Klassieke oudheid inspireerde Thomas Jefferson
In de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring is een oud Romeins ideaal van deugd, vrijheid en geluk verweven, dat via Cicero diep doordringt in het denken van Thomas Jefferson.

Wij beschouwen deze waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn en door hun Schepper zijn begiftigd met onvervreemdbare rechten, waaronder leven, vrijheid en het streven naar geluk.
Waar haalde Jefferson zijn woorden vandaan? De Amerikaanse rechtshistoricus Jeffrey Rosen schrijft in The Pursuit of Happiness (2024) dat Jefferson vijf jaar vóór de Onafhankelijkheidsverklaring voor een vriend een leeslijst maakte. Daarop stonden moderne verlichtingsfilosofen als John Locke en David Hume, maar ook klassieke auteurs als Epictetus, Seneca, Marcus Aurelius en Cicero.
Jefferson had een grote voorliefde voor antieke schrijvers, die hij las in het oorspronkelijke Latijn. Net als veel andere Founding Fathers had hij een grondige klassieke vorming gehad aan een koloniale eliteschool, met dagelijks vijf tot tien uur Grieks en Latijn. Er is wel eens gezegd dat Jefferson beter las en schreef in het Latijn dan in het Engels.
Streven naar geluk

Rosen betoogt dat Jefferson vooral werd beïnvloed door Cicero’s Tusculanae Disputationes (Gesprekken in Tusculum). Daarin onderzoekt de Romeinse staatsman hoe de mens een gelukkig leven kan leiden. Zijn conclusie is dat geluk niet afhankelijk is van rijkdom, macht of roem, maar van innerlijke stabiliteit, zelfontwikkeling en dienst aan de publieke zaak: ad beate vivendum virtus se ipsa contenta est — de deugd is op zichzelf voldoende om gelukkig te leven.
Republikeins vrijheidsideaal
Hannah Arendt merkte in On Revolution (1963) op: “Zonder het klassieke voorbeeld… zouden geen van de mannen van de revoluties, aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, de moed hebben gehad voor wat toen een ongekende daad was.” Historicus Carl J. Richard voegde in The Founders and the Classics (1994) daaraan toe:
Als er één culturele bron ten grondslag lag aan de republikeinse revoluties van de achttiende eeuw, dan was het wel het oude Rome – het republikeinse Rome – en de waarden die voortkwamen uit zijn geschiedenis.
De Founding Fathers zagen zich in de traditie van de translatio imperii (het idee dat macht en beschaving van het ene rijk op het andere overgaan, red.). Het ging hen echter niet om de overdracht van keizerlijke macht, maar om de herleving van het republikeinse vrijheidsideaal. Cicero was daarvan de meest uitgesproken verdediger. Hij schreef zijn Gesprekken in Tusculum in een tijd waarin de Romeinse Republiek al bijna vijf eeuwen bestond. Politiek was hij buitenspel gezet door de populistische consul Julius Caesar die bezig was alle macht naar zich toe te trekken.
Cicero droeg zijn werk op aan zijn politieke vriend Brutus, die later een van de moordenaars van Caesar zou zijn nadat deze zich door de senaat had laten uitroepen tot dictator voor het leven. In de machtsstrijd die volgde werden Cicero en Brutus vermoord. Hun dood was de genadeklap voor het republikeinse vrijheidsideaal.
Zonder deugd geen geluk

Jefferson schreef in zijn leven ongeveer 20.000 brieven en ontving er tegen de 30.000. In een daarvan noteerde hij: “Without virtue, happiness cannot be.” In navolging van Cicero beschouwde hij geluk niet louter als een privé-aangelegenheid, maar als een collectief moreel beginsel. Een republiek van vrije burgers vereiste zelfdiscipline en burgerzin. Een gemengde regeringsvorm met checks and balances was niet voldoende. Zonder deugdzaamheid lag de weg open naar corruptie, verdeeldheid, populisme en uiteindelijk autocratie.
Corruptie, zedelijk verval en zelfverrijking
Jefferson werd de derde Amerikaanse president. Na twee ambtstermijnen trok hij zich terug op zijn door hemzelf ontworpen neoklassieke buitenverblijf Monticello. Naast een enorme voorraad Franse wijn, had hij er een bibliotheek met meer dan 6500 boeken. Aan John Adams, zijn voormalige politieke rivaal en later penvriend, schrijft hij dat hij de brieven van Cicero aan het herlezen is:
Ze ademen de zuiverste uitingen van een verheven patriot, waartegen Caesar in een afschuwelijk contrast afsteekt als moordenaar van zijn vaderland.
Caesar was volgens Jefferson echter niet het werkelijke probleem, maar het symptoom van een verworden politiek bestel. “De gehele natie” was “doordrenkt van corruptie, zedelijk verval en zelfverrijking,” en zelfs “grote en deugdzame mannen” als “Cicero, Cato en Brutus” konden daar niets meer aan veranderen, ook niet als “het aan hen was geweest om een goed bestuur te vormen.” Voor Jefferson was Caesar geen schrikbeeld uit een ver verleden, maar een blijvend gevaar voor elke vrije samenleving waarin de deugd teloorgaat.
– Onuf, Peter S., and Nicholas P. Cole, eds. Thomas Jefferson, the Classical World, and Early America. Charlottesville: University of Virginia Press, 2011.
– Richard, Carl J. The Founders and the Classics: Greece, Rome, and the American Enlightenment. Cambridge, MA: Harvard University Press, 1994.
– Ricks, Thomas E. First Principles: What America’s Founders Learned from the Greeks and Romans and How That Shaped Our Country. New York: HarperCollins Publishers, 2020.
– Rosen, Jeffrey. The Pursuit of Happiness: How Classical Writers on Virtue Inspired the Lives of the Founders and Defined America. New York: Simon & Schuster, 2024.
– Shalev, Eran. Rome Reborn on Western Shores: Historical Imagination and the Creation of the American Republic. Charlottesville: University of Virginia Press, 2009.
– Wyke, Maria. Caesar in the USA. Berkeley: University of California Press, 2012.
Thomas Jefferson – President van Amerika
De moord op Caesar
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring – 4 juli 1776
De Punische oorlogen – De strijd tussen Rome en Karthago
Geesteszieken in de Oudheid