Gemeente mag deel doek ‘Tobias en Sara’ niet verkopen

De huwelijksnacht van Tobias en Sara – Jan Steen
De rechtbank in Den Haag heeft vrijdag besloten dat de gemeente Den Haag haar deel van het schilderij Het huwelijk van Tobias en Sara van Jan Steen niet verkopen.

Het schilderij van Jan Steen (ca. 1625–1679) bestaat uit twee delen. Het linkerdeel is eigendom van de erven van de Joodse kunstverzamelaar Jacques Goudstikker en het rechterdeel is van de Staat. Vermoedelijk werd het doek in de negentiende eeuw in twee delen gesneden.

De Haagse kunstverzamelaar Abraham Bredius wist het rechterdeel van het doek in 1907 in bezit te krijgen. De gemeente Den Haag verwierf dit deel De aartsengel Rafaël later uit zijn nalatenschap. In zijn testament had Bredius vastgelegd dat het doek altijd in Museum Bredius in Den Haag te zien moest zijn.

- advertentie -
Museum Bredius

Het andere deel, Het gebed van Tobias en Sara, was eigendom van de Joodse kunstverzamelaar Jacques Goudstikker. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor zijn familie het doek. In 1996 werden beide delen van het doek door restaurators van het Gemeentemuseum in Den Haag weer aan elkaar gezet. Sinds die tijd is het volledige werk te zien in Museum Bredius in Den Haag.

De gemeente Den Haag wilde het rechterdeel van het doek verkopen aan een erfgename van Goustikker, Marei von Saher. De rechtbank heeft daar echter een stokje voorgestoken. Het verzoek werd vrijdagmorgen door de rechtbank afgewezen vanwege de bepaling in het testament van Abraham Bredius. Deze in 1946 overleden verzamelaar had namelijk bepaald dat het rechterdeel van het doek doorlopend in Museum Bredius te zien moest zijn.

Momenteel zijn de gemeente Den Haag en de erfgename van Goudstikker gezamenlijk mede-eigenaar van het herenigde schilderij. Beide partijen willen het doek echter niet blijvend delen. De gemeente Den Haag zegt onvoldoende financiële middelen te hebben om het deel van de Goudstikker-erfgename, met een waarde van ruim 1,8 miljoen euro, te kopen. Oktober 2008 gaf de gemeente aan het rechterdeel van het doek voor 620.000 euro te willen verkopen aan Von Saher. Familie van Bredius en de Stichting tot bescherming en behoud van Nederlands Openbaar Kunstbezit verzetten zich hier tegen. De rechtbank in Den Haag heeft vandaag dus bepaald dat de gemeente haar deel niet mag verkopen aan de erven Goudstikker.

Vanwege de uitspraak van de rechter moet in ieder geval het deel De Aartsengel Rafaël in Museum Bredius blijven. Het doek opnieuw in twee delen splitsen vindt de rechtbank “geen redelijk alternatief”.

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier