De Hondsdagen, de warmste periode van het jaar

Herkomst en geschiedenis van de hondsdagen
2 minuten leestijd
Hondsdagen
Hondsdagen (CC0 - Pixabay - cocoparisienne)

De tijd tussen 20 juli en 20 augustus noemen we in weerjargon ook wel de ‘hondsdagen’. Deze vier weken staan vanouds bekend als de warmste periode van het jaar. Waar komt de benaming hondsdagen vandaan?

Met hondenweer heeft het woord hondsdagen in elk geval niets van doen, al zou je dat qua naamgeving misschien wel denken. Het is juist omgekeerd: de weken van de hondsdagen staan in Nederland en België bekend om het vaak lekkere, of in ieder geval warme weer en niet om regenval of kou. De term ‘hondenweer’ heeft trouwens niets met honden van doen, maar is een verbastering van het oud-Nederlandse woord ondeweer: ‘zeer slecht weer’.

Waar komen de hondsdagen vandaan?

Nijl in Egypte (cc - grafik_zfk - Pixabay)
Nijl in Egypte (cc – grafik_zfk – Pixabay)
Voor de oorsprong van de hondsdagen moeten we ver teruggaan in de tijd, naar het oude Egypte. Egyptische boeren wachtten ieder jaar op de overstroming van de Nijl, die een vruchtbare laag slib op de landbouwgronden achterliet en het begin van een nieuw landbouwseizoen aankondigde. Rond dezelfde tijd verscheen de ster Sirius na een lange periode van onzichtbaarheid weer kort aan de ochtendhemel, vlak vóór zonsopkomst. Deze zogenoemde heliakische opkomst werd verbonden met het begin van het Egyptische nieuwe jaar en de naderende Nijlvloed.

De Egyptenaren noemden Sirius Sothis. De terugkeer van de ster was van groot belang, omdat deze gebeurtenis de komst van het water en daarmee de vruchtbaarheid van het land aankondigde. Rond de tijd dat Sirius weer aan de ochtendhemel verscheen, werd het begin van een nieuwe jaarlijkse cyclus gevierd.

Sirius is de helderste ster van het sterrenbeeld Canis Major, oftewel de Grote Hond. Volgens de Griekse mythologie was Sirius de hond van de jager Orion. De Grieken en later de Romeinen brachten de periode van grote zomerhitte in verband met deze Hondsster. Zij meenden dat Sirius, die in deze tijd kort voor of ongeveer tegelijk met de zon opkwam, de hitte van de zon versterkte. De Romeinen spraken daarom van dies caniculares: de dagen van de Hondsster. Daaruit ontstond uiteindelijk onze benaming hondsdagen. Ook de Grieken en Romeinen zagen de hondsdagen als een periode van grote hitte. En tegenwoordig doen wij dat in Nederland en België nog steeds.

De zon
De zon (CC0 – Pixabay – Alexas_Fotos)

Boerenwijsheden over hondsdagen

De doorgaans warme weken tussen 20 juli en 20 augustus boden boeren in onze contreien vaak een indicatie voor het weer dat in de maanden erna zou volgen. Agrariërs gebruikten de volgende spreuk:

Komen de hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen. Komen de hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar.

Deze uitspraak is echter meer gebaseerd op bijgeloof dan op de realiteit. Het klopt daarentegen wel dat als deze dagen heet en droog van start gaan, het in de weken daarna vaak mooi weer blijft. Maar dit heeft volgens weerkundigen vooral vandoen met de zogenoemde weerkundige ‘regel van persistentie’: hierbij blijft een bepaalde weersoort lang aanhouden.

Hondsdolheid

De weerkundige periode van de hondsdagen leidde vroeger tot bijgeloof. Op bepaalde plekken in Nederland, maar ook in andere landen, deed men honden vanaf 20 juli muilkorven voor uit angst voor hondsdolheid. In 1826 bepaalde Gelderland bijvoorbeeld dat honden in deze vier weken niet vrij mochten rondlopen, maar aangelijnd of vastgelegd moesten worden.

Bronnen

http://www.mijnwoordenboek.nl/Nieuws/de-hondsdagen-zijn-weer-aangebroken
http://www.nu.nl/weekend/3831813/hondsdagen-starten-warm-broeierig-en-met-onweer.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hondsdagen

×