VU brengt slavernijverleden Amsterdam in beeld

Dienke Hondius, docent geschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam, gaat samen met haar studenten en onderzoekers van het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam een overzicht maken van de slaveneigenaren die in Nederland woonden ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863.

Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door



- advertentie -
Planter op weg naar de kerk – Pierre Jacques Benoit – 1839

vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen volgens de onderzoekers een heel interessante groep. Zij brengen de slavernijgeschiedenis volgens hen terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius moet inzicht geven in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van kaarten, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelen.

Aankomende presenteren de studenten de eerste kaart en overhandigen deze enkele prominenten op het gebied van slavernijverleden, Amsterdamse historie en erfenis.

Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen de eigenaren van slaven in Suriname en de Antillen een financiële vergoeding. De slaven kregen niets; hun vrijheid liet nog tien jaar op zich wachten, waarin ze onder staatstoezicht moesten werken. De meeste eigenaren woonden in Paramaribo of de Antillen, sommigen woonden in Nederland en lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers: de meesten van hen hebben nooit een voet in Suriname of de Antillen gezet. Bij hen lag een belangrijk deel van het initiatief en de besluitvorming over investeringen: in plantages, scheepsbouw, verzekeringen en scheepsbevoorrading, beveiliging en geestelijke verzorging. Allerlei economische en andere sectoren in de stad zijn direct of indirect betrokken geweest bij deze geschiedenis.

Nieuw lopend onderzoek naar slaveneigenaren in Londen en op andere plekken in Groot-Brittannië vormt de directe inspiratie voor het Nederlands onderzoek waarvan de kaart het eerste resultaat is.

Voor Nederlandse families en firma’s werd het vanaf het begin van de negentiende eeuw duidelijk dat er aan de slavenhandel en slavernij eens een einde zou komen; de discussies in Frankrijk en Engeland bereikten ook Nederland. Er waren dan ook nogal wat handelaren en eigenaren die hun aandelen, belangen en slaven hadden verkocht of opgegeven in de periode voorafgaand aan het einde van de slavernij.

Ontwikkelingen in kaart

In de zeventiende en de achttiende eeuw zag de kaart van relevante locaties voor het Amsterdamse slavernijverleden er anders uit: veel drukker bezet vanwege de grotere economische activiteit en de grotere betrokkenheid van Amsterdamse families en firma’s. De onderzoekers willen deze ontwikkelingen in meerdere kaarten zichtbaar maken. Zij hopen dat de huidige gebruikers, eigenaars of passanten van deze adressen hieraan willen meewerken door hun kennis te delen over de vorige bewoners. Zo hoopt men een completer en complexer beeld te krijgen van het tot nu toe nog weinig zichtbare Amsterdamse slavernijverleden.


Slaveneigenaren in Amsterdam 1863 weergeven op een grotere kaart

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier