De man achter de meest gehate uitvinding van Nederland: de flitspaal

Van rallyheld tot verkeersboeman
4 minuten leestijd
Maus Gatsonides tijdens de Rally van Monte Carlo (Eric Koch/Anefo)
Maus Gatsonides tijdens de Rally van Monte Carlo (Eric Koch/Anefo)
In de podcast Alle Geschiedenis Ooit gaan Andrea Huntjens, Arco Gnocchi, Nynke de Jong en Thom Aalmoes iedere week op zoek naar bijzondere geschiedenisverhalen. In hun recent verschenen boek Alle Geschiedenis Ooit – Nederland gaat die zoektocht verder. De makers van de podcast nemen de lezer in korte, pakkende verhalen mee door de hoogtepunten uit de Nederlandse geschiedenis. Op Historiek plaatsen we een fragment uit het boek, over een uitvinding die veel mensen eerder zouden typeren als dieptepunt en die behoorlijk wat volkswoede opwekte: de flitspaal.

De meest gehate uitvinding van Nederland (1958)

Wat uitvindingen betreft mag je als Nederlander best wel eens opscheppen tegenover je internationale vrienden. De microscoop, de telescoop, de onderzeeër, de brandslang, het spel Stratego, de cd, wifi, we kunnen ze allemaal min of meer als Nederlandse uitvindingen claimen. Meestal wordt de gatsometer echter niet in het opscheprondje meegenomen. Want hoewel deze uitvinding weliswaar wereldwijd is overgenomen en talloze levens heeft gered, is het een intens gehaat voorwerp. In Nederland kennen we de gatsometer bovendien onder een andere naam, namelijk: de flitspaal!

Maus Gatsonides was in de jaren vijftig van de vorige eeuw een internationaal bekende coureur, zeg maar gerust de Max Verstappen van toen. Alleen reed Maus zijn rondjes niet op een circuit maar als rallyrijder over bergweggetjes en door bossen. Coureurs hielden hun snelheid en tijden altijd graag heel precies bij, en Maus was niet tevreden hoe de registratie hiervan verliep. Maar gelukkig was Maus naast een uitstekend autorijder ook nog een briljant uitvinder!

Gatsonides in actie op het circuit in Zandvoort (Van Oorschot /  Anefo)
Gatsonides in actie op het circuit in Zandvoort (Van Oorschot / Anefo)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er geen benzine voor auto’s beschikbaar, de Duitsers hadden alle voorraden namelijk geconfisqueerd. Maar Gatsonides had een manier bedacht waarop auto’s toch konden rijden: op gas aangemaakt uit houtskool. Achter auto’s en bussen werd een soort kachel-aanhangwagentje gehangen, waardoor er zonder benzine gereden kon worden. De auto’s die erop reden werden onder andere gebruikt om Joodse kinderen en andere onderduikers naar Friesland te smokkelen.

Na de oorlog ging Gatsonides prachtige raceauto’s bouwen, een heel dure droom. Hij joeg het familiekapitaal erdoorheen en ging aan zijn liefhebberij failliet. Als coureur werd hij vervolgens wel beroemd, vooral toen hij in 1953 de illustere Rally van Monte Carlo won, op speciale sneeuwbanden die hij zelf had uitgevonden. En toch zou hij vooral dankzij een andere uitvinding wereldwijd herinnerd en vervloekt worden!

Maus Gatsonides met zijn beruchte snelheidsmeter in 1990 (Fotopersbureau De Boer - Noord-Hollands Archief)
Maus Gatsonides met zijn beruchte snelheidsmeter in 1990 (Fotopersbureau De Boer – Noord-Hollands Archief)
Gatsonides wilde zijn snelheidsrecords accurater gaan registreren, beter dan een mens met een stopwatch ooit zou kunnen. Op zijn zolderkamer knutselde hij met onderdelen van een scheerapparaat en wat spullen van de rommelmarkt iets in elkaar. Op het circuit van Zandvoort legde hij twee rubberen slangetjes over de weg: als een auto over de eerste reed ging de teller lopen, als er over de tweede werd gereden stopte de klok en zo kon hij de tijd die daartussen was verstreken tot op een honderdste of zelfs duizendste van een seconde berekenen! Dit leverde veel preciezere tijdregistratie op dan een lokale waarnemer met een stopwatch. Het betekende een revolutie in de racewereld.

Ondertussen nam de verkeersdrukte in het naoorlogse Nederland ook steeds meer toe. Meer auto’s, meer snelheidsduivels, meer verkeersovertredingen. Maar je moest als politie en justitie wel kunnen bewijzen dat iemand te hard had gereden. En dus was de politie in Zandvoort dan ook bovengemiddeld geïnteresseerd in de uitvinding van Gatsonides. Zij kochten zijn systeem met de rubberen slangetjes en voegden er een fotocamera aan toe, zodat er bewijs geleverd kon worden van de overtreding. Gatsonides ging ondertussen door met de ontwikkeling van zijn nieuwe apparaat en in 1966 volgde de allereerste flitspaal, in Delft. Er volgden er vervolgens meer, veel meer en ook in andere landen werd de ‘gatsometer’ een succes. Hoewel het woord in Nederland aan de Dikke Van Dale werd toegevoegd, is ‘flitspaal’ toch de gangbare term geworden. In Groot-Brittannië daarentegen weet iedereen wat een ‘gatso(meter)’ is en is het zelfs een werkwoord geworden. Als je geflitst bent zeggen ze:

‘You’ve been gatsoed!’

Bericht in de telegraaf op 6 maart 1993. Bron: Delpher
Bericht in De Telegraaf van 6 maart 1993. Bron: Delpher

Dat de flitspaal geen populaire uitvinding bleek te zijn is een understatement. De ‘laffe’ manier van registreren zorgde al bij de invoering ervan voor volkswoede en burgerlijke ongehoorzaamheid. Eerst gingen automobilisten expres remmen en hard optrekken op de rubberen slangetjes, waardoor ze stuk gingen. Ook volgde er een opwelling van burgerlijke ongehoorzaamheid: met trekkers/tractoren werden de flitsapparaten met paal en al uit de grond getrokken. Mensen vielen de grijze gevaartes aan met slijptollen, verf en vuurwerkbommen. In het jaar 2000 kreeg Veronica-dj Jeroen van Inkel zelfs de overheid achter zich aan toen hij vrijdagavond uitriep tot ‘antiflitspaalavond’, en luisteraars opriep ‘genadeloos toe te slaan’. In 1993 kopte de Telegraaf ‘gatsonides nu ook in Londen gehaat’, toen zijn systemen in de Engelse hoofdstad waren geïntroduceerd. Toch werd ook gemeld dat er aanzienlijk minder ongelukken gebeurden sinds de gatsometers over het wegdek waakten.

Alle Geschiedenis Ooit – Nederland
 
Van een failliete uitvinder pielend op zijn zolderkamer transformeerde Gatsonides in een ondernemer met een internationaal miljoenenbedrijf dat apparatuur aan vijftig landen verkocht. De machines leveren de staatskas tegenwoordig bovendien aardig wat centen op. Sommige flitspalen zorgen per jaar voor meer dan dertigduizend bekeuringen. En daar zaten er door de jaren heen ook aardig wat tussen van Gatsonides zelf. Ook al was het zijn eigen uitvinding, hij was nu eenmaal een geboren snelheidsduivel. ‘Ach, ik houd van autorijden, en het gaat me nu eenmaal vlot af,’ zei hij erover in 1988. Hij kon de boetes dan ook prima betalen, want hij verdiende behoorlijk aan de door hem ontwikkelde flitspalen, roodlichtcamera’s en radarsystemen. Of zoals de biograaf van Gatsonides het verwoordde:

‘Nadat zijn leven eerst in het teken stond van de snelheid, gebruikte Maus later de snelheid om ervan te leven.’

Dus denk de volgende keer dat je geflitst wordt vooral even aan Maus Gatsonides, de man die zo verslaafd was aan snelheid dat hij er onbedoeld een heel duur medicijn voor uitvond.

×