Waarom miljoenen mensen nog altijd de Camino lopen

Op zoek naar jezelf en het opperwezen
5 minuten leestijd
De Camino de Santiago in 101 voorwerpen - detail van de boekcover
De Camino de Santiago in 101 voorwerpen - detail van de boekcover

De voettocht naar Santiago de Compostela in noordwest Spanje is populairder dan ooit en dat niet alleen, er komen de laatste jaren ook veel lokale en regionale pelgrimstochten bij. Er is vanaf de late jaren zestig een ‘markt’ ontstaan voor spirituele voet- of fietsreizen. De wandelaar treedt in de sporen van honderdduizenden voorgangers, bezoekt diens heilige plekken, draagt dezelfde insignes en jaagt een zelfde droom na.

Ook voor wie niet gelooft in paus, preek of pastoraat kan een beetje bezinning en bezieling geen kwaad. Wie weet leiden de blaren op de voeten, de kramp in de kuiten en de onderweg verloren kilo’s tot een zweem van zaligheid en zegt Petrus ooit, als hij de hemelpoort op een kier zet: ‘Oh, maar jij hebt de Camino gelopen, kom dan toch maar binnen’. En lang voor die onvermijdelijke dag kan je thuis scoren met je (lijdens)weg, je kilometers en verhalen, je geslaagde camino. Je stijgt zo maar een treetje op de sociale ladder.

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen
 
De Camino de Santiago in 101 voorwerpen – materiële sporen in heden en verleden is voor al die aspirant wandelaars, maar ook voor camino-veteranen, een hartstikke leuk boek. Het is divers, historisch en actueel. De 101 voorwerpen – denk aan kerken, glas-in-loodramen, de onmisbare waterfles en rugzak, het schoenenrek in de pelgrimsherberg of de routemarkering – staan telkens op de linker pagina, de tekst op de rechterpagina. Je ziet waar je over leest en je leest over wat je ziet.

De schrijvers hebben het behalve over de gewone onderwerpen ook over andere, werkelijk prangende kwesties die de gesprekken onderweg bepalen. Want wordt het tegenwoordig op de camino niet veel te druk? En zijn fietsers wel echte pelgrims? Elektrische fietsers in geen geval! Niets menselijks is de pelgrim vreemd. Er zijn soms ruzies in de slaapzalen tussen late slapers c.q. feestvierder en al slapende, vroege vertrekkers! Geen onderwerp onderweg is populairder, geen lijden groter, dan het gesnurk van de heren en dames wandelaars op de stapelbedden in de gedeelde slaapzalen!

Middeleeuwen

Voor de Historiek-lezer is de camino mogelijk vooral van historisch belang. Hoe lang bestaat de pelgrimage al wel niet? En hoe divers is dit wandelescapisme? Al in het eerste millennium na de dood van Jezus pelgrimeerden christenen naar het Heilige Land. Ondanks de felle concurrentie tussen islam en christendom ontstond een modus vivendi rond deze pelgrimage: de kalief van Bagdad Harun Al-Rashid erkende rond 800 Karel de Grote zelfs als ‘beschermer van Jeruzalem’.

Eeuwenlang reisden de pelgrims relatief veilig. Maar in de late elfde eeuw drongen Turkse stammen Anatolië binnen en was het gedaan met de vrije doortocht. Gruwelverhalen over mishandeling van pelgrims of hun verkoop in slavernij droegen bij aan het initiatief voor de eerste kruistocht.1 Paus Urbanus riep in 1095 op tot herovering van het heilige land en tot de eerste kruistocht. Dat was de opmaat, bleek achteraf, voor twee eeuwen oorlog om het bezit van Jeruzalem en omstreken. Deus vult, God wil het, zei de paus. Militante pelgrims, peregrini christi (pelgrims van Christus), konden bonuspunten voor de hemel verdienen als ze op kruistocht gingen naar Jeruzalem, naar het Moorse Spanje of – later – naar de heidense Baltische kusten.

Paus Urbanus II predikt de kruistocht
Paus Urbanus II predikt de kruistocht – Jean Fouquet

De bedevaart naar Santiago was overigens al vroeg populair, Jacobus was per slot niet de eerste de beste. Deze leerling van Jezus, om wiens verering het bij de bedevaart naar Santiago allemaal draaide, was een van de naaste volgelingen van Jezus. Met Petrus en Johannes behoorde hij tot een informele top drie onder de twaalf discipelen. Minder bekend is dat Jacobus tijdens de Reconquista, de militaire herovering van Spanje en Portugal op de Moren, lokaal ook wel vereerd werd als Morendoder. Ook Friezen, Hollanders en andere inwoners van de lage landen deden daar massaal aan mee. In 1217 bezochten Friese kruisvaarders eerst Santiago de Compostella om daarna het Moorse Cádiz genadeloos te plunderen.

Nu is er gelukkig van deze moordlust geen spoor meer te bekennen, maar in het boek wordt deze zwarte bladzij met zijn lange slagschaduw toch wel wat te gemakkelijk over het hoofd gezien.

‘Heilige knoken’

Terug naar Jacobus. Zijn verhaal is de geschiedenis van een nederlaag. Na de kruisiging van Jezus zou deze volgeling proberen in Spanje mensen te bekeren, maar dat mislukte. Terug in Jeruzalem werd hij martelaar, gedood om zijn geloof. Volgelingen brachten zijn lichaam terug naar Spanje en begroeven hem in Santiago. Er kwam een basiliek en mensen trokken naar zijn graf. Er ontstond een bedevaart, met vaste routes, bewegwijzering en herbergen, kortom een hele infrastructuur.

De schelp van Sint-Jakob
De schelp van Sint-Jakob, het symbool van de route, op een muur in León, Spanje (CC BY-SA 3.0 – wiki)
Natuurlijk sloeg je onderweg andere heiligdommen niet over. Je liep van heilig knooppunt naar knookpunt, want de verering van relikwieën (botjes of ‘knoken’ van heiligen) was enorm. Er ontstond een vorm van middeleeuws toerisme dat honderdduizenden trok. Voor de stadjes langs de route was de reizigersstroom een heilige melkkoe. De VVV was nog niet uitgevonden, maar kerken, abdijen en herbergen profiteerden enorm. De pelgrims moesten eten, drinken, slapen en kochten souvenirs. Ze sierden zich met Jakobsschelpen en pelgrimsstaf en waren na afloop apetrots op hun Compostela, hun bewijs van deelname aan deze wandelmarathon. Je werd er lid mee voor het leven van een broederschap van Compostella bezoekers.

Opbouw

Kortom, een lekker lees- en bladerboek. Na de inleiding komt de reis aan bod: de voorbereiding, het vertrek, de reis zelf en de aankomst, de terugreis en tenslotte de doorwerking en uitstraling. Die doorwerking is misschien nog wel het interessantst: wat betekent zo’n lange voetreis voor moderne mensen? Wat houden ze er aan over? Voor sommigen is de tocht een ‘keerpunt’, anderen verwerken een gebeurtenis, weer anderen pakken hun leven gewoon weer op, een ervaring rijker.

De Camino werd na de Reformatie eeuwenlang vrijwel vergeten maar kwam in de late jaren 1960 eerst aarzelend en daarna steeds reusachtiger weer tot leven. Het is een schitterend voorbeeld van een heruitgevonden traditie, een ‘reinvented tradition’.2 De middeleeuwers deden iets wat wij ook zinvol vinden: even uit je gewone leven treden en op stap gaan. Wel heel anders dan toen, want met mobiel, contact met achterblijvers en voorzien van 1001 moderne gemakken, ben je minder ‘weg’ dan in het verleden. Maar toch… er zijn ook moeilijke momenten met regen, onweer, snurkers en herrieschoppers, ongewenste avances, alleen zijn, geblesseerd of ongemotiveerd raken… Lijden met kleine l, tot je zelf komen, eenzaamheid, opstandigheid, herstel dat hoort ook allemaal bij zo’n lange tocht.

Herhaling

Pelgrim zonder god
 
Al met al is dit een heel mooi boek geworden, voor wie zich inleest of wil nagenieten, of voor wie her allemaal véél te ver vindt. Enig nadeel is dat er veel herhaling zit in de teksten, een strakke redactie is er niet geweest. Diepgang ontbreekt, maar is ook niet de intentie. De spreiding van onderwerpen is erg prettig. Voor een kritischer benadering moet je terug in de tijd, naar 1989 toen de atheïst Herman Vuijsje uit afkeer van al dat Roomse, vrome vertoon de reis andersom maakte, dus van Santiago naar Amsterdam. Zijn dwarse Pelgrim zonder God werd een zeer leesbare bestseller.

Intussen zijn de meeste pelgrims allang niet meer op zoek naar het opperwezen, maar vooral naar zichzelf. Ook Vuijsje is wellicht de opstandigheid voorbij en minder kind van de jaren zestig. Zijn aanbeveling op de achterflap is raak: het boek is een ‘kleurrijke staalkaart van wat duizend jaar Santiagopelgrimage aan tastbaars heeft voortgebracht’.

Noten

1 – Robert Payne, The crusades, Wordsworth, 1998
2 – Eric Hobsbawn in ‘The reinvention of tradition’ bedacht deze term in 1983.
×