Dromen in hout: het ontstaan en de toekomst van de Zaanse Schans

2 minuten leestijd
Zaanse Schans - Typisch Zaanse huizen
Zaanse Schans - Typisch Zaanse huizen (CC BY-SA 3.0 - Magalhães - wiki)

Met zijn houten huizen, draaiende molens en ambachtelijke werkplaatsen behoort de Zaanse Schans tot de bekendste toeristische trekpleisters van ons land. Het Zaans Museum opent begin juni een tentoonstelling over dit beroemde erfgoed, onder de titel Dromen in hout. Hierin wordt stilgestaan bij het ontstaan van het gebied en de uitdagingen van de moderne tijd.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog dreigden veel karakteristieke houten huizen en molens in de Zaanstreek door snelle industrialisatie en woningbouw te verdwijnen. Bezorgde liefhebbers van de Zaanse houtbouw verenigden zich daarom in 1946 in de stichting Zaans Schoon. Ze brachten waardevolle panden in kaart en begonnen bedreigde gebouwen zorgvuldig te demonteren en op te slaan. Al enkele jaren eerder, in 1938, was in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem een Zaans buurtje opgebouwd, met vier verplaatste woningen.

Geboorte van een toeristische attractie

Een belangrijke rol bij de redding van de authentieke historische houten bouwwerken speelde de Zaanse architect Jaap Schipper. In 1946 won hij de Prix de Rome voor de bouwkunst en besloot met het prijzengeld een plan uit te werken om verspreid liggende historische panden samen te brengen in één buurt. Dit plan vormde de basis voor wat later de Zaanse Schans zou worden. Anders dan bij een traditioneel openluchtmuseum was het nadrukkelijk de bedoeling dat de plek een levendige gemeenschap zou vormen, waar gewoond en gewerkt werd.

Frans Mars, Zicht op de Julianabrug, met op de achtergrond molen 'De Ooievaar' en de stijfselfabriek De Bijenkorf 1955
Frans Mars, Zicht op de Julianabrug, met op de achtergrond molen ‘De Ooievaar’ en de stijfselfabriek De Bijenkorf 1955, collectie Zaans Museum.

Al snel ontwikkelde de Zaanse Schans zich tot een toeristische trekpleister en groeide uit tot een symbool van het ‘echte Nederland’ dat ook door de overheid geregeld gebruikt werd als visitekaartje. Tegenwoordig zijn er winkels en restaurants en komen jaarlijks zo’n 2,8 miljoen toeristen van over de hele wereld het Zaanse buurtje met zijn molens en groene huizen bewonderen. Het Zaans Museum wijst erop dat de gevolgen van dit massatoerisme niet louter positief zijn:

Het succes kent ook een keerzijde. Door de grote aantallen bezoekers komen het erfgoed en de veiligheid onder druk te staan. In de Zaanstreek woedt inmiddels een discussie over vragen als: hoeveel bezoekers kan de Zaanse Schans aan? Wie moet er opdraaien voor de kosten? En is de Zaanse Schans nog wel van de Zaankanters?

De Harenmakerij op weg naar de Zaanse Schans over de Julianabrug
De Harenmakerij op weg naar de Zaanse Schans over de Julianabrug, 10 januari 1962, collectie stichting Zaanse Schans.

De tentoonstelling besteedt aandacht aan de ontstaansgeschiedenis en laat zien hoe in de jaren vijftig en zestig complete panden over de weg of via het water werden verplaatst. Veel Zaankanters waren getuige van deze grootschalige verplaatsingen. Daarnaast staat het museum stil bij de typerende Zaanse houtbouw, bijvoorbeeld aan de hand van historische voorwerpen zoals gevelelementen.

Dromen in hout. Het verhaal van de Zaanse Schans loopt van 6 juni 2026 tot en met 6 september 2027.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×