Over het weer raakt de mens niet uitgesproken. Niet zo verwonderlijk dus dat onze taal veel spreuken en uitdrukkingen met verwijzingen naar het weer bevat. Een beknopt lijstje met enkele oude weerspreuken voor de maand juli:
- Is de eerste juli regenachtig, geheel de maand zal wezen twijfelachtig.
- In de Hooimaand moet gebraden wat in september moet geladen. (Voor een overvloedige oogst is een hete maand juli nodig)
- Wat juli en augustus aan de wijn niet koken, dat zal er september niet aan braden. (als de maanden juli en augustus niet heet zijn, mislukt de wijnoogst)
- In juli zonnebrand, wenst ieder op het land.
- Juli met de warmste dagen, broedt de grootste donderslagen.
- Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
- Juli bakt ons vaak in het zweet, augustus is ook wel eens heet.
- Nog nooit was een boer arm, was juli vochtig en warm.
- Mistsluiers in de vroege nacht geven julidagen in volle pracht.
- Wil het in juli niet heten, zal men in augustus zweten.
- Wanneer juli verkeert in gloed, dan worden vrucht en wijnen goed.
- Is in juli de ochtend rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood
Herkomst van de naam ‘juli’
De maand juli is vernoemd naar de Romeinse heerser Julius Caesar. In de oude Romeinse kalender, waarin het jaar na een naamloze winterperiode begon in maart, heette deze maand oorspronkelijk Quintilis – Latijn voor ‘vijfde maand’. Rond 44 voor Christus, kort na zijn dood, werd de naam veranderd in Julius, mogelijk als een postuum eerbetoon voor de hervorming van de Romeinse kalender, die Julius Caesar had doorgevoerd. De beroemde Romein zou zelf ook in juli zijn geboren.
De Hondsdagen, de warmste periode van het jaar
Waarom juli de ‘hooimaand’ werd genoemd
Hoe Hugenoten de schuld kregen van zestiende-eeuwse stormen
Oude weerspreuken voor de maand september
Weerspreuken voor de maand oktober