IJsmaand is één van de bijnamen van januari, maar hoe lang zal dat nog echt zo zijn? Veel winters zijn tegenwoordig tamelijk zacht en natuurijs is dan vaak ver te zoeken, tot groot verdriet van liefhebbers van lange schaatstochten. Ondanks de bijnaam is natuurijs in januari geen vanzelfsprekendheid meer. In vroeger eeuwen was dat anders, althans als we de afbeelding op deze januariprent van Casper Luyken mogen geloven.
‘Leerzame’ prentenreeksen
In de zestiende en zeventiende eeuw waren zogenaamde ‘leerzame’ prentenreeksen, die begrippen als de vier jaargetijden, de twaalf maanden of de zeven deugden verbeeldden, buitengewoon populair. Menig prentuitgever zorgde er dan ook wel voor, dat hij één of meerdere van deze series in zijn fonds opnam. Ook deze Januariprent maakt deel uit van zo’n serie van twaalf maandprenten, die Casper Luyken rond 1700 voor zijn toenmalige werkgever Christoph Weigel in Neurenberg etste.

‘Afgeset’

Tijd om te schaatsen
In januari lag door de vrieskou het werk op het land grotendeels stil. Er was dus volop tijd om te schaatsen. Massaal bond men de ijzers onder en ging het ijs op, zoals we op menig wintergezicht kunnen zien. Het ijs was dan dé ontmoetingsplek bij uitstek en niet zelden sprong daar een liefdesvonk over, zoals ook bij dit schaatsend paar, dat -volgens het eronder staande gedicht- door de opwinding bijna vleugels leek te hebben gekregen.
Janus: de god met twee gezichten naar wie januari is vernoemd
Waarom schaatsen wij?
Echte winters in de 19de-eeuwse Nederlandse schilderkunst
Hendrick Avercamp en zijn oer-Nederlandse winterlandschappen
De schaats, een prehistorische uitvinding
De winter van 1963: toen de Noordzee bevroor