Venlo biedt excuses aan voor rol tijdens Tweede Wereldoorlog

2 minuten leestijd
Jodenstraat in Venlo, 1944
Jodenstraat in Venlo, 1944

De gemeente Venlo biedt later dit jaar publiekelijk excuses aan voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding vormt een recent verschenen onafhankelijk rapport over de onteigening van Joods vastgoed in Venlo en de gebrekkige wijze waarop het rechtsherstel na de oorlog werd uitgevoerd.

Net als in veel andere Nederlandse gemeenten verleenden ambtenaren en bestuurders in Venlo gedurende de oorlog medewerking aan de bezetter. Zo verstrekte de gemeente bijvoorbeeld persoonsgegevens van Joodse inwoners en hielp ze bij het in kaart brengen van hun bezit. Deze informatie maakte het mogelijk om huizen, winkels en inboedel van Joodse families te ontnemen. Na de oorlog kregen veel gedupeerden hun eigendommen slechts moeizaam of geheel niet terug.

Actieve medewerking

In het rapport, dat als titel ‘Balans van chronisch tekortschieten’ kreeg, wordt geconcludeerd dat de gemeente Venlo zonder enig protest alle anti-Joodse maatregelen van de bezetter uitvoerde. Ambtenaren, politiemensen en de opeenvolgende burgemeesters Bernard Berger en Jo Zanders werkten actief mee aan de uitvoering van deze maatregelen.

De medewerking van gemeentelijke diensten maakte het voor de bezetter mogelijk om een groot deel van de Venlose Joden te deporteren en uit te roeien. Daarnaast leverde de gemeente hand- en spandiensten bij huisuitzettingen en de opslag van inboedels, en kocht zij in 1944 zelfs de Joodse begraafplaats aan de Ganzenweg aan.

Na de oorlog werden verzoeken om kwijtschelding van belastingen door overlevenden afgewezen, terwijl profiteurs veelal buiten schot bleven. Ook het rechtsherstel verliep volgens de onderzoekers gebrekkig en benadeelde de slachtoffers: er was geen inflatiecorrectie, geen compensatie voor waardestijging van onroerend goed, en er werd uitgegaan van gelijke behandeling van Joden en niet-Joden, wat in de praktijk onrechtvaardig uitpakte.

In een brief aan de gemeenteraad erkent het college dat Venlo in de naoorlogse periode nooit formele excuses aanbood en de gemeente ook geen “bijzondere compassie toonde voor de onevenredig hard getroffen Joodse inwoners”. De gemeente plaatst bij dat laatste wel een kanttekening:

…het door de Joodse gemeenschap ervaren gebrek aan mededogen in de naoorlogse jaren ook moet worden gezien tegen de algehele situatie van die tijd: Venlo was grotendeels verwoest en er waren vele slachtoffers. Het was een getraumatiseerde stad. Dat kan verklaren waarom er niet voor iedereen genoeg aandacht was. Bekend is dat ook niet-Joden zich met allerlei problemen tot het gemeentebestuur hebben gewend en niet werden of konden worden geholpen.

Andere besluiten

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek heeft de gemeente besloten alsnog publiekelijk excuses aan te bieden aan de Joodse gemeenschap. Daarnaast wordt de Joodse begraafplaats aan het Broekhofpad, na restauratie, geschonken aan het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap.

Verder komt er een vergoeding van 2.500 euro voor onterecht opgelegde heffingen na de oorlog, en de gemeente gaat voortaan het onderhoud van de Joodse begraafplaatsen voor haar rekening nemen. Tot slot wordt 50.000 euro vrijgemaakt voor een educatieplan en een publieksboek over de Joodse geschiedenis van Venlo, met bijzondere aandacht voor de oorlogsjaren.

×