Keizer Justinianus probeerde eenheid in het Romeinse Rijk te herstellen

6 minuten leestijd
Keizer Justinianus met zijn gevolg
Keizer Justinianus met zijn gevolg
Keizer Justinianus probeerde in de zesde eeuw de eenheid van het Romeinse Rijk te herstellen en verloren gebieden in het westen te heroveren. Zijn bewind vormt een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. In het boek Atlas van de middeleeuwen schetst historicus John Haywood met behulp van tientallen kaarten de politieke en culturele veranderingen die Europa tussen 476 en 1000 n.Chr. doormaakte. Oude rijken vielen uiteen, nieuwe machtscentra ontstonden en religies verspreidden zich over het continent. Onderstaand fragment uit het boek beschrijft hoe het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk zich na de val van het West-Romeinse Rijk wist te handhaven en hoe keizer Justinianus probeerde de macht van Rome te herstellen.

Het bolwerk van het christendom

Na de val van het West-Romeinse Rijk in de vijfde eeuw hergroepeerde het oostelijke rijk zich en wist het nog duizend jaar overeind te blijven. Aanvankelijk gebruikten de oostelijke keizers nog steeds het Latijn als juridische en bestuurlijke taal, maar omdat maar weinig van hun onderdanen dit dagelijks spraken, werd het uiteindelijk vervangen door het Grieks. Ook de cultuur van het oostelijke rijk raakte steeds meer gehelleniseerd. De bevolking bleef zich als Romeins zien, maar moderne historici onderscheiden het van het Romeinse Rijk uit de klassieke oudheid en noemen dit middeleeuwse, Griekssprekende rijk het Byzantijnse Rijk, naar Byzantium, de oude Griekse naam voor Constantinopel.

Historici zijn het er niet over eens vanaf wanneer deze naam moet worden toegepast. Sommigen doen dit vanaf de stichting van hoofdstad Constantinopel in 324, anderen vanaf de laatste, permanente scheiding van het Romeinse Rijk in een oostelijke en westelijke helft na de dood van Theodosius in 395. De meest gebruikelijke datering is 476, toen de laatste westelijke keizer, Romulus Augustulus, werd afgezet.

De hellenisering van het oostelijke rijk gebeurde echter niet van de ene op de andere dag maar was een geleidelijk proces dat pas tijdens het bewind van Herakleios (610-641) werd voltooid. Door de veranderingen te erkennen en Grieks tot officiële taal van het rijk te benoemen, maakt Herakleios misschien wel het meest aanspraak op de titel van eerste Byzantijnse keizer.

Constantinopel in het Byzantijnse Rijk (wiki)
Constantinopel in het Byzantijnse Rijk (wiki)

Hoewel de oostelijke keizer Zeno (r. 474-491) de val van het westen niet toejuichte, maakte het de zaken wel makkelijker en kon hij zich op het voortbestaan van zijn eigen rijk concentreren. Het oosten was inherent sterker maar werd verscheurd door religieuze conflicten en had zo zijn eigen problemen met oppermachtige Germaanse generaals. Zeno boekte weinig vooruitgang bij het verzoenen van de rivaliserende orthodoxe en monofysitische religieuze facties, die een bitter geschil hadden over de aard van Christus. Deze religieuze verdeeldheid zou het rijk later nog duur komen te staan.

Zeno boekte meer succes met zijn Germaanse probleem. Door Theodorik en zijn Ostrogoten naar Italië te sturen om tegen Odoaker te vechten, ontdeed hij het oosten van de gevaarlijkste Germaanse federaties.

Een onwaarschijnlijke keizer

Het oosten verstevigde zijn positie onder Zeno’s behoedzame opvolger Anastasius (r. 491-518). Hoewel hij oorlogen uitvocht tegen Perzië en de Bulgaren, verlaagde Anastasius de belastingen en liet hij zijn opvolger Justinus (r. 518-527) niettemin een volle schatkist na. Justinus was een onwaarschijnlijke keizer, een ongeschoolde Thracische boer die bij het leger was gegaan en in rang was opgeklommen tot commandant van de keizerlijke garde. Justinus regeerde het merendeel van zijn bewind met de hulp van zijn neef Justinianus, die een schandaal veroorzaakte door te trouwen met een actrice, Theodora. In 527 werd Justinianus tot medekeizer gekroond en toen Justinus later dat jaar overleed, werd hij de enige augustus.

Mozaïek van keizer Justinianus
Mozaïek van keizer Justinianus
Justinianus (r. 527-565), waarschijnlijk de laatste grote Romeinse keizer, had de ambitie om het rijk in volle glorie te herstellen. Hij geloofde dat het de plicht was van de keizer om de wet te handhaven, de religieuze orthodoxie te behouden, en bovenal de eenheid en territoriale integriteit van het rijk te bewaren. Justinianus vond het een schande dat de westelijke provincies nog steeds door barbaren waren bezet, en zijn bewind werd dan ook gekenmerkt door vastberaden maar uiteindelijk slechts deels succesvolle campagnes om ze te heroveren. Met een bewind van achtendertig jaar was Justinianus het langst aan de macht als Romeinse keizer sinds Augustus in de eerste eeuw. Dit was op zichzelf al een hele prestatie, want door de hoge belastingen die hij oplegde om zijn ambitieuze plannen te financieren was hij nooit een populaire heerser.

De Perzische oorlog en het Nika-oproer

Aangezien de Vandalen het West-Romeinse Rijk het hardst hadden getroffen, was hun Noord-Afrikaanse koninkrijk het eerste doelwit van Justinianus. Hij kon zijn plannen niet meteen uitvoeren, omdat zijn oom Justinus hem een oorlog tegen Perzië had nagelaten. Zoals zo vaak in het verleden hadden de Perzen aanvankelijk de overhand in de strijd, maar dankzij een opmerkelijke overwinning van de jeugdige generaal Flavius Belisarius (505-565) in 530 bij Dara (nu in Oost-Turkije) stagneerde de oorlog, waardoor Justinianus in 532 een ‘eeuwige vrede’ kon sluiten. De vrede duurde slechts acht jaar en werd bezegeld met de hoge som van bijna 5000 kilogram goud, maar hierdoor kon Justinianus zijn troepen wel vrijmaken voor campagnes in het westen.

Keizerin Theodora, San Vitale, Ravenna
Keizerin Theodora, San Vitale, Ravenna
De Perzen waren niet het enige probleem. In hetzelfde jaar dat Justinianus vrede met hen sloot, was er een volksopstand van de circusfacties in Constantinopel. Deze facties waren in de republikeinse tijd ontstaan als teams van wagenrenners en stonden bekend als de Blauwen, Groenen, Witten en Roden, naar hun teamkleur. De wagenrennen waren zeer populair in Constantinopel en de rivaliteit tussen de belangrijkste facties – de Blauwen en de Groenen – was intens, soms zeer gewelddadig en strekte zich uit tot de politieke en religieuze arena. De Blauwen steunden religieuze orthodoxie en de keizer; de Groenen waren monofysieten en tegen de keizer. Door de politieke activiteiten van beide facties aan banden te leggen, wist Justinianus het bijna onmogelijke te bereiken en hen tegen zich te verenigen. Menigten die ‘Nika! Nika!’ (Victorie! Victorie) scandeerden, namen de stad over, staken openbare gebouwen in brand en vielen soldaten aan.

Justinianus stond op het punt te vluchten, maar Theodora dwong hem te blijven en zei dat ze liever als keizerin zou sterven dan als vluchteling te leven. Belisarius bewees opnieuw hoe vaardig hij was en verzamelde een kleine troepenmacht die de relschoppers in het hippodroom insloot en afslachtte. De rellen eisten tienduizenden levens en een groot deel van Constantinopel werd verwoest, maar het maakte voorgoed een einde aan de interne oppositie tegen Justinianus.

Verovering van Vandaals Afrika door Belisarius

Justinianus had nu de handen vrij om met de Vandalen af te rekenen. De rampzalige campagne van Basiliscus in 468 lag nog pijnlijk vers in het geheugen en had de Vandalen een aura van onoverwinnelijkheid verschaft. De meeste adviseurs van de keizer waren tegen de campagne, maar Justinianus geloofde dat hij met Belisarius een generaal had die de uitdaging aankon. De keizer had een religieus motief voor de oorlog: hij wilde de Afrikaanse katholieken van hun ariaanse onderdrukkers redden. Het hielp daarbij dat de Vandaalse koning Hilderik (r. 523-530) – die door zijn Romeinse moeder Eudocia, de dochter van Valentinianus III, als orthodox-katholiek was opgevoed – onlangs door zijn ariaanse neef Gelimer (r. 530-534) was afgezet. De strijdmacht die Justinianus aan Belisarius toevertrouwde, besloeg maar een derde van die van Basiliscus: 500 transportwagens, 92 oorlogsschepen, 10.000 man infanterie, 5000 man zware cavalerie en 1000 Hunse boogschutters te paard.

De diplomatieke voorbereiding van de campagne was onberispelijk. Er werd toestemming verkregen van de pro-Romeinse Ostrogotische koningin Amalasuntha om Sicilië als voorpost te gebruiken. Ondertussen werden 5000 Vandaalse troepen en het gros van hun zeemacht naar Sardinië gelokt nadat Romeinse agenten daar een opstand hadden aangewakkerd.

Atlas van de middeleeuwen - John Haywood
 
Het leger van Belisarius voer uit in juni 533, landde begin september in Noord-Afrika bij Hadrumetum (Sousse) en rukte op naar Carthago. Bij Ad Decimum (de tiende mijlpaal vanaf Carthago) lokte Gelimer het Romeinse leger in een hinderlaag, maar hij wist dit vroege voordeel niet verder te benutten; twee dagen later viel Carthago zonder slag of stoot. Gelimer vluchtte naar Bulla Regia en verzamelde zijn troepen, om in december 533 een poging te doen Carthago te heroveren. Deze keer lokte Belisarius Gelimer in een hinderlaag toen zijn leger kamp opsloeg bij Tricameron, zo’n 32 kilometer van Carthago.

Hoewel ze ver in de meerderheid waren, werd het Vandaalse leger uiteengedreven en rukte Belisarius op naar Hippo Regius om bezit te nemen van de Vandaalse schatkist. Gelimer gaf zich een paar maanden de ostrogotische campagne 107 later over en mocht zich terugtrekken op een landgoed in Anatolië. Ofschoon Belisarius sterk werd geholpen door het glansloze leiderschap van de Vandaalse koning, was zijn overwinning een verbluffende prestatie. Justinianus zou hem al snel een nog ambitieuzere missie toevertrouwen.

×