Wiwill en Alexander: de verloren zonen van koning Willem III

Twee kroonprinsen
4 minuten leestijd
De kroonprinses Wiwill en Alexander
De kroonprinses Wiwill en Alexander

De meeste historici zijn het er wel over eens dat op de lijst van voor hun taak ongeschikte Nederlandse vorsten koning Willem III bovenaan prijkt. Hij stond bekend als recalcitrant en niet bepaald als vriend van de democratie. Maar het had mogelijk nog veel beroerder kunnen aflopen, namelijk wanneer hij was opgevolgd door een van zijn zonen, Wiwill of Alexander. Uiteindelijk werd Wilhelmina koningin. Over haar valt ook wel wat negatiefs te vermelden, maar haar halfbroers waren vermoedelijk erger.

Wiwill werd geboren in 1840 uit het niet zo beste huwelijk van zijn vader en diens nicht Sophie van Württemberg. Zijn officiële naam luidde Willem. Het was de bedoeling dat hij ooit als Willem IV in de voetsporen van zijn vader zou treden, maar zijn vroegtijdige dood verhinderde dat.

Een jonge prins Willem - Wiwill
Een jonge prins Willem – Wiwill
Wiwill zou erg intelligent geweest zijn, maar daar is uit zijn daden niet zoveel van gebleken. Weliswaar studeerde hij als jongeman bijna twee jaar in Leiden, alwaar hij een eredoctoraat ontving, maar dat zegt niet zoveel. Tal van voorgangers en nakomelingen van hem werden in Leiden en elders eveneens met tekenen van eer en wijsheid overladen, zonder dat ze er iets bijzonders voor hadden verricht.

Na zijn studie hing de kroonprins vooral de beest uit, in Parijs en andere plaatsen. Volgens zijn moeder – in 1855 gescheiden van tafel en bed van zijn vader – ‘geven jongelui van tegenwoordig om niets anders meer dan genot’. Dat klopte in elk geval voor haar oudste zoon. Hoewel hij in 1863 werd benoemd tot generaal der infanterie en in 1870 tot opperbevelhebber van het leger te velde, vulde hij zijn dagen in de eerste plaats met drinken en losbandig gedrag.

Mathilda van Limburg Stirum
Mathilda van Limburg Stirum
Dat werd nog erger vanaf 1874. Willem III, in dat jaar een kwarteeuw aan het bewind, verhinderde dat Wiwill in het huwelijk zou treden met zijn geliefde Anna Mathilda van Limburg Stirum, in de wandeling Mattie genoemd. De vorst vond, geheel volgens de normen van die tijd, dat een gravin als Mattie niet in aanmerking kwam voor een koninklijk huwelijk.

Zelf nam Willem III het overigens wat minder nauw. Hij was van plan te trouwen met zijn minnares Emilie Ambre, een operazangeres (destijds niet zelden een eufemistisch synoniem voor prostituee). Hij liet haar haar intrek nemen op een buitengoed in Rijswijk. Maar toegegeven, dat was een paar jaar later. De afwijzing van de geliefde van zijn zoon gold overigens niet als bijzonder recalcitrant. Ook het kabinet zag in beginsel liever niet dat iemand die niet van koninklijken bloede was in Nederland voor vrouw van het staatshoofd ging spelen.

De reactie van Wiwill op zijn vaders woorden liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Hij zag af van de troon (die Willem III destijds in eerste instantie ook geweigerd had) en vertrok weer naar Parijs, waar hij veelal in dubieus gezelschap verkeerde. Nauwlettend in de gaten gehouden door de Franse boulevardpers bezweek Wiwill in 1879 aan zijn uitspattingen. Zijn moeder was toen al een jaar dood.

Alexander

Willem III en zijn echtgenote Sophie hadden naast Wiwill een jongere zoon gehad, Maurits geheten (geboren in 1843), maar die overleed al op zesjarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking. Maurits gold als het lievelingskind van Sophie. Zijn ouders hadden bij zijn sterfbed nog ruzie gemaakt, want hun relatie lag al volledig aan duigen. Dat Sophie na deze dramatische gebeurtenis nog zwanger raakte van een derde zoon (geboren in 1851) mag wel wonderbaarlijk worden genoemd.

Prins Alexander, ca. 1880
Prins Alexander, ca. 1880
Die ene koninklijke zoon was bij het heengaan van Wiwill nog in leven. Maar deze Alexander was zo mogelijk nog minder tot het koningschap in staat dan zijn oudste broer geweest zou zijn. Alexander had een zeer zwakke gezondheid. Zijn ruggengraat was kromgegroeid, waardoor zijn linkerschouder boven zijn rechter uitstak. Hij gold als nerveus en eenzelvig. Zelden verliet hij zijn woning aan de Haagse Kneuterdijk. In vrouwen was hij hoegenaamd niet geïnteresseerd, ook al geen aanbeveling. Een staatshoofd behoort immers nageslacht te produceren.

Willem III hield er dan ook geen rekening mee dat Alexander hem ooit zou opvolgen. Hij besloot na het overlijden van zijn vrouw opnieuw te trouwen om het koningschap veilig te stellen, dit keer met iemand met de juiste achtergrond. Zijn ministers vonden dat laatste ook een veel beter idee.

De huwelijkskandidaat kon alleen een prinses zijn, dus de keuze was tamelijk beperkt. Daar kwam bij dat de vorst al bijna zestig jaar oud was, destijds een gezegende leeftijd. De koning liep hier en daar dan ook een blauwtje.

Emma met dochter Wilhelmina in rouw (18 maart 1891) - Foto van Adolphe Zimmermans
Emma met dochter Wilhelmina in rouw, na de dood van Willem III
Tot hij Emma van Waldeck-Pyrmont ontmoette. Waldeck-Pyrmont was maar een klein staatje, ergens in het midden van het tegenwoordige Duitsland. Maar op de afkomst van Emma viel niets aan te merken, want haar vader regeerde het landje. Willem III leek aanvankelijk verkikkerd op een andere dochter, maar zijn oog viel al snel op de pas negentienjarige Emma. Toen ze zich in 1878 verloofden was Emma twintig, haar aanstaande eenenzestig, voor die tijd (maar ook nu nog) een enorm leeftijdsverschil. Ze trouwden op 17 januari 1879. Hun voertaal schijnt Frans geweest te zijn (de toenmalige hoftaal), omdat de vorst het Duits niet goed beheerste.

Op 31 augustus 1880 werd Wilhelmina geboren, de latere koningin. In 1884 overleed haar stiefbroer Alexander aan vlektyfus. Wilhelmina werd daarmee kroonprinses.

×