Hoogst opmerkelijk was het politieke leven van Jan Baars (1903-1989). Vóór de Tweede Wereldoorlog was hij een bekende fascist, tijdens de bezetting deed hij verzetswerk, erna hielp hij collaborateurs oppakken en was hij in Oost-Europa actief voor een Nederlandse militaire inlichtingendienst. André van Noort publiceerde over Baars onlangs de biografie Nederland’s Mussolini in zakformaat.
Eerder is over Baars al het nodige geschreven, onder meer bij Historiek. Maar in de inleiding van zijn boekje merkt historicus/archivaris Van Noort op: “Het leek mij de moeite waard een compleet beeld van zijn leven te geven. Dat was nog nooit gebeurd.” Eerder schreef Van Noort over een andere fascistenleider ’Storm op den Staat!’ Arnold Meijer (1905-1965) (Hilversum 2022).

Baars maakte, vaak als leider, deel uit van achtereenvolgens het Verbond van Actualisten, De Bezem, de Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond, de Corporatieve Concentratie en de Nederlandsche Fascisten Bond. Dat daar onderling nogal werd geruzied beschrijft Van Noort uitgebreid. Echt bevriend bleef Baars alleen (ook na de oorlog) met de Brabantse priester en fascist Wouter Lutkie (1887-1968).
Van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert moest Baars niets hebben. Wat hem vooral tegenstond, was dat die zich sterk richtte op Hitler. Het waren de jaren waarin Baars zich ook keerde tegen het antisemitisme. Wel lezen we dat hij later alsnog groepen joden op de korrel nam (met name marxisten, liberale vrijmetselaars en zionisten) die wat hem betreft het land uit moesten. Andere joden verdienden volgens Baars bescherming. Alle onderlinge animositeit maakte dat aan zijn rol binnen het georganiseerde Nederlandse fascisme in 1934 een einde kwam.

De oorlogsjaren en de nasleep
Over het vooroorlogse deel van Baars’ leven schildert biograaf Van Noort een behoorlijk compleet beeld met hier en daar nuttige aanvullingen op eerdere publicaties. Dat is anders met de beschrijving van de bezettingstijd. Niet dat met dat deel van het boekje iets mis is, maar de auteur heeft vrijwel niets toe te voegen aan wat al bekend was, sterker nog, een (beperkt) deel van in andere publicaties opgevoerde feiten laat hij achterwege. Wél aardig is overigens de vermelding dat de schuilnaam waaronder Baars de oorlog in en rond het Gooise dorp Blaricum doorbracht, Johannes (Jan) Hendericus Haije (zelf schreef hij Haye), toebehoorde aan een werkelijk bestaande andere persoon. In juli 1942 kreeg Haije/Baars vanuit Amsterdam de aanmaning een boete van zes gulden wegens openbare dronkenschap te voldoen. Haije/Baars was zich van geen kwaad bewust, maar trok zijn portemonnee. Niet betalen zou alleen maar problemen geven.

Niettemin moest hij zich bij herhaling verdedigen tegen publicaties waarin zijn verzetsrol uit de bezettingstijd minimaal in twijfel werd getrokken. Wellicht het opmerkelijkst was het proefschrift Katholieken en fascisten in Nederland, 1920-1940 waarop L.M.H. Joosten in 1964 in Nijmegen promoveerde. Daarin werd beweerd dat Baars in de oorlog niet zuiver op de graat was geweest (‘graad’, schrijft Van Noort, zoals hij wel meer taal- en stijlfouten maakt). Met de nodige moeite lukte het Baars de uitgever van de dissertatie tot correctie te bewegen. Raadselachtig is overigens waarom Van Noort de naam van die uitgever ongenoemd laat. Enig zoekwerk leert dat het de katholieke uitgeverij Paul Brand in Hilversum was.
Reputatie en privéleven
Baars kreeg het in 1964 ook aan de stok met Vrij Nederland-journalist Igor Cornelissen, maar ze legden het bij en ze spraken elkaar een paar jaar later uitgebreid in een Hilversums koffiehuis. Na Baars’ overlijden schreef Cornelissen op 6 mei 1989 in het weekblad een stukje, waarin onder meer dit te lezen valt:
Wat hem dwars bleef zitten was dat de mensen altijd aan zijn fascistische periode herinnerden en zijn illegale periode niet serieus wilden nemen. ‘Men schijnt het mij vooral kwalijk te nemen dat ik niet fout ben geweest’.

In het oog springen passages waarin Van Noort Baars schetst als een verre van ideale echtgenoot voor zijn derde en laatste vrouw, Jeanne Petronella Cornelia Kleijn, met wie hij in 1975 was getrouwd. De auteur heeft een document opgediept waarin staat dat mevrouw thuis ‘onder de plak’ zat. De huisarts adviseerde haar van Baars te scheiden. Dat gebeurde in 1981 inderdaad en sinds 1982 was ze naar eigen zeggen voor hem op de vlucht. In enkele kranten verklaarde ze zelfs dat Baars haar regelmatig had mishandeld. Het leidde uiteindelijk tot niets.
Een merkwaardige constatering
De vooroorlogse Baars was een man van de daad: propaganda maken, scherp debatteren met politieke tegenstanders (in beide was hij trouwens goed), een enkele sabotage-actie, heel soms eens de vuisten laten spreken. “Van ideologie moest hij niet veel hebben”, aldus de biograaf, die verder noteert dat Baars begin jaren zeventig allang geen fascist meer was. En: “De vraag is of hij dat ook echt geweest is”. Die zin komt uit de lucht vallen en afgezien van de constatering dat Baars ideologisch slecht onderlegd was, draagt Van Noort er geen argumenten voor aan. Merkwaardig.
In 1966 verscheen in dagblad Het Vrije Volk een interview met Baars. Op de vraag of hij spijt had van zijn fascistisch verleden antwoordde hij:
Als we op het ogenblik in dezelfde omstandigheden zouden leven met weer honderdduizenden werklozen en weer een regering die reuze-slap was, dan zou ik weer vechten. Net zo hard! Maar één ding zou ik eruit laten: het vechten voor de alleenheerschappij van één partij. Ik heb geleerd, dat is de ondergang van welk land ook.
Hij stelde dus te hebben bijgeleerd, maar ontkende niet dat hij zich vóór de oorlog had ingezet voor onder meer ‘de alleenheerschappij van één partij’. Het maakt Van Noorts twijfel of Baars wel ooit echt fascist is geweest alleen maar merkwaardiger. Niettemin is deze kleine biografie (92 pagina’s, exclusief noten, bronnen- en literatuuropgave en namenindex) het lezen wel waard, al is het maar omdat hierin het meeste wat nu bekend is over de curieuze politieke figuur Jan Baars bij elkaar is gebracht.
Jan Baars, een luidruchtige fascist die in het verzet ging
Jan Baars – Nederlands fascistisch politicus
Documentaire toont loze beloften vooroorlogse Nederlands fascisme
Een fascistenleider herdacht Marinus van der LubbeBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen
Ion Antonescu – Roemeense fascist
Emile Verviers (1886-1968) – Eerste Nederlandse fascist
Gerard Bolland – ‘Vader’ van het Nederlands fascisme