Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging met dossiers van mensen die ervan werden verdacht tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) ‘fout’ te zijn geweest, moet volledig worden opengesteld. Mensen moeten documenten vanuit huis digitaal kunnen raadplegen. Daarvoor pleit historicus Anton Kos met grote nadruk in zijn boek De hooiberg van Mussert, dat gaat over het oorlogsverleden van Kos’ eigen familie. Onder hen de overgrootvader die NSB-leider Mussert in mei 1940 een schuilplaats bood in het Gooise dorp Huizen.
Kos’ pleidooi om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) zonder belemmeringen open te stellen valt vooral op omdat hijzelf nazaat is van iemand die in de oorlog fout was: zijn overgrootvader Gijsbert Gooijer (1892-1975). Al enkele jaren is er discussie over hoe open of afgeschermd het CABR moet zijn, waarbij een belangrijk punt van overweging is wat dit kan betekenen voor nabestaanden van foute Nederlanders van toen.
Op de CABR-website valt te lezen dat het gaat om een enorm archief, berustend overigens bij het Nationaal Archief in Den Haag.
Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging is het grootste archief over de Tweede Wereldoorlog van Nederland. Het bevat 3,8 kilometer aan dossiers met 30 miljoen pagina’s over personen die verdacht werden van samenwerking (collaboratie) met de Duitse bezetter. Naast juridische documenten bevat het CABR getuigenverklaringen, persoonlijke brieven en verhalen van slachtoffers.

Het archief is niet zomaar te raadplegen. Na een vrij recente aanpassing kunnen gedigitaliseerde stukken nu worden ingezien bij het Nationaal Archief in Den Haag, bij oorlogsinstituut NIOD in Amsterdam en bij twaalf regionale archiefinstellingen, eentje in elke provincie. Aangezien het grootste deel van het archief nog niet is gescand zijn de meeste stukken tot nu toe alleen te raadplegen bij het Nationaal Archief. Het zal nog zeker tot na 2027 duren voordat alles is gescand. Maar zoals het nu ligt, zullen ook dan documenten niet met de laptop vanuit huis kunnen worden bekeken. Dat kan alleen bij het Nationaal Archief, het NIOD en de twaalf regionale archiefinstellingen.
Dat deugt niet, vindt Kos. Volgens hem ‘moet het foute-mensenarchief in zijn geheel openbaar online’. In zijn boek schrijft hij:
Musserts onderduik in Huizen
Het pleidooi wint aan kracht doordat historicus Kos (1969) zelf telg is van een familie die in de oorlog (ook) NSB’ers, collaborateurs en Waffen-SS’ers telde. In een interview met regionaal dagblad De Gooi- en Eemlander (29 april 2026) zei hij trouwens het woord collaborateur ‘omfloerst’ te vinden. Zijn overgrootvader Gijsbert noemt hij onomwonden ‘een landverrader’.
Geboren en getogen in Huizen wist Kos wel dat NSB-leider Anton Mussert van de Duitse inval tot en met de Nederlandse capitulatie (10-15 mei 1940) in het Gooise dorp zat ondergedoken om arrestatie te ontlopen. Maar pas in 2020 kwam hij erachter dat zijn eigen familie daarbij een hoofdrol speelde. Mussert hield zich schuil bij Kos’ overgrootvader Gijsbert Gooijer thuis, Naarderstraat 126. Het motiveerde de inmiddels in Hilversum wonende Kos om grondig uit te zoeken hoe dat zat.

Hij ontdekte onder meer dat Mussert zich niet heeft verborgen in een hooiberg, zoals vaak is gezegd en geschreven, zelfs in wetenschappelijke literatuur. Die hooiberg verzon de illegale pers in de oorlog om Mussert belachelijk te maken. Overgrootvader Gooijer had helemaal geen hooiberg, zijn huis was ook geen boerenwoning. De NSB-leider werd eerst verborgen in een door struiken overgroeid stuk loopgraaf dat dateerde uit de mobilisatietijd aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, daarna in de woning zelf, op zolder. Later noemde Mussert zichzelf ’s lands ‘eerste onderduiker’.
Gijsbert Gooijer en zijn gezin
Dat Gooijer zich over de NSB-leider ontfermde (hij ‘hield de wacht als een bloedhond’, aldus NSB-blad De Zwarte Soldaat) was geen toeval. Al in november 1933 was hij lid geworden van Musserts Nationaal-Socialistische Beweging. Later trad hij ook toe tot de zwart geüniformeerde Weerafdeling (WA) van de partij. Voor en in de oorlog was Gooijer in het hele land zeer actief met propaganda maken en kranten colporteren voor de NSB. Aanwijzingen dat zijn overgrootvader joden heeft verraden heeft de auteur niet aantroffen, hoewel Gooijer zeker antisemiet was en Kos gevallen van verraad niet geheel kan uitsluiten.
Gijsbert Gooijer was getrouwd geweest met Johanna Maria Verhoeks, maar zij was in 1922 jong overleden. Vijf jaar later hertrouwde hij met de geboren Duitse Louise Antonie Margarethe Arnold. Zij was idolaat van nazileider Hitler. Met haar kreeg Gooijer in 1932 een zoon, Richard Gosen (roepnaam Harry). Uit zijn eerste huwelijk had Gooijer vier kinderen: Wilhelmina (oma van de auteur), Cornelis Jan, Gijsbert Johannes en Zwaantje. Stiefmoeder Margarethe moest van die vier niet veel hebben.

Tegenovergestelde keuzes
Hoewel hij in De Gooi- en Eemlander vertelde dat hij niet zoveel heeft met familiegeschiedenissen heeft Kos de afgelopen jaren toch van het hele gezelschap het oorlogsverleden gereconstrueerd. Na de oorlog werd in de familie over de bezettingstijd vooral gezwegen. Ook zijn eigen vader heeft er ‘nooit iets relevants over gezegd’, schrijft Kos. En nu hij het allemaal heeft uitgezocht en opgeschreven denkt hij ‘niet dat al mijn familieleden even blij zullen zijn met de onthullingen in dit boek’, zei hij tegen Marjolein Vos van De Gooi- en Eemlander.
Niet zo vreemd wellicht, want wat Kos aantrof is weliswaar intrigerend, maar voor een deel allerminst verheffend. Overgrootvader Gijsbert en diens tweede vrouw, Margarethe, waren duidelijk ‘fout’, maar zij niet alleen. We lezen over een gespleten familie. Van de vier kinderen uit Gooijers eerste huwelijk hebben twee zich in de oorlog bewonderenswaardig gedragen, terwijl de andere twee net als hun vader fout waren.
Cornelis Jan (Cor) Gooijer en zijn vrouw, Albertje (Appie) Kos, namen joodse onderduikers in huis aan de Zeeweg 42 in Huizen. In 1999 kregen ze daarvoor een Israëlische Yad Vashem-onderscheiding. Iets verderop, Zeeweg 32, boden ook Wilhelmina (Willy) Gooijer en haar man, Gerrit Kos, een schuilplaats aan onderduikers. Een geheel andere keuze maakten de twee jongste kinderen. Zwaantje ging vrijwillig in Duitsland aardappelen schillen in een dwangarbeiderskamp en trouwde met een Rotterdamse WA-man en Waffen-SS’er. Gijsbert Johannes (Gijs) meldde zich bij de Waffen-SS, was bewaker in kamp Vught en diende aan het Oostfront (waarover hij later volhield er nooit te hebben gevochten, maar alleen auto’s gerepareerd). Van allen zet Kos in dit boek de wederwaardigheden zo nauwkeurig mogelijk op een rijtje, inclusief de naoorlogse afwikkeling.

Een bedevaartsoord
Auteurs van diverse boeken vermelden dat de woning en met name de zolder waar Mussert zich had schuilgehouden in de oorlog uitgroeiden tot een waar bedevaartsoord voor NSB’ers, compleet met een soort altaartje en een gastenboek. Roxane van Iperen bijvoorbeeld schrijft dat in ’t Hooge Nest (2018). Zijn naspeuringen brengen Kos echter tot de conclusie: het bedevaartsoord heeft nooit bestaan, het zijn verzinsels. Die kwamen uit de koker van Nic Went.

Prettig is wel dat op diverse plekken in het boek plukjes familieleden in een schemaatje worden weergegeven, waardoor de onderlinge relaties in één oogopslag duidelijk zijn. Nog mooier was het geweest als die plukjes ook in een totaaloverzicht bij elkaar waren gezet. Deze kanttekeningen laten echter onverlet dat Kos’ boek het lezen alleszins waard is.
Auke Kok schreef biografie van Anton Mussert: portret van een fanatiek fascist met groot ego
Muur van Mussert – Bouwwerk van de NSB
Anton Mussert – Leider van de NSB
De Waalsdorpervlakte: een beladen herdenkingsplaats