Sophie van Württemberg (1818-1877) huwde in 1839 met de latere Nederlandse koning Willem III, en dat was waarschijnlijk de grootste vergissing van haar leven. Het was een stap die ze bijna veertig jaar lang zou betreuren. Geen van hun drie zoons overleefde hun vader. De ontwikkelde en fijngevoelige Sophie was een ware tegenpool van haar echtgenoot, die ook haar neef was. Haar leven in Nederland vormde een door haarzelf zorgvuldig bijgehouden kroniek van gefnuikte ambities, frustraties en verdriet.
- Intellectuele gaven
- Huwelijkskandidaten
- Kennismaking met Nederland
- Willems grillen
- Het huwelijk
- ‘Eerzucht’
- Jacht en affaires
- Een failliet huwelijk
- Frenologie
- Het roerige jaar 1848
- Wederzijdse haat
- Dood van Maurits
- Definitieve verwijdering
- Dansende tafels
- Scheiding tafel en bed
- Affaires?
- Dood van Anna Paulowna
- Snelle veroudering
- Het einde
- Emma
- Karaktermoord
- Verhouding tot Nederland
Intellectuele gaven

Haar opvoeding stond een aantal jaren onder toezicht van haar geliefde tante Catharina van Württemberg, die gehuwd was met Jérôme Bonaparte, de jongste broer van Napoleon. Sophie’s opleiding omvatte Duits, Frans, Engels en ook enig Italiaans; als achttienjarige maakte ze een kunstreis naar onder andere Milaan en Napels. Haar vader moedigde haar aan veel te lezen en aan zelfstudie te doen. Sophie had belangstelling voor wijsgerige werken van bijvoorbeeld Kant en Hegel, naast het oeuvre van Rousseau, Byron, Tacitus en anderen. Haar vader betrok haar gaandeweg ook bij staatszaken en liet haar officiële documenten uit of in het Frans vertalen.
Huwelijkskandidaten
Behalve de Nederlandse Willem waren verschillende andere huwelijkskandidaten in beeld. Zoals koning Otto I van Griekenland (voorheen prins van Beieren) en hertog Willem van Brunswijk. Sophie’s vader had echter geen vertrouwen in de levensvatbaarheid van het prille Griekse koningshuis; het land was na de Turkse overheersing pas in 1832 onafhankelijk verklaard. Ook de anderen vielen af en de keus viel na zorgvuldig wikken en wegen op de Nederlandse kandidaat.
Willem was na de eerste ontmoeting onmiddellijk verliefd op Sophie, of meende dat te zijn, terwijl de prinses op haar beurt weinig van hem moest hebben. Maar alle verzet was vergeefs, het besluit van Sophie’s vader stond vast.
Kennismaking met Nederland

Tussen bezoeken aan de grote steden, musea en bezienswaardigheden stond een bezoek aan de koninklijke familie en tante Anna Paulowna op het programma. De Oranjes waren hartelijk, behalve Anna Paulowna, die zich kil opstelde. Over haar kandidaat-echtgenoot schreef Sophie:
Ofschoon Prins Willem achttien maanden ouder was dan ik, leek hij mij jonger door zijn gebrek aan verstandelijke ontwikkeling.
Willem was geestdriftiger en schreef aan Sophie’s vader dat hij weer naar Stuttgart wilde komen, omdat hij zo verrukt was van zijn nichtjes. Aanvankelijk was er nog twijfel of het hem nu om Sophie of haar zuster Marie ging. Maar, zo meldt Sophie: ‘Toen de jongeman arriveerde, bleek helaas al na drie dagen dat ik mij geen illusies moest maken: ik was de uitverkorene!’
Willems grillen
In 1838 nam Sophie na eindeloos piekeren in Berlijn het besluit om zich op te offeren en zich te voegen naar de wens van haar vader. Tijdens een verblijf in Wiesbaden merkte ze echter ‘eigenaardige grillen’ bij haar aanstaande op: ‘De ene dag ging alles goed, de andere ergerde alles hem: de kleur van een jurk, de vorm van een hoed.’ Toch waren er gezamenlijke interesses. Beiden waren muziekliefhebbers en musiceerden zelf ook, terwijl ze alletwee ook veel van schilderkunst hielden.
Een gemeenschappelijke afkeer gold de Pruisen, door Sophie in 1867, het jaar van de Luxemburgse kwestie, ‘de meest onaangename lieden op aarde’ genoemd. Het was een duurzame afkeer. Sophie, telg van het in 1871 door het Duitse Rijk opgeslokte Württemberg, schreef op 29 september 1870 tijdens de Frans-Duitse oorlog: ‘De Goten en Vandalen, Alarik en Teodorik, zijn destijds even weerzinwekkend geweest als nu Wilhelm en Bismarck – en toch hebben zij de overwinning behaald.’
Het huwelijk
Het huwelijk werd gesloten op 18 juni 1839, de herdenkingsdag van de Slag bij Waterloo in 1815, waar de Nederlandse kroonprins, de latere Willem II, zich had onderscheiden. Een dag tevoren had Sophie haar eenentwintigste verjaardag gevierd. Ze zag als een berg op tegen het huwelijk, dat werd voltrokken in het koninklijk paleis van Würtemberg in Stuttgart, volgens de orde van de Evangelisch-Lutherse Kerk; later werd het paar ingevolge het huwelijkscontract Nederlands Hervormd.

Na de feestelijkheden die enkele dagen duurden, begon met korte dagreizen de tocht naar Nederland. In Mainz wachtte Sophie’s Nederlandse hofhouding, de Württembergse entourage nam afscheid – ‘weer zo’n hartverscheurend moment,’ schreef Sophie.
‘Eerzucht’
Sophie omschreef haar aankomst in het nieuwe vaderland later als ‘een van de afschuwelijkste ogenblikken uit mijn leven’. Doordat de huwelijksafkondiging op het stadhuis was verzuimd, was het huwelijk officieel ongeldig, een zeperd die na enig talmen werd hersteld.
Ook anderen bemerkten de koele houding van Sophie jegens haar echtgenoot. Zoals haar schoonmoeder en tante Anna Paulowna, die kort na het huwelijk hatelijk aan haar broer tsaar Nicolaas I schreef, dat Sophie haar echtgenoot alleen verdroeg uit eerzucht, ‘met het oog op een schitterende toekomst.’ Sophie zelf zou haar schoonmoeder in brieven aan haar correspondentievriendin gedurende vijfendertig jaar, de Engelse diplomatenvrouw Lady Malet, niet minder vilein beoordelen en beschrijven.
Jacht en affaires
Koning Willem I deed troonsafstand op 7 oktober 1840. Tijdens het nu volgende, door politieke en economische moeilijkheden en persoonlijke schandalen getekende koningschap van koning Willem II groeiden kroonprins Willem en zijn vrouw snel uit elkaar.
Willem en Sophie woonden in de vroege jaren veertig in het paleis aan het Plein (het voormalige Logement van Amsterdam) in Den Haag, een somber ogend pand waar Sophie een vrij geïsoleerd bestaan leidde. Haar echtgenoot wijdde zich vooral aan de jacht en het organiseren van bals, en ging affaires aan met allerlei vrouwen, terwijl Sophie haar heil zocht in lectuur, studie, correspondenties en de ontvangst van allerlei intellectuelen zoals de historici J.L. Motley, een expert op het gebied van de Nederlandse Opstand tegen Spanje, en Leopold von Ranke, de vader van het moderne bronnenonderzoek.
Ook sloot ze vriendschap met haar mans oom prins Frederik. Met Willem II kon ze het eveneens goed vinden, ofschoon deze over háár soms kritisch schreef en haar een ‘zenuwkwaal’ toeschreef.
Een failliet huwelijk

Ondanks hun gezamenlijke passie voor muziek, speciaal het werk van componist en pianovirtuoos Franz Liszt die vanaf 1842 herhaaldelijk hun gast was, begon Sophie te twijfelen aan de geestelijke gezondheid van haar man, ‘dit onberekenbare mengsel van absurditeit, onmenselijkheid en dwaasheid’, zoals ze later in haar memoires schreef. Zo richtte hij volgens haar op Het Loo ‘een soort kroeg’ in om er zijn courante maîtresse te installeren, en trachtte haar op zeker moment ‘tegen een stuk marmer te pletten’. Nadat Willem haar in de zomer van 1846 in haar slaapkamer had mishandeld, moest ze tijdelijk lange handschoenen dragen om de krassen op haar armen te verbergen.
Frenologie

…gevarieerder en briljanter, dan men gewoonlijk bij vrouwen aantreft. Maar ook grilligheid, overgevoeligheid, lichtgeraaktheid, impulsiviteit en kieskeurigheid in genegenheid.
Het roerige jaar 1848
Behalve een neiging tot introspectie en ijle overpeinzing kon Sophie ook kordaat en moedig optreden. Op Het Loo vatte een japon van één van haar hofdames in juni 1848 vlam bij het aansteken van de kaarsen. Sophie rende naar haar toe om te helpen, maar ook haar eigen japon vatte vlam en ze liep ernstige brandwonden op aan schouders en rug; de hofdame bleef vrijwel ongedeerd.
In dit roerige jaar 1848, met zijn nieuwe grondwet die de basis van de huidige parlementaire democratie zou vormen en het aftreden van Willem II bespoedigde, vonden ook ongeregeldheden in Den Haag plaats door, aldus Sophie, ‘het Hollandse gepeupel, het ergste soort dat er bestaat!’ Ze begreep niet hoe de koning zo onvoorwaardelijk overstag had kunnen gaan.
De kroonprins zat ondertussen in Engeland, waar hij incognito verbleef als graaf van Megen, volgens Sophie ‘met achterlating van onbetaalde schulden en thuis een chaos waarvan men zich geen voorstelling kan maken.’ Willem jr. had een hevige affaire met de operazangeres Louise-Rose Rouvroy, met wie hij zich zelfs op een buitenplaats bij Lille wilde vestigen. Hun wegen scheidden zich echter spoedig, en de succesvolle zangcarrière van Louise-Rose Rouvroy zette zich later voort in Parijs.
Wederzijdse haat
Vanwege de nieuwe grondwet wilde Willem jr. na de dood van zijn vader op 17 maart 1849 eerst de kroon niet aanvaarden. Sophie eiste dat een Nederlandse deputatie naar Engeland zou afreizen om haar man op te sporen. De ministers D. Donker Curtius van Justitie en L.A. Lightenvelt van Buitenlandse zaken, een persoonlijke vriend van de overleden koning, reisden naar Engeland om Willem te bepraten tóch de kroon te aanvaarden. Hij stemde toe en Sophie ging haar echtgenoot met enkele ministers in Hellevoetsluis afhalen, waar hij op een oorlogsbodem arriveerde.

De koning maakte tijdens de inhuldiging overigens een goede indruk. Ook de nooit om kritiek op haar gemaal verlegen Sophie keek tevreden terug; ze vond dat de inhuldiging ‘uitstekend’ was verlopen. Toen ze binnentrad met haar zoons Wiwill en Maurits (het was niet gebruikelijk dat koning en koningin gezamenlijk arriveerden) werd ze toegejuicht. Een oude man kuste de zoom van haar sleepjapon en riep: ‘O, u bent even mooi als goed!’ Nogal ongewoon voor de ‘weinig demonstratieve’ Nederlanders, vond Sophie.
Dood van Maurits
In juni 1850 stierf prins Maurits, nog geen zeven jaar oud: een vooral voor Sophie zeer traumatische gebeurtenis. ‘Mijn kind is dood,’ schreef ze, ‘zelf heb ik de oogjes dichtgedrukt. Al wat me op deze aarde nog restte aan hoop en vreugde is voor altijd weg (…). Ik hoop dat ik gauw mag sterven.’ Een andere brief:
Iedere dag neemt mijn ellende toe. Ieder gezicht dat ik moet zien is me een marteling; onafgebroken heb ik het spitse gezichtje van mijn stervende kind voor ogen, hoe hij me smeekte hem te helpen, terwijl er geen enkele hulp mogelijk was.
Maurits had hersenvliesontsteking opgelopen en zijn koninklijke ouders hadden aan zijn ziekbed danig geruzied over de keuze van de artsen.
Definitieve verwijdering
Ondanks de wederzijdse afkeer werd op 25 augustus 1851 weer een kind geboren: Willem Alexander Carel Hendrik Frederik geboren, roepnaam Alexander. Het kind was van jongs af ziekelijk en nerveus, maar ook intelligent en leergierig. Dat Sophie hem omringde met zorg en behoedzaamheid ergerde de koning. Al tijdens de zwangerschap had de koningin zich erover beklaagd dat Willem III haar leven tot een hel maakte: ‘Als ik zwanger ben, is hij altijd onvriendelijk tegen mij. Hij is wreed, zoals alle zwakkelingen.’ Bij de eerste aanblik van zijn zoon zou hij uit hebben geroepen: ‘Foei, wat een lelijke jongen!’. Hierop reageerde de baker snedig: ‘Hij lijkt sprekend op u!’
De echtelijke situatie werd volkomen onhoudbaar. Op zeker moment stuurde de koningin een hofkoets naar een bordeel, waar haar echtgenoot op dat moment verbleef. Ook liet ze via de Belgische pers het bericht verspreiden dat de koning krankzinnig was geworden; de tactiek van het bestoken van de naasten via de pers had ook haar schoonvader al toegepast ten aanzien van zíjn vader, koning Willem I.

Tot overmaat van ramp plaatse Willem III Wiwill uit huis, omdat hij te zwaar onder invloed van zijn moeder zou staan. De prins was vaak dwars en lastig – hij vertoonde eigenlijk eenzelfde soort gedrag als zijn vader tijdens diens jeugd –, maar gaf ook blijk van een scherp verstand. Gedurende de jaren 1851-1854 verbleef hij voor zijn verdere opleiding intern op het protestants-christelijke Instituut Noorthey in Veur (Leidschendam). De gouverneur van de prins, jonkheer Eduard de Casembroot, was loyaal aan de koning en noemde Sophie zelfs ‘de kanker van het Oranjehuis’.
In 1852 leefde het paar in feite gescheiden, alleen officiële verplichtingen werden gedeeld. Het jaarlijkse staatsiebezoek aan Amsterdam, met de kinderen en de hofstoet, legden ze eveneens gezamenlijk af.
Dansende tafels
Sophie maakte gaandeweg meer buitenlandse reizen en onderhield persoonlijke contacten met prominenten uit de wereld van cultuur en politiek. Behalve voor frenologie had ze ook belangstelling voor het modieuze spiritisme. ‘Voor onze kinderen zullen de komende ontdekkingen op het gebied van het elektromagnetisme even wonderbaarlijk zijn als de uitvinding van het staal was in onze tijd,’ schreef ze in 1853 aan Lady Malet.

Bijna vijf jaar later woonde Sophie viermaal een seance bij van het beroemde medium Daniel Dunglas Home, die onder anderen ook koningin Victoria, Napoleon III, Charles Dickens en Mark Twain onder zijn bewonderaars telde. Sophie voelde hoe een hand haar vinger aanraakte, zag een zware gouden bel op eigen kracht bewegen; haar zakdoek zweefde weg en terug, nu met een knoop erin, en ze maakte mee hoe onder leiding van ‘de geesten’ namen en zinnen werden geschreven. ‘Dit behoort werkelijk tot de meest bijzondere ervaringen van mijn leven,’ noteerde ze op 11 februari 1858.
Scheiding tafel en bed
Pas eind 1855 kwam een schriftelijke regeling tot scheiding van tafel en bed tot stand. In dit jaar verdacht Willem zijn vrouw er zelfs van, een internationale samenzwering tegen hem op te willen zetten. Willem III en Sophie zouden ‘s zomers afzonderlijk leven: Willem op Het Loo en Sophie in Huis ten Bosch bij Den Haag. In paleis Noordeinde, waar ze ’s winters nog vaak verbleef, had zij haar eigen vertrekken. Sophie hield ook de opvoeding van Alexander in handen, tot hij negen jaar oud werd.

Wegens de troonsbestijging van haar neef Alexander II vertrok Anna Paulowna in november 1855 op haar laatste reis naar Rusland. Een maand tevoren schreef Sophie: ‘Iedereen is verheugd, ik het meest van allen.’ Nog in 1860 meldde ze dat ze met weemoed terugdacht aan de glorieuze dagen van de Krimoorlog tegen Rusland, ‘de enige grote vijand van onze beschaving’.

Ze bezocht schilders als Johannes Bosboom en Jozef Israëls in hun atelier en was regelmatig te zien bij het Schilderkunstig Genootschap Pulchri Studio in Den Haag. Bekende kunstenaars als Andreas Schelfhout en Johan Jongkind werden ten paleize uitgenodigd. Schelfhout genoot bijzondere belangstelling bij Sophie, omdat hij de koning prachtig kon parodiëren.
Affaires?

In 1857 ontmoette Sophie ook de achttien jaar oudere lord George William Frederick Villiers, vierde graaf van Clarendon, met wie een intieme correspondentie via tussenpersonen begon; anderen schreven de adressen op de enveloppen. Ook vonden er geheime ontmoetingen plaats; Sophie schreef haar memoires l’Histoire de ma vie zelfs in eerste instantie voor Clarendon (1865/66), die in tegenstelling tot Tindal wel frequent in haar correspondentie voorkomt. Na zijn overlijden in 1870 schreef ze aan Lady Malet:
In veel opzichten had hij voor mij de plaats ingenomen van mijn lieve vader. Hij hield zoveel van mij als zijn koele temperament hem toeliet. Ik gaf alle genegenheid die ik durfde geven. Zijn vriendschap was een lichtpunt in mijn miserabele leven.
Dood van Anna Paulowna
In februari 1865 kreeg Anna Paulowna last van een borstkwaal die steeds erger werd. Haar dochter Sophie kwam over uit Duitsland om haar moeder samen met Amalia, de vrouw van prins Hendrik, te verzorgen. Ook koningin Sophie was hierbij tot verbazing van velen betrokken. De haat bleef intact tot het bittere einde. ‘Dat leven van intense zelfzuchtigheid en kwaadaardigheid loopt ten einde,’ schreef de koningin op 1 maart 1865. ‘Maar geen sprake van inkeer, van betere gevoelens. Egoïstisch tot het laatste toe, hoe verschrikkelijk zij ook lijdt.’
Snelle veroudering
De zomer van 1870 was voor Sophie van Wurtemberg een tijd van treurnis. De oorlog tussen het door haar verafschuwde Pruisen en het Frankrijk van haar neef en vriend Napoleon III brak uit op 19 juli; bovendien was op 27 juni haar intieme vriend Lord Clarendon overleden. Later zei Sophie dat 1870 een oude vrouw van haar had gemaakt.

Een hoogtepunt was nog de publicatie van een groot artikel van Sophie’s hand in de gerenommeerde Revue des deux Mondes (juni 1875) over ‘Les derniers Stuarts’. Het stuk behandelde onder andere de pogingen van Bonnie Prince Charlie (Charles Edward Stuart) tot een Schotse opstand tegen het Engelse koningshuis, resulterend in de dramatische Slag bij Culloden (1745), gevolgd door Britse wandaden en langdurige culturele onderdrukking van de Schotten. De studie werd in intellectuele kringen met waardering ontvangen.
Het einde

Het rancuneuze aspect van Sophie’s complexe natuur kwam zelfs nu tot uiting: ze lag opgebaard in een witte japon, bedekt met haar bruidssluier, naar zeggen omdat haar leven was geëindigd op haar trouwdag. De bijzetting vond plaats op 20 juni in de Oranjegrafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft en had al even dramatische aspecten. Er waren grote menigten op de been in Den Haag, Leiden en Delft; de weg naar de kerk was op veel plaatsen met bloemen bestrooid. Juist voordat de kist in de grafkelder werd gedragen, werd het de eenzelvige en overgevoelige prins Alexander te veel. Hij kwam naar voren, greep de kist met beide handen en overdekte hem met kussen. Zijn broer Wiwill wist hem uiteindelijk weer los te krijgen en een einde te maken aan de gênante situatie.

Emma
Willem III hertrouwde in januari 1879 met de 41 jaar jongere (!) Emma van Waldeck-Pyrmont. Dit bizarre, maar toch harmonieuze huwelijk bracht één dochter voort: de latere koningin Wilhelmina, die Willem in 1898 zou opvolgen na een periode van Emma als koningin-regentes. Willems vaderschap staat bij sommige auteurs overigens nog altijd ter discussie, ofschoon elk bewijs ontbreekt, omdat hij omtrent deze tijd geen kinderen meer zou kunnen verwekken, mogelijk door een opgelopen syfilis. Als natuurlijke vader is vaak genoemd jonkheer S.M.S. de Ranitz, Emma’s particulier secretaris.

Karaktermoord
Doordat Lady Malet het verzoek van Sophie om haar brieven te vernietigen negeerde, beschikt het nageslacht over een waardevolle bron; de brieven van Lady Malet zelf zijn door Sophie wel vernietigd. Lady Malet kon overigens flink de staf breken over de vrouw met wie ze decennia had gecorrespondeerd. Sophie was volgens haar nooit een betrouwbaar en moedig persoon geweest, maar ze verlangde te zeer naar vermaak en bewondering en ‘in haar ogen is altijd een bepaalde glinstering geweest die men gewoonlijk aantreft bij mensen die niet oprecht zijn’. Toch wierp ook deze karaktermoord in miniatuur een schrijnend licht op het isolement van de Nederlandse koningin: ‘indien zij durfde, zou zij zelfs een cocotte bij zich ontbieden, alleen maar om afleiding te hebben en niet langer alleen te zijn’.
Verhouding tot Nederland
Zoals gezegd was Sophie’s verhouding tot Nederland ambivalent: ‘Voor buitenlanders is dit een afschuwelijk oord. Het gebrek aan gastvrijheid van de Nederlanders wordt steeds erger.’ Het Nederlands was ‘de lelijkste taal die er bestaat’. Aldus twee opmerkingen uit 1858 en 1853. De selectie kan uitvoerig worden uitgebreid.
De moeizame relatie met het land en zijn grove en vrijpostig geachte onderdanen werd weliswaar getemperd door Sophie’s contacten met kunstenaars en haar bewondering voor Nederlandse maatschappelijke en charitatieve instellingen, én vreemd genoeg voor de eigenlijk republikeinse mentaliteit van de Nederlanders – die haar op andere momenten weer sombere voorgevoelens inboezemde. Zolang de Oranjes van nut waren zouden ze mogen blijven, dacht ze; zodra dat niet meer het geval was, zouden ze worden weggestuurd.
De verhouding tot Nederland werd in het laatste deel van haar leven wat beter, mede dankzij een aantal bemoeienissen op maatschappelijk gebied. Na een bezoek en een donatie aan het kinderziekenhuis in Rotterdam in 1869 noemde dit ziekenhuis zich vanaf 1870 het Sophia Kinderziekenhuis. Vanaf 1871 was de koningin beschermvrouwe van de Algemeen Nederlandsche Vrouwenvereniging Arbeid Adelt, opgericht door schrijfster en pionier van de vrouwenbeweging Betsy Perk. Ook was Sophie beschermvrouwe van de Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren. In 1873 stelde zij een prijs beschikbaar voor een loterij voor het hervatten van de bouw van de katholieke Vondelkerk in Amsterdam.
– Hella S. Haasse en S.W. Jackman, Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet (1984).
– Dianne Hamer, Sophie, koningin der Nederlanden (2011).
– Jan J.B. Kuipers, Willem III. De weerspannige koning (2017).
– Niek van Sas, De wentelende eeuw. De geschiedenis van Nederland, 1795-1914 (2024).
– C.A. Tamse (red.), Koningin Sophie 1818-1877. Jeugdherinneringen in Biedermeierstijl van een Nederlandse vorstin uit Wurtemberg (1984).
– Auke van der Woud, Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland (2006).

Wiwill en Alexander: de verloren zonen van koning Willem III
Onbesuisde Willem III kon opmars parlementaire democratie niet tegenhouden
Chantage en complotgeruchten achtervolgden koning Willem II
Hoe koningin Emma het koningshuis redde
Toen gingen koningsdagen niet onopgemerkt voorbij…
Prins Claus was waarschijnlijk de eerste Oranje-echtgenoot die trouw bleef