Nazaat van Mussert-beschermer bepleit geheel vrije toegang tot oorlogsarchief

Boek over onderduik NSB-leider bij familie met foute én goede leden
7 minuten leestijd
gooier anton mussert onderduik
Glunderend feliciteert Gijsbert Gooijer NSB-leider Anton Mussert op 11 mei 1941 met diens 47ste verjaardag. Naast Gooijer zijn vrouw Margarethe, voor hem hun zoon Harry. (NIOD/Fotodienst der NSB)

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging met dossiers van mensen die ervan werden verdacht tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) ‘fout’ te zijn geweest, moet volledig worden opengesteld. Mensen moeten documenten vanuit huis digitaal kunnen raadplegen. Daarvoor pleit historicus Anton Kos met grote nadruk in zijn boek De hooiberg van Mussert, dat gaat over het oorlogsverleden van Kos’ eigen familie. Onder hen de overgrootvader die NSB-leider Mussert in mei 1940 een schuilplaats bood in het Gooise dorp Huizen.

Kos’ pleidooi om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) zonder belemmeringen open te stellen valt vooral op omdat hijzelf nazaat is van iemand die in de oorlog fout was: zijn overgrootvader Gijsbert Gooijer (1892-1975). Al enkele jaren is er discussie over hoe open of afgeschermd het CABR moet zijn, waarbij een belangrijk punt van overweging is wat dit kan betekenen voor nabestaanden van foute Nederlanders van toen.

Op de CABR-website valt te lezen dat het gaat om een enorm archief, berustend overigens bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging is het grootste archief over de Tweede Wereldoorlog van Nederland. Het bevat 3,8 kilometer aan dossiers met 30 miljoen pagina’s over personen die verdacht werden van samenwerking (collaboratie) met de Duitse bezetter. Naast juridische documenten bevat het CABR getuigenverklaringen, persoonlijke brieven en verhalen van slachtoffers.

Voorbeelden van bronnen uit het CABR.
Voorbeelden van bronnen uit het CABR. – Afb: Oorlog voor de Rechter

Het archief is niet zomaar te raadplegen. Na een vrij recente aanpassing kunnen gedigitaliseerde stukken nu worden ingezien bij het Nationaal Archief in Den Haag, bij oorlogsinstituut NIOD in Amsterdam en bij twaalf regionale archiefinstellingen, eentje in elke provincie. Aangezien het grootste deel van het archief nog niet is gescand zijn de meeste stukken tot nu toe alleen te raadplegen bij het Nationaal Archief. Het zal nog zeker tot na 2027 duren voordat alles is gescand. Maar zoals het nu ligt, zullen ook dan documenten niet met de laptop vanuit huis kunnen worden bekeken. Dat kan alleen bij het Nationaal Archief, het NIOD en de twaalf regionale archiefinstellingen.

Dat deugt niet, vindt Kos. Volgens hem ‘moet het foute-mensenarchief in zijn geheel openbaar online’. In zijn boek schrijft hij:

Iedereen heeft recht op deze informatie, recht op de ‘originele bronnen’. Dat sommigen daarmee niet kunnen omgaan, het zij zo. (…) Dan schaam je je maar even, zeker in de licht van de neergemaaide verzetsstrijders en verschrikkingen in de vernietigingskampen. Dan lig je maar een paar nachten wakker, als je erachter komt dat je overgrootvader, overgrootmoeder of opa of oma een NSB’er was, achter Mussert en Hitler aanliep, mensen heeft dwarsgezeten of verraden. De overdreven zorgzaamheid voor nota bene de nazaten van mensen die soms de vreselijkste misdaden hebben begaan (…) is wetenschappelijk gezien niet vol te houden en in moreel opzicht verwerpelijk. Er is wel empathie voor de nazaten van NSB’ers, collaborateurs en Waffen-SS’ers, geen of weinig empathie voor de nazaten van oorlogsslachtoffers, terwijl de derde en vierde generatie willen weten wat er met hun familieleden is gebeurd.

Musserts onderduik in Huizen

Het pleidooi wint aan kracht doordat historicus Kos (1969) zelf telg is van een familie die in de oorlog (ook) NSB’ers, collaborateurs en Waffen-SS’ers telde. In een interview met regionaal dagblad De Gooi- en Eemlander (29 april 2026) zei hij trouwens het woord collaborateur ‘omfloerst’ te vinden. Zijn overgrootvader Gijsbert noemt hij onomwonden ‘een landverrader’.

Geboren en getogen in Huizen wist Kos wel dat NSB-leider Anton Mussert van de Duitse inval tot en met de Nederlandse capitulatie (10-15 mei 1940) in het Gooise dorp zat ondergedoken om arrestatie te ontlopen. Maar pas in 2020 kwam hij erachter dat zijn eigen familie daarbij een hoofdrol speelde. Mussert hield zich schuil bij Kos’ overgrootvader Gijsbert Gooijer thuis, Naarderstraat 126. Het motiveerde de inmiddels in Hilversum wonende Kos om grondig uit te zoeken hoe dat zat.

Het gezin Gooijer rond 1932
Het gezin Gooijer rond 1932. Achterste rij v.l.n.r. Willy, Gijsbert en Cor, voorste rij v.l.n.r. Gijs, Zwaantje en Margarethe. (Collectie Anton Kos en familie)

Hij ontdekte onder meer dat Mussert zich niet heeft verborgen in een hooiberg, zoals vaak is gezegd en geschreven, zelfs in wetenschappelijke literatuur. Die hooiberg verzon de illegale pers in de oorlog om Mussert belachelijk te maken. Overgrootvader Gooijer had helemaal geen hooiberg, zijn huis was ook geen boerenwoning. De NSB-leider werd eerst verborgen in een door struiken overgroeid stuk loopgraaf dat dateerde uit de mobilisatietijd aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, daarna in de woning zelf, op zolder. Later noemde Mussert zichzelf ’s lands ‘eerste onderduiker’.

Gijsbert Gooijer en zijn gezin

Dat Gooijer zich over de NSB-leider ontfermde (hij ‘hield de wacht als een bloedhond’, aldus NSB-blad De Zwarte Soldaat) was geen toeval. Al in november 1933 was hij lid geworden van Musserts Nationaal-Socialistische Beweging. Later trad hij ook toe tot de zwart geüniformeerde Weerafdeling (WA) van de partij. Voor en in de oorlog was Gooijer in het hele land zeer actief met propaganda maken en kranten colporteren voor de NSB. Aanwijzingen dat zijn overgrootvader joden heeft verraden heeft de auteur niet aantroffen, hoewel Gooijer zeker antisemiet was en Kos gevallen van verraad niet geheel kan uitsluiten.

Gijsbert Gooijer was getrouwd geweest met Johanna Maria Verhoeks, maar zij was in 1922 jong overleden. Vijf jaar later hertrouwde hij met de geboren Duitse Louise Antonie Margarethe Arnold. Zij was idolaat van nazileider Hitler. Met haar kreeg Gooijer in 1932 een zoon, Richard Gosen (roepnaam Harry). Uit zijn eerste huwelijk had Gooijer vier kinderen: Wilhelmina (oma van de auteur), Cornelis Jan, Gijsbert Johannes en Zwaantje. Stiefmoeder Margarethe moest van die vier niet veel hebben.

Gijsbert, Margarethe en hun zoon Harry
Foto op een in 1942 gemaakte prentbriefkaart. Gijsbert, Margarethe en hun zoon Harry voor hun huis. Naast de foto afgedrukt was de tekst: ‘De familie Gooyer voor hun woning, waar zij den Leider der NSB gedurende de terreurdagen van 10 (tot) 15 mei 1940 gastvrijheid verleenden, waardoor het voortbestaan der Beweging en de toekomst van volk en vaderland werden gered.’ (Nationaal Archief)

Tegenovergestelde keuzes

Hoewel hij in De Gooi- en Eemlander vertelde dat hij niet zoveel heeft met familiegeschiedenissen heeft Kos de afgelopen jaren toch van het hele gezelschap het oorlogsverleden gereconstrueerd. Na de oorlog werd in de familie over de bezettingstijd vooral gezwegen. Ook zijn eigen vader heeft er ‘nooit iets relevants over gezegd’, schrijft Kos. En nu hij het allemaal heeft uitgezocht en opgeschreven denkt hij ‘niet dat al mijn familieleden even blij zullen zijn met de onthullingen in dit boek’, zei hij tegen Marjolein Vos van De Gooi- en Eemlander.

Niet zo vreemd wellicht, want wat Kos aantrof is weliswaar intrigerend, maar voor een deel allerminst verheffend. Overgrootvader Gijsbert en diens tweede vrouw, Margarethe, waren duidelijk ‘fout’, maar zij niet alleen. We lezen over een gespleten familie. Van de vier kinderen uit Gooijers eerste huwelijk hebben twee zich in de oorlog bewonderenswaardig gedragen, terwijl de andere twee net als hun vader fout waren.

Cornelis Jan (Cor) Gooijer en zijn vrouw, Albertje (Appie) Kos, namen joodse onderduikers in huis aan de Zeeweg 42 in Huizen. In 1999 kregen ze daarvoor een Israëlische Yad Vashem-onderscheiding. Iets verderop, Zeeweg 32, boden ook Wilhelmina (Willy) Gooijer en haar man, Gerrit Kos, een schuilplaats aan onderduikers. Een geheel andere keuze maakten de twee jongste kinderen. Zwaantje ging vrijwillig in Duitsland aardappelen schillen in een dwangarbeiderskamp en trouwde met een Rotterdamse WA-man en Waffen-SS’er. Gijsbert Johannes (Gijs) meldde zich bij de Waffen-SS, was bewaker in kamp Vught en diende aan het Oostfront (waarover hij later volhield er nooit te hebben gevochten, maar alleen auto’s gerepareerd). Van allen zet Kos in dit boek de wederwaardigheden zo nauwkeurig mogelijk op een rijtje, inclusief de naoorlogse afwikkeling.

Nicolaas Went
Nicolaas Went (NIOD)
Even nauwgezet noteert hij uiteraard wat hij aan feiten heeft vergaard over en rond Musserts onderduik in Huizen. Zo lezen we dat de felle Huizer NSB’er Nicolaas (Nic) Went, uitbater van een garage in Bussum, over die onderduikdagen een boekje schreef: ‘Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef’. Aanvankelijk waren er slechts twee exemplaren. Het ene kreeg Gijsbert Gooijer, het andere werd Mussert in Utrecht overhandigd op 11 mei 1942, op een bijeenkomst ter gelegenheid van zijn zevenenveertigste verjaardag. Nadien gaf Mussert Went toestemming voor een uitgebreidere handelseditie. Toen die er eenmaal was, ontstond er binnen de NSB echter debat over. Sommigen meenden dat de publicatie afbreuk deed aan de statuur van hun leider. De NSB zorgde dat nog onverkochte exemplaren het publiek niet bereikten door ze allemaal op te kopen.

Een bedevaartsoord

Auteurs van diverse boeken vermelden dat de woning en met name de zolder waar Mussert zich had schuilgehouden in de oorlog uitgroeiden tot een waar bedevaartsoord voor NSB’ers, compleet met een soort altaartje en een gastenboek. Roxane van Iperen bijvoorbeeld schrijft dat in ’t Hooge Nest (2018). Zijn naspeuringen brengen Kos echter tot de conclusie: het bedevaartsoord heeft nooit bestaan, het zijn verzinsels. Die kwamen uit de koker van Nic Went.

De hooiberg van Mussert - Anton Kos
 
Al met al heeft Anton Kos veel feitenmateriaal opgediept dat bij elkaar een intrigerend verhaal oplevert. Jammer is wel dat hij op diverse plaatsen onnodig wijdlopig schrijft. Zo moet de lezer zich na de proloog door tientallen pagina’s worstelen voordat het hoofdverhaal op stoom begint te komen. Dat had veel beknopter gekund. En curieus is dat de auteur een aantal personen, na eerst hun voor- en achternaam te hebben vermeld, verder uitsluitend bij de voornaam noemt. Bij familieleden is dat niet raar, maar waarom onder anderen NSB’er Nicolaas Went telkens gemoedelijk alleen Nic wordt genoemd is wonderlijk. Het wordt zelfs wat lachwekkend als admiraal en zeer kortstondig Duits staatshoofd Karl Dönitz wordt geïntroduceerd en vervolgens niet Dönitz, maar Karl wordt genoemd.

Prettig is wel dat op diverse plekken in het boek plukjes familieleden in een schemaatje worden weergegeven, waardoor de onderlinge relaties in één oogopslag duidelijk zijn. Nog mooier was het geweest als die plukjes ook in een totaaloverzicht bij elkaar waren gezet. Deze kanttekeningen laten echter onverlet dat Kos’ boek het lezen alleszins waard is.

×