Bombardement van Rotterdam na 85 jaar nog altijd relevant
Rotterdam, de middag van 15 mei 1940. Puinhopen smeulen nog na, de stad is verwoest. Duitse bommen hebben het historische centrum de dag eerder getroffen, gevolgd door een uitslaande brand waartegen het oude brandweermaterieel niet op kon blussen. Wat resteerde was een dystopisch landschap, een veld aan puin waarin elk verband met het verleden van de stad was weggevaagd. Slechts de Laurenskerk bleef overeind om de aangeslagen bevolking te herinneren aan het middeleeuwse centrum dat zij tot voor kort had bewoond.
Onder deze bevolking ook Catharina Bernardina van Zwieten, voor haar omgeving Dina; een kleuterjuffrouw, nooit gehuwd, geboren in 1892 aan het Oostplein als zesde van elf kinderen. Zij besloot om een wandeling te maken door haar geboortestad, welke in die middag van 15 mei geen enkele gelijkenis meer toonde met de buurt waarin ze was opgegroeid, had gewerkt en relaties had opgebouwd. Dina nam een camera met zich mee, en bleek over een fotografisch talent te beschikken.

De verwoesting was willekeurig. Waar het ene gebouw overeind bleef, bestond het andere niet meer. Overduidelijke ravage, maar ook ogenschijnlijke voortgang van het dagelijkse leven. Drie mannen inspecteren een motorfiets terwijl het blok huizen aan de overkant is gedegradeerd tot een berg stenen; een mundaan tafereel dat zich afspeelt in een surrealistische omgeving. Het toont het aanpassingsvermogen van een bevolking onder hoge druk. De ravage kreeg de aandacht, maar ook de overblijfselen waren van groot belang. Op een kunstzinnige manier wordt de relativerende aard van de mens afgebeeld, waarin onvoorziene realiteit snel kan wennen. Dina vervolgt haar weg, door de binnenstad, richting de Maas.

In haar volgende foto op de Delftsevaart wordt er een gevoel van ontreddering en hopeloosheid opgeroepen. Dina legt een eenzame man vast, omringd door onheilspellende ruïnes van woonhuizen. Hij staart omhoog, naar de toren van de Laurenskerk, vragend om een goddelijke uitleg van de verdorven vlakte die voor hem ligt. Een krachtig beeld, versterkt door de menselijke drang om tot redenering te komen, ook al ligt die redenering bij het bovennatuurlijke. De immense wanhoop in de stad na het bombardement wordt kraakhelder, alsmede de individuele relatie met het hemelse in een helse situatie. Emotie vloeide voluit, en ieder ervoer dat op zijn eigen manier.

Richting het station stopt Dina bij een pand dat tot een etmaal eerder als horecagelegenheid had gefunctioneerd. Voor de ingang stond een groepje mannen verzameld; geen abnormaal aanzicht, ware het niet dat slechts de voorgevel nog overeind stond. Wat voorheen wellicht de stamkroeg was, is nu niets meer dan een symbool van de zwartste bladzijde van de stadsgeschiedenis. Een wil om samen te komen, maar de afwezigheid van een geschikte plaats om dat te doen. Het was een groot sociaal vraagstuk binnen Rotterdam; wat doet een stedeling zonder stad? En hoe leeft de sociale, stadse sfeer door zonder haar faciliteiten? Waar de gewone burger het oude Rotterdam terug wilde, was de industriële sector van de stad groot voorstander van een zogeheten functionele bouwstijl. Tussen die twee belangengroepen moest een compromis komen.

Dina loopt verder in het Laurenskwartier. Onder het toeziend oog van de Laurenskerk ruimen Rotterdammers de middeleeuwse brokstukken van hun stad op. Zonder verdriet geen doorzettingsvermogen, en de stad wil door. Het bombardement heeft meer dan 80.000 mensen dakloos gemaakt, een snelle heropbouw is dus cruciaal. Met een relikwie van voorheen als houvast, worden de stenen van het verleden hergebruikt als fundering van de toekomst.

Hoewel Dina het menselijke lijden centraal stelde, heeft ook de materiële wereld een plek in haar fotografie. De overblijfselen van Plan C dienen als apocalyptische fotolijst van het Witte Huis, wat als een eenzame reus te midden van een lege vlakte het bombardement heeft overleefd. Waar destructie is, valt ook schoonheid te vinden. En hoewel er geen persoon te zien is, geeft het beeld wel degelijk menselijke emotie af. Wanhoop én standvastigheid komen samen onder de sierbogen van Plan C.
In de laatste foto van haar collectie wordt het landschap van Rotterdam afgebeeld met een wegwijzer links in beeld. Ondanks de vernietigde Kruiskade blijven de stedelingen zich voegen naar de aanwijzingen van de stad. Vrijwel alle personen lopen dan ook richting de horizon; richting de toekomst. De stad zou terug komen, ze moest wel. De weg naar die terugkomst was overigens erg onzeker, wat de verwoesting langs de route symboliseert.

Dina’s foto’s tonen de ontreddering na het bombardement, maar ook de weerbaarheid van een bevolking in oorlogstijd. Deze weerbaarheid zou nog veel verder getest worden. De bommen vielen aan het begin van de oorlog; de bevolking leefde nog vijf jaar onder het juk van de bezetting. Opbouw moest gebeuren met de daders van de vernietiging in het oog. In de stad bleef de herdenking van de catastrofe in mei 1940 cruciaal, ook na de oorlog. Het beroemde kunstwerk van Zadkine, ter nagedachtenis aan het bombardement, kwam bekend te staan als Stad zonder Hart. Deze bijnaam is na het zien van deze fotocollectie niet meer van toepassing. Het hart van de stad was niet weggevaagd; de houding van de bevolking bleef ook na de oorlog het echte hart van de stad.
De foto’s van Dina zijn dan ook van groot belang in de herinnering van het bombardement. De verwoesting van een stad in oorlog en de veerkrachtigheid van haar bevolking zijn 85 jaar na dato namelijk nog even relevant als toen. In tijden van conflict dienen de verbindende en constructieve eigenschappen van de mens de boventoon te voeren.
Deze mensen maakten het bombardement op Rotterdam (1940) van dichtbij mee
Geallieerde bombardementen op Rotterdam (1940-1945)
Ligt er nog goud op de bodem van de Nieuwe Waterweg?