Een ruzie over bier mondde in 1380 uit in een oorlog

3 minuten leestijd
De markt van Breslau, een stad die na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Polen kwam te liggen en Wrocław ging heten.
De markt van Breslau, een stad die na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Polen kwam te liggen en Wrocław ging heten.

Als men in Breslau met familie of vrienden iets gaat drinken dan gaat het bijna altijd om bier en dat is er al zo sinds de Middeleeuwen. Eind veertiende eeuw zorgde dit goudkleurige brouwsel er echter voor een katerstemming en veroorzaakte zelfs een oorlogje.

De stad – die tegenwoordig in het Pools Wrocław heet, maar destijds tot het koninkrijk Bohemen behoorde – was een florerend handelscentrum, waardoor het een onafhankelijke positie had en zelfbestuur genoot. Nijverheid en handel waren de belangrijkste inkomstenbronnen. Deze werden door privileges beschermd, die ook de stad ten goede kwamen. Tegelijkertijd echter werden andere partijen, en dan vooral kerkelijke instellingen, hierdoor in hun invloed beperkt. Deze rechtsongelijkheid was een bron van spanningen die zich ook uitstrekte tot de brouwnijverheid.

Een beladen kerstgeschenk

Zestiende-eeuwse bierbrouwerij
Zestiende-eeuwse bierbrouwerij
Over het geld dat aan het brouwen en verkopen van bier verdiend werd, had het stadsbestuur controle. Dat betekende dat wanneer er bier van buiten de stad werd aangevoerd, dit eerst door het stadsbestuur moest worden gekeurd voordat er belasting over kon worden geheven. De brouwnijverheid was een belangrijke economische sector, zowel voor Breslau als het omliggende land, en er heerste algemene trots over de kwaliteit van haar producten. In de Middeleeuwen kwam het bekendste bier uit Schweidnitz, een stadje niet ver van Breslau verwijderd, en dat werd door heel Bohemen gedronken. Daarnaast werd het ook in Boedapest en veel steden in Polen en het Heilige Roomse Rijk verkocht. Bier was immers een eerste levensbehoefte. Water drinken kon risico’s met zich meebrengen vanwege mogelijke besmettingen, maar door het brouwproces gold bier vaak als een veiliger alternatief.

Het stedelijke monopolie op de verkoop van bier had machtige tegenstanders, waaronder de kerk. Kort voor het kerstfeest van 1380 naderde een bierwagen één van de stadspoorten van Breslau, maar de voerman verzuimde om zijn lading, bestaande uit twaalf vaten Schweidnitzer bier, aan keuring en belastingheffing te onderwerpen. Het betrof namelijk een kerstgeschenk voor Domherr Heinrich von Liegnitz (1355-1398), die resideerde op Tumski in het hart van de stad. Dit eilandje in de Oder was het bestuurlijke en administratieve centrum van het aartsbisdom Breslau waarvan Heinrich ook decaan was. Ondanks Heinrichs hoge positie gold de stedelijke wetgeving ook voor hem. Het stadsbestuur wilde geen uitzondering maken op het monopolie en liet beslag leggen op de vaten bier.

Domkerk van Breslau / Wrocław
Domkerk van Breslau / Wrocław (CC BY-SA 4.0 – Diego Delso – wiki)

Kerkelijke ban

Heinrich was hierover ontstemd en eiste een schadevergoeding. De magistraat wees dit echter van de hand en bleef vasthouden aan haar rechten. Toen was Heinrich weer aan zet en greep naar zijn zwaarste middel: een kerkelijke ban, ofwel excommunicatie. Hij weigerde nog langer kerkdiensten te houden of sacramenten te verrichten. In de diepgewortelde religieuze traditie van die tijd leidde dit besluit tot lamlegging van het sociale leven in de stad. Er kon geen communie of bruiloft meer gevierd worden en stervenden bleven verstoken van het heilig oliesel. Overledenen konden niet langer op de gebruikelijke wijze kerkelijk worden begraven. In de maanden die volgden nam het conflict een steeds grimmiger karakter aan en bereikte een kookpunt toen koning Wenzel IV van Bohemen (1361-1419) een bezoek bracht aan Breslau.

Raadhuis van Breslau / Wrocła
Raadhuis van Breslau / Wrocła (CC BY 3.0 – Jacek Halicki – wiki)

Bij die gelegenheid kon het stadsbestuur hem niet eens een heilige mis aanbieden omdat de kerkelijke ban nog altijd niet was opgeheven. De koning raakte buiten zich zelf van woede en deed zijn beklag bij paus Urbanus VI (1318-1389) in Rome. In de nacht van 28 op 29 juli liet hij het eiland Tumski vervolgens door zijn troepen bezetten. Hij gaf opdracht de omliggende dorpen te plunderen en er goederen en vee te stelen die bezit waren van het aartsbisdom. Bovendien verleende de koning toestemming aan de burgers van Breslau om dit voorbeeld te volgen en zich eveneens met aartsbisschoppelijke eigendommen te verrijken. Het conflict dat langer dan een jaar duurde en volledig uit de hand liep, kwam bekend te staan als de ‘Bierkrieg’, ofwel bieroorlog.

Wenzel IV van Bohemen
Wenzel IV van Bohemen
Paus Urbanus VI moest ten langen leste uitkomst bieden. Door zijn bemiddeling kwam het uiteindelijk tot onderhandelingen tussen de beide partijen in de bieroorlog. Daardoor was het ook weinig verrassend dat de kerk als overwinnaar uit de strijd kwam. De gestolen kerkelijke goederen moesten worden teruggegeven, hoewel er geen herstelbetaling voor de plunderingen kwam.

Monopolie doorbroken

Ook kwam men tot een vergelijk over het bier, want daar was het immers om begonnen. Koning Wenzel IV verschafte het Domkapittel toestemming om voortaan zelf bier te importeren, waaronder ook bier uit Schweidnitz, zonder tussenkomst van het stadsbestuur. Dat bier was dan overigens enkel bedoeld voor consumptie door het Domkapittel zelf. Hiermee was het stedelijk monopolie weliswaar doorbroken, toch kon het stadsbestuur profijt blijven trekken uit handel en nijverheid. Inclusief de inkomsten uit de verkoop van bier, maar dan wel met een bittere nasmaak.

×