Bijna tachtig jaar na de executie van Anton Mussert (1884-1946) is er een nieuwe biografie van de voormalige NSB-leider. Schrijver Auke Kok legt in het voorwoord uit dat zijn plan was ”een rapportage van zijn leven” te geven.
Niet moraliseren, althans zo weinig mogelijk, en vooral proberen de gebeurtenissen voor zichzelf te laten spreken. (…) Met als voornaamste drijfveer nieuwsgierigheid: wat zei hij, wat deed hij? En dan niet waarom, maar vooral hóe?

De kracht van de biografie is dat Kok de omgeving van Mussert en de interactie van de NSB-leider daarmee goed in beeld brengt. Hij weet de lezer op een moderne en prima leesbare manier mee te nemen in de sfeer waarin de hoofdrolspeler opereerde. Zo kleurt hij het leven van Mussert mooi in met in archieven en publicaties gevonden gesprekken en meningen van partijgenoten en hoofdrolspelers uit de bezettingstijd.
Beperkte nieuwe inzichten
Kok noemt in zijn voorwoord enkele eerder verschenen biografieën van Mussert. Door het bestaan van deze studies is het lastig om nog met nieuwe informatie te komen. Interessant en nieuw is de inkijk die de lezer krijgt in de relatie van Mussert in de privésfeer met vrienden en zijn vrouw Rie. Die kant van Mussert bleef tot op heden onderbelicht. Wat betreft de politiek bevat het boek weinig nieuwe informatie. Lezers die Mussert, een politiek leven van Jan Meyers kennen, zullen niet worden verrast door nieuwe feiten of gezichtspunten. Sterker nog, die biografie is qua politieke inhoud gedetailleerder. Daarbij moet wel worden aangetekend dat Kok een minder politiek-inhoudelijke beschrijving beoogt. Meyers’ biografie heeft bovendien als keerzijde dat die tekst taaier en ouderwetser is dan het boek van Kok.
Indië-reis
Koks verhaal begint in 1935 met de reis die Mussert als NSB-leider naar Nederlands-Indië maakte, waar hij ook aanhang probeerde te verwerven. De biograaf kiest hiervoor omdat het volgens hem de ”reis van zijn leven was” en dat die mede bijdroeg aan zijn politieke radicalisering. Dat de trip naar de Oost grote indruk op de leider maakte, staat buiten kijf. Het vertrek vanaf Schiphol, met duizenden juichende aanhangers, de grote menigten in Nederlands-Indië én de twee ontvangsten, geheel in strijd met het diplomatieke protocol, door gouverneur-generaal De Jonge zullen een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. De beschrijvingen daarvan in het boek zijn boeiend en de lezer ziet een glunderende Mussert voor zich.
De Indische indrukken zullen ook zeker een schakel in de politieke radicalisering zijn geweest, maar het is de vraag of ze zo overtuigend zijn als Kok ze presenteert, namelijk als een kantelpunt. De sterke politieke, racistische radicalisering van de NSB in Nederland zorgde juist voor vervreemding van de partijgenoten in de kolonie. De glijvlucht naar het kwaad was bovendien al eerder ingezet. Tegenstanders ageerden al in maart 1934 toen Mussert in de vierde ‘officiële brochure’ van de NSB de Joden indeelde in verschillende categorieën.
De Indië-reis droeg bij aan de versterking van Musserts ego en zijn neiging tot zelfoverschatting, maar die ontwikkeling was al ingezet na de verkiezingsoverwinning van april 1935. Acht procent van de stemmen voor de NSB was een ongekende prestatie in het verzuilde Nederland. De beweging groeide in die periode als kool en de weg naar de macht leek voor Mussert te zijn geplaveid. In 1937 volgde echter een teleurstelling met tegenvallende resultaten bij de Tweede Kamerverkiezingen. Kok laat goed zien dat Mussert desondanks weigerde op te geven.

Kanttekeningen
Ook door de pakkende beschrijving van de relaties van Mussert met de Duitse bezettingsautoriteiten beleeft de lezer het gemarchandeer en geschuif van Mussert beeldend mee. Duidelijk wordt dat Mussert er beter aan had gedaan na de Duitse inval de adviezen van een aantal prominente partijgenoten te volgen om zijn politieke ambities aan de wilgen te hangen. Wellicht het duidelijkst blijkt dat uit zijn houding ten opzichte van de Joden en hun vervolging. Kok schetst uitgebreid de positie van de NSB en met name Mussert over de Jodenvervolging. Daarbij schrijft hij:
In mei 1942, twee weken na de invoering van de Jodenster, heeft Mussert ongetwijfeld gehoord dat de deportaties op het punt van beginnen stonden.
Wat hij niet schrijft en wat in mijn optiek zeker relevant is, is dat Mussert in zijn naoorlogse verantwoording toegeeft al midden 1940 te zijn geïnformeerd over de plannen van de Duitsers de Joden te deporteren.
Een onzorgvuldigheid betreft de positie van NSB’er George Kettmann. Kok beschrijft hoe Kettmann in 1933 de eerste hoofdredacteur werd van de NSB-weekkrant Volk en Vaderland. Verderop in de biografie laat hij Mussert tijdens de beschrijving van een scharrel met zijn ruim twintig jaar jongere achternichtje filosoferen over het vertrek van Kettmann uit de redactie en de benoeming van de nieuwe hoofdredacteur Leo Lindeman. Daarmee suggereert de schrijver dat Lindeman Kettmann als hoofdredacteur opvolgde. Dat is onjuist. Kettmann stond in 1933 slechts enkele maanden aan het hoofd van de redactie. Zijn vertrek stond bovendien geheel los van de benoeming van Lindeman. Zo’n onzorgvuldigheid is echter een kleinigheid.
Opmerkelijker is dat Kok de brochure uit 1943 van NSB-Weerafdeling-hopman Henk Schumacher niet lijkt te hebben geraadpleegd. In chronologisch opzicht is dit de tweede van de eerder verschenen biografieën. In deze brochure, met de pakkende titel ‘Dat is Anton Mussert!’, krijgt de geschiedschrijving over de NSB-leider een interessante wending. Mussert werd in 1912 afgekeurd voor militaire dienst. In een eerdere levensbeschrijving uit 1933 schrijft journalist Ritter, op basis van een interview met hem, dat zijn lengte de afkeuringsgrond was.

Onbetrouwbaarheid en eigenbelang
Wat naar mijn idee nog meer aandacht had mogen hebben, is de (politieke) onbetrouwbaarheid van Mussert. De leider schroomde bijvoorbeeld niet in 1936 zijn eigen leden keihard voor te liegen over de machtspositie in zijn uitgeverij. Ook lapte hij meermaals het door hem geproclameerde Leidend Beginsel van de NSB aan zijn laars. Zo regelde hij in 1942 op grond van het leidersbeginsel een belastingvrijstelling. Zijn eigenbelang ging altijd voor het algemeen belang, terwijl het Leidend Beginsel van de NSB precies het tegenovergestelde vereiste.

Ondanks deze kanttekeningen ben ik positief over de nieuwe biografie. Auke Kok weet op pakkende wijze het leven van Mussert te beschrijven. De tekst leest prettig en voor de lezers die nog weinig van de NSB weten is Mussert – Reis naar het kwaad een goed boek. Voor degenen die al meer over Mussert en de NSB hebben gelezen, kleurt de biografie de geschiedenis mooi in.
In licht gewijzigde vorm eerder gepubliceerd op tracesofwar.nl
Anton Mussert – Leider van de NSB
Muur van Mussert – Bouwwerk van de NSB
Koetjes en kalfjes van SS-leider Heinrich Himmler
Gedreven verzetsman Hans Katan wilde Anton Mussert liquideren