Thomas Jefferson: de diepe val van een gevierde Vader des Vaderlands

5 minuten leestijd
Thomas Jefferson in 1791 - Charles Willson Peale
Thomas Jefferson in 1791 - Charles Willson Peale
In het eerste deel van dit tweeluik liet Thomas Bersee zien hoe Thomas Jefferson zich liet inspireren door de klassieke oudheid en uitgroeide tot de auteur van een van de beroemdste politieke teksten uit de geschiedenis. Met de woorden dat ‘alle mensen gelijk geschapen zijn’ gaf hij stem aan de idealen van de Amerikaanse Revolutie. Tegelijkertijd hield Jefferson gedurende zijn leven honderden mensen in slavernij die “werkten voor zijn geluk”. Hoe valt die fundamentele tegenstelling te verklaren?

Schaduwzijde van de Amerikaanse vrijheid

Op 4 juli 1776 werd de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring aangenomen, met de 33-jarige Thomas Jefferson als hoofdauteur. Het is een opsomming van klachten over de Britse koning George III, maar één passage groeide uit tot het meest geciteerde politieke credo in de wereldgeschiedenis:

Wij beschouwen deze waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn en door hun Schepper zijn begiftigd met onvervreemdbare rechten, waaronder leven, vrijheid en het streven naar geluk.

Thomas Jefferson was afgevaardigde van de Britse kroonkolonie Virginia. Hij bezat daar het landgoed Monticello, met een oppervlakte van circa 1300 hectare (ongeveer 2000 voetbalvelden), waar hij gedurende zijn leven tussen de 165 en 225 tot slaaf gemaakte mensen hield.

Moreel verdorven erfenis

De dertien opstandige koloniën telden circa 2,5 miljoen inwoners, waaronder meer dan 450.000 tot slaaf gemaakten en nog zo’n 125.000 inheemse Amerikanen. De zwarte bevolking vormde in het noorden een marginale minderheid, maar in het zuiden, zoals in Virginia, bestond bijna de helft van de bevolking uit zwarte mensen.

Jefferson liet duidelijk verstaan dat zijn woorden ook bedoeld waren voor de zwarte bevolking. Hij veroordeelde publiekelijk de slavernij als een “afschuwelijke smet” en een “moreel verdorven” erfenis die een existentiële bedreiging vormde voor de prille republiek. Vrijmaking was geboden, maar niet direct, want het moest wel met beleid.

Monticello jefferson
Monticello, het door Thomas Jefferson ontworpen landgoed in Virginia. Op de plantage leefden en werkten honderden tot slaaf gemaakte mensen. (CC BY 2.5 – wiki)

Ongelukkig verschil in huidskleur

De Amerikaanse rechtshistoricus Jeffrey Rosen betoogt in The Pursuit of Happiness (2024) dat van alle Founding Fathers Jefferson misschien wel de grootste racist was. Jefferson greep terug op het oude Rome, waar de slaven vaak beter waren onderlegd dan hun meesters. Voor Amerika ging dat niet op door een “ongelukkig verschil in huidskleur”. Het was duidelijk dat zwarte mensen in aanleg “inferieur waren in hun vermogen tot redeneren en verbeelding”, al moest dat volgens hem nog wel wetenschappelijk verder worden onderzocht.

Jefferson huiverde bij het idee van rassenvermenging en achtte het uitgesloten dat witte en zwarte mensen vreedzaam naast elkaar konden samenleven. Witte mensen zouden nooit zwarte mensen als gelijken accepteren, en zwarte mensen zouden witte mensen nooit vergeven wat hun was aangedaan. Zwarte mensen zouden volgens Jefferson eerst nog veel scholing nodig hebben voordat zij voldoende waren toegerust om met hun vrijheid om te gaan. Daarna moesten zij worden gedeporteerd naar een nog nader te bestemmen land, waar zij als een “vrij en onafhankelijk volk” zouden kunnen leven. Voor de inheemse Amerikanen had Jefferson overigens de gebieden ten westen van de Mississippi in gedachten.

Hypocrisie

Jefferson mocht zijn mede-slavenhouders graag betichten van ongebreidelde hebzucht, door zijn grote leermeester Cicero aangeduid als de politieke ondeugd aviaria. Alleen vergat Jefferson volgens Rosen om ook naar zichzelf te kijken. Voor zijn eigen morele handelen moet Jefferson een blinde vlek hebben gehad. Of zoals Rosen zegt, laten we het gewoon maar hypocrisie noemen.

boek van Lucia Stanton
Het boek van Lucia Stanton
De Amerikaanse historicus Lucia Stanton stelt in “Those Who Labor for My Happiness”: Slavery at Thomas Jefferson’s Monticello (2012) dat Jefferson zich graag mocht voordoen als een humane slavenhouder. In een van zijn brieven schrijft hij: “Ik heb mijn huis te bouwen, mijn velden te bewerken en te waken over het geluk van hen die voor het mijne werken.” De werkelijkheid op Monticello was minder rooskleurig: ook daar waren lijfstraffen niet onbekend en hanteerden opzichters de zweep. En ook voor Jefferson waren tot slaaf gemaakte mensen handelswaar binnen het systeem van chattel slavery. Zo schrijft hij:

Een vrouw die eens in de twee jaar een kind krijgt, levert naar mijn oordeel meer op dan de beste arbeider op de plantage.

Sally Hemings

Jefferson rept in zijn brieven met geen woord over zijn relatie met Sally Hemings die ongeveer dertig jaar jonger was. De relatie begon toen zij waarschijnlijk veertien of vijftien jaar was. Zij was de halfzus van zijn overleden vrouw, en als tot slaaf gemaakte was zij zijn privébezit. Hij kreeg bij haar vermoedelijk zes kinderen, maar zweeg over hun bestaan. Wel is bekend dat hij hen vrijliet toen zij volwassen werden.

Gedurende zijn leven hield Jefferson ongeveer 600 mensen op Monticello in slavernij, waarvan hij er slechts een handvol vrijliet. In die tijd was het niet ongebruikelijk om bij testament een aantal van de tot slaaf gemaakte mensen de vrijheid te schenken, maar Jefferson deed daar niet aan mee. Hij had torenhoge schulden en wilde zijn kinderen daarmee niet opschepen. Zes maanden na zijn dood werd Monticello inclusief “130 waardevolle negers”, op een veiling aan de hoogste bieder verkocht. Sally werd door zijn dochter buiten de verkoop gehouden en informeel in vrijheid gesteld.

Verwijderd standbeeld

Thomas Jefferson standbeeld washington
Het in 1834 vervaardigde standbeeld van Thomas Jefferson in het Capitool in Washington. Jefferson wordt afgebeeld met een exemplaar van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, waarvan hij de belangrijkste auteur was.
In Jeffersons tijd gingen er al geruchten over zijn relatie met Sally. Ook in die tijd was zo’n Sally relatie ongepast, maar in beleefde kring werd er niet over gesproken. Alleen zijn politieke tegenstanders dreven er soms de spot mee. De witte nakomelingen van Jefferson en diverse invloedrijke biografen bleven echter hardnekkig ontkennen dat hij een relatie had met Sally en dat hij kinderen bij haar verwekte. Pas aan het einde van de twintigste eeuw werd Jeffersons relatie met Sally door mondelinge getuigenissen, stamboomonderzoek en DNA-analyse bevestigd.

Vanaf dat moment begon Jeffersons reputatie te kantelen. Vooral tijdens de Black Lives Matter-protesten van 2020 moest hij het ontgelden. Op diverse plaatsen werden beelden van hem beklad of omvergetrokken. In de vergaderzaal van het stadhuis van New York werd zijn standbeeld uit 1833, bij raadsbesluit verwijderd. Tegenwoordig wordt Thomas Jefferson soms in één adem genoemd met Harvey Weinstein en Jeffrey Epstein als voorbeeld van mannen die misbruik maken van hun machtspositie. Wel heel treurig om 250 jaar na dato als gevierde Vader des Vaderlands zo diep te vallen.

Referenties

– Gordon-Reed, Annette. Thomas Jefferson and Sally Hemings: An American Controversy. Charlottesville: University Press of Virginia, 1997.
– Gordon-Reed, Annette (ed.). Jefferson Reader on Race [Author: Thomas Jefferson]. Princeton University Press, 2026
– Rosen, Jeffrey. The Pursuit of Happiness: How Classical Writers on Virtue Inspired the Lives of the Founders and Defined America. New York: Simon & Schuster, 2024.
– Stanton, Lucia C. “Those Who Labor for My Happiness”: Slavery at Thomas Jefferson’s Monticello. Charlottesville: University of Virginia Press, 2012.
×