Wandelend Nederland begraaft oude strijdbijl

Op 1 januari 2015 ging de Koninklijke Wandelbond Nederland (KWBN) van start. Deze bond is het resultaat van de fusie tussen de twee grote wandelbonden die van oudsher vorm gaven aan de georganiseerde wandelsport in Nederland: de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (KNBLO-NL) en de Nederlandse Wandelsport Bond (NWB). Hoewel het fusieproces de afgelopen jaren vanaf een afstand bezien vrij geruisloos verliep, staat dit in schril contrast met de voorgeschiedenis, waarin beide bonden bij voortduring ruzie maakten over de vraag wie de echte wandelsportbond in Nederland was.


De KNBLO-NL kwam voort uit de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding (NBvLO), die op 3 april 1908 werd opgericht met als doel het bevorderen van lichaamsoefeningen en het houden van wedstrijden in lichaamsoefeningen. Hoewel de NBvLO zich aanvankelijk profileerde als algemene sportbond die uiteenlopende sportactiviteiten initieerde en organiseerde, stond hij wel aan de wieg van het oudste, grootste en bekendste wandelevenement van Nederland, de Vierdaagse van Nijmegen. Al in september 1909 vonden de eerste Vierdaagse Afstandsmarsen plaats. Deelnemers aan de marsen, die aanvankelijk vanuit verschillende plaatsen in Nederland werden georganiseerd, waren in de beginjaren vooral Nederlandse militairen. In 1925 zou de Vierdaagse definitief in Nijmegen neerstrijken.

Atletiek

De wortels van de Nederlandse Wandelsportbond lagen daarentegen in de atletiekwereld. In 1901 namen enkele atletiekverenigingen het initiatief voor de oprichting van de Nederlandsche Athletiek Unie. Deze verenigingen organiseerden in de beginjaren van de twintigste eeuw naast hardloopwedstrijden ook wandeltochten over kortere en langere afstanden. Echte wandelaars voelden zich echter op het tweede plan gezet door de hardlopers en namen daarom in 1928 het initiatief voor de oprichting voor de Nederlandsche Wandelsport Organisatie. Deze organisatie was echter geen lang leven beschoren, waarna aan het begin van de jaren dertig de onvrede binnen de Atletiekunie opnieuw manifest werd. In 1932 namen enkele wandelsportverenigingen het initiatief voor de vorming van een wandelsportafdeling van de Atletiekunie. Op 25 maart 1934 nam deze afdeling het besluit om zich los te maken en verder te gaan als zelfstandige wandelbond, de Nederlandsche Unie voor de Wandelsport (NUW).

Reglement voor de eerste Vierdaagse tochten, 1954
Reglement voor de eerste Vierdaagse tochten, 1954

Daarmee was de eenheid nog lang niet in zicht. Buiten de NUW bestond ook de door NSB-ers beheerste Nederlandsche Wandelorganisatie (NWO) en werden ook binnen de Koninklijke Nederlandsche Gymnastiekvereniging (KNGV) wandeltochten georganiseerd. Ook in katholiek en protestants-christelijk verband werd gewandeld. De NBvLO stond nog niet te boek als echte wandelsportbond, ook al organiseerde de bond het grootste Nederlandse wandelevenement. In een poging meer eenheid in de wandelwereld te brengen werd de NUW in 1937 gereorganiseerd. De regionale districten van de NUW werden zelfstandige bonden, terwijl de NUW werd omgedoopt tot de Nederlandsche Wandelsport Federatie (NWF). Ook de afdeling Wandelen van de KNGV sloot zich aan bij de nieuwe federatie. Hoewel er ook was gesproken met de NWO, bleef deze NSB-organisatie uiteindelijk buiten de nieuwe federatie.

- advertentie -

Gedwongen eenheid en verdeeldheid

De wortels voor de verziekte verhoudingen tussen de NWB en de NBvLO/KNBLO-NL in de naoorlogse jaren lagen in de gebeurtenissen tijdens de bezettingsjaren. De mobilisatie in 1939 maakte het moeilijk om voor 1940 in Nijmegen de Vierdaagse te organiseren. De NWF wilde de Vierdaagse wel overnemen en bood daarop aan om in Utrecht een wandelevenement op touw te zetten. NBvLO-voorzitter J.N. Breunese sloeg echter dit aanbod af en probeerde alsnog in 1940 in Nijmegen de Vierdaagse te organiseren. De Duitse inval doorkruiste echter dit plan. Als alternatief besloot de Stichts-Gooische Wandelsportbond (SGWB), een regionale bond aangesloten bij de NWF vierdaagses in de avonduren te organiseren onder het motto ‘Als we dan geen vier dagen kunnen wandelen, laten we het dan vier avonden doen’. Aldus werden in 1940 in zes plaatsen in de provincie Utrecht en het Gooi de eerste avondvierdaagses gehouden. In 1941 waren er al 21 avondvierdaagses. Omdat wandelmarsen en avondvierdaagses vaak uitmondden in demonstraties tegen de Duitsers en de NSB werden ze vanaf 1942 verboden. Hoe dan ook, de bezettingsjaren brachten een nieuw onderdeel van de wandelsport voort dat na 1945 een groot succes werd: de avondvierdaagse.

Gedurende het eerste bezettingsjaar werden op initiatief van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen pogingen ondernomen om per tak van sport te komen tot één bond. Dit leidde in augustus 1940 tot de vorming van één wandelsportbond, de Nederlandsche Wandelsportbond (NWB). Ook de NBvLO sloot zich hierbij aan. Breunese werd adviseur van de nieuwe wandelbond. Na de bevrijding werd de opgelegde eenheid weer verbroken. De NBvLO ging direct weer aan de slag om in 1946 in Nijmegen wederom de Vierdaagse te organiseren. Ook enkele andere bonden, zoals de Nederlands Christelijke Wandelsport Bond (NCWB), de Noord-Nederlandse Wandelsportbond (NNWB) en de Nieuwe Unie voor de Wandelport (NUW) de oostelijke afdeling van de NWB, besloten zelfstandig verder te gaan. De NBvLO ontwikkelde zich na de oorlog tot een echte wandelbond met regionale wandelkringen.

Cartoon over de Vierdaagse in de Telegraaf van 6 januari 1953
Cartoon over de Vierdaagse in de Telegraaf van 6 januari 1953

De NWB zag deze ontmanteling van het opgelegde monopolie met lede ogen aan. Voor de NBvLO gold dat de NWB slechts een functie had tijdens de oorlogsjaren en dat er slechts sprake was van een meningsverschil met de NWB. De NWB nam hiermee geen genoegen en stelde eind 1952 aan de NBvLO voor dat deze de NWB zou erkennen als de enig erkende wandelsportorganisatie in Nederland. In ruil voor deze erkenning zou de NBvLO enkel de Vierdaagse van Nijmegen blijven organiseren en zich niet inlaten bij de organisatie van de lokale avondvierdaagses. De ruzie liep zo hoog op dat de NWB in 1953 besloot voorbereidingen te treffen tot de organisatie van een eigen Vierdaagse in Apeldoorn. De NBvLO op zijn beurt richtte een eigen ‘Comité tot redding van de Vierdaagse’ op. De Nederlandse regering mengde zich in het conflict en besloot zich voortaan te onthouden van medewerking aan enig wandelsportevenement. Dit betekende tegelijk dat militairen en rijkspersoneel niet meer in groepsverband aan de Vierdaagse mochten deelnemen. Zo ver kwam het niet. Na bemiddeling van een arbitragecommisse van het Nederlands Olympisch Comité werd het regeringsbesluit weer ingetrokken. Tegelijkertijd nam de NBvLO het initiatief voor de oprichting van een federatie van wandelsportbonden, waarin de bond samenwerkte met de NCWB, NNWB en NUW. De NWB bleef buiten deze federatie en besloot in 1954 toch in Apeldoorn een eigen Vierdaagse te gaan organiseren. Tekenend voor de ruzie was dat de Vierdaagse van Apeldoorn en Nijmegen gedurende de eerste jaren op dezelfde dagen werden gehouden.

Pogingen tot samenwerking

In de loop van de jaren zestig werden de eerste pogingen tot samenwerking ondernomen. De in 1958 Koninklijk geworden NBvLO – voortaan afgekort als KNBLO – en de NWB vormden in 1963 onder auspiciën van de Nederlandse Sport Federatie een commissie die de onderlinge geschilpunten onder de loep zou nemen. De samenwerking leidde tot afspraken over de data van de Vierdaagses van Nijmegen en Apeldoorn, over de organisatie van de Avondvierdaagses (niet meer dan één Avondvierdaagse per gemeente) en de uitgave van een gezamenlijk Landelijk Wandelprogramma. Het overleg tussen de KNBLO en de NWB had nu plaats ‘in een sfeer van vriendschap (…) met het doel de eenheid in de wandelsport te bevorderen’.

Op 28 januari 1974 werd de nota ‘Eenheid in de wandelsport’ gepresenteerd. De bedoeling was dat er een nieuwe bond zou worden gevormd met als naam Koninklijke Nederlandse Bond voor de Wandelsport. Voor de kleinere bonden NCWB, NNWB en NUW was het plan echter niet acceptabel. Zij wensten vooralsnog niet verder te gaan dan een federatie, terwijl de rijksoverheid bleef aansturen op fusie. Rond 1980 werd de fusiegedachte verlaten. De NUW en NNWB intensiveerden hun onderlinge samenwerking, hetgeen in 1994 leidde tot de vorming van de Wandelsport Organisatie Nederland (Wandel NL).

Fusie

In 2000 werden op initiatief van het ministerie van VWS en het NOC-NSF opnieuw pogingen ondernomen om de gewenste fusie alsnog tot stand te brengen. De NWB wilde niet verder gaan dan een losse federatie en haakte snel af. Daarop fuseerde de KNBLO in 2004 met Wandel NL tot KNBLO-Wandelsport Organisatie Nederland, kortweg KNBLO-NL. Direct na deze fusie was het gedaan met de onderlinge samenwerking tussen de beide overgebleven bonden. Het resultaat van deze verwijdering was dat beide bonden het niet eens konden worden over de uitgave van een gezamenlijk wandelprogramma. Rond 2010 keerde binnen beide bonden het besef terug dat men elkaar nodig had om toekomstige ontwikkelingen binnen de wandelwereld aan te kunnen.

Wandelbonden NWB en KNBLO-NL fuseren per 1 januari 2015
Wandelbonden NWB en KNBLO-NL fuseren per 1 januari 2015

Belangrijk ijkpunt was het feit dat NOC-NSF dwingende richtlijnen oplegde voor een goed sportbestuur. Kernpunt van dit beleid was dat bestuursleden niet langer dan drie termijnen (12 jaar) een bestuursfunctie mochten vervullen. Het accepteren van deze richtlijnen betekende voor de NWB dat men noodgedwongen afscheid moest nemen van lang zittende bestuurders en er ruimte kwam voor een nieuw bestuur dat het verleden achter zich liet en oog had voor de behoeftes van de hedendaagse wandelaar. Onder het motto ‘De Pas erin’ gingen de KNBLO-NL en de NWB in 2012 gezamenlijk een proces in dat op 1 januari 2015 heeft geleid tot de oprichting van de Koninklijke Wandelbond Nederland (KWBN).

Is daarmee de eenheid een feit? Niet helemaal. In mei 2014 besloot de bij de NWB aangesloten de Stichts-Gooise Wandelsportbond (SGWB) uit het fusieproces te stappen. In zijn beleidsplan geeft deze kleine regionale bond te kennen binnen enkele jaren te willen uitgroeien tot een landelijke bond, die zelfstandig aansluiting zal zoeken bij NOC-NSF. We zullen moeten zien of deze kleine bond zal kunnen opboksen tegen de ambities van de nieuwe landelijke wandelbond.

~ Mari Smits, Huygens ING

Bronnen:
– Annemarie de Knecht-Van Eekelen, Willen is kunnen. Uit de geschiedenis van KNBLO-NL (Nijmegen 2008);
– Historisch krantenarchief via www.delpher.nl en www.depaserin.nl.

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier