Achttien werknemers van drukkerij Joh. Enschedé en Zonen verhuisden in de jaren vijftig van de vorige eeuw met hun gezin naar Jakarta. Zij gingen daar werken in een gloednieuwe bankbiljettendrukkerij die het Haarlemse grafische bedrijf samen met de Indonesische regering had opgezet. In Pertjetakan Kebajoran, zoals de onderneming heette, werden Indonesiërs vanaf 1953 door de Haarlemse grafici opgeleid tot gekwalificeerde drukkers. Een opmerkelijk project. Want met het uitroepen van de Republiek Indonesië in 1945 leek dat land juist afscheid van Nederland te hebben genomen.
Pertjetakan Kebajoran (= drukkerij Kebajoran, de buitenwijk van Jakarta waar zij werd gevestigd) werd een succes, maar al na vijf jaar werd het bedrijf door de Indonesische regering genationaliseerd.
Wat betekende Pertjetakan Kebajoran voor de mensen die er werkten? En wat deed de Enschedé-directie om de gezamenlijke onderneming tot een succes te maken en goede verhoudingen tussen het Nederlandse en Indonesische personeel te creëren?
Rijstmaaltijd
Joh. Enschedé ging bij het uitzenden van personeel niet over één nacht ijs. Er werd goed op gelet wie het avontuur aankon. Want wonen en werken in de tropen en omgaan met mensen uit een andere cultuur was geen sinecure. Er werden in Haarlem voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd, compleet met een rijstmaaltijd, om personeelsleden enthousiast te maken voor detachering in Indonesië. Het bedrijf regelde medische keuringen, inentingen en werkvergunningen en betaalde de kosten van de overtocht. Ook werd gezorgd voor huisvesting (inclusief basismeubilair) op het terrein van de drukkerij. Huur, water en elektra waren voor rekening van het bedrijf.

Veel gedetacheerden kwamen over met hun gezin. Voor de kinderen werd vervoer naar school geregeld. Ook werden medische kosten vergoed en kreeg men geld om een tropenuitrusting aan te schaffen − 1000 gulden voor de man, 750 voor de vrouw en 250 per kind. En er werden in Haarlem taalcursussen gegeven om het personeel vertrouwd te maken met het Bahasa Indonesia. Veel had men daar echter niet aan, het was zoals één van de deelnemers zei, ‘meer de taal van het Binnenhof’ dan wat er in het dagelijkse leven gesproken werd.
Potloden voor Soekarno
Dat Pertjetakan Kebajoran van de grond kwam, was in hoge mate te danken aan de vasthoudendheid van president-directeur Frans Enschedé. Hij wist met veel geduld, tact en inzet zijn concurrenten op de bankbiljettenmarkt af te troeven en de Indonesiërs over te halen tot het stichten van de gezamenlijke drukkerij. Frans Enschedé speelde het slim. Hij ging in 1950 samen met directeur Johan Gunning en met Sem Hartz, een van zijn beste grafische ontwerpers, op audiëntie bij president Soekarno.
De Haarlemmers wilden drukorders voor postzegels en bankbiljetten in de wacht slepen en het staatshoofd vervolgens overhalen om een gezamenlijke drukkerij te beginnen. Ze probeerden de nogal ijdele Soekarno te verleiden om te poseren. Hartz zou ter plekke een portret van hem tekenen dat zou dienen voor een postzegel. Maar daar had het staatshoofd geen zin in. Hij maakte duidelijk dat hij vooral geïnteresseerd was in goedkoop drukwerk, terwijl Enschedé, een bedrijf met een grote reputatie, juist inzette op hoge kwaliteit.
Soekarno, opgeleid tot architect en dus het tekenen gewend, vroeg aan Hartz welke potloden hij gebruikte. Hartz had een paar prima potloden bij zich en gaf die aan de president cadeau. Dat brak het ijs, en Enschedé kreeg enkele drukorders. Zo werd de weg voor Pertjetakan Kebajoran geplaveid. Afgesproken werd dat Indonesië de drukkerij na tien jaar zou overnemen.

Succesvol bedrijf
Het kweken van goede verhoudingen tussen de Nederlanders en de Indonesiërs lukte heel aardig. Maar sommige gedetacheerden en hun gezinnen konden moeilijk wennen aan de andere levenswijze in de tropen, zoals het eten. Kaas en melk waaraan men gewend was, waren duur en de aardappelen en tomaten smaakten niet hetzelfde. De vrouwen van de gedetacheerden hoefden wel minder huishoudelijk werk te doen omdat ze een babu voor het koken en de was hadden.
Soms gebeurden er dingen waar de directie geen vat op had, zoals ruzie tussen man en vrouw die uitliep op een echtscheiding. Een enkeling kon niet aarden en ging terug naar huis, in één geval werd iemand die onhandelbaar was op de boot gezet. Toch was Pertjetakan Kebajoran een succesvol bedrijf, waar de meeste Haarlemmers met plezier werkten. Er werden vele miljoenen bankbiljetten en postzegels geproduceerd.
Een ‘moetje’

In het begin had mijn man nog geen rijbewijs. Om dat te krijgen, moest je je melden bij het politiebureau. Daar hadden ze een klein circuit, waar je wat lessen kreeg. Nadat hij twee rondjes had gereden, kreeg hij zijn papiertje.
‘Het leven in Indonesië was wel een hele verandering. Je moest je echt aanpassen. Maar wat eten betreft, hield ik vast aan Nederlandse kost. We hadden behalve een babu ook een kokkie. Die liet ik altijd aardappelen, groenten en vlees halen op de markt. Op een keer vroegen mensen die bij ons op bezoek waren of ik aan de kokkie wilde vragen om een rijsttafel te maken. Ze heeft dat gedaan, en toen waren we verkocht, we hebben het nadien nog vaak gegeten. Ik weet nog dat een van de andere gedetacheerden gek was op satésaus. Hij heeft dat zo vaak gegeten dat hij het op een gegeven moment niet meer kon zien.’
Vaatje Hollandse Nieuwe
Behalve met oliebollen koesterden de gedetacheerden van Joh. Enschedé en Zonen in Indonesië het Holland-gevoel ook op andere manieren. Zo werd er Sinterklaas gevierd. Het vaatje Hollandse Nieuwe dat ze elk jaar kregen, viel uiteraard zeer in de smaak. Net als het kerstpakket − kaas, chocoladeflikken, sigaretten (!) en speculaas − dat de directie in Haarlem naar de drukkerij in Jakarta stuurde.

Gedetacheerden konden met hun gezin ook jaarlijks met vakantie naar een bungalowpark, gelegen op 2000 meter hoogte langs de hoofdweg Jakarta-Bandung. Een steile weg. Van vangrails had nog niemand gehoord.
Abrupt einde
In 1958 kwam nogal abrupt een einde aan het Indonesische avontuur van Joh. Enschedé. Soekarno nationaliseerde de drukkerij. De Haarlemmers moesten hals over kop vertrekken. In de jaren zeventig en tachtig, toen de verhoudingen met Indonesië weer wat beter waren geworden, leidde Joh. Enschedé in Haarlem nog drukkers op voor Pertjetakan Kebajoran. De staatsdrukkerij bestaat nog altijd en heet tegenwoordig Perum Peruri.
MS Oranje, passagiersschip met een roerige geschiedenis
‘Onze toon is erop berekend onze vijanden moreel te vernietigen’
De tot mislukking gedoemde missie van een fatsoenlijk koloniaal
Keetje Hodshon – Rijk, revolutionair en mysterieus
Joop en Ad Hoogendoorn: strijders voor het vrije woord
Het begin van het beleg van Haarlem