Tijdens wegwerkzaamheden in de stad Landen (Vlaams-Brabant) hebben archeologen resten blootgelegd van een middeleeuwse nederzetting.
De opgravingen, die plaatsvonden aan de rand van een voormalig militair terrein, vlakbij het Sint-Gitterplein, brachten onder meer kuilen en een greppel uit de Volle Middeleeuwen (ca. 900-1200) aan het licht. De sporen maken volgens de stad onderdeel uit van een nederzetting die in deze periode te vinden was rond de Sint-Gertrudiskerk en twee kunstmatig aangelegde aarden heuvels, zogeheten mottes.
De betreffende locatie was in de Middeleeuwen volgens de onderzoekers van regionaal belang. De naamgeving van de straat, Karolingerslaan, verwijst ook naar deze vroegmiddeleeuwse achtergrond: Landen was de thuisbasis van Pepijn van Landen, een voorvader van Karel de Grote. Een van de mottes, die met de naam Tombe van Pepijn, verwijst ook naar dat verleden, hoewel de betreffende heuvel vrijwel zeker geen verband heeft met de historische figuur.

Maaslands aardewerk
Op de vindplaats troffen archeologen onder meer een bijna intacte tuitpot aan (zie foto boven dit artikel), vervaardigd uit zogenaamd Maaslands aardewerk, afkomstig uit de midden-Maasvallei, het gebied tussen Luik en Namen. De pot wordt voorlopig gedateerd in de periode 1050-1200.
In enkele jongere kuilen troffen archeologen ook dierenskeletten aan, waaronder die van een hond en een van paard of ezel. Deze kuilen worden gelinkt aan een boerderij die op historische kaarten uit de achttiende eeuw (de zogeheten Villaretkaart, ca. 1745-1748) al zichtbaar is. De opgravingen zijn nog niet afgerond; de vondsten worden momenteel verder onderzocht door specialisten.

‘Der naturen bloeme’ van dichter Jacob van Maerlant
Waarom draaien oude wenteltrappen rechtsom?
De eerste Staten-Generaal (1464)
Duiveltjes met medelijden geven steun aan vermoeide bidders