In 1813 sloeg volkswoede om in een georganiseerde opstand tegen de Fransen

20 minuten leestijd
Verbranden der douanehuisjes bij de Nieuwebrug te Amsterdam, 15 november 1813 - Tekening van Gerrit Lamberts
Verbranden der douanehuisjes bij de Nieuwebrug te Amsterdam, 15 november 1813 - Tekening van Gerrit Lamberts (CC0 - Rijksmuseum)
Het Nederlandse volk kan flink te keer gaan. Recente voorbeelden zijn de rellen tegen de komst van asielzoekerscentra in Venlo en Terneuzen. Lokale bestuurders voelen zich bedreigd en geïntimideerd en luiden de noodklok.

Bijna 240 jaar geleden, in 1813, gebeurde iets vergelijkbaars in Amsterdam en Den Haag. Ook de bestuurders uit die tijd vreesden de ongecontroleerde woede van het volk. Maar datzelfde volk was nodig om de Fransen, die sinds 1795 Nederland onder controle hielden, het land uit te werken. Lukte het de bestuurders om de volkswoede te kanaliseren en te organiseren? Een aantal ooggetuigen vertelt het verhaal hoe in Nederland de weg naar de revolutie tegen de Franse overheersers werd ingeslagen. Die ooggetuigen zijn koopman Willem de Clercq, staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp, zijn trouwe adjudant Job Stuart May, de schilder Jan Willem Pieneman en de Scheveningse visser Jacob Pronk.

Ooggetuigen van de Nederlandse opstand tegen de Fransen

Koopman Willem de Clercq zit op 15 november 1813 rustig op zijn kantoor in Amsterdam te werken als hij plotseling een opgewonden rumoer hoort. Al het kantoorpersoneel snelt naar buiten, waar zij van omstanders te horen krijgen dat een honderdtal personen door de stad trekt. ‘Oranje boven’, ‘De prins moet koning in Holland zijn’ en ‘Prins Willem komt weer aan het roer, hoezee!’ klinkt het onophoudelijk uit hun schor geschreeuwde kelen.

De Clercq en zijn medewerkers gaan vlug naar huis; van werken komt toch niets meer. De hele hemel staat in brand. De grachtenpanden zijn hel verlicht. Het rode schijnsel komt van de douanehuisjes die door de oproerige menigte in brand zijn gestoken. Het zijn de gehate symbolen van de Franse onderdrukker die vanaf 1795 zware belastingen heft, de handel om zeep heeft geholpen en de Hollandse jongens dwingt tot krijgsdienst in den vreemde. De vernielzuchtige menigte danst rond de houten keten waaruit de vlammen hoog oplaaien. Maar ze houden wel een brandspuit achter de hand, want de huizen van de rechtgeaarde Amsterdammers mogen geen vlam vatten. Het ziet er strak georganiseerd uit. De revolutie mag niet ontaarden in wanorde en chaos zo lijkt het.

Gehate keizerlijke adelaar

Ook op het Oranjegezinde Kattenburg blijven de relschoppers terughoudend. “Het is ons waarachtig niet om plundering te doen”, verzekeren ze kapitein Falck van de Nationale Garde. “We willen alleen die grote vogel van boven de poort van de Landswerf halen”. De kapitein denkt kort na en neemt dan het zekere voor het onzekere. Hij laat zijn eigen gardisten de gehate keizerlijke adelaar omlaag halen, waarna de beleefde pseudo-revolutionairen er de brand in mogen steken.

Het opstandig volk trekt luid zingend verder door de stad. De Jodenbuurt ontkomt niet aan hun relschopperij. Ze forceren de strafgevangenis en halen er een Joodse gevangene uit. “Ze laten hem overal rondwandelen van hoofd tot voeten versierd met oranje”, noteert De Clercq. Maar de toegestroomde menigte is steeds moeilijker in de hand te houden. Er vinden vernielingen en gewelddadigheden plaats en een Franse douanier wordt door de razende meute doodgeslagen. Het Franse garnizoen verlaat haastig de stad, de Franse autoriteiten verbouwereerd achterlatend. In de loop van de nacht keert de rust weer. Het is een verschrikkelijke stortregen die om vier uur ’s morgens een einde aan het revolutionaire geweld maakt.

Gardisten schieten met scherp

In de ochtend van de 16e november zijn ook de hoge Franse functionarissen hals over kop gevlucht. Het volk verzamelt zich weer in de straten. De oproerkraaiers dwingen de vrijlating af van politieke gevangenen en vallen woningen van belastinginners en politiemensen binnen die hebben geheuld met de Fransen. Rond drie uur komt de woede tot een hoogtepunt. Op het Rokin en aan de Oude Turfmarkt plunderen zij pand na pand. Zij smijten huisraad, archieven en papieren uit de ramen. Bewoners en personeel worden met bruut geweld verjaagd. Tenslotte gaan de huizen in vlammen op, terwijl de onbesuisde menigte de brandweer op een afstand houdt. De Nationale Garde wil ingrijpen, maar moet aanvankelijk terugwijken. De gardisten schieten met scherp en er vallen enkele doden. Een heel andere situatie dan in het begin, toen alles strak geregisseerd was.

Om de rust terug te laten keren, organiseert Kapitein Falck van de Nationale Garde op het stadhuis een voorlopig bestuur van notabelen, waaronder onze chroniqueur Willem de Clercq. Een deputatie trekt ’s avonds onder escorte van de Nationale Garde doodsbenauwd met oranje strikken op de hoeden langs de plaatsen van plundering en geweld. Gelukkig komt de razende en tierende volksmassa tot bedaren. In de vroege ochtend van de 17e november is het weer enigszins rustig in de stad. De Amsterdamse Courant verschijnt nu in ieder geval ééntalig en zonder de keizerlijke emblemen.

Slag bij Leipzig - Vladimir Moshkov, 1815
Slag bij Leipzig – Vladimir Moshkov, 1815

Geruchtenmachine komt op stoom

De bevolking is het dus meer dan zat en is klaar om de Fransen met hun keizer Napoleon het land uit te gooien. De gebeurtenissen volgen elkaar dan in rap tempo op. Kort voor de opstand in Amsterdam en drie weken na de voor Napoleon zo rampzalig verlopen Slag bij Leipzig, overschrijden op 9 november 1813 ongeregelde Kozakkentroepen de grens van de Noordelijke Nederlanden. Ze zwerven al rovend en plunderend uit over Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland. Zij vorderen paarden, wagens, drank en voedsel van de in doodsangst verkerende bevolking. Als varkens storten zij zich op weerloze vrouwen. In Amsterdam sijpelen de geruchten binnen dat de kozakken nabij zijn. De geruchtenmachine komt steeds meer op stoom. Napoleon is door zijn vrouw Marie Louise gevangen gezet, hij is afgezet, krankzinnig verklaard en de Fransen zijn gereed om Holland meteen te ontruimen. Het volk durft nu in opstand tegen de Fransen te komen. Zij hebben dan ook veel te lijden onder de bezettende macht.

Wat was er aan de hand? De verhoging van de belastingen door de Franse bezetter maakte zelfs het simpele genoegen van een pijp tabak en een glaasje jenever voor velen onbetaalbaar. De handelsboycot tegen Engeland, het Continentale stelsel, had de handel lam gelegd en voor hoge werkeloosheid gezorgd. Ook traden de Fransen steeds bruter op en gedroegen zich als een ware bezettingsmacht. Onaangekondigde, willekeurige huiszoekingen, confiscaties en arrestaties waren aan de orde van de dag. Maar de belangrijkste grief van de geknechte bevolking was de botte dienstplicht om te dienen en te sneuvelen in Frankrijks veroveringsoorlogen. De elite in Holland kon makkelijker onder de dienstplicht uitkomen, maar zag de Fransen ook liever gaan dan blijven.

Er is één man die een leidende rol zal gaan vervullen. Centraal figuur in het treffen met de Fransen, het losweken van Nederland en het oprichten van een vrij land is Gijsbert Karel van Hogendorp. Van Hogendorp is een geduldig man. Thuis aan de Kneuterdijk in Den Haag wacht hij rustig af totdat Napoleon zich gaat verslikken in zijn onverzadigbare veroveringslust. Hoe meer landen hij verovert “des te nader ik zijnen val zag”, zegt hij vol overtuiging.

Nadruk op vrijheid en gelijkheid

Hij begint daarom maar alvast met het schrijven van een Grondwet. Hierbij laat hij zich leiden door de ervaringen die hij in zijn jeugd heeft opgedaan tijdens zijn Grand Tour. Amper eenentwintig jaar oud vertrekt de pas afgestudeerde rechtenstudent volgens traditie op studiereis naar het buitenland. Hij vertrekt in 1783 naar de Verenigde Staten met het schip met – gezien zijn latere rol in de Hollandse politiek – de wel zeer toepasselijke naam De Erfprins. Maar het schip komt terecht in een zware orkaan, raakt beschadigd en dobbert eindeloos rond in de rusteloze zee. Van Hogendorp overleeft de ramp ternauwernood en de schipbreuk vormt een keerpunt in zijn leven. Totaal berooid, maar met vaste grond onder de voeten raakt hij diep onder de indruk van de Amerikaanse samenleving met haar nadruk op vrijheid en gelijkheid. Ook onderzoekt de jonge Van Hogendorp hoe een democratische centrale staat het beste om kan gaan met regionale verschillen, indachtig zijn in zeven provincies verdeelde vaderland.

Gijsbert Karel van Hogendorp in 1780, tijdens zijn opleiding in Pruisen
Gijsbert Karel van Hogendorp in 1780, tijdens zijn opleiding in Pruisen
Op de terugweg doet hij Engeland aan. Daar bepaalt een fel debat in het Lagerhuis zijn beeld van hoe de politiek zou moeten werken. Zo hoort het in een democratische monarchie, stelt hij vast. Een koning moet door allerlei checks-and-balances in het gareel worden gehouden. In een Grondwet dient het allemaal te worden vastgelegd. Van Hogendorp streeft dus naar een constitutionele monarchie met een parlementair systeem. De toekomst zal hem leren of dit ook zal gaan gelden voor Holland en de omliggende provincies.

De rol van de koning is nu duidelijk voor Van Hogendorp, maar uit welk huis moet hij komen? Daar heeft Van Hogendorp ook geen enkele twijfel over; het moet het huis van Oranje zijn, in zijn ogen de enige geloofwaardige optie. Waar komt deze stellige zekerheid vandaan? Van zichzelf zegt hij het volgende:

Mijne geloofsbelijdenis in Kerk en Staat kan ik uitdrukken in drie woorden. Ik ben evangelisch, ik ben liberaal, ik ben Engelsch gezind.

Het Protestantse geloof en trouw aan Oranje zijn al eeuwenlang nauw met elkaar verbonden en Van Hogendorp hecht hier sterk aan. Als jonge man is hij bijzonder goed bevriend geraakt met Wilhelmina van Pruisen, de struise, Pruisische echtgenote van de slappe stadhouder Willem V. Zij heeft een grote invloed op de jongeling. Hij belooft haar dat hij nooit zal heulen met de aartsvijanden van de Oranjes, te weten de Franse en Hollandse atheïstische en revolutionaire patriotten die vanaf 1795 in zijn geliefde vaderland de dienst uitmaken. Niet voor niets vernoemt Van Hogendorp later zijn oudste dochter naar haar.

kozakken bij de Muiderpoort in Amsterdam
Kamp van de kozakken bij de Muiderpoort in Amsterdam, getekend door François Joseph Pfeiffer (CC0 – Rijksmuseum)

Russische kozakken en militaristische Pruisen

Nu de kozakken naderen en de Franse overheersers alle kanten op vluchten, is Van Hogendorp in november 1813 klaar om een revolutie te ontketenen. Hij wil koste wat kost voorkomen dat Holland door de overwinnende grootmachten als veroverd gebied wordt beschouwd, zodat zij kunnen doen wat ze willen, ook wat betreft de toekomstige staatsinrichting. Naast de Russische kozakken vreest hij ook de militaristische en gewelddadige buurman Pruisen. Maar er is nog meer haast geboden. Van Hogendorp weet namelijk dat de erfprins Willem Frederik van Oranje nauwe contacten heeft met de Britse minister van Buitenlandse Zaken Castlereagh en dat zij samen ook allerlei activiteiten ondernemen, waaronder het opzetten van een bevrijdingsleger. Voor Van Hogendorp duurt dit echter te lang. Er kan niet langer worden getalmd.

Op 14 november 1813 nodigt Van Hogendorp daarom de Oranjeman Job Stuart May uit bij hem thuis in Den Haag. May heeft Engelse roots en is een notoir hater van de Fransen. Zeekapitein May is zeer populair bij de Oranjegezinde scheepstimmerlieden in Amsterdam, de zogenaamde Bijltjes. Meer dan vijfentwintig jaar geleden hebben zij tijdens het Bijltjesoproer al laten zien met geweld de Oranjes te kunnen verdedigen tegen haar vijanden. De Bijltjes zijn dus uitermate geschikt om een oproer te starten, maar moeten wel strak in de hand worden gehouden. Naast kozakken en Pruisen vreest de Nederlandse elite namelijk niets meer dan opstandige en oproerige volksmassa’s. Van Hogendorp geeft op die zondag May de opdracht om in Amsterdam de revolutie te starten. “Brengt te Amsterdam de geest van vrijheid”, verordonneert hij. Het is een trap na voor Napoleon. De vallende keizer ziet Amsterdam, na Parijs en Rome, als zijn derde hoofdstad waarvoor hij grootste bouwplannen heeft ontwikkeld.

Brandend douanehuisje in Amsterdam op 15 november 1813
Brandend douanehuisje in Amsterdam op 15 november 1813 – Reinier Vinkeles (CC0 – Rijksmuseum)

May keert de volgende dag op maandag 15 november terug naar Amsterdam. Daar hoort hij van zijn vrouw dat de Fransen uit de stad wegtrekken. “Dan maken we hedenavond de revolutie” stelt de Oranje minnende zeekapitein. Hij trekt zijn uniformjas aan, kust zijn vrouw en snelt de deur uit, het gevaar tegemoet. Maar het gemene volk mag absoluut niet overmoedig worden. Als de douanehuisjes rond zes uur ’s avonds in de brand vliegen, staat de brandspuit daarom ook al klaar. Job May wil geschiedenis schrijven. In zijn Gedenkschriften stelt hij met betrekking tot 15 november 1813:

Het was des avonds Te 6 uren dat de eerste steen gelegd wierd tot het Koninkrijk der Nederlanden met het in brand steken van het douanehuisje (…) aan de Nieuwe Brug, staande.

“Nu hebben wij het in handen…”

Het Driemanschap van 1813: Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum op het monument op Plein 1813 te Den Haag
Het Driemanschap van 1813: Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum op het monument op Plein 1813 te Den Haag (CC BY-SA 3.0 – Känsterle – wiki)
De ontwikkelingen volgen elkaar wederom in snel tempo op. Naast Amsterdam gebeurt er parallel veel in Den Haag. Van Hogendorp vindt dat er nu snel doorgepakt moet worden. Hij zoekt steun bij twee andere zeer Oranjegezinde Haagse heren, Frans Adam van der Duyn Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Het Driemanschap van Haagse heren is een van de weinigen die de nek durft uit te steken. In zijn dagboek schrijft Van Hogendorp: “De 16den (november 1813) heb ik besloten met Maasdam en Stirum de zaak op mij te nemen”. Ook graaf van Limburg Stirum weet wat hem te doen staat. “Nu hebben wij het in handen, nu is het onze tijd”, stelt hij.

Hij pakt een oranje kokarde uit de hand van Mina, de oudste dochter van Van Hogendorp, kijkt voorzichtig naar buiten en stapt dan met dit sein op de hoed zijn huis aan de Lange Voorhout uit. Hij steekt nu letterlijk de nek uit om de gevoelens van het volk te polsen. De dappere graaf is daarbij bezield van een edele geestdrift, aldus Van Hogendorp. Met slaande trom en vliegend vaandel trekt Van Limburg Stirum Den Haag door onder het uitroepen van heilswensen voor de Prins van Oranje. Hij maakt veel indruk op het volk dat vooralsnog in gespannen afwachting verkeert. Zijn gok is gelukt. Van alle kanten komt nu de Oranjekleur voor de dag en Den Haag vlagt als bij een overwinning.

Terwijl in Amsterdam de douanehuisjes branden, is het befaamde huis van Van Hogendorp aan de Haagse Kneuterdijk het middelpunt van allerlei activiteiten. Veel vrienden stromen toe om te vergaderen. Van Hogendorp staat iedereen te woord om bij eenieder de goede gezindheid en de moed er in te houden. Een hoop volk komt onder de ramen voorbij, zingend ‘die Hogendorp is een meesterknaap’. De meesterknaap en zijn vrienden durven de oranje vlag te hijsen en vol bravoure proclameren ze ‘Oranje boven! Holland is vrij’ en ‘de regeering roept den Prins uit tot hooge Overheid’. ‘De oude tijden komen wederom’. Alle landgenoten worden ontslagen van hun eed van trouw aan de keizer der Fransen. De dictator heeft definitief afgedaan. Maar deze symbolische daad doet het gewone volk weinig. Het volgende vinden ze waarschijnlijk interessanter: ‘Het volk krijgt een vrolijken dag’, uiteraard ‘op gemeene kosten’.

Op 21 november 1813 aanvaardt het Driemanschap het voorlopig bestuur, het zogenaamde Hoog Bewind. Van Limburg Stirum geeft de aanzet. Hij vreest het opstandige volk en is bang dat er anarchie zal uitbreken. Van deze belangrijke gebeurtenis is een schilderij gemaakt door de in die tijd beroemde en geliefde schilder Jan Willem Pieneman. De huiselijke omgeving daar aan de Kneuterdijk in Den Haag correspondeert moeizaam met de verheven gebeurtenis. Van Hogendorp zit aan een tafel en heeft een warme kamerjas aan. Het lijkt zelfs alsof hij pantoffels aan heeft. Het een en ander valt goed te verklaren: Van Hogendorp heeft weer veel last van jicht in zijn voeten, ook bekend onder de medische term podagra. Zijn vrouw en zeven van zijn tien kinderen kijken op de achtergrond belangstellend toe. De allerkleinsten zijn vast al naar bed. De krappe ruimte wordt ook gevuld met een paar militairen en hoge officieren in vol ornaat. Zelfs een jachthond is van de partij, maar dit kan ook een artistieke interpretatie van de schilder zijn, honden staan in de schilderkunst immers symbool voor trouw en toewijding.

De aanvaarding van het Hoog Bewind door het Driemanschap in naam van de prins van Oranje, 21 november 1813, ten huize van Gijsbert Karel van Hogendorp, zittend rechts van de tafel.
De aanvaarding van het Hoog Bewind door het Driemanschap in naam van de prins van Oranje, 21 november 1813, ten huize van Gijsbert Karel van Hogendorp, zittend rechts van de tafel. (CC0 – Rijksmuseum)

“De buik opengescheurd…”

Op 23 november 1813 trekken reguliere Pruisische troepen Nederland binnen, maar de Fransen geven zich niet meteen gewonnen. Vanuit hun nieuwe toevluchtsoord Utrecht gaan de Fransen op strafexpeditie. De 24e bombarderen zij Dordrecht en plunderen en moorden zij in Woerden. Koopman Willem de Clercq spreekt een ooggetuige van deze zinloze plunder- en moordpartij. De ooggetuige vertelt dat een zekere Costerius aan de meedogenloze Fransen een aanzienlijke losprijs biedt voor zijn leven. Zij laten zich netjes uitbetalen, waarna ze hem alsnog over de kling jagen.

De jonge vrouw van een Woerdense schipper is de buik opengescheurd en de vrucht op straat geworpen. Twee gereformeerde leraars zijn gedood, waarvan één terwijl hij voor anderen om genade smeekte.

De Clercq beeft bij het verbeelden van al deze gruwelijkheden. “Deze gebeurtenis zal een eeuwigdurende vlek op de natie, en (op) de ellendige die dezelve beval, verspreiden”, is zijn vurige wens.

De proclamatie
De proclamatie – Nationaal Archief Den Haag, Fam. Van Hogendorp

Op dezelfde dag dat Woerden wordt geplunderd, gaat ook Amsterdam definitief om. De kozakken staan al voor de poorten. Koopman De Clercq is ook nu weer getuige. Hij wandelt naar de Dam. Overal zijn nieuwsgierigen en “alle ramen van alle huizen en uitstallingen, zelfs de daken (zijn) gepropt met mensen”. De klokken van het stadhuis beginnen te spelen en in de top ontvouwt een Statenvlag met oranje lint zich fier wapperend in de stralende zon. De deuren van de tweede verdieping gaan open en achttien heren vertonen zich. Plechtig lezen zij de proclamatie van het Haagse Driemanschap voor. Van alle kanten gaat een groot gejuich op. Alle hoeden wapperen in de lucht en het “Hoezee” en “Oranje boven” weergalmt over het plein. De Clercq kan zijn emoties niet bedwingen.

Ik kan niet ontkennen, dat het ophijsen van die zo geliefde vlag, die eens op het schip van De Ruyter waaide, mij verrukte toen ik haar weer voor het eerst op Amstels Capitool zag golven.

Het nieuws is ondertussen ook in Engeland doorgedrongen. Onderkoeld delen de Britten Willem Frederik mee: “complete revolt in Holland”.

De Ramp van Woerden - Tekening van J.W. Pieneman
De Ramp van Woerden – Tekening van J.W. Pieneman

De aarzelende erfprins

Van Hogendorp gaat naarstig op zoek naar Willem Frederik. Zit de toekomstige vorst in Engeland? Het is vreemd, maar niemand in Holland die het precies weet. Van Hogendorp stuurt May en andere getrouwen er op uit om de erfprins te zoeken. Het duurt niet lang of twee zeer Oranjegezinde officieren, Jacob Fagel en Willem Karel de Perponcher vinden hem op 21 november in Londen. Onze huisschilder Pieneman heeft er een tekening van (na)gemaakt. In een grote zaal met hoge draperieën rijkt Willem Frederik aarzelend zijn oude, getrouwe secretaris Fagel de hand. Willem Frederik veinst verbazing en neigt naar achteren. De twee boodschappers in hun lange jassen maken weidse, uitnodigende gebaren naar de aarzelende erfprins. Het tafereel wordt gadegeslagen door vier nieuwsgierige lakeien. Dit keer tekent Pieneman geen trouwe hond.

Gehoor de Heeren Jacob Fagel en Hendrik de Perponcher bij den Heere Prins van Oranje, te Londen
Gehoor de Heeren Jacob Fagel en Hendrik de Perponcher bij den Heere Prins van Oranje, te Londen op den 21sten van Slachtmaand 1813 – Rijksmuseum
De ontmoeting vindt plaats in de salon op de eerste verdieping van het Londense Portland House, de sombere, maar keurige residentie waar Willem Frederik sinds 1812 met zijn gezin in ballingschap verblijft. Op de zwart-wit tekening valt het niet te zien, maar de lakeien zijn, als subtiel statement, gestoken in oranje livreien. De prins draagt een eenvoudig uniform zonder veel opsmuk. Het is eveneens een subtiel statement, waarmee hij wil aangeven dat hij slechts een dienaar is die wacht op zijn volk. Fagel doet alle mogelijke moeite om de prins te overtuigen. “He talked as if he himself were to be sovereign”, stelt een Engelse getuige. De wat bescheidener Perponcher trekt Fagel, die net iets te veel overtuigingskracht ten toon spreidt, aan de mouw en roept hem tot de orde. Hij wendt zich tot de prins. “Majesteit, de kans is nu-of nooit”, stelt hij zonder al te veel omhaal van woorden.

Maar de prins blijft maar aarzelen en dat is niet voor niets. Deze keer wil hij nadrukkelijk zijn kansen niet verspelen, zoals in 1799 bij de mislukte invasie in Noord-Holland door een gecombineerde invasiemacht van Britten en Russen. Hij zette toen de Britten op het verkeerde been door te stellen dat het volk op de hand van de Oranjes was, wat niet het geval was. Daarom wil hij nu expliciet wachten op een formele volksoproep en niet louter ingaan op het initiatief van het Driemanschap.

Ook wil hij koste wat kost de goodwill en beschermende paraplu van de Britten en hun minister van Buitenlandse Zaken Castlereagh behouden. Hij is volledig van hen afhankelijk bij het verkrijgen van de macht. Sinds hij in 1812 in Engeland woont, is Willem Frederik een strijd aangegaan “in edelmoedigheid over wie de minste macht zal krijgen” aldus zijn zus Louise. Hij wil “niet boven de mensen verheven zijn” en wil met alle plezier stadhouder Willem VI worden. Ook vindt hij een Grondwet een goed idee, het is immers een contract tussen volk en vorst en een waarborg tegen machtsmisbruik. Maar, hoe lang zal hij deze houding volhouden?

Soeverein vorst

De officieren overhandigen Willem Frederik plechtig en onderdanig een brief van het Driemanschap met daarin de uitnodiging om als ‘Soeverein Vorst’ naar zijn vaderland terug te keren. Daar heeft Willem Frederik dan weer wel oren naar. Het past ook beter bij zijn karakter dan om een nederige dienaar van het volk te zijn. De alleenheerschappij komt met deze titel in zicht. De positie van een soeverein vorst is immers een tussenpositie op weg naar het volledige koningschap. Een soeverein vorst kan al naar believen wetten uitvaardigen, belastingen heffen, oorlogen voeren en rechtspreken. Hij hoeft aan niemand rekenschap af te leggen. Een koning draagt een hogere titel, maar die is alleen officieel als deze verbonden is aan een erkend koninkrijk, bij voorkeur met een eeuwenoude dynastie aan het hoofd. Voor de Oranjes wordt dit wat lastig, zij hebben immers altijd als stadhouder geheerst over een republiek.

Portret van Willem I  als soeverein vorst der Verenigde Nederlanden, 1813
Portret van Willem I als soeverein vorst der Verenigde Nederlanden, 1813 (Rijksmuseum)
Immer op zijn hoede om de machtige Britten niet voor het hoofd te stoten, checkt Willem Frederik eerst of hij wel naar Holland mag gaan. Hij gaat op bezoek bij prins-regent George, de vader van Charlotte en wellicht de toekomstige schoonvader van zijn zoon Willem. Willem en Charlotte maakten enkele dagen eerder, tijdens een gearrangeerde ontmoeting, voor het eerst kennis. Willem Frederik wil dit buitengewone contact ten volle benutten. De prins-regent maakt geen enkel bezwaar. Ook de Britse minister van Buitenlandse Zaken Castlereagh heeft er niets op tegen dat Willem Frederik naar Holland vertrekt. De Britten staan, als gevolg van de geslaagde revolutie van Van Hogendorp, voor een voldongen feit. Mogelijke twijfels over de Oranjes zijn nu niet meer van belang. Alternatieven zijn niet voorhanden.

Voorbestemd tot iets groots

Grif stellen de Britten oorlogsschepen en geld beschikbaar. Op 26 november vertrekt Willem Frederik op de ‘Warrior’ richting Scheveningen. Ook dit schip heeft een toepasselijke naam. Zou de Oranjeprins dan eindelijk als een krijger orde op zaken kunnen stellen en naar eigen inzichten kunnen regeren? Als soeverein vorst krijgt hij ongekende volmachten. Is hij nu eindelijk voorbestemd tot iets groots, zoals zijn moeder Wilhelmina van Pruisen altijd al had voorspeld?

Het weer is slecht. De onverschrokken prins doet er vier dagen over. De kleine vloot blijft lang voor Scheveningen liggen. Aan land komen is onmogelijk. Omdat nog veel havens in Franse handen zijn, willen de Britten niets aan het toeval over laten en sturen op 29 november zo’n 250 mariniers vooruit om de boel te verkennen en veilig te stellen. Een paar statige heren staan de volgende dag al sinds de vroege morgen met hun verrekijkers in de verte te turen. De horizon is maar moeilijk te onderscheiden. Maar het lange wachten wordt beloond als er rond half elf twee fregatten aan de horizon verschijnen. Beide schepen voeren een oranje wimpel en vuren in het zicht van de kust enkele salvo’s af. Soeverein vorst, prins Willem Frederik van Oranje-Nassau en zoon van de laatste stadhouder Willem V, gaat voet zetten op Hollandse bodem.

Ook de Scheveningse visser Jacob Pronk ziet het allemaal gebeuren en steekt de helpende hand toe. In 1795, op bijna dezelfde plek, was hij er ook bij. Toen vluchtte Willem Frederik met zijn vader stadhouder Willem V voor de patriottische Fransen naar Engeland. Levendig herinnert Pronk zich de achttien rijtuigladingen porselein, schilderijen, zilver, kunstvoorwerpen en kisten met goud die overgeladen moesten worden en absoluut mee moesten op de vlucht. Schippers op de terugweg zagen dat de Nederlandse vlag op zijn zijde wapperde. Het was nu de Franse revolutionaire tricolor die waait. Een lange periode van stagnatie breekt aan. Maar dit is gelukkig verleden tijd, net als die verdoemde invasie van 1799 toen het volk niet achter Oranje te krijgen was.

Aankomst van koning Willem I te Scheveningen, 30 november 1813 van Nicolaas Lodewijk Penning (1764 -1818). (Coll. Rijksmuseum, Amsterdam)
De landing van Willem Frederik geschilderd door Nicolaas Lodewijk Penning, naar Reinier Vinkeles en een tekening van Jan Willem Pieneman

Stijf van de zenuwen

Nu ziet het er allemaal heel anders uit. Willem Frederik moet op die historische november dag in 1813 nog wel enige moeite doen om op Hollandse bodem te geraken. Jacob Pronk helpt hem van de sloep in een boerenkar die vervolgens het strand op rijdt. Daar staat het vol met juichende toekomstige onderdanen. “Leve Oranje” klinkt het aan alle kanten. De prins moet eerst naar het meest representatieve huis van het vissersdorp, de pastorie van predikant Faassen. Zijn dochters en de plaatselijke notabelen met hun echtgenoten heten hem stijf van de zenuwen welkom. Ondertussen snelt Van Limburg Stirum naar Scheveningen om namens het Driemanschap de prins te begroeten.

Het is ondertussen vier uur in de middag geworden. De nu wel wat vermoeid en hongerig rakende prins rijdt eindelijk per koets naar het huis van Van Limburg Stirum aan het Lange Voorhout in Den Haag. Een joelende en juichende menigte blijft hem volgen. Eindelijk kan hij van een uitgebreide maaltijd genieten. Ook Jacob Pronk gaat naar huis. Zijn Oranjevlag met franjes waarmee hij de prins toewuifde in de sloep heeft hij altijd goed bewaard. De vlag ligt keurig opgevouwen in een mooi houten kistje en valt nog steeds te bewonderen in de Koninklijke Verzamelingen.

Gijsbert Karel van Hogendorp heeft weer erge last van zijn jicht en Willem Frederik talmt om naar zijn grote voorvechter en pleitbezorger te gaan. Ze liggen elkaar niet zo goed. De karakters botsen enorm, ook omdat ze zo veel op elkaar lijken. Amice Van Limburg Stirum vindt Van Hogendorp erg bekwaam met een grote kennis van staatszaken, maar ook iemand die behept is met een ‘heerszuchtige geest’ en een ‘regeerziek karakter’. Over Willem Frederik kunnen we precies hetzelfde zeggen. De twee zullen elkaar het leven keer op keer zuur blijven maken. Als de Prins van Oranje uiteindelijk toch naar de Kneuterdijk gaat, negeert hij de uitgestoken hand van Van Hogendorp en overhandigt hem meteen zijn eerste verordening (er zullen er nog 1 miljoen volgen). “Ik kom om te regeren door en met de wil des volks” klinkt het enigszins nors uit ’s prinsen mond. Iedereen zal weten wie er nu de baas is in Nederland.

Belgische Opstand - Tafereel van de Septemberdagen 1830
Belgische Opstand – Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel, Gustaaf Wappers, 1835

Opstandige Belgen

De grootmachten Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk en Pruisen construeren in 1814 en 1815 een splinternieuw koninkrijk voor Willem Frederik. Het gloednieuwe koninkrijk omvat nu ook België en soeverein vorst Willem Frederik mag zich koning Willem I noemen. Het nieuwe middelgrote land moet dienen als een bufferstaat tegen Frankrijk, zodat er nooit meer een veroveringsgezinde Napoleon kan opstaan. Maar koud vijftien jaar later, in 1830, komt het Belgische volk in opstand. Gaat het net zoals in Amsterdam in 1813? Is de revolutie strak georganiseerd en zijn er personen als Gijsbert Karel van Hogendorp en Job Stuart May aan te wijzen die het opstandige volk actief en gecontroleerd proberen te leiden naar een door hen aangewezen heerser?

De Belgische opstand begint in de schouwburg in Brussel. Het Franse operagezelschap jut het volk op met vaderlandslievende en opruiende aria’s. Zit hier aartsrivaal Frankrijk achter? De Nederlandse bestuurlijke elite gelooft van wel. Het een en ander pakt in ieder geval rampzalig uit voor koning Willem I. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Bronnen

1 – Cruyningens, A., van; Het Koninklijk Huis der Nederlanden, de geschiedenis van het Nederlandse vorstenhuis, Omniboek z.j. Boekbespreking in Historiek 17/4/2016 Het begin van het koninkrijk der Nederlanden
2 – Clercq, Willem, de; Naar zijn dagboek: november-december 1813, Haarlem/Allard Pierson 1869
3 – Horst, van der, D.; Van Republiek tot Koninkrijk, de vormende jaren van Anton Reinhard Falck 1777-1813, Amsterdam/Dieren 1985
4 – Huygens Instituut, November oproer in Nederland
5 – Historiek 25/2/2020-21, Redactie; Gijsbert Karel van Hogendorp. Grondlegger van Nederland
6 – Biografisch woordenboek van Nederland 1780 -183.., Gedenkschrift 1638
7 – Historiek 24/11/2025, Redactie; Terugtrekkende Franse troepen richtten in 1813 een bloedbad aan in Woerden
8 – Memoires en notities van Perponchers familie, in British Foreign Office Papers
9 – Archief van de familie Gijsbert Karel van Hogendorp (Collectie 2.21.006.49) Nationaal Archief, Den Haag
10 – Colenbrander, H.T.; De omwenteling van 1813;herinneringen en bescheiden. Deel 1: Inleiding, gebeurtenissen november en december. Den Haag/Nijhoff 1913
11 – Hogendorp, van, G.K.; Dagboek van Gijsbert Karel van Hogendorp 1813 – 1820, Den Haag/Nijhoff 1971
12 – Hoog, de, D.; 24 uur met Willem, tentoonstelling Nationaal Archief Den Haag, 2016
×