Al tijdens de Eerste Schipvaart maakten Nederlanders Afrikanen tot slaaf (1595)

4 minuten leestijd
Het schip Mauritius, één van de schepen van de vloot van Cornelis Houtman. Door Hendrick Cornelisz. Vroom, ca. 1600.
Het schip Mauritius, één van de schepen van de vloot van Cornelis Houtman. Door Hendrick Cornelisz. Vroom, ca. 1600.
Al tijdens de Eerste Schipvaart van Cornelis de Houtman in 1595 werden door Nederlanders Afrikanen tot slaaf gemaakt: een relatief onbekend en onderbelicht hoofdstuk uit de vroege geschiedenis van de Nederlandse slavernij. In het recent verschenen boek Vergeten plekken, vergeten mensen. Een atlas van het Nederlandse slavernijverleden laat journalist Leendert van der Valk zien dat het Nederlandse slavernijverleden veel verder reikte dan de bekende trans-Atlantische handel alleen. In zijn boek laat de auteur zien hoe het Nederlandse slavernijverleden zich uitstrekte van Afrika en Azië tot Amerika en komen vergeten plekken en mensen aan bod die lange tijd buiten beeld bleven. Op Historiek een fragment over de eerste slaafgemaakten die Nederlanders tijdens de Eerste Schipvaart ontmoetten en gevangen namen.

De eerste slaafgemaakten

Op de elfde meidag van 1595 is de storm die enkele dagen had geduurd eindelijk gaan liggen. De vier schepen van de Amsterdamse Compagnie van Verre komen deze ochtend nog maar nauwelijks vooruit. Ze dobberen op de Atlantische Oceaan, ongeveer waar de Afrikaanse kust naar het oosten afbuigt. Bevelhebber Cornelis de Houtman wil naar het zuiden, verder dan ooit een Nederlands schip ging, maar het water is spiegelglad en er heerst windstilte.

Cornelis de Houtman
Cornelis de Houtman (ca. 1565-1599)
Aan de horizon ziet de bemanning zeven schepen, maar ze kan nog niet onderscheiden welke vlag die voeren. Grote kans dat het de vijand is. Hoewel handelsschepen elkaar meestal met rust laten, is een gevecht niet uitgesloten. De Republiek is immers in oorlog met Spanje en de relatie met Portugal is ook niet erg vriendschappelijk. Sterker nog, deze hele expeditie is bedoeld om de Portugese specerijenhandel in Azië te dwarsbomen, of zelfs over te nemen.

De vloot is twee maanden eerder vertrokken vanuit Texel, om als eerste Nederlanders Kaap de Goede Hoop te ronden. Het zal later de moederreis van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) blijken te zijn. Maar nu varen ze nog ten westen van Afrika, op 4 graden noorderbreedte, een plek zo ver weg van het vertrouwde Europa dat er al nauwelijks meer Hollandse schepen komen.

Tegen de avond maken ze eindelijk contact. Twee van de zeven schepen die ze zien, staan onder Portugese leiding en varen geschrokken weg, maar de andere vijf blijken onder leiding van landgenoten te staan. Van pure blijdschap lossen ze ‘eerscheuten’ over en weer. De vijf schepen van admiraal Joris van Medemblick en zijn Duitse viceadmiraal zijn van het Afrikaanse eiland Sao Tomé op weg naar Lissabon. De vracht bestaat uit vijf ruimen vol…

…met Suicker ende Swarten, meest vrouwparsoonen.

Zo schrijft adelborst Frank van der Does het op in zijn scheepsjournaal. De Leidse student en marinier in opleiding lijkt niet verbaasd of geschokt door deze vracht. Hij schrijft vooral over de hoeveelheid kajuitsbier die ze drinken met de landgenoten en over de mogelijkheid om via deze schepen brieven naar huis te schrijven. Ook andere journaalschrijvers aan boord van de vloot van De Houtman noteren de ontmoeting, sommigen nemen niet de moeite de slaafgemaakten te noemen.

Dans van de inwoners van Madagaskar, 1595. Uit het reisverslag van de Eerste Schipvaart van Cornelis de Houtman. Rijksmuseum, Amsterdam
Dans van de inwoners van Madagaskar, 1595. Uit het reisverslag van de Eerste Schipvaart van Cornelis de Houtman. Rijksmuseum, Amsterdam. Uit: Vergeten plekken, vergeten mensen

De ‘wilden’ van Madagaskar

Een paar maanden later legt De Houtman aan bij Madagaskar. Zijn schepen hebben de Kaap gerond, maar de reis door dit onbekende deel van de wereld gaat niet voorspoedig. Al zeventig bemanningsleden zijn gestorven aan scheurbuik, veel anderen zijn ziek. Door te handelen met de ‘wilden’ van Madagaskar komen ze aan vers eten.

Het is hun redding, maar van dankbaarheid is geen sprake. Op dertig oktober 1595 schrijft Van der Does hoe drie ‘wilden’ die ze aan boord gevangenhouden, hebben geprobeerd te ontsnappen. Een van de vluchters is verdronken door het gewicht van zijn boeien, de twee anderen, jongens nog, worden opnieuw gevangen en geboeid. Ze krijgen namen: Lourens en Madagascar, vernoemd naar hun eiland dat ook wel Sint-Laurens heet. Lourens wordt tijdens de reis de slaafgemaakte van opperkoopman Cornelis de Houtman, Madagascar wordt toegewezen aan koopman Jan Jansz Carel de Jonge.

De baai Saint-Augustin op Madagaskar waar de vloot van Cornelis de Houtman in 1597 landde.
De baai Saint-Augustin op Madagaskar waar de vloot van Cornelis de Houtman in 1597 landde. (CC BY-SA 3.0 – JM Lebigre – wiki)

Twee jaar later komen Lourens en Madagascar in Amsterdam aan, samen met de slechts 87 andere overlevenden van de reis. Daar kijken de mensen verwonderd naar de donkere jongens. De terugkomst van de vloot uit Java is groot nieuws in de jonge Republiek der Verenigde Nederlanden. Maar liefst 22 schepen zouden de volgende lente direct uitvaren naar Zuidoost-Azië, om daar het handelsmonopolie van de Portugezen te doorbreken.

Al snel worden de eerste verslagen gepubliceerd, zodat het gretige publiek al in 1598 kan lezen over de ontmoeting met de vijf slavenschepen van Sao Tomé, het roven van Lourens en Madagascar en vergelijkbare ervaringen in Indonesië. Daar maakten de Nederlanders bijvoorbeeld twee Javaanse jongens tot slaaf en vernoemden ook hen naar de plek vanwaar ze kwamen: Madura en Soerabaja. Alleen waren zij niet meegekomen naar Europa; een maand nadat ze gevangen waren genomen, zwommen ze hun vrijheid tegemoet.

Nu, ruim vier eeuwen later, blijkt de ontvoering van de vrouwen van Sao Tomé naar Lissabon de vroegste vermelding van slavenhandel onder Nederlandse leiding, voor zover bekend. Lourens en Madagascar zijn de eerste Afrikanen die door Nederlanders zelf tot slaaf worden gemaakt en Madura en Soerabaja behoren tot de eerste Aziaten die dat lot treft. Maar het gekke is, ze staan in geen enkel overzicht van het slavernijverleden.

Vergeten plekken, vergeten mensen. Een atlas van het Nederlandse slavernijverleden - Leendert van der Valk
 
De verslagen van Van der Does en de andere journaalschrijvers zijn door de eeuwen heen vaak onderzocht en opnieuw gepubliceerd. De legendarische reis van De Houtman geldt als de eerste en belangrijkste koloniale reis, die het startschot gaf voor de ontwikkeling van Nederland tot een koloniale grootmacht. Maar Lourens en Madagascar, Madura en Soerabaja en de vrouwen van Sao Tomé zijn uit dat verhaal geschreven.

Ze waren te Oost-Afrikaans, te Indisch. Te vrouw, te kind. Ze varen onder een verkeerde vlag en verschijnen te vroeg op het toneel om mee te tellen. Ze passen niet in de nauwe mal waarin het slavernijverleden is gegoten. Ze zijn gaandeweg uit de geschiedenis verdwenen, net als miljoenen andere mannen, vrouwen en kinderen die door Nederlanders in slavernij werden gehouden.

×