///////

Amélie Le Gall (1869-1918) – ‘De koningin van de fiets’

‘Ik ben zeg maar het levende bewijs dat fietsen niet ongezond is voor vrouwen.”
Amélie Le Gall - Mademoiselle Lisette - Foto van Jules Beau, ca. 1896
Amélie Le Gall - Mademoiselle Lisette - Foto van Jules Beau, ca. 1896
Bij de eerste Olympische Spelen in 1896 waren alleen mannelijke deelnemers welkom. Oprichter Pierre de Coubertin vond vrouwelijke sporters niet interessant en zag voor hen hooguit een rol weggelegd bij het huldigen van de winnaars. Dat er sindsdien veel is veranderd, is te danken aan sportvrouwen die taboes doorbraken en grenzen verlegden. In het boek Heldinnen. 100 vrouwen die sportgeschiedenis schreven, dat volgende week verschijnt bij Thomas Rap, brengen Luca Caioli en Elvira Giménez honderd van deze iconen bijeen. Pioniers als Elizabeth Wilkinson, die in 1722 de eerste bokswedstrijd voor vrouwen won – en wel met blote handen. Of Tidye Pickett, de eerste zwarte atlete die voor Amerika uitkwam tijdens de Olympische Spelen van 1936, waar alle aandacht uitging naar Jesse Owens. Op Historiek een fragment over de Koningin van de Fiets, Amélie Le Gall, ook wel bekend als Mademoiselle Lisette en Lisette Marton:


Marie Amélie Le Gall

Aan de andere kant van de oceaan wordt ze door de pers gepresenteerd als ‘the queen of the bike’, ‘the most celebrated cyclienne in the world’, ‘the French demon’ en ‘the fairest flower of France’. Vanaf het moment dat mademoiselle Lisette op 21 augustus 1898 in New York van boord van de oceaanlijner de SS La Gascogne stapt, proberen de Amerikaanse kranten elkaar af te troeven met portretten over haar en opiniestukken van beroepswielrenners. Zoals John S. Johnson, Amerikaans recordhouder op de fiets én de schaats. Hij zegt dat hij Lisette in actie heeft gezien en zweert bij hoog en laag dat haar snelheid, vergeleken met die van man of paard, het wonder van de eeuw is.

Waar komt al die heisa voor een wielrenster ineens vandaan? Vanaf 1895, en in de eerste jaren van de twintigste eeuw, zijn fietswedstrijden voor vrouwen een van de populairste sporten in de Verenigde Staten. Er wordt gereden op velodrooms, op geïmproviseerde banen, overal. De zesdaagse trekt elke avond duizenden bezoekers. De wielrensters zijn beroemd, de toeschouwersaantallen breken alle records en voor de winnaars liggen er bergen dollars klaar.

Amélie Le Gall op een Gladiator-fiets uit 1896
Amélie Le Gall op een Gladiator-fiets uit 1896
Mademoiselle Lisette is naar Amerika gereisd om het op te nemen tegen ‘de allersnelste wielrenners die ons land rijk is’, legt de New York Journal uit. Op 24 augustus worden ze allemaal in Minneapolis, Minnesota, verwacht waar van 5 tot 10 september de zesdaagse wordt gehouden in het kader van het Festival of Fire and Victory. Het eerste wat de Française doet als ze in de stad aankomt, is een bezoek brengen aan de fietswinkel van de Wirtensohn Brothers. Dat is namelijk haar Amerikaanse sponsor en Otto Wirtensohn is voor de gelegenheid haar trainer en coach. Het bericht dat mademoiselle Lisette is aangekomen, verspreidt zich als een lopend vuurtje, en de liefhebbers van de sport willen deze kans niet missen om de Franse kampioene de hand te kunnen schudden. Lisette wordt vergezeld door een corpulente, oudere heer, Monsieur Cascarette, staat te lezen in de Star Tribune, het dagblad van Minneapolis (bedoeld wordt Émile Christinet, haar twintig jaar oudere echtgenoot). Émile spreekt een paar woordjes Engels en legt uit dat zijn eega niet kan wachten de piste te zien en heel benieuwd is naar haar tegenstanders. Hun foto’s hangen aan de muur van de zaak. De kranten hebben een kwartier om vragen te stellen aan Lisette: ‘sandy blonde with Titian hair with blue eyes’, 40 kilo en slechts 1,52 meter.

Lisette is een pseudoniem voor Amélie Le Gall. Ze legt uit dat ze haar naam vier jaar eerder in Parijs heeft veranderd in Lisette, toen ze het Europees kampioenschap won. Lisette was een naam die in die periode populair was in theaterstukken en feuilletons. Amélie is geboren in Quintin, Bretagne. Haar vader Louis was timmerman en houthakker, haar moeder Marie was huisvrouw. In 1882, als ze dertien jaar is, verhuist het hele gezin naar Puteaux, een plaatsje aan de linkeroever van de Seine dat tegenwoordig deel uitmaakt van Groot-Parijs. Amélie werkt in een fabriek, is broos en lijdt aan bloedarmoede. ‘Op haar eenentwintigste,’ zo vertelt ze aan Star Tribune, ‘kon het gebeuren dat ik drie keer in een week flauwviel.’ En zo komt de fiets in haar leven. Op aandringen van haar arts begint ze te fietsen, en binnen een maand of vier knapt ze zienderogen op. Sindsdien heeft ze een ijzeren gezondheid. ‘Ik ben zeg maar het levende bewijs dat fietsen niet ongezond is voor vrouwen,’ benadrukt ze met klem.

Amélie Le Gall in 1898
Amélie Le Gall in 1898

In de zomer van 1894 rijdt Amélie haar eerste wedstrijd. In Courbevoie bij Parijs een rit over twee kilometer. En op 16 augustus zien we haar terug op een oude sepiafoto aan de start van een koers over twintig kilometer in Cabourg, Normandië, georganiseerd tijdens het wielerfestijn van de badplaats, die zo beroemd is geworden door Marcel Proust. De man met de bolhoed en zwarte snor is Christinet, de Zwitserse elektricien, met wie ze twee jaar eerder getrouwd is. Lisette wordt tweede achter de Belgische Hélène Dutrieux. Tien dagen later, op 26 augustus, doet ze mee aan een herenwedstrijd over honderd kilometer op Longchamp, in het Bois de Boulogne. Lisette eindigt als achtste op elf minuten van de winnaar Louis Méline. Ze is daarmee de snelste vrouw en wordt gekroond tot kampioene van Frankrijk.

Bericht uit De Amsterdammer, 1896 (Bron: Delpher)
Bericht uit De Amsterdammer, 1896 (Bron: Delpher)

In 1895, eind november, de zesdaagse in het Royal Aquarium te Londen, wordt ze tweede achter de Engelse Monica Harwood, maar op 2 mei 1896 revancheert ze zich door diezelfde Harwood te verslaan, terwijl ze op 1 oktober in het Vélodrome Buffalo, in Parijs, een nieuw uurrecord op de baan met gangmaking vestigt: 43 kilometer en 46 meter.

Lisette rijdt in Frankrijk, Zwitserland, België, in Engeland en is een van de weinige dames die het tegen een heer durft op te nemen. Zoals in 1896 in het Vélodrome d’Hiver in Parijs, tegen Jimmy Michael, het fenomeen uit Wales, en in 1897 in het Islington Aquarium in Londen tegen Albert Champion.

‘Het gaat haar ook om de gezondheid en emancipatie van de vrouw’

De trainer van Jimmy Michael is Choppy Warburton, die ook wel de magiër van het wielrennen werd genoemd vanwege de doping die hij zijn renners gaf. Choppy vond dat Lisettes stijl veel weg had van Michaels manier van fietsen. Hij noemde haar dan ook ‘La Sœur de Michael’ en nam haar op in zijn renstal, waartoe naast Michael ook Arthur en Tom Linton behoorden. Choppy stierf aan een hartaanval op 18 december 1897. Acht maanden later stapte Amélie in Le Havre op de oceaanstomer die haar naar het beloofde land van zoveel sporters zou brengen.

Tillie Anderson in 1895
Tillie Anderson in 1895 (CC BY-SA 4.0 – Alice Olson Roepke – wiki)

In Minneapolis moet ze het opnemen tegen Tillie Anderson ‘The Terrible Swede’, Dottie ‘Red Bird’ Farnsworth ‘America’s cyclone’, Clara Drehmel, ‘The German champion’ en Ida Peterson, ‘The Norway Wonder’. Maar dan gaat het even mis voor Lisette op de baan van het sportpaleis in Minneapolis. Op 6 december komt ze in aanraking met Farnsworth en valt. In haar hotel worden haar wonden verzorgd door trainer en sponsor Otto. Tillie Anderson, de uit Zweden geëmigreerde wielrenster uit Chicago, gaat er met de prijs vandoor. Maar dit is slechts de eerste zesdaagse. De dames van het internationale wielrennen gaan het nog een paar keer tegen elkaar opnemen in New York, Chicago, Kansas City, het Canadese Winnipeg en in New Orleans.

Emancipatie

Heldinnen - Elvira Giménez en Luca Caioli
Heldinnen – Elvira Giménez en Luca Caioli
Mlle Lisette maakt reclame voor de fietsen van Parker & Wirtensohn. Maar niet alleen voor de verkoopcijfers, het gaat haar ook om de gezondheid en emancipatie van de vrouw. In interviews blijft ze hameren op het feit dat fietsen een gezonde vrouwensport is en geeft ze af op de victoriaanse mode. Zo noemt ze het korset een vreselijk ongemakkelijk en onhygiënisch kledingstuk. In een interview met Inter Ocean uit Chicago, van 20 november 1898, zegt ze erover:

‘Het berooft het lichaam van alle symmetrie, het zou zelfs uit de Venus van Milo alle vorm halen.’

In 1901 stopt Lisette met koersen, maar ze treedt daarna nog wel op met haar tweewieler. Tot aan 1908 doet ze allerlei acrobatische stunts op de fiets zoals de ‘Volcanic Gap’ en de ‘Cycling Dazzle’ op feesten en braderieën.

In 1910 opent ze samen met haar man een Frans restaurant in onder andere New Orleans. Haar man overlijdt in 1918 en het verhaal wil dat Amélie hertrouwt en haar laatste dagen op een grote haciënda ergens in Zuid-Amerika slijt. Ver weg van Quintin, Bretagne.

~ Elvira Giménez & Luca Caioli

Boek: Heldinnen. 100 vrouwen die sportgeschiedenis schreven
Ook interessant: Mien, de Nederlandse wielrenster die niet mocht fietsen

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Nooit uitgelezen

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan.

Doorzoek ons archief: