De wereld van De Witt

3 minuten leestijd
Johan de Witt
Johan de Witt - Portret door Adriaen Hanneman

1672 was volgens de geschiedenisboekjes een ‘rampjaar’. Nederland werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Keulen en Münster. Het land was volgens een bekend gezegde reddeloos, de regering radeloos en de bevolking redeloos. In hun woede namen orangisten Cornelis de Witt gevangen op de vage (en onjuiste) beschuldiging dat hij een moordaanslag op Willem III wilde plegen. Cornelis was de iets oudere broer van veeljarige raadspensionaris Johan.

De rechtbank sprak Cornelis (onder meer regent in Dordrecht en ruwaard van de heerlijkheid Putten) vrij, maar toen zijn broer hem kwam ophalen, werden beiden gelyncht bij de Gevangenpoort in Den Haag. Hun lijken werden gruwelijk verminkt en naar verluidt zelfs gedeeltelijk opgegeten. De vader van de broers, die in de buurt woonde, stond machteloos.

Nieuwe blik

Standbeeld van Johan de Witt in Den Haag
Standbeeld van Johan de Witt in Den Haag (CC BY 4.0 – )
In het boek De wereld van De Witt 1625-1672, geschreven door een groep historici onder aanvoering van Marianne Eekhout, worden deze gebeurtenissen aan alle kanten belicht. Het boek is volgens de auteurs ‘geen traditionele biografie, maar biedt een nieuwe blik op Johan de Witt door bijzondere thema’s en andere invalshoeken te belichten met speciale aandacht voor zijn persoonlijke leven’.

Uiteraard staat Johan de Witt centraal in deze pagina’s, maar zonder dat andere belangrijke figuren in zijn leven veronachtzaamd worden. Niet alleen de vader van De Witt komt uitgebreid aan bod, maar ook zijn broer en zijn echtgenote, de jonggestorven Amsterdamse burgemeestersdochter Wendela Bicker.

De familie De Witt is afkomstig uit Dordrecht. Johan en Cornelis de Witt zagen er het levenslicht, evenals hun vader Jacob. Johan de Witt wordt omgeschreven als iemand met een scherp verstand en strategisch inzicht, die ook naam heeft gemaakt als verzekeringswiskundige. Hij gold als onkreukbaar, maar was tegelijk bedreven in het sluiten van compromissen.

Al op zijn zevenentwintigste volgde, na een studie rechten en een periode als advocaat en bestuurder in Dordrecht, zijn benoeming tot raadspensionaris van Holland en West-Friesland. Een functie, aldus het boek, die we nu zouden vergelijken met die van minister-president (Holland was het veruit machtigste gewest).

De wereld van De Witt
 
De Witts functioneren als raadspensionaris valt grotendeels samen met het eerste stadhouderloze tijdperk (1650-1672), dat vooral werd ingegeven door de gedachte dat een stadhouder te kostbaar was. De Witt stond helemaal achter dit idee. Hij was een voorstander van ‘de ware vrijheid’, zonder prinselijke bemoeienis.

Kwaad bloed

De Witt gold, kortom, als een tegenstander van Willem III, die na de plotselinge dood van zijn vader Willem II geen stadhouder was geworden (hij was toen ook pas acht dagen oud). Ondanks zijn verzet tegen de benoeming van een stadhouder bleef de raadspensionaris echter contacten onderhouden met personen uit Oranjekringen.

Zijn houding zette kwaad bloed bij de talrijke Oranjefans. Vooral dat hij in 1667 het stadhouderschap ‘voor eeuwig’ afgeschaft wist te krijgen viel verkeerd.

Zij politieke tegenstanders kregen in het ‘rampjaar’ de wind in de zeilen en zochten steun bij Oranje. Het ‘eeuwig edict’ werd afgeschaft en Willem III mocht zich alsnog stadhouder noemen. Hij werd dankzij een huwelijk later ook nog koning van Engeland.

Over Johan de Witt bestond decennialang een negatief imago. In de achttiende eeuw werd nog een felle pamflettenstrijd over hem gevoerd. Pas in de negentiende eeuw kantelde dit beeld definitief. In 1918 werden er twee standbeelden van hem onthuld, één in Den Haag en één in Dordrecht. Er zijn ook diverse straten en scholen naar hem genoemd. Hij wordt tegenwoordig alom gezien als een van de grootste politici die Nederland gekend heeft.

Marianne Eekhout is conservator van het Dordrechts Museum waar nog tot 27 oktober een tentoonstelling over Johan de Witt te zien is.

×