Oorlogsjournalist Alec Shimkin legde een verborgen bloedbad in Vietnam bloot

5 minuten leestijd
Soldier-s-Bones still
Still uit de documentaire Soldier’s Bones - Cinema Delicatessen

Eind 1968 was de Vietnamoorlog al dertien jaar aan de gang. Het Amerikaanse thuisfront was oorlogsmoe en stond steeds kritischer ten opzichte van de inzet van hun leger in het Aziatische land. In december 1968 lanceerde de 9th Infantry Division operatie Speedy Express, waarvan het doel was om de Vietcong in de dichtbevolkte Mekongdelta in het zuidwesten van Vietnam uit te schakelen. In officiële documenten hierover ontdekte de jonge Amerikaanse oorlogsverslaggever Alexander (Alec) D. Shimkin (1944-1972) een discrepantie in de cijfers die het moraal aan het thuisfront verder kon ondermijnen.

Alexander D. Shimkin
Alexander D. Shimkin
In de documentaire Soldier’s Bones (2026) vertelt de Nederlandse filmmaker Kasper Verkaik het verhaal van Alec Shimkin. In Verkaiks eerdere werk ging zijn aandacht ook al uit naar de Verenigde Staten. Zo gaat Daddy Doll uit 2013 over kinderen die opgroeien op een Amerikaanse legerbasis wier vaders worden uitgezonden naar Afghanistan. In Plaza Man uit 2014 volgt Verkaik een complotdenker die is geobsedeerd door de moord op president John F. Kennedy.

Voor zijn nieuwste productie reisde de Nederlander naar Vietnam en interviewde hij verschillende betrokkenen, onder wie de zus en oud-collega’s van Alec en Vietnamezen die de Vietnamoorlog hebben meegemaakt.

Militair genie

‘One Who Finds A Truth Lights A Torch’, is de tekst die staat op de symbolische grafsteen van Alec Shimkin. Aan de hand van interviews wordt door Verkaik een beeld geschetst van hoe deze jongeman zich ontwikkelde tot doortastende journalist. Met een vader die militair was en werkte voor de CIA, lag een carrière in het leger voor hem meer voor de hand. Alec was bovendien al op jonge leeftijd gefascineerd door oorlogsgeschiedenis, van de Amerikaanse Burgeroorlog tot beide wereldoorlogen. Zijn zus vertelt hoe haar broer met speelgoedsoldaatjes frontopstellingen nabootste. Een studievriend herinnert zich hoe Alec notitieboeken volkrabbelde met statistieken van de Eerste Wereldoorlog.

In plaats van zich aan te melden bij het leger sloot Alec zich echter aan bij de Burgerrechtenbeweging. Hij liep mee met de tweede en derde protestmars van Selma naar Montgomery en werd meermaals gearresteerd vanwege zijn activisme. Na eerst in Laos en Zuid-Vietnam vrijwilligerswerk te hebben gedaan bij de International Voluntary Services ging Alec werken voor Newsweek met Saigon als standplaats. De Vietnamoorlog was na het door de Vietcong uitgevoerde Tetoffensief (1968) een nieuwe fase ingegaan. Alecs fascinatie voor militaire geschiedenis maakte hem de juiste man op de juiste plaats. “Ze noemden hem een militair genie”, verklaart zijn oud-collega Jacques Lesie in de documentaire. “Hij wist meer over het leger dan ieder ander die er niet in zat.”

Still uit de documentaire Soldier’s Bones
Still uit de documentaire Soldier’s Bones – Cinema Delicatessen

Schokkende waarheid

Alec deed niets liever dan het doorspitten van vrijgegeven militaire documenten. Met zijn studentikoze overkomen namen legerofficieren hem niet erg serieus. “Maar met die documenten was Alec wel degelijk gevaarlijk”, aldus oorlogsfotograaf Richard Brummett, die indertijd ook in Vietnam was. “Hij had intellect en wist dat goed te gebruiken.” In een voetnoot van een verslag over operatie Speedy Express, die duurde van december 1968 tot mei 1969, ontdekte de journalist in 1971 dat er iets vreemds aan de hand was met de cijfers. De 9th Infantry Division meldde 10.833 gedode Vietcong-soldaten versus 748 ingenomen wapens. Hoe kon het dat er zo weinig wapens waren buitgemaakt, terwijl het gebruikelijk was om, indien mogelijk, gedode vijanden van hun wapens te ontdoen?

Julian Ewell, 1968
Julian Ewell, 1968
Door militairen en burgers te interviewen ontdekte Alec een schokkende waarheid: duizenden van de door zijn landgenoten vastgelegde body counts betroffen geen Vietcong-soldaten, maar ongewapende burgers. Het ging niet om incidenten, maar er was sprake van een doelbewust beleid van generaal Julian Ewell en zijn secondant kolonel Ira Hunt. Een groot deel van de slachtoffers was omgebracht door schutters vanuit helikopters. Alec verklaarde:

Als een van de helikopters niet schoot op mensen die burgers leken, schreeuwde Hunt dat ze toch moesten schieten. Het verhaal achter deze operatie is te complex om te zeggen dat Amerikanen gewoon schietgrage kindermoordenaars zijn. Vanaf dag één zweepten Ewell en Hunt hun mannen van de 9th Division op om de legertop in Washington succes te leveren. Genoeg officieren willen carrière maken door alle communisten neer te schieten.

Oorlogsmoe

Het ogenblik waarop dagelijks de meeste ‘vijanden’ werden gedood, was om 17.00 uur, de tijd dat kinderen van school naar huis terugkeerden. Alle bloedvergieten dat plaatsvond onder zijn aanvoering leverde generaal Ewell de bijnaam ‘de slachter van de Delta’ op. “We handelen in de dood en de zaken gaan goed”, stond geschreven op een barak op de basis van de divisie. Niet alle militairen dachten er zo over. Uit de mond van een hooggeplaatste Amerikaanse legeradviseur tekende Alec op:

Ik kwam hier als soldaat om tegen andere soldaten te vechten. Niet tegen hun ouders, vrouwen en kinderen. Het is niet eervol en de slechtste manier om een guerrillaoorlog te winnen.

Still uit de documentaire Soldier’s Bones
Still uit de documentaire Soldier’s Bones – Cinema Delicatessen

Alec was zich ervan bewust dat als hij voor een militaire carrière had gekozen, hij mogelijk ook op burgers had moeten schieten. Hij raakte vervreemd van z’n eigen land. Met een artikel, dat hij samen met zijn bureauchef Kevin P. Buckley schreef, wilde hij het Amerikaanse publiek informeren over de wandaden in de Delta. Newsweek weigerde het aanvankelijk te publiceren, omdat het Amerikaanse publiek oorlogsmoe zou zijn.

Eerder had de berichtgeving over het bloedbad van My Lai op 16 maart 1968, waarbij Amerikaanse militairen honderden burgers hadden vermoord, al voor veel opschudding gezorgd. De op 20 januari 1969 aangetreden president Richard Nixon had al toegezegd dat zijn land zich uit Vietnam zou terugtrekken. Een nieuw schandaal had het hem en zijn regering moeilijk kunnen maken. Later werd het artikel van Alec en Kevin wel gepubliceerd, maar in ingekorte en verzwakte vorm.

Evenwichtig eerbetoon

Soldier’s Bones
 
Een maand nadat hij erbij was toen de beroemde foto van het ‘napalmmeisje’ werd gemaakt, werd Alec op 12 juli 1972 tijdens de uitvoering van zijn werk in de provincie Quảng Trị gedood door Noord-Vietnamese soldaten. Zijn lichaam is tot op de dag van vandaag niet gerepatrieerd, hoewel de locatie van zijn graf bekend is.

In Soldier’s Bones brengt Kasper Verkaik een evenwichtig eerbetoon aan deze onbevreesde journalist en aan de journalistiek als hoeder van de waarheid. Interviewfragmenten en historische beelden worden afgewisseld met fraaie actuele opnamen van het landschap en dagelijkse leven in de Mekongdelta. Tussen de hartverscheurende getuigenverklaringen van Vietnamezen vormen bijvoorbeeld de opnamen van aandoenlijke kittens die etensrestjes uit een pan eten een aangename onderbreking.

Soldier’s Bones wordt gedistribueerd door Cinema Delicatessen en is vanaf 25 juni te zien in bioscopen en filmhuizen in Nederland.

Trailer van Soldier’s Bonees

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×