Heimwee naar Bureau Warmoesstraat, het beruchtste politiebureau van Amsterdam

‘Het was beklemmend, maar de nostalgie overheerst’
6 minuten leestijd
Exterieur politiebureau Warmoesstraat. (CC0 – Hans van Dijk / Anefo– wiki)
Exterieur politiebureau Warmoesstraat. (CC0 – Hans van Dijk / Anefo– wiki)
Voormalig misdaadverslaggever en auteur Cees Koring spreekt in Heimwee naar Bureau Warmoesstraat. Nieuwe verhalen over de roemruchte politiepost met oud-agenten, sekswerkers, bewoners en ondernemers over het roemruchte Bureau Warmoesstraat. Koring beschrijft de praktijken binnen het bureau en laat ook de menselijke kant van de dienders zien: hun strijd tegen vrouwenhandel, hun verdriet om gevallen collega’s, en bovenal hun heimwee naar een tijd waarin de politie nog zichtbaar aanwezig was in de buurt. Op Historiek plaatsen we een fragment uit het boek.

Heimwee naar nummer 48

Bureau Warmoesstraat was een gribus, het ‘afvoerputje van de samenleving’. In de cellengang, die onder het waterniveau van het aangrenzende Damrak lag, zwermde het van de ratten. De cellen zelf waren vunzige hokken waaruit de stank door het hele gebouw omhoogtrok, vooral toen in de jaren ’50 en ’60 laveloze zeelui en Amerikaanse militairen die op de Wallen waren gaan stappen hun roes uit lagen te slapen.

Agent Joop Timmermans, die voor de verbouwing in de jaren ’70 bij het bureau dienstdeed:

‘Het was vies en uitgeleefd. Je zat vaak een boterham te eten met een bloedende kerel of een verdachte naast je. Dan was er weer een vent die over je heen kotste. Smeerboel van hier tot ginder. De cellen waren middeleeuws. Ik kan me voorstellen dat een arrestant hier duizend doden stierf.’

Na de verbouwing werd het niet veel beter. Het bureau, dat was uitgebreid met de panden Warmoesstraat 44, 46 en 50, kreeg te maken met nog meer probleemgroepen dan er al waren: drugsverslaafden, gestoorden, daklozen en zwervers. Menselijk wrakhout. Commissaris Dirk Eeken, de (inmiddels overleden) laatste chef van Bureau Warmoesstraat, beschreef dat als volgt:

‘Als het slecht weer is, kan je ze hier opstapelen. Sommigen van die lui zijn te vies om aan te raken. Ze vragen om een broodje en koffie. Soms krijgen ze toestemming om naar het toilet te gaan, maar vraag niet wat dat betekent. Als je ze niet toestaat om hun behoefte te doen, dan doen ze het gewoon naast het bureau op de stoep. De Warmoesstraat was en bleef het putje van de wasbak.’

Gezicht op twee bordelen in de Bloedstraat op de Wallen in Amsterdam - cc
Gezicht op twee bordelen in de Bloedstraat op de Wallen in Amsterdam (CC BY-SA 3.0 – Massimo Catarinella – wiki)

John Peters, die in de jaren ’80 als lid van het Korps Marechaussee ondersteuning gaf in de Warmoesstraat: ‘Er stond in de hal van het bureau een grote plant. Er was een zwerver die af en toe binnenkwam en dan gewoon in die plantenbak piste. En daarna was hij weer weg.’ Voormalig politiechef Joop van Riessen:

‘Ik was erbij toen een prostituee in de cel werd gezet. Ze zag er niet uit. Smerig. Een tijdje later kreeg ze hulp van een advocaat. Omdat hier geen kamertje was waar ze samen konden praten, moest hij dat in haar cel doen. ’s Morgens bleek dat het alarmbelletje in de cel kapot was. Die advocaat zat daardoor de hele nacht met die vieze prostituee in die cel. De volgende morgen kon hij er pas uit. En als je in die cellengang stond, hoorde je van die rare geluiden: prrr, prrr… Allemaal ratten.’

Bureau Warmoesstraat kreeg al vanaf de eerste periode van z’n bestaan tot aan de sluiting in het najaar van 2000 een heel dikke onvoldoende. Commissaris Voordewind noemde de post al na de opening in 1903 een ‘bouwkundig misbaksel’. Behalve de cellengang deugde ook de ventilatie niet, de etages waren pijpenla’s die door een smalle wenteltrap met elkaar waren verbonden, de verlichting was slecht en het politiepersoneel was daarvan de dupe.

Ondanks die slechte verhalen en veroordelingen valt echter niet te ontkennen dat Bureau Warmoesstraat in z’n bijna honderdjarige bestaan het centrum was van de roerige geschiedenis van het Wallengebied. En er zijn dan ook veel oudgedienden die het een schande vinden dat er een kwarteeuw na de sluiting niets, maar dan ook helemaal niets meer aan doet denken dat in het pand Warmoesstraat nummer 48 de beruchte, maar ook beroemde politiepost was gevestigd.

Warmoesstraat 48 in 2022
Warmoesstraat 48 in 2022: ‘Er is nu een broodjeswinkel. Niemand die daar werkt weet wat hier was en wat hier gebeurde.’ (Google Maps)

Een van hen is de voormalig straatdiender, en latere inspecteur, Piet Middelkoop. Hij kreeg bekendheid omdat hij zich er al jaren terug voor inspande om in een van de vier panden die het bureau omvatten een museum in te richten.

‘Dat is dus helaas mislukt. En elke keer als ik langs Warmoesstraat 48 loop ervaar ik dat als een enorme teleurstelling. Er is nu een broodjeswinkel. Niemand die daar werkt weet wat hier was en wat hier gebeurde.’

Voormalig politieman en misdaadverslaggever van De Telegraaf John van den Heuvel is het volledig met Piet Middelkoop eens. ‘

‘Ik vind het jammer dat op die plek nooit een museum is gekomen. Toen ik op de politieschool zat mocht je aangeven waar je stage wilde lopen. Zo kwam ik op mijn negentiende op Bureau Warmoesstraat terecht. Ik werd gekoppeld aan twee ervaren agenten die daar werkten. Alles wat wij op school aan het leren waren, kieperden zij over boord. Het was 1981, een tijd van normafwijkend gedrag. “Naggen” werd dat genoemd. Met arrestanten werd ruw omgegaan. Alles in het bureau was rauw, ruig en wreed. Ik zal nooit dat trappetje vergeten dat de etages met elkaar verbond. Die cellen. Bloed. Het had allemaal iets beklemmends. Je had er zelf voor gekozen, maar het was alsof je naar de frontlinie was gestuurd.’

De Zeedijk in Amsterdam
De Zeedijk in Amsterdam (CC0 – Hans van Dijk / Anefo)

John vertelt verder:

‘Ik werd in augustus 1982 beëdigd, uitgerekend op de dag dat hoofdagent Jaap Honingh op de Brouwersgracht door Alan Reeve werd doodgeschoten. Ik weet nog dat hoofdcommissaris Jaap Valken meteen weg moest van de beëdiging. Ik werd geplaatst op Bureau IJtunnel, maar we leunden tegen Bureau Warmoesstraat aan en gaven in die tijd dikwijls steun aan het Zeedijkteam.

Met al het geweld in die periode wilde je als jong agent gek genoeg toch graag de straat op. En dat terwijl er ME’ers rondliepen die geen tanden meer in hun mond hadden omdat ze bij de “Geen woning geen kroning”-rellen op 30 april 1980 met stenen waren bekogeld. Ondanks dat alles is het jammer dat er geen museum is gekomen. Als er over het bureau wordt gesproken overheerst de nostalgie. Dat trappetje staat me nog helder voor de geest. Dat trappetje gaf een tijdsbeeld weer.’

Heimwee naar Bureau Warmoesstraat. Piet Middelkoop is daarvan de verpersoonlijking. ‘Ik ben op die plek als straatagent met een goeie groep van zo’n twintig man altijd bezig geweest in een moeilijke tijd. We hebben het volk gediend, lief en leed gedeeld, er mede voor gezorgd dat de Zeedijk er weer uitziet zoals nu. Als we elkaar ontmoeten, hebben we het nog altijd over die jaren ’80. Natuurlijk gebeurden er serieuze en slechte dingen, maar ook heel veel mooie. Mijn grote zorg was dat dat na de sluiting allemaal zou verdwijnen.’

Zijn plan voor een museum liep dus fout. Maar dankzij de inspanningen van Middelkoop is een grote verzameling herinneringen over zijn werk en dat van veel collega’s bewaard gebleven. De tafel bij hem thuis ligt vol mappen en documenten: het eerste proces-verbaal dat hij opstelde toen hij in 1978 als straatagent in de dienstgroep 4 kwam te werken, het complete plan voor de verbouwing van het bureau in de jaren ’70 en veel foto’s. Op één daarvan zijn agenten voor de balie te zien met in hun midden een grote kameel, die ze in de omgeving oppikten. Dit, en nog veel meer, had zichtbaar moeten zijn in het museum dat de bevlogen Middelkoop wilde oprichten.

Heimwee naar Bureau Warmoesstraat
 
Het is 12 februari 2025, twee dagen na het overlijden van Ron Brandsteder. Deze gebeurtenis brengt de man die er alles aan deed om de historie van de beroemde politiepost in het Wallengebied te bewaren op een mooie herinnering aan de acteur en presentator.

Middelkoop: ‘Ik was aan het werk toen in het bureau opnamen werden gemaakt voor de film Moord in Extase, die was gebaseerd op een boek van Appie Baantjer. Joop Doderer had de rol van Baantjer. Ron Brandsteder speelde Vledder, zijn assistent. Op een gegeven moment kreeg mijn groep een melding dat we iemand moesten arresteren in de Bijlmermeer. Ron Brandsteder had kennelijk even tijd, want hij vroeg of hij met ons mee mocht. Toen we bij het huis stonden om die aanhouding te verrichten, bleef de deur dicht. Ron gaf aan dat hij de deur wel wilde openschoppen. Nadat hij dat had gedaan, heeft hij de rest van de dag tijdens de filmopnamen op het bureau mank gelopen.’

×