Complottheorieën verspreiden
De nazi’s gedijden bij complottheorieën. En ze gebruikten dezelfde denkprocessen om zich van hun eigen gelijk te overtuigen als de complotdenkers van nu doen. Het enige verschil is dat de complottheorieën van de nazi’s ten grondslag lagen aan de gruwelijkste misdaad uit de geschiedenis: de Holocaust.

Een van de redenen waarom die oorlog zo’n groot effect had, niet alleen op de nazi’s maar op de hele Duitse psyche, waren de extreme stemmingswisselingen die hij teweegbracht. De ultieme vernedering van 1918 werd nog moeilijker te slikken door de hoge verwachtingen die veel Duitsers hadden toen de oorlog een luttele vier jaar eerder begon. De complottheorieën die tegen het eind van de oorlog opkwamen zouden niet zoveel invloed hebben gehad als die aanvankelijke euforie er niet was geweest. ‘Eindelijk had het leven weer een ideale betekenis,’ meende de linkse auteur Ernst Glaeser, toen hij de stemming in augustus 1914 beschreef.
‘De grote deugden van de mensheid, loyaliteit, vaderlandsliefde, de bereidheid te sterven voor een ideaal […] triomfeerden over de handels- en kruideniersgeest […]. De oorlog zou de mensheid van al haar smetten zuiveren.’
Het was een gevoel waar de historicus Friedrich Meinecke, aan het andere eind van het politieke spectrum, het hartgrondig mee eens was toen hij na de oorlog schreef:
‘Alle kloven die tot dan toe onder het Duitse volk hadden bestaan, zowel binnen de bourgeoisie zelf als tussen de bourgeoisie en de arbeidersklasse, waren plotseling gedicht ten overstaan van het gedeelde gevaar.’

‘Ik ken geen [politieke] partijen meer, ik ken alleen nog maar Duitsers.’
Deze woorden zullen tegenwoordig weinig effect op ons hebben, maar wekten destijds grote geestdrift op. Duitsland was pas sinds 1871 verenigd – nog geen vijftig jaar voor het uitbreken van de oorlog – en zelfs na de eenwording bevatte het land nog steeds 25 afzonderlijke staten. Die erkenden allemaal het primaat van de Kaiser, maar bewaakten jaloers hun eigen onafhankelijkheid binnen de Duitse federatie. Beieren had nog steeds zijn eigen leger en vorst.

Emil Klein was destijds een schooljongen – later zou hij een overtuigde nazi worden – en hij herinnerde zich dat…
…er altijd grote uitbundigheid heerste als er een speciale trein vol soldaten in veldgrijs van het station vertrok. En ik was vaak ter plekke en zag hen vertrekken, zeker toen mijn eigen vader ten strijde trok […]. We werden opgevoed als nationalisten.
Als hij en zijn schoolgenoten naar de gymnastiekles marcheerden zongen ze ‘patriottische liederen’ zoals ‘O Deutschland hoch in Ehren! [O, Duitsland, hooggeëerd!]’
‘O Deutschland hoch in Ehren’
Ernst Jünger, een schrijver die door de nazi’s zeer werd bewonderd, sloot zich in augustus 1914 op negentienjarige leeftijd bij het leger aan.
‘Opgegroeid in een tijdperk van veiligheid deelden we een verlangen naar gevaar, naar de ervaring van het buitengewone. We waren verrukt van oorlog. We vertrokken in een regen van bloemen, in een dronken sfeer van bloed en rozen. De oorlog zou ons ongetwijfeld bieden wat we wilden; het grootse, het overweldigende, de gewijde ervaring.’

Vergelijkbare gevoelens had een vijfentwintigjarige schilder van werkjes voor toeristen, die in die augustusmaand in München woonde: Adolf Hitler. Hij was geboren in Oostenrijk maar had zich onmiddellijk bij een Beiers regiment aangesloten omdat hij zichzelf als Duitser beschouwde. ‘Die uren beleefde ik als een bevrijding van de pijnlijke gevoelens uit mijn jeugd,’ zou hij tien jaar later schrijven.
‘Zelfs nu nog schaam ik me niet te vertellen dat ik, overweldigd door een stormachtig enthousiasme, op mijn knieën viel en vanuit een overstromend hart de hemel dankte dat mij het geluk was beschoren om in deze tijd te leven. Een strijd voor vrijheid was begonnen, machtiger dan de wereld ooit had gezien.’
De grote vraag was, zoals Hitler het zag, ‘of de Duitse natie zou zijn of niet zou zijn’.

Op het ministerie van Oorlog in Berlijn heerste vlak voor het conflict begon een optimistische stemming. De Beierse militair attaché ‘zag overal stralende gezichten, handdrukken in de gangen; men feliciteert zichzelf dat de horde is genomen [van het besluit om deel te nemen aan de oorlog]’.

In het begin leek het Duitse optimisme gerechtvaardigd toen het Duitse leger de Slag der Grenzen won, het eerste grote treffen aan het westelijk front. Maar deze reeks veldslagen in het zuiden van België en het noordoosten van Frankrijk in augustus en het begin van september maakte verbijsterend snel duidelijk dat dit een ander soort oorlog zou worden. Het Franse leger dat bij Morhange ten strijde trok droeg nog altijd het traditionele uniform met een blauwe jas en rode broek. Aangezien ze een simpel doelwit waren voor de Duitsers, werden ze neergemaaid. Het was een bloedige les die de noodzaak van camouflage bij moderne oorlogsvoering aantoonde.
Ernst Röhm, die later leider van de Sturmabteilung van de nazi’s zou worden, vocht in de Slag der Grenzen als zesentwintigjarige luitenant. Na de oorlog schreef hij dat er voorafgaand aan het gevecht ‘vreugde en enthousiasme heersten in het hele regiment’. Maar vervolgens ondervond Röhm aan den lijve hoe de aanvankelijke ‘vreugde en het enthousiasme’ van zijn soldaten op de proef werden gesteld door de vernietigende kracht van modern wapentuig. Hij herinnerde zich de ‘overweldigende infanterie, het mitrailleur- en artillerievuur’ die hen vastpinden in een ‘verschrikkelijk’ gevecht. En ook al wonnen de Duitsers de strijd, zijn regiment leed ‘vreselijke verliezen’.

De Duitsers wisten niettemin door te drukken en drongen de geallieerden weer Frankrijk in. In een rapport van 27 augustus 1914 schreef het Duitse opperbevel dat de vijand ‘zich massaal terugtrok, niet bij machte serieus verzet tegen de Duitse opmars te bieden’. Op 1 september stonden Duitse soldaten op ongeveer vijftig kilometer van Parijs. Dit bleek later het hoogtepunt van hun succes te zijn. Een paar dagen later veranderde het hele verloop van de oorlog.
Franse en Britse troepen wisten een krachtig tegenoffensief in te zetten tegen een Duits leger met te lange aanvoerlijnen, in wat bekend zou komen te staan als de Eerste Slag aan de Marne. In slechts een paar dagen dwongen ze de Duitsers zich terug te trekken naar beter verdedigbare linies. Parijs was gered en aan het westelijk front begon zich een nieuw type conflict te ontwikkelen: de loopgravenoorlog.

Droom laatste Duitse keizer strandde op een Nederlands landgoed
Geloofde Hitler in de Protocollen van de wijzen van Zion?
Ernst Röhm (1887-1934) – Leider Sturmabteilung (SA)
Het stalen gevaarte van de Eerste Wereldoorlog: Sturmpanzerwagen A7V
Geschiedenis van luchthaven Schiphol
Amerika’s debuut op het wereldtoneel