Het Aziatisch perspectief
In het Westen wordt de Tweede Wereldoorlog op scholen, in musea en in speelfilms doorgaans afgeschilderd als een conflict waarbij het de Geallieerden dankzij immense offers uiteindelijk is gelukt om de overwinning te behalen op de tomeloze agressie van Duitsland en Japan. In deze vertrouwde versie van de oorlog zijn de gevechten in Europa begonnen toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel. In mei 1940 verhevigde de strijd, want toen stuurde Duitsland de Wehrmacht naar het westen en werden Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk verslagen. Het Verenigd Koninkrijk wist het Duitse offensief af te slaan dankzij de onverzettelijke toespraken van Churchill, zijn superieure luchtmacht, radartechnologie en de gunstige geografische ligging, achter de beschermende barrière van het Kanaal en de Noordzee.
Vervolgens stelden de Verenigde Staten, die op 6 december 1941 door de Japanse aanval op de marinebasis Pearl Harbor bij de oorlog betrokken waren geraakt, de overwinning van de Geallieerden veilig door rond de 16 miljoen man te mobiliseren en de enorme productiecapaciteit van het land in dienst van de oorlog te stellen. Op 6 juni 1944 voerden de Geallieerden een grootscheepse landing uit op de westkust van Frankrijk, terwijl in het oosten het Rode Leger doorstootte in de richting van Berlijn, en eigenlijk was de oorlog zo goed als voorbij toen Duitsland zich op 7 mei 1945 overgaf.

Bij dit standaardverhaal draait het voornamelijk om Europa. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn daarin de heldhaftige redders van vrijheid en democratie, terwijl de Sovjet-Unie een belangrijke, maar ondergeschikte rol speelt.
Maar als je vanuit Aziatisch perspectief naar de oorlog kijkt, krijg je er een heel ander beeld van. Het conflict gaat dan veel meer lijken op de Eerste Wereldoorlog in Europa, die het einde betekende voor drie keizerrijken – de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en het Rusland van de Romanovs. Door die oorlog ontstonden nieuwe naties in het oosten en zuiden van Europa, en ook in het Midden-Oosten. Het desintegreren van deze drie rijken zorgde voor een klap die de rest van de eeuw door is blijven dreunen en zich ook nog in de volgende laat gelden, zoals blijkt uit de oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de conflicten tussen Israël en zijn buren.
Het einde van koloniale rijken
Ook in Azië heeft de Tweede Wereldoorlog drie rijken ten onder laten gaan – dat van de Britten, de Nederlanders en de Fransen – en zijn ook hier nieuwe landen ontstaan: Vietnam, Laos, Cambodja, Indonesië, Birma, India, Ceylon (Sri Lanka) en Pakistan. Ook hier zijn de gevolgen van dat conflict nog steeds voelbaar. De Straat van Taiwan, de gedemilitariseerde zone langs de 38e breedtegraad in Korea en de Zuid-Chinese Zee, zijn de meest opvallende conflictgebieden die door die oorlog zijn ontstaan en kunnen nog steeds ernstige problemen veroorzaken.

Als je de Tweede Wereldoorlog vanuit dit Aziatische perspectief beziet, draaide het in die oorlog dus niet om het verslaan van de Asmogendheden, maar om het transformeren van een groot gebied waar Europese rijken geruime tijd de lakens hebben uitgedeeld in een gebied waarin zelfstandige landen het voor het zeggen hadden. Voor veel politieke, culturele en intellectuele leiders in Azië was het doel van de oorlog niet om de agressie van Japan te weerstaan. Dat doel was hun land bevrijden van het imperialisme, de schade herstellen die door de koloniale overheersers was toegebracht aan samenleving en economie, en het zelfvertrouwen terug te winnen dat hun elite door de wetenschappelijke en technologische superioriteit van het Westen goeddeels was kwijtgeraakt. Vandaar de weigering van de Congrespartij in India om de Geallieerden te steunen als India niet onafhankelijkheid in het vooruitzicht werd gesteld. Vandaar ook de woede in China omdat het land in de oorlog een bijrol kreeg toebedeeld.

In dat licht bezien was het hoogtepunt van de Tweede Wereldoorlog in Azië niet de capitulatie van Japan. De hoop van de koloniale mogendheden op het herstel van de situatie zoals die voor de oorlog had bestaan, een hoop die duidelijk doorklonk in de ceremonies rond de Japanse overgave, werd vrijwel meteen nadat het nieuws van die overgave tot iedereen was doorgedrongen de bodem ingeslagen.

Voor Azië was het einde van de oorlog tegen Japan niet zozeer een nieuw begin en niet eens een significante afname van het geweld als wel een nieuw hoofdstuk in de veel langer durende geschiedenis van verzet tegen koloniale overheersing. Pas met het bereiken van de onafhankelijkheid, aan het eind van de jaren veertig, eerst in India en daarna in China en Indonesië, eindigde een periode in de geschiedenis van Azië en begon de volgende.
Een oorlog die nog altijd doorwerkt
In de decennia pal na de oorlog werden de koloniale rijken van Europa ontmanteld en kreeg de Koude Oorlog de wereld in zijn greep. Daardoor had het Westen weinig belangstelling voor de transformatie die in Azië gaande was. De prominente figuren binnen de antikoloniale bewegingen voorzagen een grootse toekomst, maar hun landen werden beschouwd als deel van de Derde Wereld, anders gezegd: achterlijk, arm, machteloos en overbevolkt. Maar in onze tijd zijn hun dromen bewaarheid geworden.

Dit nieuwe Azië is voortgekomen uit de ingrijpende veranderingen die door de Tweede Wereldoorlog in gang zijn gezet, en inzicht in dat verleden is van essentieel belang als we iets willen begrijpen van de huidige diplomatieke spanningen in Azië, de opvattingen in deze landen over hun ontstaansgeschiedenis en de moeite die ze zich ook nu nog moeten getroosten om zich los te maken van hun koloniale verleden.
Het Tokiotribunaal en de geboorte van het moderne Azië
Een politieke geschiedenis van Myanmar en de Tatmadaw
Dekolonisatie van Amerika, Azië en Afrika (1776-1975)
Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949)
De celliste van Auschwitz
Een truitje van hondenhaar
Een genuanceerd beeld van de laatste oorlogswinter