De grootste koloniale nederlaag in de geschiedenis van de Republiek

De Nederlands-Portugese oorlog om Brazilië
16 minuten leestijd
Eerste Slag bij Guararapes - detail
Eerste Slag bij Guararapes - detail

De Nederlandse Republiek vocht vele oorlogen uit, zoals tegen Engeland, Frankrijk en natuurlijk Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Minder bekend is de langdurige handelsoorlog tegen Portugal, het kleinere broertje van Spanje. Hoofdprijs in dit slepende conflict was de rijke suikerkolonie Brazilië.

In de strijd tegen het Spaanse Rijk was 1640 een sleuteljaar. Het was een gamechanger in de economische ‘wereldoorlog’ op drie continenten om het handelsmonopolie. Op 1 december kwam de onvrede over de torenhoge belastingen, die Madrid de Portugezen al jarenlang oplegde, tot uitbarsting in een opstand. Portugal besloot de door Spanje afgedwongen personele unie van 1580 ongedaan te maken. Bijna alle Portugese koloniën, inclusief Brazilië, schaarden zich achter de tot koning João IV uitgeroepen hertog van Bragança.

João (Johan) IV van Portugal
João (Johan) IV van Portugal
Het nieuws over deze ernstige verzwakking van de aartsvijand werd in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met grote vreugde ontvangen. De Nederlanders waren al in de winning mood na twee grote overwinningen die de Iberische macht op zee bijna hadden gebroken. In 1639 versloeg zeeheld Tromp een grote Spaanse armada in Het Kanaal bij Duins en begin 1640 verging het een andere armada bij Itamaracá voor de Braziliaanse kust niet veel beter.

Godsgeschenk

Op dat moment vochten de Nederlanders in Brazilië al tien jaar om het bezit van de aantrekkelijke suikerkolonie. In 1640 was de strijd geëscaleerd in een vergeldingsoorlog, waarbij tijdens een strafexpeditie zevenentwintig Portugese suikerfabrieken in de as werden gelegd. De rooms-katholieke pater Antonio Vieira vroeg in een bittere preek aan God waarom hij de protestantse Hollanders toch de hand boven het hoofd hield.

Heeft dit verdorven en afvallige volk U dan zodanige diensten bewezen dat U ons als voorlopers moest zenden om het land te ontginnen en steden voor hun te bouwen om, nadat wij dit alles hadden bebouwd en verrijkt, aan hen over te dragen?

Op hun beurt zagen de bestuurders in de Republiek de ontwikkelingen in Portugal juist als een godsgeschenk. De vraag was nu hoe er letterlijk en figuurlijk het beste munt kon worden geslagen uit de nieuwe situatie. Een onafhankelijk Portugal was een welkome bondgenoot in de strijd tegen Spanje maar zonder steun van Madrid ook een kwetsbare prooi. Met een bevolking half zo groot als de Republiek moest het zijn grote koloniale rijk zien te verdedigen. Koning João probeerde dan ook jarenlang een rechtstreekse confrontatie met de Republiek te vermijden. Tekenend voor de gewijzigde krachtsverhoudingen en het Hollandse superioriteitsgevoel was de botte weigering te onderhandelen over teruggave van de sinds 1630 veroverde gebieden in Brazilië.

Valse start van het Groot Desseyn: 1624-1625

De rijke suikerkolonie Brazilië kwam direct na het einde van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) in het vizier. De hervatting van de strijd tegen Spanje gaf de Nederlandse overzeese expansie een nieuwe impuls en maakte de weg vrij voor de oprichting van een Atlantische variant van de in Azië zo succesvolle VOC. De West-Indische Compagnie (WIC) had als doel om een sterke Hollandse handelspositie in de Atlantische Oceaan, Afrika en Amerika (West-Indië) te vestigen ten koste van de Spaans-Portugese hegemonie in dit gebied. Voor de Heren Negentien, het hoogste bestuurscollege van de WIC, vormden handel en oorlog twee kanten van dezelfde medaille.

West-Indisch Huis WIC Amsterdam
Het West-Indisch Huis, het voormalige hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie (WIC) in Amsterdam (CC BY-SA 3.0 – S Sepp – wiki)

Het belangrijkste doelwit in het ‘Groot Desseyn’, het plan de campagne van de WIC, was Brazilië. Met driehonderdvijftig suikerfabrieken was de kolonie de grootste suikerproducent ter wereld en de motor van de Portugese economie.

In 1624 openden de Nederlanders het offensief en slaagden erin de hoofdstad van Portugees-Brazilië, São Salvador da Bahia (kortweg, Bahia), in te nemen. Al snel herpakten de Portugezen zich en begonnen met behulp van bevriende inheemse stammen een effectieve guerrilla. Bovendien mobiliseerde Spanje als reactie op het schokkende nieuws een enorme armada van ruim zestig schepen voor de herovering van Bahia. Binnen een jaar moest de Nederlandse driekleur alweer worden gestreken – de Nederlandse hulpvloot die onderweg was kwam te laat.

Andere grote tegenvallers waren mislukte aanvallen op strategische Portugese bolwerken aan de Afrikaanse westkust, die de aanvoer van slaven naar de Braziliaanse suikerplantages hadden moeten blokkeren.

De miskleunen van de WIC waren grotendeels te wijten aan een arrogante onderschatting van de tegenstander en een versnippering van de eigen krachten. Van het Groot Desseyn was nog weinig terechtgekomen: de Heren XIX konden terug naar de tekentafel.

De volgende jaren probeerde de WIC met intensieve kaapvaart de verloren investeringen terug te winnen. In 1628 maakte Piet Hein zich onsterfelijk met de verovering van de zilvervloot bij Cuba. Zonder dit zilver stokte niet alleen de uitbetaling van de soldij maar de gehele Iberische economie. Terwijl het verlies van de zilvervloot de Spaanse oorlogsmachine lamlegde, gaf het de Nederlanders juist financiële armslag om succesvol in het offensief te gaan. De verovering van het strategisch gelegen Den Bosch in 1629 markeerde de ommekeer in de Tachtigjarige Oorlog.

Gezicht op Olinda in Brazilië, 1662 - Frans Post (Rijksmuseum Amsterdam)
Gezicht op Olinda in Brazilië, 1662 – Frans Post (Rijksmuseum Amsterdam)

Aanval op Pernambuco

Aangemoedigd door deze successen besloot de WIC om Brazilië alsnog in te nemen, via een zwakker maar niet minder aantrekkelijk doelwit: Pernambuco. Deze noordoostelijk gelegen provincie, met als hoofdstad Olinda, was destijds het rijkste suiker producerende gebied ter wereld. Het verhaal ging dat de planters aten met gouden bestek terwijl hun vrouwen omhangen waren met de kostbaarste juwelen en sieraden. Een pater waarschuwde eind 1629 in een vlammende preek voor de gevolgen van dit decadente en hoogmoedige gedrag.

Het verschil tussen Olinda en Olanda is niet meer dan de i en de a. Deze stad Olinda zal Olanda worden, en er zullen niet veel dagen voorbijgaan voor hij door de Hollanders in brand zal worden gestoken, want waar aardse gerechtigheid tekort schiet, zal hemelse gerechtigheid ingrijpen.

Enkele dagen later verscheen een enorme Hollandse vloot van zevenenzestig schepen voor de kust. Na een korte strijd viel begin 1630 niet alleen Olinda maar ook de vitale haven van Recife in Nederlandse handen.

Het beleg van Recife in 1630 - Nicolaes Visscher
Het beleg van Recife in 1630 – Nicolaes Visscher

De Portugezen lieten het er niet bij zitten en voorkwamen met een uitputtende guerrillacampagne een Nederlandse uitbraak naar het binnenland. Al snel hadden de strijdende partijen te maken met een nijpend gebrek aan voorraden. Terwijl de Portugezen moesten overleven op slechts één enkele maïskolf per dag, heerste onder de Nederlandse soldaten dysenterie. De Nederlandse troepen hadden veel meer last van de genadeloze tropische omstandigheden dan hun meestal in Brazilië geboren tegenstanders van Portugese, Afrikaanse, indiaanse en gemengde afkomst. In november 1631 werd Olinda opgegeven en voltrok zich het eerder voorspelde onheil: de stad werd in brand gestoken en verwoest. Alle Nederlandse troepen trokken zich terug op het beter verdedigbare Recife.

De volgende jaren verbeterde de situatie zich maar moeizaam omdat het de WIC niet lukte om de guerilla-oorlog onder controle te krijgen. Intussen hadden de wederzijdse vergeldingsacties op plantages en suikermolens een verwoestend effect op de suikerindustrie.

In 1636 kon zelfs de succesvolle kaapvaart de geldverslindende oorlog in Brazilië niet meer compenseren. Hoewel er in de periode 1623-1636 liefst 607 schepen waren veroverd, met een buit van 81 miljoen, stond de WIC voor 18 miljoen in het rood. Om het tij te keren zochten de Heren XIX een nieuwe gouverneur die orde op zaken moest stellen in Nieuw-Holland. De keuze viel op de veelbelovende tweeëndertigjarige militair Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen.

De opmars van Johan Maurits: 1637-1638

Direct na zijn aankomst in Recife, januari 1637, reorganiseerde Johan Maurits de beschikbare strijdmacht van zesduizend manschappen en ging in het offensief. De verovering van het strategisch gelegen fort bij Porto Calvo maakte de weg vrij voor een verdere opmars naar het zuiden. Eind 1637 was de helft van Portugees-Brazilië onder Nederlands gezag gebracht. Vervolgens heropende Johan Maurits ook de aanval op de West-Afrikaanse kust. Het eerste doelwit, de rijke handelspost Elmina gaf zich na een bombardement over op 28 augustus 1637.

Johan-Maurits, bijgenaamd 'de Braziliaan' - Het portret van Jan de Baen
Johan-Maurits, bijgenaamd ‘de Braziliaan’ – Portret door Jan de Baen
Gesterkt door zijn overwinningen, besloot Johan Maurits begin 1638 om met een overmoedige aanval op Salvador da Bahia een beslissing te forceren. Al snel moest hij vaststellen dat Bahia…

…geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken.

Na een wanhopige en bloedige bestorming zeilde Maurits met zijn uitgedunde troepen terug naar Recife. Achttien maanden na zijn aankomst was de Nederlandse opmars tot staan gebracht.

Wapenstilstand met Portugal

Lissabon hoopte in 1640 tijdens de onderhandelingen met de Republiek nog vurig op teruggave van Pernambuco, maar daar was voor de WIC absoluut geen sprake van. De vredesbesprekingen dienden alleen het economische doel om…

…een einde te maken aan het platbranden van suikerfabrieken en suikerrietvelden, want dit is de enige reden waarom wij dit verdrag willen aangaan.

Het in 1641 getekende verdrag met Portugal was uiteindelijk niet veel meer dan een wankele wapenstilstand van tien jaar. De overbruggingsperiode tot de ratificatie in 1642 werd door de Oost- en West-Indische Compagnie nog schaamteloos benut om nog zoveel mogelijk terreinwinst te boeken. Zo ontstond de bizarre situatie dat de Nederlanders binnen Europa de Portugezen broederlijk steunden, maar daarbuiten onverminderd hun kolonies op de korrel namen.

Terwijl Johan Maurits alle prominente Portugezen uitnodigde op allerlei festas ter ere van de troonsbestijging van koning João, was hij in het geheim bezig met de voorbereiding van een expeditie naar Angola, destijds een belangrijk Portugese kolonie en het belangrijkste knooppunt van de slavenhandel naar Brazilië. Wie de aanvoer van slaven beheerste, bepaalde in feite ook het lot van de suikerproductie. Toen Portugese afgezanten zich afvroegen waarom er een grote vloot van eenentwintig schepen in de haven van Recife gereed lag, hield Maurits hen doodleuk voor dat ze op Spaanse schepen gingen jagen in het Caribisch gebied.

Loanda (Luanda) in de zeventiende eeuw - Johannes Vingboons
Loanda (Luanda) in de zeventiende eeuw – Johannes Vingboons

Nog in 1641 zette deze vloot koers naar Angola en veroverde bij aankomst Loanda (Luanda), het belangrijkste Portugese knooppunt in de slavenhandel naar Brazilië. Hierdoor waren de plantages in Nieuw-Holland verzekerd van voldoende aanvoer van slaven terwijl de toevoer naar de Portugese gebieden juist werd afgesneden.

In 1642 bereikte het koloniale rijk van de WIC zijn grootste omvang: de kustlijn van Nieuw-Holland strekte zich uit over een afstand van ruim tweeduizend kilometer. Hoewel er tegen de opportunistische Hollandse politiek in juridische zin weinig was in te brengen, verbeten de Portugezen hun woede over het in hun ogen verraderlijke gedrag van de Nederlanders. Toen Lissabon in 1643 nog eens om de teruggave van onder meer Luanda verzocht, kwam het arrogante antwoord van de Heren XIX erop neer, dat als ze niet snel inbonden de WIC nog meer Portugese gebieden zou innemen.

Voor waarnemers leek het slechts een kwestie van tijd voordat de Nederlandse vlag in heel Brazilië zou wapperen. Voor het eerst sinds 1630 was er geen oorlogstoestand in het gebied. Tijdens deze periode, die slechts drie jaar zou duren (1642-1645), kwam de kolonie Nieuw-Holland onder de energieke leiding van Johan Maurits eindelijk tot bloei.

Mauritsstad en Recife (Johannes Vingboons)
Mauritsstad en Recife – Johannes Vingboons

Maurits was niet alleen een bekwaam militair maar ook een tactvol bestuurder die begreep dat zonder medewerking van de ‘moradores’, de lokale planters, een wederopbouw van de suikerindustrie onmogelijk was. Hij voerde een beleid van verdraagzaamheid dat zorgde voor een wankele maar werkbare godsdienstvrede tussen katholieken, joden en protestanten. De suikerindustrie herstelde zich voorspoedig en Maurits stampte naast Recife een compleet nieuwe stad uit de grond: Mauritsstad. Uit ontevredenheid over het kostenplaatje riep de WIC-top hem terug naar Nederland in 1644. Vriend en vijand betreurden zijn vertrek. Een rooms-katholieke geestelijke prees hem haast de hemel in:

Naar onze mening mist hij slechts het licht van het Ware Geloof om hem een volmaakt mens te doen zijn.

Een jaar later was het weer oorlog in Brazilië.

De Oorlog van de Goddelijke Vrijheid

João Fernandes Vieira
João Fernandes Vieira
Naast de onoverbrugbare godsdienstige kloof vormden de torenhoge schulden van de planters bij de WIC de belangrijke reden voor de Portugese plantagehouders om in opstand te komen. De plaatselijke leider van de revolte was de grootgrondbezitter João Fernandes Vieira. Zijn gedurfde plan om in juni 1645 tijdens een groot feest de hele Hollandse elite in één klap te vermoorden mislukte door verraad. Vieira en zijn vertrouwelingen sloegen op de vlucht, maar al snel sloten zich steeds meer opstandelingen bij zijn groep aan.

Op de achtergrond speelde de Portugese gouverneur-generaal Antonio Telles da Silva een slim dubbelspel door deze Oorlog van de Goddelijke Vrijheid vanuit Bahia in het geheim te steunen – met goedkeuring van de koning in Lissabon. Officieel verzekerden zij de Nederlanders dat ze niks met deze ‘lokale’ opstand te maken hadden. Telles da Silva stuurde troepen en een ervaren commandant naar Pernambuco. Om de Nederlandse verdenkingen te pareren werd door de Portugezen handig gesuggereerd dat deze troepen waren gevlucht na een intern conflict. Later stuurde de geslepen Telles da Silva zelfs openlijk nog twee volledige regimenten die, zo verzekerde hij de Hollanders, juist kwamen helpen om de opstand neer te slaan.

In het defensief gedwongen

De Nederlanders schraapten hun in vredestijd sterk ingekrompen strijdmacht bijeen rond Recife. Onder leiding van kolonel Hendrick Haus werd met zevenhonderd man de jacht op de rebellen geopend. Begin augustus 1645 vond de eerste grote confrontatie plaats. Op de berg Monte das Tabocas – vijftig kilometer ten zuidwesten van Recife – had Vieira zich verschanst met duizend man, bewapend met zeisen, pieken en zwaarden. De Nederlandse beroepssoldaten omschreven hun tegenstanders minachtend als…

…een troep canaille die niet eens weet wat oorlog voeren betekent.

Desondanks liepen zij zich telkens weer stuk op de sterke stelling van dit Portugese ‘tuig’. Toen uiteindelijk een doorbraak dreigde, kon Vieira de nederlaag op het nippertje afwenden door een groep slaven de vrijheid te beloven als ze aanval zouden afstoppen. Haus moest zich uiteindelijk terugtrekken met een verlies van tweehonderd man.

Na deze nederlaag werden de Nederlanders steeds meer in het defensief gedwongen. Op 13 augustus viel door omkoping van de commandant een strategisch havenfort van Recife in Portugese handen. Enkele dagen later omsingelden het rebellenleger een afdeling van kolonel Haus, die zich over moest geven. Haus kreeg een vrije aftocht maar zijn gehate kapitein Jan Blaer hoefde niet op genade te rekenen. Hij werd vermoord vanwege zijn brute optreden tegen de moradores. Nederlandse troepen, bijgestaan door wraakzuchtige lokale krijgers, waren ook betrokken bij enkele beruchte moordpartijen tegen burgers. In 2017 werden dertig van de katholieke slachtoffers, bekend als de Martelaren van Natal, door de paus heilig verklaard.

Monument voor de martelaren Natal
Monument voor de martelaren Natal (CC BY 2.0 – Carla Salgueiro – wiki)

Aangemoedigd door deze overwinningen breidde de opstand zich snel uit, zodat tegen het einde van 1645 bijna het gehele binnenland in handen van de Portugezen was en Recife ingesloten. Toen in juni 1646 eindelijk een hulpvloot arriveerde, stond de stad op de rand van de hongerdood: er waren nog maar vier vaten meel over voor achtduizend mensen.

Nieuwe hoop

De trage Hollandse reactie had te maken met de slechte financiële positie van de WIC en onderlinge politieke verdeeldheid in de Republiek over de lopende vredesonderhandelingen met Spanje. Het machtige Amsterdam voelde weinig voor een nieuwe oorlog met Portugal. Zeeland, dat aanzienlijke belangen in de WIC en en de kaapvaart had, wilde de oorlog juist voortzetten. Pas in augustus 1647 kwam er een compromis: de Zeeuwen beloofden in ruil voor forse steun aan de WIC, de vredesbesprekingen met Spanje niet langer te frustreren.

Voor Lissabon was dit slecht nieuws. Nu het machtige Spanje verslagen was, leek Portugal een makkelijke prooi voor de oppermachtige vloot van de Republiek. Zeeuwse kapers maakten in 1647 en 1648 liefst 220 koopvaarders buit, wat het land economisch aan de rand van afgrond bracht. Als reactie op deze aanvallen mobiliseerde koning João een hulpvloot van twintig schepen met een kleine drieduizend man aan boord. De armada bereikte Bahia vlak voor kerstmis 1647.

Witte Corneliszoon de With
Witte Corneliszoon de With
Op hun beurt brachten de Staten-Generaal en de WIC twee vloten bijeen van twaalf Staatse oorlogsbodems en dertig WIC-transportschepen, met ongeveer zesduizend soldaten aan boord. De Staatse vloot stond onder bevel van vlootvoogd Witte de With. Door de krenterigheid van de bestuurders was de bewapening en rantsoenering van de manschappen beneden peil. De With beklaagde zich ook over de benauwde en vieze troepenschepen en vond dat…

…in ons land de varkens en de honden een beter onderkomen hebben.

Geplaagd door noodweer druppelde de uiteengeslagen vloot in maart 1648 de haven van Recife binnen. De verlieslijst van sommige schepen telde bij aankomst meer dan dertig matrozen en soldaten die onderweg waren bezweken.

De dubbele slag bij Guararapes, 1648 en 1649

Ondanks de vele zieken moesten de aangevoerde troepen snel in actie te komen om een einde te maken aan de Portugese bedreiging van Recife. Half april trok luitenant-generaal Sigismund von Schoppe met 4.500 man de vijand tegemoet.

Francisco Barreto de Meneses
Francisco Barreto de Meneses
De ervaren militair Francisco Barreto de Meneses was aangesteld om de verschillende gevechtsgroepen van Portugezen, indianen, soldaten van gemengde afkomst en ex-slaven tot een geheel te smeden. Zijn strijdmacht van 2.500 man stond strategisch opgesteld tussen een moerasgebied en de ruige heuvels van de Guararapes, vijftien kilometer ten zuiden van Recife.

19 april 1648 stootten de legers op elkaar. Met een felle tegenaanval dreven de Portugezen de manschappen van Von Schoppe terug, waarbij hij ernstig gewond aan de enkel raakte. Een verbeten vechtende achterhoede redde zijn leger van de ondergang. Tegen het middaguur staakten de partijen, overmand door honger en hitte, de strijd. De Nederlanders trokken zich terug op Recife. Met ruim vijfhonderd gesneuvelden, evenveel gewonden en het verlies van zeventien vaandels was ook deze veldtocht stukgelopen. De Portugese verliezen bedroegen nog niet de helft van die van de Hollanders.

Achteraf werden het tropische klimaat en muitende soldaten als boosdoeners aangewezen. Dat de officieren vooraf wel hun soldij uitbetaald hadden gekregen in tegenstelling tot de manschappen had veel kwaad bloed gezet. Onder de uitroep “laat ze vechten, die geld ontvangen hebben” besloot een aantal huurlingen om in het heetst van de strijd de plaat te poetsen. Na afloop kregen de troepen snel alsnog een deel van hun soldij uitbetaald.

Eerste Slag bij Guararapes
Eerste Slag bij Guararapes

De grootste nederlaag in zeventig jaar

Na deze verloren slag telde de sterktelijst van het Hollandse leger in augustus 1648 nog 6.598 manschappen, minus de 1.300 soldaten die te ziek of gewond waren om dienst te doen. Bij gebrek aan slagkracht grepen de Nederlanders net als in 1640 terug op een oude tactiek. Tijdens een terreurcampagne in buurt van Bahia gingen in december drieëntwintig suikerplantages in rook op.

Deze vergeldingsactie nam de dreigende hongersnood van het omsingelde Recife niet weg. En dus waren de Nederlanders op 18 februari 1649 terug in de Guararapes, voor een ultieme tweede poging de Portugezen alsnog te verslaan. De kleinere troepenmacht van 3.500 man had op papier nog altijd een numeriek overwicht. De 2.500 Portugezen van Barreto bevonden zich in het beschutte laagland aan de voet van het berggebied. De volgende middag dwong een ondraaglijke hitte de Hollanders hun sterke posities op de kale berghellingen te verlaten.

Tijdens deze riskante terugtocht sloegen de Portugezen onverwacht toe met een felle aanval tegen de achterhoede. De verbeten slag die volgde eindigde in paniek en chaos. De Hollandse troepen sloegen massaal op de vlucht, maar werden achtervolgd en genadeloos neergesabeld door de lichte cavalerie van Fernandes Vieira. Met 1.048 doden en ongeveer vijfhonderd gewonden en gevangenen was het leger gehalveerd, terwijl de Portugezen in totaal nog geen driehonderd man verloren. Na het morele verlies van precies tien maanden eerder, bracht deze Tweede slag bij Guararapes de beslissende militaire nederlaag. Hoe was dit mogelijk?

De Tweede Slag bij Guararapes (1649)
De Tweede Slag bij Guararapes (1649)

De musketiers die streden onder Nederlandse vlag waren weliswaar zwaarbewapende beroepssoldaten, maar grotendeels getraind voor het Noord-Europese slagveld. Ze waren niet gewend aan de tropische omstandigheden, het ruige terrein en guerrilla-tactieken. Daarnaast bestond dit leger voor de helft uit buitenlandse huurlingen – Duitsers, Fransen, Schotten, Engelsen en Scandinaviërs – die loyaal waren zolang hun geldbuidel gevuld was. Onder de Portugese strijders waren juist veel geboren Brazilianen die vochten voor hun geboortegrond. Omdat het multiculturele rebellenleger een blauwdruk vormde van de huidige Braziliaanse samenleving, worden de overwinningen bij Guararapes beschouwd als het startpunt van een eigen Braziliaanse identiteit. De locatie van het slagveld is tegenwoordig een nationaal historisch park en sinds 1974 wordt de datum van de eerste slag officieel gevierd als de oprichtingsdag van het Braziliaanse leger: de Dia do Exército.

Voor de Republiek was Guararapes de grootste nederlaag van een veldleger sinds de slag bij Gembloers in 1578. Zonder de slagkracht van een sterk veldleger zaten de Nederlanders opgesloten in Recife, dat langzaam maar zeker in een dodelijke wurggreep raakte. Ondanks de onregelmatige en beperkte bevoorrading over zee hield dit laatste bolwerk nog vijf jaar stand.

Akte van Navigatie - De Slag bij Ter Heijde (1653) - Jan Abrahamsz. van Beerstraten
De Slag bij Ter Heijde, onderdeel van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1653) – Schilderij van Jan Abrahamsz. van Beerstraten

In de tussentijd was de focus van de Republiek verschoven naar een directe dreiging vanuit Engeland, die in 1652 uitliep op de Eerste Zeeoorlog. Zonder versterkingen was Recife een machteloze prooi voor de grote vloot die Lissabon na de Tweede slag bij Guararapes had gestuurd om de genadeslag toe te dienen. Deze vloot was grotendeels bijeen gebracht met behulp van een nieuw opgerichte handelscompagnie – een soort Portugese WIC. Vanaf december 1653 was Recife door de aanwezigheid van zeker zestig schepen volledig afgesneden van de aanvoer van troepen en vooral voedselvoorraden. De WIC was woedend dat hulp uitbleef en waarschuwde dat het verlies van Brazilië de Republiek meer zou kosten dan tien oorlogen tegen Engeland.

De officiële Nederlands-Portugese Oorlog: 1657-1661

Het einde van de Engels-Nederlandse oorlog kwam te laat om Recife nog te redden. Met de capitulatie van Taborda op 26 januari 1654 kwam er na vierentwintig jaar definitief een einde aan de Nederlandse kolonie in Brazilië. De vernedering kwam hard aan en bracht de vrede met Portugal niet dichterbij, integendeel. In 1657 volgde uiteindelijk een officiële oorlogsverklaring van de Republiek aan Portugal. De Nederlanders eisten teruggave van Nieuw-Holland of in ieder geval een forse schadevergoeding. Om dit af te dwingen sloot vanaf oktober 1657 een sterke vloot van ongeveer vijfentwintig Nederlandse oorlogsschepen de toegang naar Lissabon volledig af, waarbij eenentwintig suikerschepen in Nederlandse handen vielen. Door deze blokkade werd de Portugese economie lamgelegd.

Gezicht op een peperplantage in de Baygam ca. 1750
Gezicht op een peperplantage in de Baygam (Ceylon), ca. 1750

Terwijl de WIC nagenoeg failliet was na het verlies van Brazilië sloeg de VOC juist hard toe aan een ander front, in Azië. In 1658 veroverde zij Ceylon (Sri Lanka) op de Portugezen en verkreeg daarmee het wereldwijde monopolie op de kaneelhandel. Ook aan de Indiase zuidwestkust gingen belangrijke Portugese handelsposten verloren en kreeg de VOC zo ook een groot deel van pepermarkt in handen.

In 1661 volgde na vier jaar oorlog (maar de facto eenentwintig of zelfs eenendertig jaar) de Vrede van Den Haag. Niet alleen dwong de Republiek voor het definitieve verlies van Brazilië een enorme schadevergoeding af, maar moest Portugal bovendien de Nederlandse veroveringen in Azië slikken. Terwijl de Portugese monarchie dankzij het behoud van Brazilië kon overleven en door enorme goudvondsten rond 1700 zelfs economisch gouden tijden kende, was de WIC de grote verliezer. De opgebouwde schuldenlast van de slepende en uiteindelijk verloren oorlog om Brazilië bleef de West-Indische Compagnie achtervolgen. Na een eerste faillissement in 1674 volgde na een moeizame herstart de definitieve opheffing in 1792.

Het verlies van Brazilië bleef de grootste koloniale nederlaag in de geschiedenis van de Republiek.

×