Als men in Breslau met familie of vrienden iets gaat drinken dan gaat het bijna altijd om bier en dat is er al zo sinds de Middeleeuwen. Eind veertiende eeuw zorgde dit goudkleurige brouwsel er echter voor een katerstemming en veroorzaakte zelfs een oorlogje.
De stad – die tegenwoordig in het Pools Wrocław heet, maar destijds tot het koninkrijk Bohemen behoorde – was een florerend handelscentrum, waardoor het een onafhankelijke positie had en zelfbestuur genoot. Nijverheid en handel waren de belangrijkste inkomstenbronnen. Deze werden door privileges beschermd, die ook de stad ten goede kwamen. Tegelijkertijd echter werden andere partijen, en dan vooral kerkelijke instellingen, hierdoor in hun invloed beperkt. Deze rechtsongelijkheid was een bron van spanningen die zich ook uitstrekte tot de brouwnijverheid.
Een beladen kerstgeschenk

Het stedelijke monopolie op de verkoop van bier had machtige tegenstanders, waaronder de kerk. Kort voor het kerstfeest van 1380 naderde een bierwagen één van de stadspoorten van Breslau, maar de voerman verzuimde om zijn lading, bestaande uit twaalf vaten Schweidnitzer bier, aan keuring en belastingheffing te onderwerpen. Het betrof namelijk een kerstgeschenk voor Domherr Heinrich von Liegnitz (1355-1398), die resideerde op Tumski in het hart van de stad. Dit eilandje in de Oder was het bestuurlijke en administratieve centrum van het aartsbisdom Breslau waarvan Heinrich ook decaan was. Ondanks Heinrichs hoge positie gold de stedelijke wetgeving ook voor hem. Het stadsbestuur wilde geen uitzondering maken op het monopolie en liet beslag leggen op de vaten bier.

Kerkelijke ban
Heinrich was hierover ontstemd en eiste een schadevergoeding. De magistraat wees dit echter van de hand en bleef vasthouden aan haar rechten. Toen was Heinrich weer aan zet en greep naar zijn zwaarste middel: een kerkelijke ban, ofwel excommunicatie. Hij weigerde nog langer kerkdiensten te houden of sacramenten te verrichten. In de diepgewortelde religieuze traditie van die tijd leidde dit besluit tot lamlegging van het sociale leven in de stad. Er kon geen communie of bruiloft meer gevierd worden en stervenden bleven verstoken van het heilig oliesel. Overledenen konden niet langer op de gebruikelijke wijze kerkelijk worden begraven. In de maanden die volgden nam het conflict een steeds grimmiger karakter aan en bereikte een kookpunt toen koning Wenzel IV van Bohemen (1361-1419) een bezoek bracht aan Breslau.

Bij die gelegenheid kon het stadsbestuur hem niet eens een heilige mis aanbieden omdat de kerkelijke ban nog altijd niet was opgeheven. De koning raakte buiten zich zelf van woede en deed zijn beklag bij paus Urbanus VI (1318-1389) in Rome. In de nacht van 28 op 29 juli liet hij het eiland Tumski vervolgens door zijn troepen bezetten. Hij gaf opdracht de omliggende dorpen te plunderen en er goederen en vee te stelen die bezit waren van het aartsbisdom. Bovendien verleende de koning toestemming aan de burgers van Breslau om dit voorbeeld te volgen en zich eveneens met aartsbisschoppelijke eigendommen te verrijken. Het conflict dat langer dan een jaar duurde en volledig uit de hand liep, kwam bekend te staan als de ‘Bierkrieg’, ofwel bieroorlog.

Monopolie doorbroken
Ook kwam men tot een vergelijk over het bier, want daar was het immers om begonnen. Koning Wenzel IV verschafte het Domkapittel toestemming om voortaan zelf bier te importeren, waaronder ook bier uit Schweidnitz, zonder tussenkomst van het stadsbestuur. Dat bier was dan overigens enkel bedoeld voor consumptie door het Domkapittel zelf. Hiermee was het stedelijk monopolie weliswaar doorbroken, toch kon het stadsbestuur profijt blijven trekken uit handel en nijverheid. Inclusief de inkomsten uit de verkoop van bier, maar dan wel met een bittere nasmaak.
Oorlog om de zwerfhond (1925)
De kortste oorlog uit de geschiedenis (1896)
Trappist en abdijbier: geschiedenis en verschillen
Gemeentepils – Een goedkoop soort ‘bier’ voor de armen
Bier in België – Cultuur en geschiedenis