Duitsers verheugden zich in 1914 op een ‘korte en levendige’ oorlog

Hoe de Eerste Wereldoorlog het denken van de nazi’s vormde
8 minuten leestijd
Duitse soldaten op weg naar het front
Duitse soldaten op weg naar het front
Hoe konden de nazi’s hun misdaden begaan? En waarom stonden zoveel gewone burgers dit toe? In In de geest van de nazi’s (Ambo|Anthos) onderzoekt historicus Laurence Rees hoe het nationaalsocialistische denken kon ontstaan en wortel schoot in de Duitse samenleving. Hij doet dat onder meer aan de hand van nieuwe getuigenissen en inzichten uit de gedragspsychologie. Op Historiek puliceren we een fragment uit zijn boek, over de euforie waarmee veel Duitsers in 1914 aan de Eerste Wereldoorlog begonnen – een stemming die de voedingsbodem vormde voor latere radicalisering.

Complottheorieën verspreiden

De nazi’s gedijden bij complottheorieën. En ze gebruikten dezelfde denkprocessen om zich van hun eigen gelijk te overtuigen als de complotdenkers van nu doen. Het enige verschil is dat de complottheorieën van de nazi’s ten grondslag lagen aan de gruwelijkste misdaad uit de geschiedenis: de Holocaust.

Marcherende nazi's in Salzburg, maart 1938
Marcherende nazi’s in Salzburg, maart 1938 (Publiek Domein – wiki)
Veel complottheorieën die de nazi’s toepasten kwamen voort uit de Eerste Wereldoorlog. Zonder de Eerste Wereldoorlog en de lange schaduw die die wierp zouden er waarschijnlijk geen nazipartij en geen Adolf Hitler als rijkskanselier van Duitsland zijn geweest. Als we willen doordringen in de denkwijzen van de nazi’s is het dus van belang om te begrijpen hoe die Eerste Wereldoorlog – de Grote Oorlog – het prisma werd waardoor velen van hen de wereld en Duitslands plaats daarin bekeken.

Een van de redenen waarom die oorlog zo’n groot effect had, niet alleen op de nazi’s maar op de hele Duitse psyche, waren de extreme stemmingswisselingen die hij teweegbracht. De ultieme vernedering van 1918 werd nog moeilijker te slikken door de hoge verwachtingen die veel Duitsers hadden toen de oorlog een luttele vier jaar eerder begon. De complottheorieën die tegen het eind van de oorlog opkwamen zouden niet zoveel invloed hebben gehad als die aanvankelijke euforie er niet was geweest. ‘Eindelijk had het leven weer een ideale betekenis,’ meende de linkse auteur Ernst Glaeser, toen hij de stemming in augustus 1914 beschreef.

‘De grote deugden van de mensheid, loyaliteit, vaderlandsliefde, de bereidheid te sterven voor een ideaal […] triomfeerden over de handels- en kruideniersgeest […]. De oorlog zou de mensheid van al haar smetten zuiveren.’

Het was een gevoel waar de historicus Friedrich Meinecke, aan het andere eind van het politieke spectrum, het hartgrondig mee eens was toen hij na de oorlog schreef:

‘Alle kloven die tot dan toe onder het Duitse volk hadden bestaan, zowel binnen de bourgeoisie zelf als tussen de bourgeoisie en de arbeidersklasse, waren plotseling gedicht ten overstaan van het gedeelde gevaar.’

Wilhelm II met punthelm
Beroemde foto van Wilhelm II met punthelm
De mate waarin de Duitsers de oorlog in de zomer van 1914 omarmden is in de afgelopen jaren door onderzoekers ter discussie gesteld en in een context geplaatst, maar het blijft een feit dat veel mensen een gevoel van saamhorigheid ervoeren toen de vijandelijkheden in augustus losbarstten. Die saamhorigheid werd samengevat in de beroemde zin die keizer Wilhelm II diezelfde maand uitsprak:

‘Ik ken geen [politieke] partijen meer, ik ken alleen nog maar Duitsers.’

Deze woorden zullen tegenwoordig weinig effect op ons hebben, maar wekten destijds grote geestdrift op. Duitsland was pas sinds 1871 verenigd – nog geen vijftig jaar voor het uitbreken van de oorlog – en zelfs na de eenwording bevatte het land nog steeds 25 afzonderlijke staten. Die erkenden allemaal het primaat van de Kaiser, maar bewaakten jaloers hun eigen onafhankelijkheid binnen de Duitse federatie. Beieren had nog steeds zijn eigen leger en vorst.

Duitse oorlogspropaganda met portret van de keizer, 1914
Duitse oorlogspropaganda met portret van de keizer, 1914
Wat de Kaiser in augustus 1914 verkondigde was een nationalistisch gevoel van ‘Duitsheid’. Dit was vooral aantrekkelijk nu het land in de negentiende eeuw zo sterk was veranderd tijdens zijn modernisering, niet alleen politiek maar ook economisch en cultureel. In het kielzog van deze veranderingen rees de allesomvattende vraag: wat betekende het precies om een Duitser te zijn, meer dan een Beier, Pruis of Hes? De Kaiser probeerde een antwoord te geven. Het deed er niet toe tot welke politieke partij je behoorde of uit welke deelstaat je kwam, je was in de eerste plaats een Duitser en Duitser zijn betekende dat je voor Duitslands eer moest vechten.

Emil Klein was destijds een schooljongen – later zou hij een overtuigde nazi worden – en hij herinnerde zich dat…

…er altijd grote uitbundigheid heerste als er een speciale trein vol soldaten in veldgrijs van het station vertrok. En ik was vaak ter plekke en zag hen vertrekken, zeker toen mijn eigen vader ten strijde trok […]. We werden opgevoed als nationalisten.

Als hij en zijn schoolgenoten naar de gymnastiekles marcheerden zongen ze ‘patriottische liederen’ zoals ‘O Deutschland hoch in Ehren! [O, Duitsland, hooggeëerd!]’

Ernst Jünger, een schrijver die door de nazi’s zeer werd bewonderd, sloot zich in augustus 1914 op negentienjarige leeftijd bij het leger aan.

‘Opgegroeid in een tijdperk van veiligheid deelden we een verlangen naar gevaar, naar de ervaring van het buitengewone. We waren verrukt van oorlog. We vertrokken in een regen van bloemen, in een dronken sfeer van bloed en rozen. De oorlog zou ons ongetwijfeld bieden wat we wilden; het grootse, het overweldigende, de gewijde ervaring.’

Duitse troepen worden uitgezwaaid om het centraal station in Fürth (Beieren) in augustus 1914
Duitse troepen worden uitgezwaaid bij het centraal station in Fürth (Beieren) in augustus 1914

Vergelijkbare gevoelens had een vijfentwintigjarige schilder van werkjes voor toeristen, die in die augustusmaand in München woonde: Adolf Hitler. Hij was geboren in Oostenrijk maar had zich onmiddellijk bij een Beiers regiment aangesloten omdat hij zichzelf als Duitser beschouwde. ‘Die uren beleefde ik als een bevrijding van de pijnlijke gevoelens uit mijn jeugd,’ zou hij tien jaar later schrijven.

‘Zelfs nu nog schaam ik me niet te vertellen dat ik, overweldigd door een stormachtig enthousiasme, op mijn knieën viel en vanuit een overstromend hart de hemel dankte dat mij het geluk was beschoren om in deze tijd te leven. Een strijd voor vrijheid was begonnen, machtiger dan de wereld ooit had gezien.’

De grote vraag was, zoals Hitler het zag, ‘of de Duitse natie zou zijn of niet zou zijn’.

Bataljonskoerier Adolf Hitler in mei 1915 met zijn geweer over zijn schouder gehangen. Hitler is onderweg om een boodschap af te leveren. Deze foto verschijnt voor het eerst in de regimentsgeschiedenis van het 16e RIR.
Bataljonskoerier Adolf Hitler in mei 1915 met zijn geweer over zijn schouder gehangen. Hitler is onderweg om een boodschap af te leveren. Deze foto verschijnt voor het eerst in de regimentsgeschiedenis van het 16e RIR.

Op het ministerie van Oorlog in Berlijn heerste vlak voor het conflict begon een optimistische stemming. De Beierse militair attaché ‘zag overal stralende gezichten, handdrukken in de gangen; men feliciteert zichzelf dat de horde is genomen [van het besluit om deel te nemen aan de oorlog]’.

Frederik de Grote, ca. 1739
Voor ons lijkt dit nu allemaal onvoorstelbaar, maar alleen omdat we weten wat er komen ging – vier jaar oorlogsvoering die het leven zou kosten aan ongeveer tien miljoen soldaten, van wie twee miljoen Duitsers. Dit was natuurlijk bepaald niet de uitkomst die het Duitse leiderschap had bedoeld. Het opperbevel had een snelle veldtocht voor ogen, in navolging van de uitspraak van Frederik de Grote dat Pruisen ‘korte en levendige’ oorlogen moest voeren. De vijand moest zo mogelijk in een paar weken, zo nodig maanden, overweldigd worden, maar zeker niet in een uitputtingsstrijd van vier jaar. Onder Frederik de Grote had Pruisen nooit de middelen gehad om zo’n oorlog te voeren en het had die, nog altijd ingeklemd tussen vijanden in het oosten en westen, ook niet onder keizer Wilhelm II.

In het begin leek het Duitse optimisme gerechtvaardigd toen het Duitse leger de Slag der Grenzen won, het eerste grote treffen aan het westelijk front. Maar deze reeks veldslagen in het zuiden van België en het noordoosten van Frankrijk in augustus en het begin van september maakte verbijsterend snel duidelijk dat dit een ander soort oorlog zou worden. Het Franse leger dat bij Morhange ten strijde trok droeg nog altijd het traditionele uniform met een blauwe jas en rode broek. Aangezien ze een simpel doelwit waren voor de Duitsers, werden ze neergemaaid. Het was een bloedige les die de noodzaak van camouflage bij moderne oorlogsvoering aantoonde.

Ernst Röhm, die later leider van de Sturmabteilung van de nazi’s zou worden, vocht in de Slag der Grenzen als zesentwintigjarige luitenant. Na de oorlog schreef hij dat er voorafgaand aan het gevecht ‘vreugde en enthousiasme heersten in het hele regiment’. Maar vervolgens ondervond Röhm aan den lijve hoe de aanvankelijke ‘vreugde en het enthousiasme’ van zijn soldaten op de proef werden gesteld door de vernietigende kracht van modern wapentuig. Hij herinnerde zich de ‘overweldigende infanterie, het mitrailleur- en artillerievuur’ die hen vastpinden in een ‘verschrikkelijk’ gevecht. En ook al wonnen de Duitsers de strijd, zijn regiment leed ‘vreselijke verliezen’.

Hitler, generaal Erich Ludendorff, SA-leider Ernst Röhm en anderen München, 1924, na het proces voor de Bierkellerputsch
Hitler, generaal Erich Ludendorff, SA-leider Ernst Röhm en anderen München, 1924, na het proces voor de Bierkellerputsch. Bron: Bundesarchiv

De Duitsers wisten niettemin door te drukken en drongen de geallieerden weer Frankrijk in. In een rapport van 27 augustus 1914 schreef het Duitse opperbevel dat de vijand ‘zich massaal terugtrok, niet bij machte serieus verzet tegen de Duitse opmars te bieden’. Op 1 september stonden Duitse soldaten op ongeveer vijftig kilometer van Parijs. Dit bleek later het hoogtepunt van hun succes te zijn. Een paar dagen later veranderde het hele verloop van de oorlog.

Franse en Britse troepen wisten een krachtig tegenoffensief in te zetten tegen een Duits leger met te lange aanvoerlijnen, in wat bekend zou komen te staan als de Eerste Slag aan de Marne. In slechts een paar dagen dwongen ze de Duitsers zich terug te trekken naar beter verdedigbare linies. Parijs was gered en aan het westelijk front begon zich een nieuw type conflict te ontwikkelen: de loopgravenoorlog.

In de geest van de nazi’s - Laurence Rees
 
Dit luidde het begin in van een oorlog die de Duitsers en hun bondgenoten eigenlijk niet konden winnen. Dit was niet de gewenste ‘korte en levendige’ oorlog, maar een lang en statisch gevecht dat een hoeveelheid middelen vereiste die ze niet hadden. Maar dit was niet hoe de Duitse media uitlegden wat er gebeurde. De vernietigende gebeurtenissen van de Eerste Slag aan de Marne werden afgeschilderd als een kleine kink in de kabel: niet meer dan een verandering van positie, een tactische aanpassing. Het was een van de eerste voorbeelden van misleiding waarvan de officiële Duitse berichtgeving over de oorlog doordrenkt zou worden – een vorm van misleiding die enorme psychologische gevolgen zou hebben. De ware schuldigen voor de problemen waarin het Duitse leger nu zat – de militaire leiders die een fundamentele misrekening hadden gemaakt – verscholen zich achter een spervuur van onwaarheden: leugens die complotdenkers vervolgens hielpen bij het uitventen van hun fantasieën.

×