Econome op het vredescongres van 1936
In de jaren dertig van de vorige eeuw nam de dreiging van een nieuwe oorlog toe, terwijl de gruwelijkheden van de vorige oorlog nog vers in het geheugen lagen. In Nederland en daarbuiten ontstonden allerlei anti-oorlogsinitiatieven. Zo organiseerde de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad, Robert Peereboom, in 1931 het Nederlandse Volkspetitionnement.1 Dat was een nationale petitie met als achterliggende gedachte dat door handtekeningen van het Nederlandse volk te verzamelen, als ‘krachtige uiting van vredeswil’, druk uitgeoefend kon worden op de Volkenbond.

Een paar jaar later werd in Brussel een groot internationaal vredescongres georganiseerd: de Internationale Vredes Campagne.3 Hoewel bekend is dat de feministe en vredesactiviste Rosa Manus (1881-1942) een van de drijvende krachten achter dit congres was, is het minder bekend dat een andere feministe, Lilian Posthumus-van der Goot, ook nauw bij betrokken was bij de organisatie van dit internationale vredescongres.
Een ‘buitengewoon onrustbarende’ toestand
De Internationale Vredes Campagne (IVC) was een groot internationaal vredescongres gehouden in Brussel in september 1936. De initiatiefnemer van dit congres was de conservatieve Brit Lord Robert Cecil.4 Hij had Rosa Manus gevraagd om het internationale secretariaat van dit congres te leiden en daarmee was zij de spin in het web van de congresorganisatie.5 Het doel van dit congres was wereldwijd de publieke opinie te mobiliseren ten gunste van vrede, ontwapening en de Volkenbond. De aanleiding voor het congres was de ‘buitengewoon onrustbarende’ internationale toestand en ‘het grote gevaar voor oorlog’ aldus het Nederlandse wervingspamflet.6

Een actieve rol in de vredesbeweging
Het was niet vreemd dat Rosa Manus of Margery Corbett Ashby Lilian Posthumus- van der Goot benaderden. Rosa Manus kende haar goed, onder andere omdat zij samen betrokken waren bij de oprichting van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) een jaar eerder. Margery Corbett Ashby kende haar omdat Lilian Posthumus-van der Goot lid van het bestuur van het Nederlandse Vrouwenbelangen was, een organisatie die op haar beurt lid was van het IAW. Lilian Posthumus-van der Goot reageerde positief op beide verzoeken en gebruikte haar vakantie om te lobbyen voor dit congres.

Naast een organisatorische rol, vroeg Rosa Manus haar ook als rapporteur voor een van de veertien commissies van het congres, de Commissie voor Economische Politiek, Industrie en Handel.14 Dat verzoek onderbouwde zij met een beroep op haar ‘bijzondere kennis’, waarmee ze ongetwijfeld refereerde aan haar wetenschappelijke achtergrond als econome.15 Wellicht speelde hierbij ook mee dat de feministe Rosa Manus het belangrijk vond dat vrouwen een inhoudelijke stem kregen in dit congres.16 Rapporteurs konden namelijk invloed uitoefenen op de inhoud en de richting van de beraadslagingen door de verslaglegging van de werkzaamheden van de commissie en het opstellen van het eindrapport.17
Verdwenen uit de geschiedenis
Uit de verslagen en notities van de Economische Commissie blijkt dat Lilian Posthumus-van der Goot inderdaad inhoudelijk enige invloed wist uit te oefenen. Een van haar voorstellen haalde het eindverslag. Het was een algemeen voorstel en niet specifiek gericht op vrouwen of hun economische positie. Dat is opvallend omdat zij zich in Nederland juist daar mee bezighield.18 Dit doet vermoeden dat Posthumus-van der Goot zich in deze commissie en tijdens dit internationale vredescongres niet als economisch geschoold feministe opstelde, maar als econome.

De andere rapporteur van de Economische Commissie, de Fransman Paul David, las tijdens de plenaire vergadering het eindrapport voor en daarmee haalde zijn naam het congresverslag.20 Posthumus-van der Goot stak haar ‘teleurstelling’ hierover niet onder stoelen of banken en verzocht na afloop de voorzitter van de Economische Commissie dit recht te zetten.21 Het woord ‘teleurstelling’ zal ze ongetwijfeld gebruikt hebben om haar kritiek te verzachten en daarmee de kans van slagen te vergroten. Het lijkt er niet op dat het gebeurde. De naam van Lilian Posthumus-van der Goot bleef onvermeld in de officiële annalen van dit congres en is daarmee verdwenen uit de geschiedenis van dit congres. Het toont aan hoe gender werkt.
2 – Wouter Linmans, De oorlog van morgen. Nederlandse beeldvorming van een volgende oorlog 1918-1940 (Amsterdam 2021), 175-178
3 – Dit congres is tegenwoordig beter bekend als de International Peace Campaign of het Rassemblement Universel pour la Paix. Ik gebruik echter de Nederlandse titel waaronder dit vredescongres bekend stond, namelijk de Internationale Vredes Campagne. De initiatiefnemer van dit congres was de conservatieve Britse politicus Lord Robert Cecil (1864-1958). Hij was een van de oprichters van de Volkenbond en stond in het Interbellum bekend als ‘onvervaarde strijder voor vrede, propagandist van de Volkenbond en kampioen van de ontwapening’. Hij ontving voor zijn inzet de Nobel Prijs voor de Vrede in 1937. ‘Vredes-Nobelprijs voor lord Robert Cecil. Strijder voor Volkenbond en ontwapening’, in: De Telegraaf, 19 november 1937, voorpagina. Geraadpleegd op Delpher op 26 oktober 2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110577745:mpeg21:p001.
4 – Robert Gascoyne-Cecil (1864-1958), beter bekend als Lord Robert Cecil, was betrokken bij de oprichting van de Volkenbond in 1919. Hij ontving voor zijn werk ter promotie van de Volkenbond in 1937 de Nobelprijs voor de Vrede. Encyclopaedia Britannica, Robert Gascoyne-Cecil, 1st Viscount Cecil. https://www.britannica.com/biography/Robert-Cecil. Geraadpleegd op 17 november 2021.
5 – Lord Cecil vroeg Rosa Manus om het internationale secretariaat van dit congres te leiden. Voor Manus’ rol in de organisatie van dit congres zie: Ellen Carol Dubois, ‘Trying to stem the tide: Rosa Manus’s Peace Activism in the 1930s’, in: Everard en De Haan (red.), Rosa Manus, 177-180.
6 – Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1910.
Het congres vond uiteindelijk niet plaats in Genève zoals gepland, maar in Brussel van 3 tot 6 september 1936. Voor Manus’ rol in de organisatie van dit congres én de politieke spanningen tussen communisten en niet-communisten in de organisatie zie: Dubois, Trying to stem the tide, in: Everhard en De Haan, Rosa Manus, 177-180
7 – Brief van Rosa Manus, gedateerd 2 juli 1936. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911.
8 – Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911
9 – Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911
10 – Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911
11 – Brief van Margery Corbett Ashby (1882-1981) aan Posthumus-van der Goot, gedateerd 8 juli 1936. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911.
12 – Onder de delegatieleden waren bekende Nederlandse namen, zoals Robert Peereboom (1891-1956) die in 1931 het Nederlandse Volkspetionnement voor internationale ontwapening organiseerde, de feministe Christine Bakker-van Bosse (1884-1973) en de vredesactiviste Cor Ramondt-Hirschmann (1871-1957). Bakker-van Bosse was een van de organisatoren van de tentoonstelling De Vrouw: 1813-1913 geweest. Ramondt-Hirschmann was een van de organisatoren van het Vrouwenvredescongres in Den Haag in 1915. In totaal bestond de Nederlandse delegatie uit net iets meer mannen dan vrouwen (35 om 27). Daarnaast vermeldt de deelnemerslijst ook nog 49 Nederlandse deelnemers aan het congres (bezoekers genoemd), waarvan het iets meer dan de helft vrouw was (27 in totaal). Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1912.
13 – Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1916
14 – Elke inhoudelijke commissie omvatte een gespecialiseerd werkterrein. De leden van de commissies moesten bijdragen aan ‘de studie, de verspreiding van de kennis en de oplossing van de problemen van de vrede’ op het terrein van de desbetreffende commissie. Omschrijving werkzaamheden commissies. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1914.
15 – Brief van Mademoiselle Launay, secretaresse van Rosa Manus op het internationale secretariaat, gedateerd 10 juli 1936. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1911.
16 – Als dit inderdaad een van Manus’ doelen was, slaagde ze hier maar ten dele in. Van de veertien inhoudelijke commissies hadden er slechts twee een vrouwelijke voorzitter, namelijk de Educatie Commissie en de Women’s Organisations Commission. De Franse kiesrechtstrijdster Cécile Brunschvicg was de voorzitster van de Educatie Commissie en de feministes Josephine Schain en Gabrielle Duchêne deelden het voorzitterschap van de Women’s Organisations Commission. Bovendien richtten deze commissies zich op onderwerpen die bij uitstek in het vrouwelijk domein lagen, namelijk onderwijs en opvoeding en vrouwenorganisaties, waarmee hun invloed beperkt was. Daarnaast betraden voornamelijk mannelijke sprekers het podium, ondanks het relatief grote aandeel vrouwelijke deelnemers in Brussel (35 procent). In totaal spraken er op het plenaire podium slechts drie vrouwen; Sigrun Munthe (1869-1957) sprak op de eerste dag sprak in haar hoedanigheid als ‘weduwe van’ Fridtjof Nansen (1861-1930). Op de afsluitende vergadering spraken andere bekende feministes; de Britse Margery Corbett Ashby en de Franse Germaine Malaterre-Sellier. Zie: Dubois, ‘Trying to stem the tide’, 179-180.
17 – Een van de taken van de rapporteurs was het verzorgen van een korte lezing die als startpunt diende voor de inhoudelijke discussies binnen de commissie. Een andere taak was het opstellen van een verslag waarin ‘de resultaten van de besprekingen, resoluties en stemmingen’ werden samengevat. Zie het document ‘Werkzaamheden rapporteurs’. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1914.
18 – Het betrof de oprichting van een ‘permanente onderzoeksinstelling’. In het eindverslag komt dit idee terug als voorstel nummer drie dat luidt: ‘De oprichting onder het centrale comité van een bureau van economische zaken, belast met de contacten met de nationale commissies, teneinde hun documentatie te stroomlijnen en conclusies te trekken’. Report for the Commission on Economic Affairs. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1913. Het voorstel staat ook in het gepubliceerde verslag van het congres. Rapport de la Rassemblement Universel pour la Paix. Archief Posthumus-van der Goot inv. nr 1915.
19 – Report for the Commission on Economic Affairs. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1913.
20 – De voorzitter van de Economische Commissie was Sir John Stewart (1867-1947). Hij was in de jaren 1935-1938 Lord Provost van Glasgow, een functie vergelijkbaar met burgemeester. Paul David was delegatielid namens de Societé des Nations (S.D.N.) én was Conseiller du Commerce Extérieur de la France. Bron: voorpagina van het eindrapport. Report for the Commission on Economic Affairs. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1913.
21 – Brief aan Lord Provost of Glasgow, gedateerd 6 oktober 1936. Archief Posthumus-van der Goot, inv. nr 1916.
In 1899 en 1907 kwam de wereld naar Den Haag om te praten over vrede
Johanna Naber, strijdbare pionier van de Nederlandse vrouwenbeweging
Henriëtte van der Mey – De eerste vrouwelijke dagbladjournalist
Romeinse vrouwen veel zelfstandiger dan gedachtBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen
Een hoge noodzaak: “Wij – vrouwen van Nederland – eisen openbaar plasrecht!”