Fanny Blankers-Koen en Bernhard op weg naar de Spelen van 1948

4 minuten leestijd
Fanny Blankers-Koen tijdens een eerdere wedstrijd op de 80 meter horden in het Olympisch Stadion in Amsterdam, 9 mei 1948
Fanny Blankers-Koen tijdens een eerdere wedstrijd op de 80 meter horden in het Olympisch Stadion in Amsterdam, 9 mei 1948 (CC BY-SA 2.0 - Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG)
Het Olympisch Stadion in Amsterdam en de sport in zijn algemeenheid spelen al ruim zeventig jaar een belangrijke rol in het leven van oud-sportjournalist Bab Barens. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion bundelt hij persoonlijke herinneringen, anekdotes en historische verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal blikt Barens terug op de olympische dag van 1948, toen duizenden toeschouwers naar het stadion kwamen om Fanny Blankers-Koen uit te zwaaien richting de Olympische Spelen in Londen en prins Bernhard onverwacht te paard verscheen.

Olympische dag in Amsterdam

De olympische dag in het Olympisch Stadion op zondag 20 juni 1948 was uitverkocht. Richting stadion vormden zich grote files. In de aanloop naar de Olympische Spelen in Londen wilden de 60.000 toeschouwers de Nederlandse deelnemers nog eenmaal in actie zien en hun succes toewensen. De meeste toeschouwers waren gekomen om Fanny Blankers-Koen te zien lopen. Zij was dé kandidaat voor een gouden medaille, of misschien wel voor meerdere. Een van haar sterkste nummer was de 80 meter horden. Wim Slijkhuis had ook mogelijkheden op eremetaal, bijvoorbeeld op de 5.000 meter.

Bernhards olympische ambitie

Voordat Fanny Blankers-Koen in actie kwam, speelde een door het publiek samengesteld Nederlands elftal, met onder anderen Faas Wilkes en Kees Rijvers, tegen een Engels team (2-1). Nadien kreeg men een grote verrassing voorgeschoteld, zonder vooraankondiging kwam prins Bernhard ineens op zijn paard The Priest de piste in, wel buiten mededinging, maar toch. Onder luid gejuich van het publiek voltooide hij in generaalsuniform het parcours, ondanks een weigering van zijn paard. Er zat wel een duidelijke reden achter zijn optreden.

De sportieve ambities van Bernhard gingen zover dat hij een poging wilde wagen om alsnog mee te doen aan de Olympische Spelen in Londen. Nog nooit had iemand van Nederlands Koninklijke bloede deelgenomen aan de Spelen, terwijl dat in andere landen al diverse keren wel het geval was geweest. Een jaar voor de Spelen, op 19 juli 1947, had Bernhard verklaard er wel voor te voelen om in Londen mee te doen. Het tijdschrift Sport pakte er op de voorpagina groot mee uit:

Uit de omgeving van prins Bernhard vernemen wij dat deze indien hij door het NOC (Nederlands Olympisch Comité) zou worden uitverkoren, bereid zou zijn voor ons land uit te komen op de Olympische Spelen in Londen als deelnemer in het zware springconcours.

Olympische dag in Amsterdam. Prins Bernhard neemt deel als springruiter
Olympische dag in Amsterdam. Prins Bernhard neemt deel als springruiter (CC0 – Nationaal Archief)

Bernhard zou dit bericht zorgvuldig hebben voorbereid en het een week voor de olympische dag in het stadion de wereld in hebben geslingerd.

De ruiterkwaliteiten van Bernhard werden in de hippische kringen hoog aangeslagen, hoewel men wel van mening was dat zijn ervaring bij de hoge hindernissen van het parcours in Londen wellicht nog te licht zou zijn. Bovendien was zijn paard nog een groot probleem. Wat iedereen eerder al had kunnen zien was dat The Priest nogal wispelturig kon zijn. Er ging zelfs het verhaal rond dat een andere Nederlandse ruiter zijn paard zou moeten afstaan aan de prins. Dat idee werd ook serieus overwogen. Het is er uiteindelijk niet van gekomen. Prins Bernhard was wel in Londen aanwezig, maar als toeschouwer.

Spanning rond Fanny Blankers-Koen

Tijdens de olympische dag in het stadion was er nog veel meer bijzonders. Na twaalf jaar zouden weer Olympische Spelen worden gehouden — de edities van 1940 en 1944 waren vanwege de Tweede Wereldoorlog niet doorgegaan — en de meeste van de 60.000 toeschouwers wilden Fanny Blankers-Koen zien lopen. Althans, men dacht in eerste instantie dat dat zou gebeuren, maar vijftien minuten voor de start van de 80 meter horden, het nummer waarop ze zou uitkomen, zat Fanny nog rustig op de tribune. De stadionspeaker kondigde haar al aan onder luid gejuich van het publiek. Fanny weigerde echter te lopen. De Spelen stonden enkele weken later al op het programma. Haar man en trainer-coach, Jan Blankers, vond dat de baan in het stadion voor de hordeloop veel te gevaarlijk was. Het zou de kans op blessures alleen maar vergroten en al het werk van twee jaar voorbereiding was dan voor niets geweest. Een gedachte die ik, met mijn eigen atletiekachtergrond, volledig kan begrijpen. Vanaf 1945 werd de gravelbaan regelmatig omgeploegd door speedwaywedstrijden. Na die wedstrijden had men de baan weer aangestampt en geëgaliseerd, maar er waren altijd nog wat verborgen zachte plekken over; één misstap en het was gebeurd.

De organisatie voelde de druk van het publiek, dat in zulke grote getale was komen opdagen, en zette trainer Jan Blankers onder druk om Fanny toch te laten lopen. Uiteindelijk stemde Blankers met gemengde gevoelens op het laatste moment alsnog toe. Fanny was woedend, maar vertrok op haar loopschoenen naar de bijvelden van het stadion voor een warming-up van slechts vijf minuten. Vlak voor de start verscheen ze weer in het stadion waar haar tegenstandsters al stonden te wachten. Fanny trok snel haar spikes aan en weg waren ze op het moment dat het startschot klonk.

Mijn Olympisch Stadion
 
In een soort van roes, met soepele passen, nam ze alle horden in een voortreffelijk ritme. Er klonk een enorm gejuich in het stadion. Ze finishte zonder het zelf te beseffen met een straatlengte voorsprong op haar tegenstanders. Direct uitlopen na de race en omkleden waren alleen maar haar eerste gedachten toen ze over de finish kwam. Ze zat al hoog en breed en nog steeds boos in haar kleedkamer toen de winnende tijd werd omgeroepen: elf seconden rond en dat betekende een nieuw wereldrecord! Een verbetering ook met drie tiende van een seconde van haar eigen record. Het publiek stond op de banken, riep om Fanny, maar die liet zich niet meer zien. Het record kon uiteindelijk niet worden erkend, aangezien er iets te veel rugwind was op het moment van lopen.

Fanny wist daarna nog enkele weken haar vorm meer dan vast te houden, want begin augustus werd bij de Spelen in Londen liefst vier keer een gouden medaille gehaald, iets wat alleen de legendarische Jesse Owens in 1936 in Berlijn had gepresteerd.

Op 13 augustus werd Fanny Blankers-Koen opnieuw ontvangen in het Olympisch Stadion. Voor 30.000 toeschouwers werd zij daar samen met de andere Nederlandse medaillewinnaars gehuldigd. De Atletiekunie schonk haar een radio en de gemeente Amsterdam de later zo bekend geworden fiets.

Fanny Blankers-Koen tijdens haar huldiging in het Olympisch Stadion in Amsterdam, 13 augustus 1948
Fanny Blankers-Koen tijdens haar huldiging in het Olympisch Stadion in Amsterdam, 13 augustus 1948 (CC0 – Anefo – Daan Noske – wiki)
×