Dark
Light

Een Habsburgs-Joods-Hongaars-Nederlands familiedrama

Vlieg, mijn zwaluw – Patrick Bernhart
5 minuten leestijd
Boedapest, circa 1947
Boedapest, circa 1947

Patrick Bernhart (1968) hoorde pas op vijftienjarige leeftijd dat hij van Joodse komaf is. Zijn moeder drong erop aan om dit te verzwijgen en dat deed hij ongeveer veertig jaar lang. De omslag kwam toen zijn moeder overleed en hij besloot zijn familiegeschiedenis te onderzoeken en hierover een boek te schrijven.

Het was niet zijn eerste boek, want eerder schreef hij bijvoorbeeld enkele succesvolle titels over sporters. Over zichzelf en zijn eigen afkomst schrijven, bleek wel andere koek. Hij viel van de ene verbazing in de andere en leerde niet alleen veel over zijn (voor)ouders, maar ook over zichzelf. Daarbij kwam het fenomeen intergenerationeel trauma om de hoek kijken, want in hoeverre werd de auteur in zijn persoonlijke leven negatief beïnvloed door de verliezen en trauma’s van de Holocaust?

Zowel zijn grootvader van vaders kant als die van moeders kant werd vermoord door de nazi’s. Welke sporen liet dat na op de schrijver, ook al is hij van na de oorlog en groeide hij op in vrede?

Péter Egon Bernhart en Veronika Barber, de ouders van Patrick, overleefden beiden de Tweede Wereldoorlog en keerden in 1945 terug naar hun woonplaats Boedapest. Ze ontmoetten elkaar daar op hun werkplek, de Eerste Hongaarse Wolvas- en Fijndoekfabriek. Doordat ze allebei hun vader hadden verloren en zelf in kampen gevangen hadden gezeten begrepen ze elkaar. 565.000 Hongaarse Joden waren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s vermoord, de meesten in Auschwitz. Ook Patricks moeder zat samen met haar moeder twee maanden gevangen in het vernietigingskamp in Polen en daarna nog in andere kampen.

Veronika dankte haar overleving aan het feit dat ze zich bij de selectie in Auschwitz ouder voordeed dan ze was. Had ze dat niet gedaan, dan was ze direct naar de gaskamer gestuurd. Ze schreef in de jaren negentig op verzoek van zoon Patrick haar levensverhaal, waaruit hij in zijn boek uitgebreid citeert. Hij vergelijkt de schriftjes waarin zijn moeder haar verhaal optekende met een schat. Haar getuigenis brengt haar kant van het verhaal tot leven.

1956

In het najaar van 1956 stond het Hongaarse volk op tegen het communistische regime. Sovjettroepen met tanks maakten hardhandig een einde aan de opstand. 200.000 Hongaren ontvluchtten hun land, onder wie Péter Egon en Veronika. Het echtpaar kwam, via Oostenrijk, terecht in Nederland, waar de economische omstandigheden en het toekomstperspectief een stuk rooskleuriger waren. In zijn boek beschrijft Patrick Bernhart welke cultuurverschillen Hongaarse vluchtelingen zoals zijn ouders in Nederland ervoeren, van “de saaiheid of het gebrek aan temperament bij de Nederlanders” tot het eten – “altijd maar weer die aardappelen met jus”.

Zijn moeder omschreef het eerste jaar in haar nieuwe thuisland als “triest, eenzaam, vreemd”, maar zij en haar echtgenoot wisten zowel op het gebied van werk als privé hun plek in de samenleving te vinden. In 1968 werd hun zoon Patrick geboren, die enig kind bleef. In het ziekenhuis waar hij ter wereld kwam werd hij “de schreeuwende Hongaar” genoemd.

Trauma’s

Het leven lachte het jonge gezin toe, tot 3 december 1976. Die dag belandde Péter Egon in het ziekenhuis na een auto-ongeluk. Hoewel de verwondingen niet levensbedreigend waren, veranderde het ongeluk voor hem en zijn gezin alles. Patricks vader kreeg last van manisch-depressieve klachten. Hij zocht hulp en werd behandeld door professor Jan Bastiaans van het Centrum ’45, een ‘expert’ op het gebied van de behandeling van getraumatiseerde kampoverlevenden. Zijn methoden zijn omstreden: zo liet hij zijn patiënten lsd gebruiken en daar bleef het niet bij. “Patiënten worden naakt onder een deken gelegd,” schrijft Bernhart, “ze krijgen afbeeldingen van Hitler of SS’ers te zien, er wordt marsmuziek gedraaid”.

De psychische problemen van Péter Egon leidden ertoe dat hij zich vervreemde van zijn vrouw en zoon. Het stel ging uit elkaar en Patrick was kwaad op zijn vader en ging het contact met hem uit de weg.

Béla Kun in 1923
Béla Kun in 1923
Omdat Patrick nog jong was toen zijn vader het gezin in de steek liet, wist hij weinig van zijn vaders (familie)verleden. In zijn boek beschrijft hij de onverwachte ontdekkingen die hij hierover deed. Zo bleek zijn grootvader Tibor in 1919 op eenentwintigjarige leeftijd gevangen gezet te zijn in het parlementsgebouw in Boedapest door het communistische regime onder aanvoering van volkscommissaris Béla Kun. Tibor was betrokken bij het contrarevolutionaire verzet tegen de op 21 maart 1919 uitgeroepen Hongaarse Radenrepubliek. Tijdens een proces werd de doodstraf tegen hem geëist, maar dankzij een vervalst bevel tot vrijlating ontsnapte hij aan terechtstelling. In 1944 was zijn geluk op. Hij en zijn zoon (Patricks vader) werden opgepakt om dwangarbeid te verrichtten in een kamp in Sopronbánfalva in West-Hongarije. Daar werd Tibor Bernhart op 28 maart 1945, voorafgaand aan de ontruiming van het kamp, vermoord tijdens een massa-executie, uitgevoerd door de Duitse bezetters en Hongaarse fascistische Pijlkruisers.

Rode draad

Bernhart bezocht archieven en begraafplaatsen en wist zo zijn familieverleden tot in de Habsburgse tijd te reconstrueren. Antisemitisme is de rode draad in deze geschiedenis. Zo kregen zijn voorouders te maken met de in 1726 door de Habsburgse keizer Karel VI ingevoerde ‘Familiantenwet’, die inhield dat slechts de oudste zoon van Joodse gezinnen mocht trouwen en voor nageslacht zorgen. Op deze wijze werd voorkomen dat het aantal Joden in Bohemen, Moravië en Silezië te sterk toenam.

Ruim twee eeuwen later was het de Holocaust waardoor zijn familie van vaders- en moederkant werd getroffen. Patricks ouders waren al voor de oorlog katholiek geworden – wat hen in de oorlog niet beschermde – en lieten hun zoon niet besnijden of onderdeel uitmaken van de joodse religie en tradities. De angst voor antisemitisme was vooral bij Veronika groot. Patrick Bernhart is ervan overtuigd dat de trauma’s van zijn ouders en ook die van eerdere generaties hem hebben beïnvloed. De angst zat als het ware in zijn DNA gebrand.

Hoewel intergenerationeel trauma een niet onomstreden fenomeen is, heeft het onderzoeken van zijn familieverleden Bernhart geholpen met het oplossen van zijn persoonlijke problemen. Hij spreekt zelf van ancestral healing. Dat hij zijn Joodse achtergrond niet langer ontkent, doet hem sterker in zijn schoenen staan. “Zonder herinnering is er geen toekomst”, zo citeert hij een professor in Boedapest die hij om advies vroeg voor de oprichting van een monument op de locatie van het voormalige dwangarbeiderskamp waar zijn opa Tibor werd geëxecuteerd.

Ontdekkingsreis

Het kennen van je verleden en openheid hierover zijn belangrijk voor ieders persoonlijke ontwikkeling, is de les die we leren van zijn boek. Dat kan volgens de schrijver net zo goed gelden voor nazaten van slavernijslachtoffers of NSB’ers. De openheid en eerlijkheid van de auteur, bijvoorbeeld over voor hem gênante situaties, maken dat je als lezer sympathie voor hem krijgt en met hem meeleeft tijdens zijn onderzoek en persoonlijke groei.

Vlieg, mijn zwaluw - Patrick Bernhart
Vlieg, mijn zwaluw – Patrick Bernhart
De vele personen en familieverbanden en de niet-chronologische opzet maken het boek soms wat onordelijk. De stamboom en de kaart van Oostenrijk-Hongarije in 1914 op de schutbladen brengen duidelijkheid. De foto’s in de fotokaternen geven een mooi tijdsbeeld, van de statig aandoende zwart-witfoto’s van omstreeks 1900 tot de ontspannen kleurenfoto’s van Patricks jeugd. Met zijn nieuw opgerichte uitgeverij Pressburg wil de schrijver (en uitgever) ook andermans levensverhalen publiceren. Vlieg,, mijn zwaluw – vernoemd naar zijn favoriete Hongaarse muziekstuk – vormt een ontroerende eerste publicatie in dit fonds. Hierin vertelt Patrick Bernhart op heel eigen wijze dat het schrijven van dit boek voor hem meer was dan louter een eerbetoon brengen aan zijn familie. Voor hem was het een persoonlijke ontdekkingsreis die meer heeft opgeleverd dan alleen dit boek. Eindelijk is hij verlost van de angst, woede en schaamte van zijn voorouders. En dat gun je hem.

Boek: Vlieg, mijn zwaluw – Patrick Bernhart

Kevin Prenger (1980) is hoofdredacteur artikelen van TracesOfWar.nl, het grootste Nederlandstalige online naslagwerk over de Tweede Wereldoorlog. Zijn aandacht gaat vooral uit naar de 20ste eeuw, in het bijzonder de geschiedenis van de Holocaust en nazi-Duitsland. Persoonlijke verhalen over de oorlog hebben ook zijn belangstelling. In 2015 publiceerde hij het boek Oorlogszone Zoo, over de geschiedenis van de Berlijnse dierentuin tijdens de naziperiode en de Tweede Wereldoorlog. Verschillende boeken over minder bekende verhalen uit de Tweede Wereldoorlog volgden: De boodschapper uit de hel, Een rechter in Auschwitz, Het masker van de massamoordenaar, Kerstmis onder vuuren Kolberg. In 2021 verscheen zijn boek Meer dan alleen Auschwitz, gevolgd door In de schaduw van Schindler in 2022. Momenteel werkt hij aan een boek over onderwijs en indoctrinatie van de jeugd in nazi-Duitsland. Zie ook zijn website of X-account.