Tijdens de coronapandemie werd vaccinatie ineens weer een onderwerp van dagelijks gesprek. Gelukkig hoefde niemand zich in het gezicht te laten hoesten om de afweer op te krikken. In de vijftiende eeuw in China deed men dat echter wél, als vroege vorm van bescherming tegen pokken. Pokken was een verwoestende ziekte waar bijna niet aan te ontkomen viel. De ziekte ging gepaard met hoge koorts en blaasjes over het hele lichaam. Ongeveer 30% van de geïnfecteerden overleed; overlevenden hielden vaak blijvende littekens in het gezicht over.
Het voordeel van pokken was dat wie de ziekte eenmaal had doorgemaakt, doorgaans immuun bleef – zelfs na een milde infectie. Daarom ontwikkelden Chinese artsen een techniek waarbij gedroogd materiaal uit pokkenblaasjes werd afgeschraapt, fijngemalen in een vijzel en vervolgens in de neus van kinderen werd ingeblazen. Deze methode staat bekend als variolatie. De kans om hieraan te overlijden lag rond de 2% – aanzienlijk lager dan bij een natuurlijke besmetting. Vanuit hun perspectief was dat een begrijpelijke risicoafweging. De medische wetenschap heeft sindsdien niet stilgestaan.
Edward Jenner en de ontdekking van zijn vaccinatie
Vaccinatiebewijs: het pokkenbriefje (19e eeuw)
Elizabeth Blackwell (1821-1910) – Arts, abolitionist en feminist
Huidaandoeningen kunstig verbeeld in was
Zaad zonder naam – De Belgische pioniers van de donorinseminatie