Dagelijks zijn er zorgen en discussies over de grootste (Amerikaanse) technologiebedrijven. Breed leeft de gedachte dat onder meer Alphabet (Google) en Apple ondernemingen zijn van een nog nooit vertoonde omvang. Dat laatste staat maar te bezien. In 2019 schreef prominent econoom Thomas Philippon zelfs: “Ze zijn inderdaad anders, maar niet op de manier zoals mensen denken: ze zijn… klein”. Onderstaand een inventarisatie op zoek naar het antwoord op de vraag: hoe zit het, in historisch perspectief, nu echt?
De grootste technologiebedrijven worden behalve als ‘Big Tech’ ook wel aangeduid als ‘tech giants’ (tech-reuzen) en ‘tech titans’ (tech-titanen). Hun ‘omvang en bijbehorende financiële slagkracht zijn niet zonder gevaar’, viel in 2024 te lezen in NRC Handelsblad. “Zij vergroten de politieke en maatschappelijke macht van een bedrijf, en dat in een tijdperk waarin de vraag gerechtvaardigd is of recente ontwikkelingen zoals AI (kunstmatige intelligentie, red.) of desinformatie niet meer toezicht en vangrails nodig hebben.” Dat commentaar plaatste de krant onder de kop ‘Gigantisme van techbedrijven is reden tot zorg’.

In Europa worden die bedrijven als groep wel aangeduid als de GAFAs, in de Verenigde Staten als de FAANGs. GAFAs staat voor: Google, Apple, Facebook en Amazon, FAANGs voor Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google. De Franse econoom Thomas Philippon (New York University) laat Netflix liever weg, omdat het volgens hem te klein is en vooral een contentproducent. Hij heeft het daarom in zijn boek The Great Reversal over GAFAMs: Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft.
Dat boek gaat vooral over de verzwakking van de vrije markt in belangrijke sectoren van de Amerikaanse economie, maar Philippon beziet ook Big Tech. Hij gaat in tegen de breed levende gedachte dat de grootste Amerikaanse techbedrijven van een uitzonderlijke omvang zijn. Aan de hand van cijfers die teruggaan tot begin jaren vijftig van de twintigste eeuw laat hij zien dat dat niet klopt. Ja, schrijft hij, de techkanjers zijn bijzonder vanwege hun rol in de samenleving, maar ongekend groot zijn ze niet: “ze zijn… klein”.
Big Tech, aldus Philippon, is economisch gezien kleiner dan de grootste Amerikaanse bedrijven sinds het midden van de vorige eeuw. Er komen namen voorbij als AT&T (telecommunicatie), General Motors (auto’s) en ExxonMobil (olie). Die hadden in hun tijd ook een naar verhouding grote beurswaarde, droegen (veel) meer bij aan de Amerikaanse werkgelegenheid en waren meer geïntegreerd in de Amerikaanse economie. Met dat laatste bedoelt hij dat bijvoorbeeld General Motors van andere Amerikaanse bedrijven heel veel producten kocht om zijn auto’s mee te maken, terwijl dat bij techbedrijven anders is.
Een jaar na publicatie van zijn boek kwamen Philippon en zijn New York University-collega Germán Gutiérrez met aanvullende gegevens. Een van hun vaststellingen:
In 1987 bedroeg AT&T’s omzet 1,05% van het Amerikaanse bruto binnenlands product en was (die omzet) bijna geheel binnenlands. In 2017 bedroeg Apple’s omzet 1,18% van het Amerikaanse bruto binnenlands product, maar meer dan de helft betrof verkoop in het buitenland. Apple’s binnenlandse omzet bedroeg 0,5% van het Amerikaanse bruto binnenlands product.
Dus Apple betekende voor de Amerikaanse economie in 2017 minder dan de helft van wat AT&T dertig jaar eerder betekende.

AI en explosieve beursgroei
Nog een conclusie van Gutiérrez/Philippon: de technologische ‘super-stars’ waren in de eerste twintig jaar van deze eeuw niet productiever dan de rest van de Amerikaanse economie. Ook waren ze niet productiever dan de Amerikaanse topbedrijven in het verleden. Sterker, hun bijdrage aan de nationale economie nam in de jaren voor 2020 juist iets af. Gutiérrez en Philippon pretenderen overigens niet dat ze precies weten hoe dat kwam. Hun suggesties: misschien was het lastiger goede ideeën te vinden, mogelijk was er minder competitie waardoor er minder werd geïnvesteerd en geïnnoveerd.
Sinds 2019/2020 is er echter wel iets veranderd. Zo viel op de NOS-website in oktober 2025 dit te lezen. “Met name chipmaker Nvidia profiteert van het AI-enthousiasme. In minder dan drie jaar is het aandeel maar liefst tien keer zoveel waard geworden. De marktwaarde van het bedrijf is gestegen van ruim 400 miljard dollar naar 4000 miljard. De vijf grootste Amerikaanse techbedrijven zijn inmiddels zelfs groter dan de economieën van Nederland, Duitsland, Frankrijk, het VK, Italië en Spanje bij elkaar.’’ En het Amerikaanse Global Finance Magazine noteerde in april 2026:
Apple begon het jaar achter Nvidia met een waardering van ongeveer $4 biljoen (4.000.000.000.000, red.), wat betekent dat het zijn financiële waarde in slechts zeven jaar heeft verviervoudigd.
De vraag is dus of de grootste Amerikaanse techbedrijven nog steeds niet groter zijn dan hun historische voorgangers. Anders gezegd, zou Philippon anno 2026 volhouden dat deze bedrijven ‘klein’ zijn, zoals hij in 2019 noteerde, of zou hij nu iets anders schrijven? Desgevraagd laat Philippon weten dat hij het nu inderdaad zou nuanceren. Hij wijst op drie dingen. Ten eerste dat de marktwaarde (beurswaarde) van Big Tech-ondernemingen is gegroeid en nu ‘groter dan ooit’ is. Ten tweede, en volgens hem het belangrijkste, dat deze ondernemingen goed zijn voor ‘grote CAPX’ (kapitaalinvesteringen, red.) en ‘dat is enigszins nieuw’. In de derde plaats merkt hij op dat de werkgelegenheid bij deze bedrijven ‘nog steeds niet erg groot is.’
Mede met behulp van diverse andere bronnen (stand begin mei 2026) valt dan wel een beeld van het geheel te construeren, beschouwd in het licht van de economische geschiedenis. Resultaten zijn te zien in bijgaande tabel. Daarin zijn voor de jaren vijftig van de twintigste eeuw en de jaren tien van deze eeuw enkele van de cijfers gebruikt die Philippon opvoert in zijn boek The Great Reversal en voor de jaren 2025/2026 gegevens uit diverse financiële bronnen (zie voor details het bronnenoverzicht onder deze bijdrage).
Grootste bedrijven VS naar beurswaarde
| Wanneer | Plaats | Bedrijf | Aandeel (%) beurswaarde VS | Aandeel (%) fte/volle banen VS |
|---|---|---|---|---|
| 1950-’60 | 1 | AT&T | 7,01 | 0,957 |
| 2 | General Motors | 6,71 | 0,891 | |
| 3 | ExxonMobil | 5,70 | 0,231 | |
| 4 | Dupont | 5,55 | 0,142 | |
| 5 | General Electric | 2,98 | 0,373 | |
| 2010-’20 | 1 | Apple | 2,54 | 0,061 |
| 2 | ExxonMobil | 1,91 | 0,052 | |
| 3 | Microsoft | 1,68 | 0,073 | |
| 4 | Alphabet (Google) | 1,56 | 0,036 | |
| 5 | Berkshire Hathaway | 1,45 | 0,216 | |
| 2025/’26 | 1 | Nvidia | 6,54 | 0,013 |
| 2 | Alphabet (Google) | 6,23 | 0,061 | |
| 3 | Apple | 5,51 | 0,055 | |
| 4 | Microsoft | 4,16 | 0,076 | |
| 5 | Amazon | 3,96 | 0,673 |
Huidige bedrijfsnamen (AT&T, ExxonMobil), niet van voorlopers.
Beursgiganten in historisch perspectief
De beurswaarde van de vijf nu grootste Amerikaanse ondernemingen (allemaal techbedrijven) is inderdaad zeer groot. Voor Nvidia betreft het 4,8 biljoen dollar (een biljoen is een 1 met twaalf nullen: 1.000.000.000.000), voor Alphabet (Google) 4,6 biljoen, voor Apple 4,1 biljoen, voor Microsoft 3,1 biljoen en voor Amazon 2,9 biljoen. Amerikaanse ondernemingen die in het verleden aan de top stonden, hebben tegenwoordig beduidend kleinere beurswaarden en dus bescheidener plaatsen op de ranglijst. Zo staat ExxonMobil met een beurswaarde van 637 miljard dollar nu op plaats 14, General Electric (beurswaarde 293 miljard) op 36 en AT&T (181 miljard) op 56.
Wordt echter gekeken naar het aandeel van de huidige toppers in de totale beurswaarde van Amerikaanse ondernemingen (begin mei 2026 bijna 73,8 biljoen dollar) dan begint het beeld te veranderen. De huidige nummers 1 en 2 blijven met hun aandelen van 6,54 procent (Nvidia) en 6,23 procent (Alphabet) van het beurstotaal wat achter bij hun voorgangers van zeventig jaar geleden, AT&T (7,01 procent) en General Motors (6,71 procent).
Werkgelegenheid en economische invloed
Nog verder kantelt het beeld bij de vraag welke bijdrage de grootste ondernemingen leveren aan de Amerikaanse werkgelegenheid. De huidige nummers 1 tot en met 4 doen dat maar zeer beperkt. Alleen nummer 5, Amazon, steekt er duidelijk bovenuit. Dat is behalve een techbedrijf dan ook een onderneming die concrete goederen aan klanten levert. Ter vergelijking: Nvidia heeft in de VS iets meer dan twintigduizend werknemers, Amazon ongeveer 1,1 miljoen. Andere vergelijking: in de jaren 2010 droeg de toenmalige nummer 1, Apple, 4,7 keer zoveel bij aan de Amerikaanse werkgelegenheid als Nvidia nu en in de jaren vijftig van de vorige eeuw was AT&T’s bijdrage daaraan 73,6 keer zo groot als die van Nvidia nu.

Interessant is dat ook de redactie van het Britse blad The Economist zich recent afvroeg hoe de techreuzen in historisch perspectief vallen te plaatsen. Daarbij concentreerde het blad zich op ondernemers: hoe doen de voornaamste AI-ondernemers van nu het in vergelijking met machtige ondernemers uit het verleden? De AI-toppers zijn volgens het blad ‘slechts het laatste voorbeeld van een gebruikelijk fenomeen in het westerse kapitalisme’, namelijk dat ‘kleine clusters mannen nieuwe technologieën voortdreven’. The Economist bekeek elf technologische vernieuwingsgolven in de VS in de afgelopen 150 jaar. Geïnventariseerd werden van de bedrijven van leidende ondernemers zaken als beurswaarde, omzet en werkgelegenheid in de topperiode van die bedrijven. Ook het persoonlijk vermogen van die ondernemers en hun macht binnen hun bedrijf of bedrijven werden meegewogen.

Op plek 4 staat de eerste Big Tech-ondernemer: Jeff Bezos, oprichter en topman van Amazon. Achtste is Elon Musk, vooral bekend door zijn autofirma Tesla, maar ook de man achter xAI en luchtvaart- en AI-bedrijf SpaceX. De elfde plek is toebedeeld aan Mark Zuckerberg (Meta: Facebook, Instagram, WhatsApp). Directer met AI verbonden ondernemers figureren pas in de onderste helft van de lijst: Dario Amodei (Anthropic, plaats 37), Sam Altman (Open AI, 40ste) en Demis Hassabis (Google DeepMind, 47ste).

In de top-10 van de Economist-lijst staan acht ondernemers die hun stempel op de Amerikaanse economie drukten in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw en slechts twee die Big Tech vertegenwoordigen. Wel tekent The Economist aan dat AI ‘nog in de kinderschoenen staat’ en dat verhoudingen dus nog kunnen veranderen als topondernemers in die sector eenmaal hun hoogtepunt bereiken.
Bovenstaande tabel laat een tot nu toe soortgelijk beeld zien. Wat betreft hun aandeel in de totale Amerikaanse beurswaarde naderen de grootste Big Tech-bedrijven de grootste ondernemingen van rond zeventig jaar geleden, maar niet meer dan dat. En wat betreft hun bijdrage aan de Amerikaanse economie, uitgedrukt in werkgelegenheid, blijft Big Tech anno 2025/2026 ver achter bij de voorgangers van zeventig jaar geleden.
Alles ter afronding heel kort samengevat: Big Tech speelt maatschappelijk een grote rol, maar het economische belang van deze bedrijven en ondernemers is in het licht van anderhalve eeuw Amerikaanse economische geschiedenis niet uitzonderlijk. De indruk onder het grote publiek dat dat wel zo zou zijn, houdt, afgezet tegen de historische feiten, geen stand.
– Thomas Philippon: The Great Reversal. How America Gave Up on Free Markets (Cambridge/London 2019).
– Germán Gutiérrez, Thomas Philippon: Some Facts about Dominant Firms. National Bureau of Economic Research, Working Paper 27985, Cambridge MA, October 2020.
– Aïda Brands: Is de euforie rond AI een bubbel die op knappen staat? NOS Nieuws, online 15 oktober 2025.
– Mail Thomas Philippon aan auteur, 12 mei 2026.
– Luca Ventura: The valuation of het largest companies in the world fluctuates day to day, even minute by minute, but true success is a marathon, not a sprint. Global Finance Magazine, online April 1, 2026.
– World Bank: Market capitalization of listed domestic companies (current US$) – United States. (https://data.worldbank.org/indicator/CM.MKT.LCAP.CD?locations=US)
– https://companiesmarketcap.com/usa/largest-companies-in-the-usa-by-market-cap/ (geraadpleegd 4 mei 2026).
– https://sqmagazine.co.uk/how-many-people-work-at-nvidia/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://electroiq.com/stats/how-many-people-work-at-nvidia/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://bullfincher.io/companies/nvidia-corporation/number-of-employees (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://blog.getaura.ai/nvidia-workforce (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://economicimpact.google/usimpact/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://sqmagazine.co.uk/how-many-people-work-at-apple/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://news.microsoft.com/facts-about-microsoft/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– https://redstagfulfillment.com/how-many-people-work-for-amazon/ (geraadpleegd 5 mei 2026).
– U.S. Bureau of Labor Statistics: Labor Force Statistics from the Current Population Survey, 1. Employment status of the civilian noninstitutional population. https://www.bls.gov/cps/cpsaat01.htm
– https://eqvista.com/fortune-500-companies-in-the-us/ (geraadpleegd 6 mei 2026).
– Could AI’s leading men become as powerful as Ford or Rockefeller? The Economist, April 18, 2026.
Vier eeuwen Nederlandse ondernemers
Paul von Hindenburg – Duitse rijkspresident
Vestigingskolonie – Betekenis en korte geschiedenis
John Maynard Keynes (1883-1946) – Een korte biografie