- De Britse draai
- Opgeblazen haantjes, bonte paradijsvogels en ijdele praalhanzen
- Heilige Alliantie
- Alexander de Gezegende
- Every inch an Englishman
- I met Murder on the way
- It is all over
- Een pijnlijk dijbeen
- Wisseling van de wacht
- Magere Hein
- Een hoop stront in een zijden kous
- Knellende omhelzing
- Industriële Revolutie
- Wankelende koning
De Britse draai
Het verhaal van kroonprins Willem en zijn relatieperikelen met twee Russische groothertoginnen kwam al aan bod in de eerste en tweede aflevering van deze artikelenreeks. Na de mislukte verloving met de Engelse troonopvolgster Charlotte en de weinig succesvolle poging van de Russische groothertogin Catharina om Willem voor een huwelijk met haar te winnen, kiest Willem in 1816 uiteindelijk voor de zus van Catharina, de Russische groothertogin Anna Paulowna. Via haar helpt de tsaar van Rusland de onverlaat Willem regelmatig uit de brand. Maar dit is moeilijk te bewijzen, gebeurt niet structureel en Rusland krijgt er geen directe invloed voor terug.
De Belgen komen, terwijl ze nog verenigd zijn met de Nederlanders in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, in augustus 1830 in opstand. Het is nota bene tijdens de viering van de verjaardag van hun beider koning Willem I (de vader van kroonprins Willem) dat het verzet losbarst. De diep gekrenkte koning vraagt eerst hulp aan de Britten. Zij hebben immers vijftien jaar daarvoor met veel diplomatiek getouwtrek het Verenigd Koninkrijk vormgegeven. Maar de Britten zeggen glashard ‘nee’ en kiezen daarentegen nadrukkelijk voor de Belgen. De bitter ontstemde Willem I vraagt vervolgens zijn Russische schoonfamilie om bijstand. Er ligt nu een uitgelezen kans voor de Russen om het tij te keren en om politieke invloed in de Nederlanden te krijgen. Gaan zij die kans grijpen?

Voor een goed begrip van de Russische pogingen om invloed te krijgen in Nederland is ook de Britse koerswijziging van belang. Dit derde deel verklaart waarom Groot-Brittannië in 1830 de kant van de Belgische opstandelingen koos. Er zijn vijf redenen aan te wijzen. De Britse koerswijziging krijgt in dit deel nadrukkelijk aandacht, omdat zij ook van groot belang is voor de Russische afwegingen. Als tsaar Nicolaas I koning Willem I wil steunen, moet eerst duidelijk zijn hoe Groot-Brittannië en Frankrijk zich opstellen. Is koning Willem I wel het juiste paard om op te wedden?
Opgeblazen haantjes, bonte paradijsvogels en ijdele praalhanzen
De Britse omslag heeft een lange voorgeschiedenis, waaraan de Russen, niet zonder ironie, de eerste aanzet hebben gegeven. Die voorgeschiedenis begint bij het Congres van Wenen (1814-1815), waar de Europese grootmachten na de nederlaag van Napoleon de politieke kaart van Europa opnieuw proberen vorm te geven. De zaken worden groots aangepakt, maar het Congres wordt bevolkt door een kleurrijke stoet van opgeblazen haantjes, bonte paradijsvogels en ijdele praalhanzen.

Het Congres zorgt voor vrede en een zorgvuldig uitgebalanceerd machtsevenwicht tussen de overwinnaars van Napoleon, te weten Rusland, Groot-Brittannië, Oostenrijk en Pruisen. Vanaf 1818 wordt het overwonnen Frankrijk ook weer toegelaten door de vier landen en door hen uiteindelijk als vijfde grootmacht erkend.
Heilige Alliantie
Maar in datzelfde jaar 1818 gaat Rusland voor de eerste barsten zorgen in het Concert van Europa, zoals de Britse minister van Buitenlandse Zaken Castlereagh de nieuwe ordening placht te noemen.
In plaats van de door Castlereagh zo gewenste harmonie en samenwerking tussen de grootmachten verscherpt de Russische tsaar Alexander I met zijn zogenoemde Heilige Alliantie de tegenstellingen tussen de landen. De tsaar is erg religieus geïnspireerd en zoekt in Oostenrijk en Pruisen gelijkgezinde broeders. Hun agenda is uitgesproken conservatief en gekant tegen allerlei nieuwlichterij. De drie landen verzetten zich tegen opstandig en revolutionair volk, burgerlijk liberalisme en romantisch nationalisme. Zij kiezen nadrukkelijk voor de door God gegeven macht van de monarchen.
Groot-Brittannië, met zijn koning die weinig politieke macht heeft en met een invloedrijk parlement dat weinig voelt voor een strikt antirevolutionair beleid, kiest ervoor om buiten de alliantie te blijven. De tsaar en zijn geestverwanten wantrouwen daarentegen Frankrijk. Tot hun afgrijzen heeft het land met zijn revolutionaire verleden monarchen door het wraaklustige volk naar de guillotine laten slepen. De paus houdt eveneens afstand. Hij wil niet dat zijn rooms-katholieke denominatie op één lijn wordt gesteld met de orthodoxe en protestantse geloofsrichtingen van respectievelijk de Russen en de Pruisen.
Alexander de Gezegende

Wat hij met zijn optreden bewerkstelligt, is dat Groot-Brittannië en Frankrijk, als buitenstaanders van de Alliantie, steeds verder in elkaars armen worden gedreven. Het gebeurt met horten en stoten, met vallen en opstaan, maar de richting is onvermijdelijk. Groot-Brittannië en Frankrijk werken steeds meer samen, maar houden elkaar daarbij wel scherp in de gaten. Deze toenadering, door Rusland in gang gezet, is één van de oorzaken van de koerswijziging die de Britten maken als zij in 1830 kiezen voor de revolutionaire Belgen. De opstandelingen worden heimelijk gesteund door Frankrijk, maar dit gebeurt zonder twijfel onder het goedkeurend oog van Groot-Brittannië.
Every inch an Englishman
Een tweede factor die de Britse draai verklaart, is het noodlottige einde van Lord Castlereagh in 1822. Hij is en blijft dé grote architect, toonaangevend pleitbezorger en onvermoeibare verdediger van de zo strategisch gelegen bufferstaat, geregeerd door de dankbare Oranjes.

Het blijkt overduidelijk dat de Britten door de Napoleontische oorlogen decennia lang een culturele achterstand op hun eiland hebben doorgemaakt. De nog steeds geldende Franse mode en gebruiken zijn hen totaal vreemd. Maar de reacties blijven ‘tongue in cheek’, verhuld en ingehouden. Castlereagh heeft namelijk een dik gevulde portemonnee, die hij naar believen kan trekken om de andere grootmachten met zachte dwang te verleiden hun machtsevenwicht te bewaren volgens de Britse belangen en voorwaarden.
Vlak na het officiële einde van het Congres van Wenen vertrekt Castlereagh naar Londen om dringende binnenlandse zaken af te handelen. Zijn plaats wordt ingenomen door de nieuwe held van Waterloo, generaal Wellington. De staf in het Britse hoofdkwartier in Wenen haalt opgelucht adem. Eindelijk zijn ze verlost van die saaie, strenge delegatieleider die hen altijd veel te hard liet werken. Als ze zijn koets uitzwaaien aan de voordeur, wordt de achterdeur ijlings geopend om de kratten drank en de vrouwen van lichte zeden haastig naar binnen te smokkelen.
I met Murder on the way
Weer thuis in Engeland gaat het steeds slechter met de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Voor en tijdens het Congres vierde hij nog triomfen, maar in zijn thuisland raakt hij steeds verder in de knel door de keuzes die hij als regeringslid maakt of moet maken. De deconfiture van Castlereagh zal uiteindelijk leiden tot zijn huiveringwekkende zelfmoord.

Ook de Queen Caroline Affair in 1820 doet Castlereagh geen goed. De bij het volk populaire koningin Caroline moet het afleggen tegen de nurkse koning George IV. Castlereagh heeft voor de stuurse vorst moeten kiezen.
Rond deze tijd doet het gerucht de ronde dat Castlereagh door een man als vrouw verkleed naar een bordeel is gelokt. De roddelaars maken van de immer brave Lord onmiddellijk een homoseksueel. Net als kroonprins Willem wordt de Britse minister chantabel met zijn vermeende seksuele voorkeur. Op bewezen sodomie staat immers de doodstraf, te voltrekken door ophanging aan de galg.
Castlereagh was altijd al een slechte spreker in het openbaar, maar nu worden zijn redevoeringen steeds warriger en onsamenhangender. Het schuim staat hem op de mond. De arme Lord wordt steeds meer paranoïde en raakt steeds ernstiger psychisch ontregeld.
It is all over
Zijn laatste overgebleven vrienden, koning George IV en generaal Wellington, adviseren Castlereagh een arts te raadplegen en naar zijn landgoed in zijn geliefde Kent te gaan om rust te nemen. Maar de waanzinnige Lord begint te tieren over samenzweringen en bedreigingen. Emily bergt vlug zijn pistolen en scheermesjes op, waarbij ze in de haast helaas één mesje over het hoofd ziet. Op 12 augustus 1822 om half acht ’s ochtends snijdt Castlereagh zijn keel open in zijn kleedkamer. Hij zakt op de grond. Bloed stroomt uit zijn hals. In zijn hand houdt de ongelukkige het scheermes vast waarmee hij zijn halsslagader heeft doorgesneden. Hij ziet nog kans om zijn lijfarts te roepen en sterft dan vrijwel onmiddellijk.

De eeuwige opponent van Lord Castlereagh, Lord Byron, kan het niet nalaten postuum de spot met hem te drijven. Hij schrijft een bijtend epigram dat de mensen uitdaagt het graf van de verguisde staatsman te onteren door er overheen te pissen. Het gaat als volgt:
Posterity will ne’er survey
A nobler grave than this:
Here lie the bones of Castlereagh:
Stop, traveller, and piss.
Volgens huidige verklaringen zou de ongelukkige Lord overwerkt en/of manisch depressief zijn geweest. Maar zijn erfenis liegt er niet om. Hij heeft een levensvatbare bufferstaat onder de Oranje-dynastie geschapen. Het vorstenhuis heeft inmiddels ook al voorzien in een gehuwde troonopvolger (Willem en Anna Paulowna) en de daarop volgende troonopvolger (de latere Willem III) is ook al geboren.
Het blijft koffiedik kijken, maar als Castlereagh nog geleefd zou hebben in 1830 zou hij zijn geesteskind de bufferstaat tegen Frankrijk, te weten het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarschijnlijk niet zo snel hebben laten sneuvelen als zijn latere opvolgers.
Verder heeft hij voorkomen dat de overwinnaars zich genadeloos op het Frankrijk van Napoleon zouden wreken. Op die manier blijft het machtsevenwicht behouden en kan de band tussen Frankrijk en Groot-Brittannië verder worden aangehaald. Een nieuwe oorlog uit wraakzucht en rancune wordt op deze manier afgewend — een les die een eeuw later, na de Eerste Wereldoorlog, vergeten zal worden.
Een pijnlijk dijbeen

Maar Canning is een te groot staatsman om zijn buitenlandse beleid te laten bepalen door persoonlijke gevoelens van wrok en vergelding. Hij opteert al snel voor een meer zelfstandig Groot-Brittannië, los van het gewoel op het Continent.
England is not Europe. The European domain extends to the shores of the Atlantic, England’s begins there…
…stelt hij kort en bondig vast. Hij vindt het idee van bufferstaten om Frankrijk in het gareel te houden achterhaald en kunstmatig. Het is ouderwets en niet flexibel. Soms heeft Frankrijk meer bewegingsruimte nodig als dit de Britse belangen dient in het spel tussen de grootmachten.
Wisseling van de wacht
De derde factor die de Britse koerswijziging in 1830 verklaart, is een verdere wisseling van beleidsbepalende personen tussen 1815 en 1830. De twee jaartallen staan voor de opkomst en de ondergang van de Nederlands-Belgische bufferstaat tegen Frankrijk.
In het Groot-Brittannië van 1815 is Lord Castlereagh minister van Buitenlandse Zaken en Lord Liverpool premier, terwijl Wellington vooral als militair van grote invloed is. De heren behoren allemaal tot de partij van de Tories, de conservatieven. Ze zijn redelijk behoudend, maar niet zo uitgesproken als hun tegenpolen in de Heilige Alliantie van de Russische tsaar.

Wat Lord Canning in gang heeft gezet, werkt Lord Palmerston verder uit. Het Britse buitenlandse beleid verandert ingrijpend van gezicht met de verkiezingen van juli tot september 1830. Het Britse politieke speelveld kantelt. De liberale Whigs winnen van de conservatieve Tories. Het beleid gaat van traditioneel en behoudzuchtig naar meer pragmatisch en liberaal geïnspireerd. De Belgen doen er hun voordeel mee.
Magere Hein
Zowel binnen als buiten Groot-Brittannië heeft Magere Hein tussen 1815 en 1830 met zijn zeis een rijke oogst onder onze hoofdrolspelers binnengehaald. Castlereagh, Liverpool, Canning en prins-regent en latere koning George IV zijn al niet meer onder de levenden.
Napoleon is op zijn verre en desolate ballingsoord Sint-Helena roemloos en eenzaam gestorven. Na meerdere troonwisselingen is hij in 1830 opgevolgd door de liberaal georiënteerde ‘burgerkoning’ Louis Philippe I. De liberale wind die nu zowel in Frankrijk als in Groot-Brittannië waait zal een rol van betekenis spelen voor de revolutie van de eveneens liberaal gezinde Belgen. Koning Willem I krijgt internationaal gezien steeds meer het nakijken.
De Russische tsaar Alexander I heeft ook het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, evenals zijn zus groothertogin Catharina die ooit nog naar de hand heeft gedongen van kroonprins Willem. Alexanders broer, Nicolaas I neemt de troon over. De jongere broer is van een heel ander kaliber. Hij is minder zweverig dan Alexander, maar des te harder. Hij is een starre militair en een uitgesproken autocratische ordebewaker. De man is gemaakt van ijzer en leeft van bevel.
Kortom, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden eindigt op een geheel ander internationaal toneel, met heel andere spelers dan waarop het werd geboren. Gelukkig weten de overgebleven hoofdrolspelers vader Willem I, zoon en troonopvolger Willem en de aangetrouwde Russische groothertogin Anna Paulowna vooralsnog hun eindbestemming uit te stellen.
Een hoop stront in een zijden kous

Talleyrand is sluw, elegant, zeer manipulatief en een opportunist pur sang. Hij is geboren met een klompvoet en moet daarom van zijn familie priester worden in plaats van militair. De ‘hinkende duivel’, zoals hij vanwege zijn handicap wordt genoemd, heeft echter geen zin in het celibaat. In zijn latere leven zal hij een groot vrouwenliefhebber blijken te zijn. Jong, oud, arm, rijk, knap of lelijk: het maakt hem niets uit met wie hij het bed deelt.
Talleyrand heeft in zijn lange leven vele meesters gediend. Hij is begonnen in het Ancien Régime, daarna was hij deelgenoot van de Franse Revolutie, toen kwam Napoleon op zijn pad, vervolgens (weer) de Bourbons en tenslotte ‘burgerkoning’ Louis Philippe I. Napoleon noemt hem ‘een hoop stront in een zijden kous’ omdat hij wel doorheeft dat de doortrapte diplomaat niet altijd even loyaal is. Talleyrand doet alles voor Frankrijk, maar het meeste voor zichzelf. Hij wordt schatrijk van alle steekpenningen en gulle giften die hij zonder aanzien des persoons aanneemt.
Knellende omhelzing
In 1830 stuurt de Franse koning Louis Philippe I Talleyrand als ambassadeur naar Londen. Daar is hij precies de juiste man op het juiste moment op de juiste plaats. Hij krijgt nu alle kansen om de Britten zover te krijgen dat ze de Belgen steunen in hun afscheidingsbeweging van Nederland. Die voor Frankrijk zo vervelende bufferstaat, vijftien jaar eerder met zoveel zorg opgezet door de door het noodlot zo tragisch getroffen Castlereagh, moet eindelijk maar eens definitief verdwijnen. Frankrijk wil af van die knellende omhelzing en zoekt bewegingsruimte. De Britten zijn ook toe aan een verdere herdefiniëring van het concept bufferstaat. De wederzijdse belangen vallen samen en Talleyrand weet het zo te brengen dat het een idee van Palmerston lijkt en dat Frankrijk het een en ander alleen maar gestimuleerd heeft.
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Palmerston wil de Belgische revolutie in goede banen kunnen leiden en kunnen controleren. Hij wil vooral voorkomen dat Frankrijk, dat steeds meer zelfvertrouwen krijgt, eenzijdig gaat ingrijpen. Talleyrand verzekert de ongeruste Britten met zijn kenmerkende omzichtigheid dat zijn land België nooit zal annexeren. Hij neemt daarmee de aloude angst van de Britten weg dat Frankrijk de belangrijke havenstad Antwerpen in handen krijgt.
Door de Belgen te steunen voorkomen de Britten dat er aan de overkant van het Kanaal een te groot en machtig rijk blijft bestaan met de twee grote en belangrijke havens Amsterdam en Antwerpen in één land verenigd. Het resultaat dat Groot-Brittannië, met het nodige masseren van Frankrijk, voorstaat is een nieuw soort buffer. Kleiner en zwakker en daardoor beter in de hand te houden.

Industriële Revolutie
Een vijfde en laatste factor die de Britse draai verklaart, is niet van politieke aard, maar moet worden gezocht in de sociaal-economische sfeer. Groot-Brittannië is erg succesvol met de Industriële Revolutie. Er wordt veel geld verdiend. De opbrengsten zijn enorm. De regering roomt dit af bij de fabrikanten en bankiers met hoge belastingen en leningen onder zachte voorwaarden. De Britse ministers van Buitenlandse Zaken kunnen dit geld vervolgens met gulle hand uitgeven aan de andere grootmachten om hen vriendelijk doch beslist te verzoeken zich vooral te bewegen in de richting van de belangen van de Britse regering. Gelijktijdig met de Industriële Revolutie bouwen de Britten aan een groot koloniaal imperium om er grondstoffen uit op te kunnen halen en om er hun producten te kunnen slijten.

De Britse liberalen zijn voor handel, maar volledige vrijhandel is voor hen nog een brug te ver. Een klein België met alleen de haven Antwerpen heeft duidelijk hun voorkeur. Het rijk van Willem I vormt een veel sterkere concurrent. Op termijn kunnen Amsterdam en Antwerpen daar samen geduchte concurrentie veroorzaken. Door de weerspannige Belgen te steunen, weten de Britten dit te voorkomen.
Wankelende koning
Tot zover de Britse draai, verklaard aan de hand van vijf factoren. Het wordt tijd om te bekijken wat de Russische tsaar gaat doen met de ontstane situatie in Groot-Brittannië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zal hij de wankelende koning Willem I steunen in diens verbeten strijd tegen de Belgen? En weet hij daarbij de weerstand van de machtige staten Frankrijk en Groot-Brittannië te vermijden? Het vierde en laatste deel van deze artikelenreeks probeert daarop een antwoord te geven. Krijgen de Russen nu eindelijk hun ijsvrije havens en concurrerende koloniën?
Andere afleveringen in deze serie:
- Deel 1: Russische groothertoginnen aasden op kroonprins Willem
- Deel 2: De held van Waterloo en zijn Russische prinses
- Deel 4: Koning Willem I hoopte tevergeefs op Russische steun tijdens de Belgische Opstand
De Belgische Opstand en het Belgische orangisme
De Noord-Brabantse bevolking gemangeld tussen twee strijdmachten 1830-1831
Belgische Opstand (1830)
Waarom werd België in 1830 geen republiek?
Hoe een Napoleontische prins kans maakte op de Belgische troon
Hoe koning Willem I in 1830 eigenzinnig België verspeelde
Koning Willem I hoopte tevergeefs op Russische steun tijdens de Belgische Opstand
Russische groothertoginnen aasden op kroonprins Willem (de latere koning Willem II)
De geschiedenis van het papieren kroontje (hoedje van papier)