Burgemeester Dirk Breebaart en de modernisering van Callantsoog (1926-1935)

Van spierinkje tot kabeljauw
9 minuten leestijd
Het kersverse burgemeesterspaar in 1926 – Schager Courant
Het kersverse burgemeesterspaar in 1926 – Schager Courant

De zesentwintigjarige Dirk Breebaart stapte in 1926 vanuit zijn ouderlijk huis in Barsingerhorn in een automobiel die hem, samen met zijn verloofde Maartje van der Horst, naar Callantsoog moest brengen. Dirk had enige tijd geleden zijn bul ontvangen en mocht zich meester in de rechten noemen. Toen er een burgemeestersvacature ontstond in Callantsoog, aarzelde hij geen moment.

Hij besloot dat het een goede leerschool voor hem zou zijn om zich het burgemeestersvak eigen te maken. Hij zou in het voetspoor treden van zijn vader, Klaas Breebaart, die in Barsingerhorn het ambt van 1912 tot 1934 uitoefende. Dirk had, net als zijn vader, liberale principes die goed bleken aan te sluiten bij een opkomende badplaats als Callantsoog.

Rond het voertuig had zich een kleine menigte verzameld toen Dirk en zijn verloofde uitstapten. Als huldeblijk vormde een aantal Callantsogers een erehaag. Het had iets weg van een koninklijke inhuldiging. Dirk voelde zich dan ook de koning te rijk. Trots en fier liep het stel naar het gemeentehuis, waar zich al tal van notabelen hadden verzameld. Zelfs eerste burgers en belangrijke mensen uit de omgeving hadden zich gemeld om getuige te zijn van de heuglijke gebeurtenis. De raadszaal zat boordevol toen wethouder Hendrik Kruisveld in een toespraak de kersverse burgemeester welkom heette. Dirk kreeg een blos op zijn wangen toen Kruisveld hem de voorzittershamer overhandigde. Na enkele toespraken van notabelen verliet het deftige gezelschap het gemeentehuis en begaf zich richting de lagere school.

Vulpennen en kermissen

De omstanders zagen hoe een deftig geklede groep dames en heren de school betrad en werd ontvangen door het schoolhoofd, meester Smit. Ook Smit vond het een eer de kersverse burgemeester te ontvangen en wees op een koor van schoolkinderen dat speciaal voor hem een lied had ingestudeerd. De meester riep Aagje van Scheijen, Marie Bakker en Jan Schuurman ten tonele, die de jonge burgervader en zijn verloofde een mand vol bloemen overhandigden, waarna het tijd was om het welkomstlied te zingen.

Wees welkom, gij vreemdeling,
in ons Callantsoog.
Wees welkom bij groot en klein.
We hopen dat gij, wat uw voorganger was,
een vriend voor ons allen zult zijn.

Het lied was buiten goed te horen.

Leef lang, leef gelukkig,
in ons Callantsoog…

…besloten de vrolijke kinderstemmen het lied.

Meester Smit voor de klas.
Meester Smit voor de klas.
Het burgemeesterspaar had een grote doos met allerlei lekkernijen meegenomen, die op een tafel werden uitgestald. Alle negentig schoolkinderen mochten ervan snoepen. Buiten zagen de nieuwsgierige Callantsogers het vanaf een afstand gebeuren en hadden ook wel weer eventjes kind willen zijn. De jonge burgemeester had nog meer voor de schooljeugd meegenomen: een grote doos met vulpennen. Alle kinderen kregen er één.

De kermiscommissie, waarin naast Breebaart en zijn vrouw ook Piet Vos zitting had, organiseerde in september 1926 een uitbundig feest. De commissie besloot een hardloopwedstrijd voor vrouwen met kinderwagens te organiseren. Voor de mannen stond hardlopen met hindernissen op het programma. En als klap op de vuurpijl konden jongemannen gaan ‘prietboksen’: zittend op een dunne balk probeerden zij elkaar met een kussen eraf te slaan. Voor de inwendige mens zou een ‘vrolijke keuken’ worden neergezet, waar men zich voor weinig geld tegoed kon doen aan allerlei lekkernijen. Dat zou de kosten enigermate dekken. Een optreden van goochelaar Giovanni Don Bosco zou het sluitstuk worden van een geslaagde kermis. Er zouden nog vele kermissen volgen.

Badplaats

Dirk Breebaart trouwde op 27 mei 1926 met zijn verloofde. Maartje van der Horst werd mevrouw Breebaart. Maartje en Dirk waren verstandige mensen met een goede opleiding. Maartje stelde het krijgen van kinderen lang uit. Pas in 1930 baarde zij dochter Annie. Negen jaar later diende zich een zoon aan, die Dirk noemde naar zijn vader: Klaas. Dirk stortte zich met verve in het Callantsoger gemeenschapsleven en werd voorzitter van menige vereniging. Om zijn inkomen wat te verhogen, solliciteerde hij naar de functie van gemeentesecretaris, en zo werd hij burgemeester én secretaris tegelijk — een dubbelfunctie die in een kleine gemeente niet ongebruikelijk was. Ook Maartje liet zich niet onbetuigd. Vol enthousiasme richtte zij een zangvereniging op en werd toezichthoudster op het lager onderwijs.

Het zangkoor van Maartje Breebaart–Van der Horst ‘Zanglust’ in 1934.
Het zangkoor van Maartje Breebaart–Van der Horst ‘Zanglust’ in 1934.

Breebaart had zich ten doel gesteld Callantsoog te ‘verheffen’ en de armoedige toestand van het dorp te verbeteren. Hij zag grote mogelijkheden in het opkomende toerisme, waarmee de Callantsoger samenleving haar levensstandaard zou kunnen verhogen. De plaatselijke middenstand kon goed verdienen aan het groeiende aantal badgasten dat het dorp aandeed.

De burgervader werkte nauw samen met Piet Vos van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (V.V.V.). Al in zijn eerste dienstjaar kreeg die samenwerking gestalte. In 1931 verklaarde hij veel badgasten naar Callantsoog te willen lokken met reclame voor de badplaats:

Men mag er niet tegenop zien het spierinkje uit te gooien, wanneer er maar enige kans bestaat, in welke mate dan ook, dat de kabeljauw gevangen zal worden.

Hij wees erop dat er twee economische sectoren waren bijgekomen. Naast landbouw en veeteelt waren nu ook de bloembollenteelt en het vreemdelingenverkeer economisch belangrijk geworden, waarmee volgens hem de ontwikkeling van het strand- en badleven samenhing. Breebaart had grootse plannen met Callantsoog:

Het ontwerpen van een uitbreidingsplan in verband met de plaatsing van villa’s, burgerwoningen, arbeiderswoningen en houten zomerhuisjes is nodig, en in verband daarmede de aanleg van wegen, eventuele aankoop van grond of onteigening — kortom, het in goede banen leiden van een systematische bebouwing, mede uit het oogpunt van uiterlijke welstand, waaraan in elk opzicht de hand moet worden gehouden.

Dirk Breebaart bij de onthulling van het standbeeld ‘De Visserman’
Dirk Breebaart bij de onthulling van het standbeeld ‘De Visserman’ in 1931. Van links naar rechts: het echtpaar Breebaart, Annie op ’t Landt en Piet Vos.
Zijn spreekwoordelijke spierinkje kon hij later kwijt toen de V.V.V. verzocht om een bijdrage aan de contributie van de Algemene Nederlandse Vereniging voor het Vreemdelingenverkeer (ANVV):

Het is van economisch belang wanneer deze gemeente ’s zomers door veel mensen wordt bezocht. Onjuist is de bewering dat, wanneer er meer aanvragen om pension komen dan er plaats is, er geen reclame gemaakt hoeft te worden. Hoe meer aanvragen komen, des te eerder zullen hier pensions en hotels verrijzen. (…) Ook de bewoners der Groote Keeten zullen in de gelegenheid gesteld worden pensiongasten te krijgen.

Dirk Breebaart (met zonnebril) geniet van het strand en de zon in 1934
Dirk Breebaart (met zonnebril) geniet van het strand en de zon in 1934
Het voortdurend adverteren, vooral in Duitsland, zag Breebaart als een goede investering om de ‘kabeljauw’ aan de haak te slaan. Ondanks het bezwaar van enkele raadsleden dat het te duur zou zijn, lukte het hem de raad te overtuigen. Uiteindelijk werd besloten de gevraagde bijdrage van ƒ 50 aan contributie voor de ANVV toe te kennen.

Afscheid van Lange Dirk

In 1935 had Callantsoog 1.038 inwoners. De gemeente kreeg nog 11 gulden per inwoner van het Rijk, maar dat zou snel minder worden, omdat er flink bezuinigd werd. De SDAP had drie zetels in de raad (S. Kooger, J. Weij en A. Kruit), de Burger Kiesvereniging ook drie (H. Kruisveld, G. Jimmink en M. Vries) en de RKSP één (J. van der Graas).

Op een aprildag in 1935 was het erg druk in de kleine raadszaal aan de Dorpsweg. Niet alleen de belangrijkste mannen uit het dorp, maar ook notabelen uit naburige gemeenten waren aanwezig. De burgemeester zou die dag afscheid nemen. Hij zou een verdere stap op de maatschappelijke ladder zetten, want zijn ambities reikten verder dan burgemeester-secretaris te zijn van een klein kustdorpje. Hij was geschikt bevonden om eerste burger te worden van de Zijpe, een iets grotere gemeente. Hij had het plan opgevat zich te beijveren voor samenvoeging van beide. Zijn burgemeesterschap zou dan nog meer glans krijgen.

Breebaart opende de vergadering met een trieste mededeling: een kind van veldwachter Reindert Koelemeij was door een noodlottig ongeval om het leven gekomen. Breebaart vroeg om een minuut stilte. Wethouder Kruisveld nam het woord en herinnerde de aanwezigen aan de komst van de burgemeester, negen jaar geleden. De jonge ambitieuze Breebaart had in voorgesprekken verteld over zijn plannen met Callantsoog — dat hij het goed voorhad met het dorp, dat hij er een welvarend dorp van zou maken. Kruisveld vond dat destijds grootspraak, maar wonderwel was de burgemeester erin geslaagd veel goeds te doen voor de dorpers, aldus de oude Kruisveld.

De éénwording van Zijpe en Callantsoog, waarop Breebaart zijn zinnen had gezet, kwam niet tot stand in zijn ‘regeerperiode’. Pas in 1990 werd het een eenheid, die in 2013 weer opging in een nog groter geheel: de gemeente Schagen. En ook in 2019 werd de Callantsoger identiteit bedreigd toen de gemeente Schagen borden in de duinen plaatste met het opschrift ‘Schager duinen’. Men kwam in opstand.

Aan beide zijden van het dorp waren zomerwoningen verrezen. Dat bracht het dorp en de gemeentekas flink wat geld in het laatje. Toerisme bleek goed voor Callantsoog te zijn. Er waren al achtenveertig zomerhuizen gebouwd. In het kader van werkverschaffing werd het Dorpsplein omgespit en geëgaliseerd, in het Zwanenwater bomen geplant, wegen opgeknapt en gronden voorbereid op de bouw van nog meer zomerhuisjes. Er waren rond de veertig werkloze kostwinners in Callantsoog, ongeveer 10% van de beroepsbevolking. Breebaart had verschillende projecten binnen de gemeentegrenzen gestimuleerd en zo arme Callantsogers ondersteund. Kruisveld besloot met de opmerking dat hij Breebaarts vertrek betreurde.

Gemeenteraadslid Simon Kooger als ijsboer.
Gemeenteraadslid Simon Kooger als ijsboer.

SDAP’er Simon Kooger was iets minder tevreden over wat de scheidende burgemeester voor zijn dorp had betekend. Ondanks het feit dat ‘Lange Dirk’ ervoor had gezorgd dat rijke forensen wat meer belasting moesten betalen, waardoor de belastingdruk op ‘gewone’ Callantsogers wat omlaag was gegaan, vond Kooger dat niet genoeg. Toch oordeelde de socialist over het in gang gezette beleid ten aanzien van toerisme positief. Er zouden nog veel meer zomerwoningen gebouwd kunnen worden, waarbij werkloze Callantsogers betrokken konden worden. Kooger benadrukte nog even dat hij blij was met het nieuwe armenhuis, ondanks het feit dat hij het niet eens was met de plek waar het was gebouwd. Hij was blij dat er zovelen aan het werk geholpen werden, maar wees op de te kleine inkomens van de werkers. Zij konden nauwelijks het hoofd boven water houden. En ‘van nauwte kwam grauwte’, volgens Kooger. Als de armoede de voordeur uitging, verdween de liefde door de achterdeur. De kans op echtelijke ruzies en mishandeling werd door armoede een stuk groter.

Kooger ging uitgebreid in op het verfoeilijke streven van Breebaart om Callantsoog met Zijpe te verenigen. Alleen als Callantsoog daar beter van zou worden, maar anders zou hij een fel tegenstander blijven van éénwording. Bovendien bracht hij een democratisch beginsel ter sprake: de bevolking van de gemeente moest in ieder geval geraadpleegd worden.

Dirk Breebaart tijdens zijn burgemeesterschap van Zijpe
Dirk Breebaart tijdens zijn burgemeesterschap van Zijpe – Collectie Niestadt, Zijper Museum

‘Groot Zijpe’

Burgemeester Lovink van Anna Paulowna (die eerder burgemeester van Callantsoog was) sprak lovende woorden over zijn collega, die in een moeilijke tijd Callantsoog bestuurde, maar toch vooruitgang bracht. Ook de heer Daalder van arbeidsbemiddeling had een woordje klaar. Hij sprak over de ‘handigheid’ van Breebaart, waarmee hij altijd de belangen van de arbeiders voor ogen had. Sommigen zagen die handigheid echter als manipulatie of doordrammerij. Piet Vos, de onvermoeibare aanjager van het toerisme, deed vervolgens nog een duit in het zakje. Hij noemde de burgemeester een ‘beste kerel’ die het goed bedoelde, maar zijn streven naar samengaan met de Zijpe vond hij verwerpelijk. Vos betoogde dat hij het jammer vond dat de ‘slappe’ raad was omgepraat door Breebaart. Callantsoog moest zelfstandig blijven, aldus Vos. Toch bleef een ‘Groot Zijpe’ Breebaarts ideaal.

Ook Breebaart en andere ambtenaren ontkwamen niet aan de bezuinigingen. Zelfs militairen moesten inleveren. Toen de toch al karige soldij van zeelieden werd verlaagd, muitte de bemanning van De Zeven Provinciën. Een watervliegtuig kreeg van Colijn opdracht om een bom voor het schip af te werpen als waarschuwing. De bom trof echter de voorsteven van het schip, waardoor 23 mannen de dood vonden — een triest gevolg van het beleid van een zuinige antirevolutionair.

In de ambtsperiode van Breebaart drukte het beleid van ‘Schipper naast God’ Colijn een groot stempel op het Nederlandse sociaaleconomische leven. De Grote Crisis was ook te voelen in Callantsoog. Boeren hadden het zwaar, hun arbeiders nog zwaarder. Velen werden werkloos en belandden in absolute armoede. Colijn voerde een beleid van strenge bezuiniging, maar ontkwam er niet aan grote sommen geld te lenen voor de ondersteuning van de 630.000 werklozen in Nederland. Een klein deel van die ondersteuning kwam terecht in Callantsoog, waar hiermee veel ‘werkverschaffingsprojecten’ konden worden uitgevoerd.

Dirk Breebaart tijdens het huwelijk van zijn dochter Annie
Dirk Breebaart tijdens het huwelijk van zijn dochter Annie voor het gemeentehuis te Schagerbrug in 1958 – Collectie Niestadt, Zijper Museum.

Breebaart was van 1935 tot 1942 burgemeester van Zijpe. Daarna werd zijn werk overgenomen door een NSB’er, die in 1945 weer plaats moest maken voor Breebaart, die tot 1964 burgemeester van Zijpe bleef. Tijdens zijn burgemeesterschap bleef hij zich inzetten voor de ‘inlijving’ van Callantsoog. De fusie in 1990 tussen Zijpe en Callantsoog heeft hij niet meer kunnen meemaken. Breebaart stierf in 1983 op vierentachtigjarige leeftijd…

Lees meer over

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×