De Estlandse Werkliedencommune van Narva – een bolsjewistische parallelstaat in 1918-1919

11 minuten leestijd
1 mei-demonstratie met rode vlaggen in Narva in 1917. Bron: Tribuna
1 mei-demonstratie met rode vlaggen in Narva in 1917. Bron: Tribuna

In de chaotische dagen tussen de instorting van het Russische tsarenrijk en de onafhankelijkheid van de republiek Estland was de grensstad Narva kort het centrum van een bolsjewistische parallelstaat. Het verhaal van de échte ‘volksrepubliek Narva’.

De Estlandse Werkliedencommune – Eesti Töörahwa Kommuuna in het Ests, Эстляндская трудовая коммуна in het Russisch – werd uitgeroepen op 29 november 1918, één dag nadat Russische Sovjet-bolsjewistische troepen Narva hadden ingenomen. De Narva-commune, zo genoemd naar de commune van Parijs uit 1871, was een door Sovjet-Rusland erkende en gesteunde ‘tegenregering’ en parallelstaat waarin plaatselijke bolsjewieken hun geprefereerde sociaalpolitieke model al in de praktijk konden brengen in afwachting van de her-inname van heel Estland door de Sovjet-bolsjewistische strijdkrachten en hun lokale handlangers.

Industrieel bolwerk

De episode is ingebed in het grenslandkarakter en de sociale geschiedenis van Narva. In de late tsarentijd was Narva samen met zijn ‘tweelingstad’ Ivangorod net over de Narova-rivier, ingedeeld bij het gouvernement of de provincie Sint-Petersburg, terwijl de rest van het huidige Estland sinds de achttiende eeuw deel uitmaakte van de gouvernementen Estland en Lijfland. In de vroegmoderne tijd waren er al tal van manufacturen. De bouw van een textielfabriek op het riviereland Kreenholm in 1856-1857 bracht evenwel een nieuw industrieel elan dat later onder meer ook machinebouwfabrieken, metaalindustrie en industriële houtzagerijen zou aantrekken. Met de aanleg van de spoorweg tussen Reval – zoals de Estse hoofdstad Tallinn toen heette – en Sint-Petersburg in 1868-1870 werd Narva ook een belangrijk spoorwegknooppunt.

‘Groet uit Narva’
‘Groet uit Narva’. Ansichtkaart met zicht over Narva uit het begin van de twintigstee eeuw. Bron: Tribuna

Omstreeks 1860 had Narva volgens sommige bronnen zo’n 5.500 inwoners waarvan de helft orthodoxen – voornamelijk Russen – en een derde lutheranen – voornamelijk Esten – waren. In 1897 telde de stad ongeveer 16.600 inwoners, waarvan Esten en Russen elk zo’n 44 procent uitmaakten. Het overige tiende van de bevolking bestond uit Duitsers, Joden, Letten en Lijflanders, Belarussen, Polen en Finnen.

In 1913 tenslotte bedroeg de bevolking van Narva naar verluidt meer dan 21.000 mensen, waarvan 58 procent Esten en ongeveer een derde Russen. De huidige etnisch-Russische meerderheid in de stad kwam pas tot stand na de Tweede Wereldoorlog.

Traditie van arbeidersmobilisatie

Sommige bevolkingscijfers gaan tot meer dan 30.000 omstreeks 1900. Maar dat omvat wellicht ook de bevolking van Ivangorod en van het ommeland van waaruit naar Narva werd gependeld, alsook tijdelijke inwoners. Ongeveer veertig procent van Estlands industriearbeiders werkte in Narva. De Kreenholm-fabriek werd één van de grootste textielfabrieken in oostelijk Europa. De land- en fabriekseigenaars en de kaderleden waren doorgaans geen mensen van het Estse meerderheidsvolk, maar oude lokale etnisch-Duitse families, Russen, of buitenlanders zoals zogenaamde Rijksduitsers en Britten.

Net als het Oekraïense Donetsbekken werden Narva en het ommeland door de sociale gevolgen van industrialisering en de arbeids- en levensomstandigheden een bolwerk van arbeidersbewegingen en een centrum van sociale onrust. Een eerste grote staking was die van wevers en bouwvakkers op Kreenholm na abrupte werkdagverlenging, gesjoemel met inhoudingen op stuklonen en een uitbraak van cholera in de zomer van 1872. Er volgden nog meer stakingen. Mede door de arbeidersbewegingen op plaatsen als Narva vaardigden de imperiale tsaristische autoriteiten vanaf 1882 een reeks sociale wetten uit omtrent een minimumleeftijd voor fabrieksarbeiders, inperking van nachtwerk voor vrouwen en de lengte van de werkdag.

Narva als industrieel bolwerk. De Kreenholm-textielmanufactuur…
Narva als industrieel bolwerk. De Kreenholm-textielmanufactuur…
Zinovjev-gietijzerfabriek
… en de Zinovjev-gietijzerfabriek.

Ook tijdens het revolutiejaar 1905 lieten de arbeidersbewegingen in Narva zich niet onbetuigd. Al snel trok de stad ook uiteenlopende sociaalrevolutionairen aan, geïnspireerd door verschillende interpretaties van het marxisme. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam, onder meer als reactie op de tsaristische russificatiepolitiek van de jaren 1880, ook een nieuw elan op gang in Ests nationaal bewustzijn en streven naar autonomie, vooral onder impuls van schrijvers, journalisten en dichters, volkskundigen, geestelijken en leerkrachten. Wat aanvankelijk vooral een elite-gedreven beweging was, vond een wijdere basis onder de Estse bevolking als ze ook ging opkomen voor landhervorming en landbedeling.

Provinciale autonomie

Steunbijeenkomst in het toenmalige Dorpat of Joerjev (het huidige Tartu) voor de instelling van provinciale autonomie voor Estland na de Russische februari-revolutie van 1917.
Steunbijeenkomst in het toenmalige Dorpat of Joerjev (het huidige Tartu) voor de instelling van provinciale autonomie voor Estland na de Russische februari-revolutie van 1917.
Na de februari-revolutie, de afzetting van de tsaar en de installatie van een voorlopige republikeinse regering in Rusland in 1917 werd het gouvernement Estland samengevoegd met een deel van het oude gouvernement Lijfland, zodat het gros van de etnische Esten in één administratief gebied terecht kwamen. Het gebied kreeg ook ruime provinciale autonomie. In juli vond in Tallinn onder leiding van het latere staatshoofd Konstantin Päts een eerste Estlandse wetgevende vergadering plaats. In Narva en Ivangorod, die beide tot dan nog deel uitmaakten van het naburige Russische gouvernement Sint-Petersburg, werd een referendum gehouden waarbij door het overwicht van de ja-stemmen in het grotere Narva gekozen werd om beide steden aan te sluiten bij het nieuwe autonome Estlandse gouvernement.

In de maanden van provinciale autonomie onder het voorlopig Russische republikeinse bewind nam ook de politieke en paramilitaire activiteit en de infiltratie van strategische sectoren als transport, communicatie en defensie door de bolsjewieken in Estland snel toe. De bolsjewieken hadden een zekere aanhang in de Russische garnizoenen die zich nog in de provincie bevonden en onder de fabrieksarbeiders in Tallinn, Narva en andere industriecentra. Het was evenwel niet zo dat de aanhang van de bolsjewieken in Estland uitsluitend uit Russen en andere niet-Esten bestond. Een deel van de aanhang en de leiding was etnisch-Ests.

Het stadhuis van Narva uit 1671. Op 29 november 1918 werd er de ‘Estlandse Werkliedencommune’ uitgeroepen en de rode vlag op het gebouw gehesen.
Het stadhuis van Narva uit 1671. Op 29 november 1918 werd er de ‘Estlandse Werkliedencommune’ uitgeroepen en de rode vlag op het gebouw gehesen.

De bolsjewistische-leninistische oktobercoup in Rusland in 1917 en het einde van het voorlopige Russische republikeinse bewind, creëerde in Tallinn een politiek vacuüm waarin lokale bolsjewieken onder leiding van Jaan Anvelt en Viktor Kingissepp gezwind de macht konden overnemen. Bij de verkiezingen voor de nieuwe grondwetgevende vergadering in november 1917 behaalden de bolsjewieken 39 procent van de stemmen. Ze stelden revolutionaire rechtbanken in, arbeiderscomités namen de controle over fabrieken en privébedrijven, spoorwegen en banken over, en privébezit werd afgeschaft. Naar Russisch voorbeeld werden land en boerderijen onteigend en omgevormd tot staatsboerderijen.

De vlag van de Narva-commune. Het opschrift linksboven betekent ‘Estlandse Werkliedencommune’ in het Ests en Russisch.
De vlag van de Narva-commune. Het opschrift linksboven betekent ‘Estlandse Werkliedencommune’ in het Ests en Russisch.
Vooral dat laatste zette kwaad bloed onder de overwegend rurale Estse bevolking. Die had immers gehoopt dat na de onteigening van de adellijke grootgrondbezitters van overwegend Duitse komaf het land zou worden verdeeld onder de boeren en lokale landbouwondernemers zelf en niet in handen zou komen van de staat. Bovendien werd snel duidelijk dat de nieuwe bolsjewistisch machthebbers in Tallinn meer verweven waren met hun geestesgenoten en patroons in Moskou dan met de volksbasis in Estland zelf. Al snel kwam antibolsjewistisch verzet op gang. Er braken antibolsjewistische onlusten en stakingen uit in Reval, Tartu (dat toen Dorpat of Joerjev heette) en andere plekken. De idee van onafhankelijkheid, die tot dan toe relatief beperkte weerklank had onder de bredere bevolking, won snel veld.

‘Proletarisch internationalisme’

Het bolsjewistische bewind in Tallinn werd evenwel niet afgezet door en volkopstand maar wel door een inval van het Duitse keizerlijke leger. In september en oktober 1917 had het Duitse leger aan het oostfront van de Eerste Wereldoorlog al de Estse Oostzee-eilanden Saremaa, Hiumaa en Muhu bezet. Op 18 februari 2018, na het inklappen van het Duits-Sovjet-Russische vredesverdrag van Brest-Litovsk bezette het ook Tallinn en een stuk van het Estse vasteland. De meeste Estlandse bolsjewistische kopstukken en leden van de rode gardes vluchtten naar Rusland.

Zes dagen later riep het Päästekomitee, het Estse Bevrijdings- en Reddingscomité, onder leiding van Konstantin Päts en Jüri Vilms de onafhankelijkheid van de republiek Estland uit. In het najaar van 1918, toen het sterk verzwakte Duitsland ook hier aan zijn aftocht begon, kwamen de Estlandse bolsjewieken terug, deze keer met ruggensteun van detachementen het Zevende Rode Leger. Op 23 november namen ze Narva en omgeving in. Tallinn bleef evenwel buiten hun bereik. Een week later werd in Narva een pro-bolsjewistisch bewind geïnstalleerd geleid door Jaan Aanvelt en andere figuren die een dik half jaar voordien in Tallinn de dienst hadden uitgemaakt: de Estlandse Werkliedencommune.

“Het moment in de internationale proletarische revolutie waarop de arbeiders van Estland het recht op zelfbeschikking in eigen handen nemen is (..opnieuw…) aangebroken!”, verklaarde de commune in haar manifest van 29 november 1918.

Het was een moeilijke tijd voor de arbeidersklasse, toen alle successen van de revolutie teniet werden gedaan, toen land werd teruggegeven aan de landeigenaren en banken, fabrieken en andere ondernemingen aan de kapitalisten. Alle arbeidersorganisaties werden vernietigd en de arbeidersbeweging werd met geweld onderdrukt, terwijl de bourgeoisie haar overwinning uitbundig vierde. Maar het Estse proletariaat verloor zijn moed en hoop niet. Het organiseerde zijn krachten in Estland en bereidde zich voor op de strijd in een vrij Rusland. De voorlopige regering van Estland, of haar agenten en aanhangers – landeigenaren en geestelijken – wier handen bevlekt zijn met het bloed van de arbeiders van Estland, worden (… vanaf nu… ) vogelvrij verklaard.
Verordeningen van de Narva-commune
Verordeningen van de Narva-commune in de Estlandse communistische krant Rahwa Hääl (‘stem van het volk’). Bron: Ajapaik

Parallelle overheden

Zo raakte Estland opgedeeld in gebieden die elk onder een bestuur stonden met radicaal uiteenlopende maatschappijvisies en interpretaties van wat Estland hoorde te zijn: één in Tallinn onder het nationaal-soevereinistische Bevrijdings- en Reddingscomité, en één in Narva onder de pro-bolsjewistische commune. De Estlandse Werkliedencommune moest de ‘kiem’ zijn van een geplande Sovjetrepubliek Estland. Hoewel de meeste arbeidersorganisaties die actief waren geweest in Narva weinig op hadden met de bolsjewieken, zagen de communards de oude industriestad als ‘proletarisch bolwerk’ en sociaal laboratorium bij uitstek voor de voorziene sovjetisering van Estland.

De commune ging ook volledig op in de lijn van ‘internationale proletarische revolutie’ en ‘revolutie-export’ die het vroege Sovjet-Russische bewind kenmerkten. De muiterijen en de rode novemberopstand in Duitsland eind 1918 en de uitroeping van radenrepublieken in onder meer Kiel en München bevestigden volgens hen dat de bolsjewistische revolutie dra zou overslaan op Centraal-en West-Europa. “Nu het proletariaat van (…) Duitsland (… en andere landen…) zijn eigen sovjets opricht, moet ook het proletariaat van Estland zijn eigen sovjets creëren.” , klonk het in het commune-manifest.

Het Estse proletariaat heeft zich georganiseerd rond de Estse afdeling van de Russische communistische partij en heeft een revolutionair comité opgericht, onder wiens leiding het proletariaat van Estland de strijd is begonnen tegen de bourgeoisie en de overblijfselen van het Duitse imperialisme.

Slachtoffers van bolsjewistische rode terreur in de omgeving van Wesenberg (het huidige Rakvere) in het noordoosten van Estland.
Slachtoffers van bolsjewistische rode terreur in de omgeving van Wesenberg (het huidige Rakvere) in het noordoosten van Estland.
Op 7 december 1918 werd het commune-bewind van Narva erkend door Sovjet-Rusland, de enige staatsentiteit die dat deed. In de gebieden die het bewind controleerde – Narva en omgeving, Tartu en twee districten in het zuiden van het land – werden de sociaaleconomische maatregelen die het bolsjewistisch bewind in Tallinn een jaar eerder hadden genomen en vervolgens ongedaan waren gemaakt, door de commune van Narva en haar commissarissen weer ingevoerd. Net als in Sovjet-Rusland werd ook rode terreur ingesteld. De eerste ‘commissie voor de bestrijding van de contrarevolutie’ werd op 5 december 1918 in Narva opgericht.

De revolutionaire commissarissenraad van de ‘Estlandse werkliedencommune’ van Narva. De meeste leden vluchtten na het inklappen van de commune naar Sovjet-Rusland en vielen daar in de jaren 1930 ten prooi aan de stalinistische zuiveringen
De revolutionaire commissarissenraad van de ‘Estlandse werkliedencommune’ van Narva. De meeste leden vluchtten na het inklappen van de commune naar Sovjet-Rusland en vielen daar in de jaren 1930 ten prooi aan de stalinistische zuiveringen

In totaal waren tussen december 1918 en januari 1919 vier van zulke regionale commissies actief in het door de bolsjewieken en de commune gecontroleerde gebied. Naast de aanhangers van de Estse voorlopige regering verklaarden de bolsjewieken op 29 november 1918 alle etnisch-Duitse edellieden en zowel orthodoxe als lutheraanse geestelijken vogelvrij. Volgens historicus Taavi Minnik werden in commune-gebied in december 1918 en januari 1919 zo’n 2500 mensen gearresteerd en 600 à 700 geëxecuteerd. De meerderheid werd terechtgesteld op grond van politieke aanklachten en aantijgingen zoals ‘collaboratie met de Duitse bezetter’, als ‘bloedzuigers van de werkende klasse’ – werkgevers en ondernemers – of als aanhangers van de anticommunistische ‘Witten’ of van de ‘bourgeoisregering’ in Tallinn.

Geen nationale aansluiting

De kopstukken en de leden van de politieke organen van de Werkliedencommune waren voor het merendeel Ests van afkomst maar ideologisch sterker doordrongen van ‘proletarisch internationalisme’ van de bolsjewistische machthebbers in Moskou dan van wat leefde bij de volksbasis in hun land. Bovendien was het commune-bewind volledig aangewezen op het Russische Rode Leger en zaten en in de rode gardes – de communemilities – maar weinig Esten. Ze bestonden vooral uit Russen, Letten en Belarussen. Onder de Estse bevolking in en rond Narva en elders bestond wel degelijk wrok ten opzichte van de oude grootgrondbezitters en van en aantal grote fabriekseigenaars – de stakingen en de opstanden van 1905 hadden duidelijke sociale oorzaken.

Maar dat betekent niet dat de plaatselijke bevolking in de bolsjewieken en hun obsessie met klassenstrijd, internationale proletarische revolutie en rode terreur vertegenwoordigers en behartigers van hun besognes zag. Volgens historicus Karsten Brüggemann slaagde de Estse nationalistische beweging er beter in om een volksbasis uit te bouwen door streven naar nationale soevereiniteit te koppelen aan sociale emancipatie van het Estse volk. Dat deed ze onder meer met een landhervorming waarbij land en infrastructuur van de oude etnisch-Duitse grootgrondbezitters die er eeuwenlang de dienst hadden uitgemaakt werd herverdeeld onder Estse boeren. Ze nationaliseerde met oog op industriële soevereiniteit ook een aantal industrieën zoals de schalieoliewinning in het noordoosten van het land.

Oorlogsschade in Narva na de verdrijving van het Rode Leger en de Werkliedencommune begin 1919
Oorlogsschade in Narva na de verdrijving van het Rode Leger en de Werkliedencommune begin 1919. Bron: Ajapaik

“Omdat de Esten nooit echt onderdrukt waren geweest door een eigen (… etnisch-Estse…) hogere klasse, had het in feite geen zin om hier klassenstrijd aan te wakkeren”, lichtte Brüggemann toe.

De hele natie was immers onderdrukt, niet alleen de arbeidersklasse. (…) De Werkliedencommune faalde door haar onvermogen om zich aan te passen aan de nationale agenda. Hoewel er in Estland wel enige sympathie bestond voor sociale revolutie, was er geen sympathie voor klassenstrijd. (D)e prestaties van de commune waren niet overtuigend omdat ze niets revolutionairs te bieden had dat onafhankelijk was van Moskou, terwijl de voorlopige regering in Tallinn er, in ieder geval na er, alvast na verloop van tijd, wel in slaagde iets te bieden wat de Esten iets ‘eigens’ konden noemen.”

Jaan Anvelt
De Estse communistische advocaat en leider van de Narva-commune Jaan Anvelt (1884-1937) op een foto uit 1925.
Op 19 januari 1919 nam de Rahvavägi, het nationaal-soevereinistische Estse volksleger, met de hulp van Finse, Zweedse en Deense vrijwilligers en van leveringen van wapens en uitrusting door de Britse marine, Narva weer in. De Werkliedencommune van Narva had feitelijk slechts 51 dagen bestaan.

Na hun verdrijving uit de stad doken haar commissarissen en de restanten van haar aanhang en militie onder of zwierven ze nog enkele maanden rond in het noordwesten van Rusland, tot de ‘Estlandse Werkliedencommune’ op 5 juni 1919 officieel werd opgeheven door het Sovjet-bolsjewistische bewind. Sommige leden van de centrale raad van commissarissen bekleedden nadien nog functies in Sovjet-Rusland. Anderen, zoals Jaan Anvelt, waren in december 1924 betrokken bij de mislukte communistische coup in Tallinn. Maar uiteindelijk vielen bijna alle kopstukken van de commune die in de Sovjet-Unie terecht waren gekomen in 1936-1939 ten prooi aan de stalinistische zuiveringen.

Geraadpleegde literatuur

– Erik Amburger, „Das neuzeitliche Narva als Wirtschaftsfaktor zwischen Rußland und Estland‘, Jahrbücher für Geschichte Osteuropas, 15 (21), 1967, pp. 197-208.
– Karsten Brüggemann, “’Foreign rule’ during the Estonian War of Independence 1918–1920: the Bolshevik experiment of the ‘Estonian Worker’s Commune’”, Journal of Baltic Studies, 37(2), 2006, pp. 210–226.
– —, „Die Revolutionen von 1917 in den russischen Ostseeprovinzen“, In: Joachim Tauber en Alexander Tschubarjan, Zeitenwende: deutsche und russische Erfahrungen 1917–1919 – На рубеже эпох: русский и немецкий опыт 1917–1919 гг., Mitteilungen der Gemeinsamen Kommission für die Erforschung der jüngeren Geschichte der deutsch-russischen Beziehungen – Сообщения Совместной комиссии по изучению новейшей истории российско-германских отношений, 10, 2022, Berliner Wissenschaftsverlag, 10, 2022, pp. 119-130.
– Silvia P. Forgus, “Soviet subversive activities in independent Estonia (1918-1940)”, Journal of Baltic Studies, 23 (1), 1992, pp. 29–46.
– Nobuya Hashimoto en Hiromi Komori, “A border town and migration: the case of Narva and Russian speakers in Estonia”. In: Stefan Berger en Nobuya Hashimoto, Borders in East and West : transnational and comparative perspectives, Berghahn, 2022, pp. 142-167.
– Taavi Minnik, “The cycle of terror in Estonia 1917-1919: on its preconditions and major stages”, Journal of Baltic Studies , 46 (1), 2015, pp. 35–47.
– Maie Pihlamägi, “Estonian industrial workers’ demands in the 1905 revolution”, Acta Historica Tallinnensia, 2008, 12, pp. 3-17.
– Манифест Советского Правительства Эстонии. Всем рабочим и крестьянам Эстляндии. 29 ноября 1918 г. , «Жизнь национальностей» № 7, 22 декабря 1918 г. , Российское историческое общество, Фонд «История Отечества»
×