse bezetting

Gedurende de Duitse bezetting genoot het Nederlandstalige lied een grote populariteit. In deze tijd schreef Dunk het succesnummer Als op Capri de rozentuinen bloeien dat in 1942 voor het eerst werd gezongen door zanger Eddy Christiani, die in de jaren vijftig en zestig zijn succesvolste jaren zou beleven. Dunks repertoire werd in een kranteninterview in 1974 omschreven als “dat typisch oer-Nederlandse, dat melodietje dat je meeneuriet, en dat na jaren nog blijft hangen”. In dit interview, ter gelegenheid van het feit dat hij veertig jaar in het vak zat, vertelde de 65-jarige componist het volgende:

Uitgaan was er in de oorlog niet meer bij, maar velen hadden thuis nog wel een oude piano staan of ergens een gitaar hangen en zo kwam er een complete hausse in bladmuziek. Van bijvoorbeeld ‘Als op Capri de rozentuinen bloeien’ werden zo maar 30.000 exemplaren verkocht. In het laatste restje van de oorlog, toen we allemaal bijna kapot waren van de honger en de ellende, schreef ik uit een soort van heimwee ‘Eens zal de Betuwe in bloei weer staan’ en dat gebeurde goddank dan ook een paar maanden later, in een bevrijd land.4

Viering van de bevrijding, locatie onbekend.
Viering van de bevrijding, locatie onbekend.

Feestelijke stemming

Toen op 5 mei 1945 de capitulatie van Duitse troepen in werking trad, kwam er in Nederland een einde aan een bezetting die voor het grootste deel van het land vijf jaar had geduurd. Opnamen uit de tijd van de bevrijding tonen Nederlanders die op straat feest vieren en meerijden op geallieerde tanks en andere voertuigen. De rood-wit-blauwe vlag wappert weer als vanouds. De feestelijke stemming was een uiting van enorme opluchting dat er een einde was gekomen aan een tijd vol angst, ontberingen en verlies.

De euforie was echter van tijdelijke duur, want het leed en de vernietiging waren enorm. Vele Nederlanders rouwden om een naaste die de oorlog niet had overleefd, anderen keerden lichamelijk en geestelijk gebroken terug uit de concentratiekampen of als dwangarbeider. Bovendien duurde de Japanse bezetting in Nederlands-Indië nog voort en lag in de kolonie een bloedige strijd in het verschiet.

Materiële oorlogsschade

In Dunks lied gaat het niet over de menselijke verliezen, maar om de materiële oorlogsschade. Die werd in 1955 in totaal berekend op 25 miljard gulden, naar de geldwaarde van 1945. Deze was gedurende verschillende fases toegebracht: tijdens de Duitse invasie in mei 1940, in de bezettingsjaren (vooral door geallieerde bombardementen) en gedurende operatie Market Garden en daaropvolgende gevechten op Nederlands grondgebied tot aan de Duitse overgave.5

Een inventarisatie uit 1947 noemde een aantal van 85.698 (3,9%) verwoeste, 42.319 (1,9%) zwaar beschadigde en 355.704 (16,4%) licht beschadigde woningen. Relatief hadden Zeeland, Zuid-Holland en Gelderland de meeste verwoeste huizen te betreuren. Het ging niet alleen om huizen die getroffen waren door bommen en granaatvuur, maar bijvoorbeeld ook om huizen die waren afgebroken of vernield door de bezetter ten behoeve van de bouw van verdedigingswerken of schade hadden geleden door inundatie. Tijdens de Hongerwinter hadden inwoners van de grote steden in het westen houten kozijnen, vloeren en balken ontmanteld om als brandstof te gebruiken, in het bijzonder in huizen van gedeporteerde Joden.

Tussen 1944 en 1945 waren door de Duitsers meer dan 60.000 machines naar Duitsland afgevoerd. Ze hadden grote delen van het spoorwegnetwerk gedemonteerd en rollend materieel en koperen bovenleidingen geroofd. Terwijl de inname van fietsen na de oorlog uitgroeide tot een van de symbolen van de Duitse bezetting, namen de Duitsers ook meer dan 50% van het Nederlandse wagenpark in beslag.

Walcheren, 1945
Walcheren, 1945 (CC0 – Nationaal Archief)

Mei 1945

Op het platteland werden 5.718 boerderijen zwaar beschadigd. Deze schade was absoluut gezien het grootst in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Verder telde Nederland in mei 1945 705 zwaar beschadigde kerken, 1.354 scholen, 253 ziekenhuizen en circa 250 molens. Daarbij kwam ook nog eens de schade aan de infrastructuur: er waren meer dan 900 verkeersbruggen en meer dan 180 spoorbruggen vernield. Enkele bruggen waren al in mei 1940 door het Nederlandse leger vernietigd om de Duitsers tegen te houden. De meeste waren echter vanaf begin september 1944 tot aan de Duitse capitulatie door de Duitsers tot explosie gebracht. Ook vaarwegen, sluizen, stuwen en havens hadden grote schade opgelopen. De havens van Amsterdam en Rotterdam werden geheel of gedeeltelijk verwoest, zowel door geallieerde bombardementen als door de terugtrekkende Duitse troepen.

In mei 1945 stond bijna 10% van de Nederlandse grond onder water als gevolg van inundatie. Terwijl Walcheren in oktober 1944 tijdens de Slag om de Schelde door de Britten onder water was gezet, waren de inundaties elders, onder andere in de Betuwe, het werk van de Duitsers. In het bijzonder de inundaties met zout water richtten de landbouwgrond grote schade aan. Nog op 17 april 1945 werd door de Duitsers de pas vanaf 1934 in cultuur gebrachte Wieringermeerpolder onder water gezet.

Henri Pieck

Voorblad van ‘Verwoest Nederland’.
Voorblad van ‘Verwoest Nederland’.
De verwoestingen zijn op foto’s en filmbeelden vastgelegd, maar een indrukwekkende impressie hiervan werd ook gegeven door Henri Pieck, de tweelingbroer van de bekende kunstenaar Anton Pieck. Henri was net als zijn broer een talentvolle tekenaar en maakte zowel in 1940 als in 1945 op verschillende locaties in het land schetsen van de verwoestingen. Reproducties hiervan werden in 1946 in een map uitgegeven met de titel ‘Verwoest Nederland’. Het voorwoord werd geschreven door Govert Ritmeester, verzetsman en burgemeester van Den Helder. Pieck, die eveneens actief was in het verzet, had samen met Ritmeester gevangen gezeten in concentratiekamp Buchenwald. De burgemeester schreef:

Wij herinneren ons hoe onze steden werden verwoest en verbrand, hoe alles werd vernield, mannen, vrouwen en kinderen gedood, wij dachten aan Rotterdam, wij hoorden van Walcheren, Vlissingen en Middelburg, van den Wieringermeer, van Arnhem en Nijmegen, Roermond en Venlo, van dat mooie land, ons zoo lieve Vaderland, waarvoor wij tot ieder offer bereid waren. Ik dacht aan mijn eigen stad, het goede Den Helder. Toch, ondanks alles, wisten wij met zekere overtuiging: Nederland zou herrijzen. Sterker en krachtiger, nog mooier dan het geweest was. Dan zou de herinnering vervagen, die wij toch moeten behouden aan dat oude, dat pittoresque.6

Tegenstrijdige schoonheid

De woorden van Ritmeester hebben een vergelijkbare boodschap als Dunks Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. Zijn weemoed om wat verloren ging, combineert de burgervader met een hoopvolle blik op de toekomst. De tekeningen van zijn vriend Pieck zijn van een tegenstrijdige schoonheid. Enerzijds ogen de met donkere strepen geaccentueerde ruïnes van gebouwen, waaronder veel kerken, deprimerend, maar anderzijds gaat er ook een mysterieuze en romantische aantrekkingskracht van uit. Dit werk van Henri doet zelfs denken aan de tekeningen van de sprookjesachtige schots en scheve huizen waarmee zijn broer Anton zoveel succes had.

Behalve van bijvoorbeeld Rotterdam na het Duitse bombardement op 14 mei 1940 bevat ‘Verwoest Nederland’ ook schetsen van de Betuwe en Walcheren in 1945, de locaties die in Dunks lied worden bezongen. Piecks schets van de Betuwe toont boerderijen met beschadigde daken en verschroeide fruitbomen. Op de voorgrond ligt een berg puin. De tekening van Walcheren laat huizen zien die onder water staan.

betuwe 1945
Betuwe, 1945. Een deels verwoeste boomgaard. Rechts een verwoeste boerderij. (CC0 – Nationaal Archief)

Sprookjestuin

Dat Dunk juist de Betuwe uitkoos om zo prominent in zijn lied te figureren laat zich goed uitleggen. De landstreek, die de componist omschreef als “sprookjestuin”, staat sinds vanouds bekend als de fruittuin van Nederland. Tegenwoordig komt nog altijd circa 30% van het in Nederland gekweekte fruit uit de Betuwe. In het voorjaar hebben de bloesembomen een grote aantrekkingskracht op dagjesmensen. Nog op 4 mei 1940, zes dagen voor de Duitse invasie, maakten Nederlandse kranten melding van de traditionele bloesemtocht op Hemelvaartsdag. Behalve dat de bloesem mooi is om te zien, heeft hij ook symbolische betekenis. De korte bloeitijd en fragiliteit representeren zowel de vergankelijkheid van het leven als een nieuw begin, precies waarover Dunks lied gaat.

De Betuwe bestaat uit de Tielerwaard in het westen, de Neder-Betuwe in het midden en de Over-Betuwe in het oosten. Het waren de twee laatstgenoemde delen die het in oorlogstijd het zwaarst te verduren kregen. In mei 1940 waren inwoners van de Neder-Betuwe geëvacueerd, omdat vanwege de nabijheid van de Betuwestelling hun veiligheid niet gegarandeerd kon worden. Deze verdedigingslinie liep van de Neder-Rijn bij Rhenen tot de Waal bij Ochten en werd van augustus 1939 tot 13 mei 1940 door Nederlandse troepen bezet. Tijdens de Duitse inval werd er gevochten, maar niet zo hevig als om de nabijgelegen Grebbelinie. De geëvacueerde inwoners konden na de Nederlandse overgave al snel terugkeren en de daarop volgende jaren bleef het rustig in de hele Betuwe, afgezien van de geallieerde toestellen die onderweg naar Duitsland hier werden neergehaald.

Film van de Regeerings Voorlichtings Dienst over oorlogsschade in de Betuwe:

Fall Storch

Na de mislukte geallieerde operatie Market Garden liep het front dwars door de Betuwe. Tiel, dat vaak wordt gezien als hoofdstad van de Betuwe, werd een frontstad die bezet bleef door de Duitsers. De bevolking werd geëvacueerd en grote delen van de stad werden in het laatste half jaar van de oorlog in puin geschoten door de geallieerde artillerie die aan de overkant van de Waal stond opgesteld.

Om te voorkomen dat geallieerde troepen verder noordelijk zouden oprukken besloten de Duitsers de Betuwe voor een groot deel onder water te zetten. De codenaam die ze hiervoor gebruikten luidde Fall Storch (operatie Ooievaar). Nadat op 2 december 1944 de Duitse genie een gat had geblazen in de dijk langs de Nederrijn bij Elden stroomde water de Betuwe in. Doordat de westelijker gelegen liniedijk tussen Ochten en Kesteren bezweek door de druk van het snelstromende water, kwamen zowel de Over- als Neder-Betuwe grotendeels onder water te staan.

dijkdoorbraak elden
Luchtopname van de dijkdoorbraak bij Elden onder Arnhem. De luchtfoto dateert van 14 maart 1945.

Landmijnen

Weliswaar was het grootste deel van de bevolking tijdig geëvacueerd, maar het water richtte grote schade aan, mede doordat het die winter bevroor. Daarnaast vond in de Over-Betuwe een langdurige stellingenoorlog plaats tussen de Duitsers en de geallieerden die bijna 200 dagen duurde. De fruitoogst in 1944 ging bijna volledig verloren. Met de geallieerde Rijnoversteek op 23 op 24 maart 1945 kwam aan de strijd in de Betuwe een einde. Het duurde echter tot de zomer van 1945 voordat hier al het water was verdwenen. Bewoners konden pas terugkeren nadat landmijnen en andere explosieven waren opgeruimd. Een getuige die via Nijmegen terugkeerde naar zijn woonplaats Driel verklaarde:

We konden zien dat er veel verwoest was. Er waren veel minder torenspitsen te zien dan vóór de oorlogsdagen van september 1944. Ook het geboomte was erg toegetakeld. […] In de tuinen of boomgaarden of zomaar ergens in de bermen langs de wegen lagen soldaten begraven. Sommige graven waren door grote honden gedeeltelijk open gekrabd; je kon zo in het graf kijken. Het zal je zoon of broer maar wezen. Van veel woningen waren alle pannen verdwenen, stukken van muren lagen op het erf en overal waren woningen uitgebrand of in elkaar geschoten, daken ingestort of er zaten grote gaten in. We probeerden verder te fietsen, wat niet altijd lukte doordat de wegen soms erbarmelijk slecht waren door kuilen en gaten die erin zaten.7
paratroopers over-betuwe
9 oktober 1944, ten zuiden van de Rijn: Amerikaanse paratroopers in de aanval op de Duitse stellingen in de Over-Betuwe. Deze plek werd door Engelsen en Amerikanen ‘the Island’ genoemd. (Spaarnestad Photo / Rechtenvrij)

Aardbeien

Inwoners van de getroffen delen van de Betuwe troffen hun woningen en boerderijen vaak in erbarmelijke staat aan. Een onderwijzeres die pas in juni terugkeerde in de Over-Betuwe trof “een totaal leeggeroofd huis” aan:

…een zwart geblakerde zolder, geen pan meer op het dak, geen ruit meer in de ramen en gaten in de muren. Het huis was niet onder water gekomen, omdat het iets hoger lag. […] Toch waren we blij weer thuis te zijn. In de tuin waren de aardbeien rijp; heel voorzichtig gingen we ze plukken. Er lag van alles in de tuin wat aangespoeld was, ook oorlogstuig en vijf soldatengraven van Duitsers.8

De wederopbouw van de Betuwe zou jaren duren, maar het beeld van aardbeien plukkende Betuwenaren tussen het oorlogstuig en de soldatengraven is een krachtig symbool van de wilskracht, die zowel in de Betuwe als elders in Nederland domineerde. “We zullen herbouwen steen voor steen.”

Wederopbouw in de Betuwe, 1945. Twee bouwvakkers bikken stenen.
Wederopbouw in de Betuwe, 1945. Twee bouwvakkers bikken stenen. (CC0 – Nationaal Archief)

Herrijzenis en nieuwe schoonheid

Na 1946 had Eens zal de Betuwe in bloei weer staan zijn momentum achter de rug. Han Dunk beklaagde zich erover dat na de oorlog de populariteit van het Nederlandstalige lied weer afnam. “Er kwamen grammofoonplaten, de prijzen van platen werden goedkoop, naderhand arriveerden The Beatles, de dansorkesten verdwenen de een na de ander en wég was de belangstelling voor ons eigen lied”, zei hij.9 Verwijzingen naar zijn lied doken in de kranten nog wel eens op, bijvoorbeeld in de Arnhemsche courant van 16 april 1949 onder de kop “Betuwe trekt haar bruidskleed aan”. Een journalist doet hierin verslag van zijn bezoek aan Driel, Kesteren en Elst:

“Eens zal de Betuwe in bloei weer staan……” Overal is dit nu alweer verschoten liedeke gezongen waar Nederlanders met enig heimwee dachten aan het voorjaar “thuis”. Het weerklonk over de dekken van troepentransportschepen, opstomend naar het verre Oosten. Het weerklonk onder de palmen van de tropen. “Eens zal de Betuwe in bloei weer staan….” En mogen al die kerels dan komen kijken naar die wonderschone, wonderlijk tere manifestatie van de volheid der haarde.

Overdadige bloei
Voor ons echter stáat de Betuwe alweer in bloei, Op het zwarte hout in de boomgaarden trillen duizenden bloesems in de lichte wind.

[…]

Bij iedere kronkeling van de dijk veranderen de aspecten. Daar zijn de moderne laagstammige boomgaarden, waarvan de bloeiende takken als bloemen uit de grond schijnen te spruiten. Daar zijn ook nog de vele ouderwetse bongerden, gestoffeerd met rundvee dat aan de stal is ontsnapt. Toer langs de vriendelijke dorpen waar zelfs de talloze littekens van de oorlog overhuifd worden door de kleurenweelde van de prille lente. Er wordt veel gebouwd. Nieuwe, frisrode pannendaken verhogen de tintenrijkdom en de noodboerderijen maken een vriendelijke indruk. Windt u niet op, vrienden, we weten het best: ’t lijkt van buiten mooier dan van binnen.

We schreven laatst over de wederopbouw van de gemeente Heteren. Ga daar eens kijken, want de dorpen vertonen niet louter meer die pittoreske, maar toch verre van riante huizekens, weggedoken aan de voet van de hoge dijk. En ook in Elst wordt thans druk gewerkt aan de huisvesting. Zo mogen we een Paastoer in 1949 door het bloesemende land zien als een belofte. Een belofte van herrijzenis en nieuwe schoonheid.10

Collectieve geheugen

Ook als er werd bericht over vorstschade aan fruitbomen, het kappen van boomgaarden en de aanleg van de Betuwelijn werd verwezen naar Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. Het lied haalde nimmer de NPO 2 Top 2000, maar een uitvoering van de Betuwse (country)zanger Dick van Altena stond wel in de Gelderse Top 100 van Radio Gelderland. Ook al zijn tekst en melodie gedateerd, vanwege de betekenis die het lied in 1945 en 1946 voor de Nederlanders had, verdient het een plek in het collectieve geheugen.

bloeiende betuwe 1947
De Betuwe bloeit weer, 29 april 1947 (CC0 – Nationaal Archief)

Noten

1 – [https://www.youtube.com/watch?v=bv5RdEaw7FU]
2 – https://lyrics.lyricfind.com/lyrics/dolf-brouwers-eens-zal-de-betuwe-in-bloei-weer-staan
3 – https://www.mo.nl/het-orkest
4 – Tubantia, 05-11-1974, via Delpher.
5 – Cijfers over de oorlogsschade in dit artikel zijn overgenomen uit Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939-1945), samengesteld door Elisabeth van Blankenstein voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2006.
6 – Henri Pieck, Verwoest Nederland, 1946. De publicatie is hier geheel in te zien: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB33:204974000
7 – Cissie Plattel-Berben, Bevrijdingsbloesem 1940-1945, 1997, p. 411.
8 – Ibid. p. 341, 342.
9 – Tubantia, 05-11-1974, via Delpher.
10 – Arnhemsche courant, 16-04-1949, via Delpher.
×