Weerspreuken voor mei: van donder tot nachtvorst

2 minuten leestijd
bij appelbloesem
Een bij vliegt langs bloeiende appelbloesem in de maand mei (CC0 - Pixabay - Thragor)

Over het weer raakt de mens niet uitgesproken. Niet zo verwonderlijk dus dat onze taal veel spreuken en uitdrukkingen met verwijzingen naar het weer bevat. Een beknopt lijstje met enkele oude weerspreuken voor de maand mei, van oudsher ook wel bekend als de bloeimaand of Mariamaand.

Als iets duidelijk wordt uit onderstaande spreuken is dat het van oudsher, na de vaak tamelijk droge maand april, nogal eens kan onweren in mei.

Weerspreuken

  • Als het dondert in mei, valt er dikwijls hagel bij.
  • De mei tot juichmaand uitverkoren, heeft toch nog dauw achter de oren. (ook in mei is het soms nog wel koud)
  • Donder in mei geeft gras in de wei
  • De onweer in de schone mei, doet ’t koren bloeien op de hei.
  • Donder in mei, zingt de boer: jochei.
  • Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
  • Meivloed, doet een heel jaar goed.
  • Een natte mei, geeft boter in de wei.
  • Het is wenk, reeds lang verjaard, ’t vriest even vaak in mei als in maart.
  • Het weer wat koel, met een buitje erbij, dan maakt in mei de landman blij.
  • Is de mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • Is het weer in mei zeer mooi, dan ziet de schuur maar weinig hooi.
  • Mei koel en wak, brengt veel koren in de zak.
  • Jezus op heilig hout, heeft het nog wel eens koud. (verwijzing naar viering Heilige Kruisverheffing op 3 mei)
  • In mei warme regen, betekent boerenzegen.
  • Is april mooi, dan zal mei niet deugen.
  • Onweer in mei is een vruchtbaar getij.
Mei, getijdenboek uit Brugge
Mei, getijdenboek uit Brugge

De maand mei, de derde en laatste maand van de meteorologische lente, dankt zijn naam aan de Griekse vruchtbaarheidsgodin Maia. Het Romeinse equivalent van Maia is de natuurgodin Bona Dea, ofwel de Goede Godin.

IJsheiligen

Bij boeren en tuinders is de maand mei ook bekend vanwege de zogeheten ijsheiligen. Daarmee worden traditioneel de dagen van 11 tot en met 14 mei bedoeld: de naamdagen van de heiligen Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius. Deze dagen markeren het moment waarop de kans op nachtvorst sterk vermindert. In de praktijk betekende dit dat men kwetsbare gewassen en jonge plantjes pas ná deze periode buiten zette, om schade door kou te voorkomen. Wie in de moestuin aan de slag gaat, houdt hier ook vandaag de dag vaak nog rekening mee.

Weerspreuken over andere maanden

×