Van hier de laatste groeten
Het Groningse platteland ligt er verlaten bij. Ter hoogte van Waterhuizen trekt de spoorlijn richting Duitsland een streep tot de horizon. Het landschap zwijgt. Niets verraadt wat zich hier tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Toch zijn via dit traject meer dan honderdduizend Joden, verzetsstrijders, Sinti en Roma gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in het oosten. In juli 1942 begonnen de massale transporten vanuit Westerbork en die gingen door tot september 1944, afgezien van enkele pauzes met kerst en oud en nieuw wanneer de nazi’s treinen en machinisten nodig hadden voor troepenverplaatsingen. Tijdens de transporten hebben duizenden gevangenen en gedeporteerden briefjes uit de trein gegooid.
‘Ik zit nu in de trein. Hij rijd nog niet. Het is n hel. Als haringen in n ton’
‘Heden doorgezonden uit Westerbork met onbekende bestemming’
‘Wij houden goede moed’
‘Wij zitten in de trein dus ik schrijf niet mooi’
‘zitten met 50 man in een beestenwagen op de grond op onze dekens’
‘Erger dan beesten’
‘Nog even van hier de laatste groeten’
‘Deze brief gooi ik uit de trein’
‘Voor Kerst zijn we misschien weer terug’
‘Ik kom terug’
‘Tot later misschien’
Soms hadden de briefjesschrijvers in alle haast hun spullen moeten pakken en werden ze zonder waarschuwing op de trein gezet met onbekende bestemming. Of ze begonnen al aan hun laatste treinreis voordat ze hun bericht op de post hadden kunnen doen. De briefjesschrijvers hadden op het moment van transport dus geen mogelijkheid gehad om achterblijvers te laten weten dat ze weggingen of om een laatste bedankje te sturen aan iemand die nog had geprobeerd iets voor hen te regelen. Misschien hadden ze eenmaal vertrokken – tevergeefs – nog geprobeerd een bericht over te brengen via ‘goede’ gevangenbewaarders, via medewerkers van de Joodse Raad, die redelijk vrij in en uit sommige kampen konden lopen, via betrouwbare marechaussees, NS-medewerkers of medisch personeel.

In het najaar van 1942, ongeveer drie maanden na het begin van de deportatietransporten, klaagt iemand in Westerbork erover dat het schrijven naar buiten beperkt is tot één brief per gezin per week…
…zodat als we geen clandestiene brieven schrijven, jullie helemaal geen post zouden ontvangen.
Bijna altijd waren het briefkaarten die gevangenen uit de trein gooiden. De Joodse Raad voor Amsterdam, afdeling Hulp aan Vertrekkenden, maakte lijstjes van wat mensen mee moesten nemen. In de loop der jaren werden die ook weer aangepast. Een van de noodzakelijke items was:
Enige reeds van te voren geadresseerde briefkaarten met betaald antwoord, potlood en vulpenhouder, een niet te groot blok schrijfpapier met enveloppen.
Briefkaarten waren gemakkelijk in het gebruik, want de postzegel was voorbedrukt en de frankering was net iets voordeliger dan brieven. Het toenmalige tarief was vijf cent (groene postzegel) voor een gewone kaart, maar een enkele oudere briefkaart had nog een frankering van vier cent (blauwe postzegel) en is ook bezorgd. Een paar briefkaarten ‘met betaald antwoord’ hebben een frankering van zeven en een half cent (bruine postzegel). Eén briefkaart die bewaard is gebleven en die destijds per expres moest worden bezorgd, had in totaal vijftien en een half cent aan deels bijgeplakte postzegels.
Briefkaarten of kaarten die geen postzegel hadden, zijn ook bezorgd, soms met de simpele geschreven melding: ‘jij betaalt porto’, zoals Jules van Coevorden deed toen hij een kaart stuurde naar Peter Molendijk, of: ‘met strafport belasten svp’, zoals op de kaart van Anna Reens aan mevrouw R. de Haan in Aalsmeer-Oost.

Mensen die geen papier bij zich hadden, kregen dat van een ander of gebruikten oude bonnetjes, de achterkant van een foto, hun persoonsbewijs of een snipper van wat dan ook. In sommige gevallen is het een wonder dat de papiertjes zijn verzonden en bezorgd, zonder envelop en zonder postzegel. David en Max Koker stuurden zo’n vodje naar Karel van het Reve. ‘We zijn nu dicht bij de grens,’ schrijft David Koker aan zijn goede vriend Van het Reve.
Het is wel teleurstellend, maar we waren erop voorbereid en zijn vol vertrouwen.
Het losse velletje papier uit Vught is gedateerd op 3 juni 1944. In een hoekje stond het adres van de ontvanger gekrabbeld. Stak de onbekende vinder ervan dit in een envelop? Het is een vraag. Eerst schreef hij in ieder geval nog ergens: ‘vele groeten. vinder’.

De kaarten en briefjes die mensen naar buiten wierpen, dwarrelden uit de rijdende of stilstaande trein in het talud langs het spoor, in de tuinen van omwonenden, op de rails of in de sloot. Veel van die briefjes en briefkaarten zijn verloren gegaan, maar wonder boven wonder zijn er ook veel opgeraapt, op de post gedaan en bezorgd. Die kaarten bleken vaak laatste levenstekens van de gedeporteerden, want familie, vrienden en bekenden hebben daarna meestal nooit meer iets van hen vernomen.

Al tijdens het transport vanuit hun woonplaats naar Westerbork of elders gooiden mensen, Joden en niet-Joden, briefjes en briefkaarten uit de trein om nog snel familie, buren of kennissen op de hoogte te stellen. Soms schreven ze nog iets vanaf het station terwijl de trein op het punt stond te vertrekken. Ook werden briefjes naar buiten gegooid tijdens vervoer tussen kampen, tussen Vught en het centrale vertrekpunt Westerbork bijvoorbeeld.
Gevangenen die op de trein naar Duitsland werden gezet vanuit andere plaatsen en kampen, zoals Amersfoort of Vught, probeerden eveneens familie en bekenden nog snel iets te laten horen. Op weg naar een onbekende bestemming nog even afscheid te nemen, een bedankje te sturen, te laten weten waar ze nu zijn – of juist niet meer.
Kamp Westerbork – Doorgangskamp voor 100.000 Joden
‘NS verdiende 2,5 miljoen euro aan Jodentransporten’
De zelfmoordgolf van mei 1940
Postmedewerkers onderschepten verraadbrieven
Madagaskarplan – Deportatie van Joden naar Afrika
De bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945
De ondergang van burgemeester Rijpstra tijdens de Tweede Wereldoorlog