In de nacht van 9 op 10 november 1938 trof een golf van terreur de Joden in Duitsland. Tijdens deze zogeheten Reichskristallnacht werden honderden synagogen in brand gestoken en duizenden Joodse winkels en bedrijven verwoest. Hoe berichtte de Nederlandse pers over deze dramatische gebeurtenis?
In de dagen voorafgaand aan de Kristallnacht werden al duizenden Joden in Duitsland en Oostenrijk opgejaagd, gearresteerd of uit hun huizen verdreven. Aanleiding was de moord op een Duitse diplomaat in Parijs door de jonge Jood Herschel Grynszpan. De nazileiding gebruikte deze gebeurtenis als rechtvaardiging om al bestaande anti-Joodse maatregelen verder op te voeren. In de nacht van 9 op 10 november kregen partijleden en aanhangers de ruimte om synagogen, winkels en huizen te vernielen, terwijl politie en brandweer bewust opdracht kregen niet in te grijpen. De Kristallnacht wordt vaak gezien als een duidelijke overgang: van systematische uitsluiting naar openlijke terreur tegen Joodse gemeenschappen in het hele Duitse Rijk.
Via het online krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, Delpher, is te achterhalen hoe Nederlandse kranten berichtten over de Kristallnacht. Hieronder een beknopt overzicht met berichten uit enkele Nederlandse kranten:

Algemeen Handelsblad
Het Algemeen Handelsblad opent op 11 november 1938 groot met een bericht over de Kristallnacht. De verslaggever was in Berlijn zelf getuige van de vernielingen die aangericht werden door grote groepen mannen, kort nadat op de radio een tegen de Joden gerichte haatrede van propagandaminister Joseph Goebbels is uitgezonden.
Het straatpubliek bleef toeschouwer, over het algemeen goedkeurend, hier en daar ook wel een afkeurend woord wagend, maar zonder aan de actie deel te nemen.

De algemene indruk van neutrale zijde kon niet anders zijn, dan de overtuiging, dat men niet heeft willen verhinderen, dat goed georganiseerde benden ongeveer 24 uur tijds kregen om het Joodsche zakenbezit radicaal te vernielen en een wederopbouw onmogelijk te maken.
Op de voorpagina wordt ook een verklaring van Goebbels afgedrukt. De minister, die zelf indirect de aanzet had gegeven tot de vernielingen, eist hierin “onmiddellijke staking der actie”.

De Banier
Het gereformeerde dagblad De Banier opent op 11 november 1938 eveneens met een bericht over de vernielingen. Duitsche Joden opgejaagd – Vreeselijke tooneelen van verwoesting en ellende, kopt de krant, die het in de inleiding heeft over een “ware orgie van Jodenhaat”.
Een winkelcentrum in Berlijn waar veel Joodse winkeliers gevestigd waren ziet er volgens de krant uit alsof er zich een luchtaanval of grote ontploffing heeft voorgedaan. En vrijwel alle synagogen zijn verwoest.
In een gesprek met een buitenlandschen journalist voorspelde een bruinhemd ergere dingen. Hij gaf toe dat de actie tegen de Joden voorbereid is, doch zeide: “De hoogeren weten het natuurlijk niet en wij dragen, zooals vanzelf spreekt, niet onze uniform wanneer wij het doen.

Na de vernielingen proberen duizenden Joden het land te verlaten. Vanuit Wenen bericht de krant:
Alle Joden die vanochtend voor het Britsche consulaat stonden te wachten op visa om te emigreeren, zijn gearresteerd. […] Aan de gearresteerde Joden zijn schoppen uitgereikt, waarna zij naar de verwoeste synagogen zijn gebracht, waar hen werd opgedragen de puinhoopen zelf op te ruimen.
En even verder meldt de verslaggever:
Alle mannelijke Joden beneden zestig jaar, die men ontmoet op straat, in trams en zelfs in woningen, die door de politie, welke door SS-lieden wordt bijgestaan, doorzocht worden, worden in arrest gesteld. Talloozen zijn gevlucht met achterlating van alles… Er zijn geen officieele getallen uitgegeven omtrent het aantal arrestaties, het wordt echter geraamd op minstens 10.000. Naar verluidt zullen de gearresteerde Joden worden overgebracht naar een nieuw Oostenrijks concentratiekamp in de steengroeven van Mauthausen.

De Telegraaf
De kop van De Telegraaf laat op 11 november 1938 aan duidelijkheid niets te wensen over: Afschuwelijke tooneelen te Berlijn – Het geweld blijft heerschen. De krant bericht onder meer dat Nederlandse ambtenaren tijdens de actie zijn bedreigd:
De Nederlandsche consul-generaal alhier en een der legatie-secretarissen, die manmoedig den Nederlandschen Joden te Berlijn te hulp waren gesneld en poogden hen te beschermen, werden door de aanranders dermate bedreigd, dat de politie tusschenbeide moest komen; zij kon hen beide op het laatste oogenblik in veiligheid brengen.

Met knuppels en ijzeren staven gewapend togen de raddraaiers niet alleen door de voorname winkelstraten, waar zich nog tal van Joodsche zaken bevonden, maar ook door de armste buurten en sloppen, waar kleine Joodsche winkeliertjes en handelaars onder de toch al zoo benarde omstandigheden met groote moeite een stuk brood verdienen. Niets werd ontzien. Vrouwen noch jongelieden noch grijsaards werden gespaard. Onbeteugeld waren de wraaklust en de vernielzucht van de demonstraten, die in groepen van straat tot straat en van wijk tot wijk trokken.
Hoewel de vernielingen dus zijn aangericht door groepen raddraaiers, is de krant duidelijk over wie verantwoordelijk is voor de aangerichte ellende.
Zwaar drukt de verantwoordelijkheid voor het gebeurde op diegenen, die de laatste dagen de campagne in de Duitse pers voerden en op hen die de politie bevel gaven, nergens in te grijpen. Niet scherp genoeg kan het officieele communiqué van het ‘Deutschen Nachrichtenbüro’ worden afgekeurd, waarin vanavond wordt verklaard, dat slechts de winkelruiten werden ingeslagen, dat geen inboedel werd vernield en dat geen Jood ook maar een haar is gekrenkt. Streng gelogenstraft wordt deze bewering door de feiten, waarvan tal van buitenlandsche diplomaten en journalisten heden op klaarlichte dag getuige waren.

De Volkskrant
Ook De Volkskrant bericht op 11 november 1938 uitvoerig over de gebeurtenissen en spreekt van “schandelijke Jodenvervolgingen”. De krant schetst vervolgens een beeld van brandschade, plunderingen en gewelddadige aanvallen op Joodse winkels en woningen in Berlijn en andere Duitse steden. Ook wordt melding gemaakt van een officieel verbod om foto’s te maken van de vernielingen en de arrestatie van enkele Britse verslaggevers die dit toch probeerden.

De gerechtvaardigde en begrijpelijke verontwaardiging van het Duitse volk over de laffe Joodse sluipmoord op een Duits diplomaat in Parijs heeft zich in de afgelopen nacht op grote schaal gelucht. In talrijke steden en dorpen zijn daden van vergelding tegen Joodse gebouwen en zaken verricht. Aan de gehele bevolking wordt thans bevolen met alle verdere demonstraties en acties tegen de Joden onmiddellijk op te houden. Het definitieve antwoord op de Joodse aanslag in Parijs zal de Joden gegeven worden langs de weg van wetgeving en verordening.
Het artikel besluit met een verwijzing naar een verklaring van het ministerie van Propaganda, waarin wordt erkend dat de politie tijdens de ongeregeldheden niet heeft ingegrepen. Ook wordt aangekondigd dat de hoogste regeringsleiders, onder wie Hitler, Göring, Hess en Von Ribbentrop, gezamenlijk overleg voeren om te bepalen welke verdere maatregelen tegen de Joden moeten worden genomen. Veel Joden zijn “voor hun eigen veiligheid” tijdens de rellen al in hechtenis gekomen. Hoeveel weet de krant niet te melden.
Jodenvervolging in Nederland tijdens de Duitse bezetting (1940-1945)
Ook ‘gewone’ Duitsers al snel dupe van nazi-bewind
Koningin Wilhelmina wilde geen Joods vluchtelingenkamp in haar achtertuin
Nederland in de Tweede Wereldoorlog – De bezetting
De Nazi Moordfabrieken: Chelmno, Belzec, Treblinka en Sobibor
De Jodenvervolging in foto’s – Nederland 1940-1945
De verzwegen geschiedenis van Rosa Glaser