Het interbellum: Europa tussen twee wereldoorlogen

Betekenis en kenmerken
2 minuten leestijd
Europa tijdens het interbellum 1923 - wiki
Europa tijdens het interbellum 1923 - wiki

Het interbellum is de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog (1919–1939). Het woord betekent letterlijk ‘tussen de oorlogen’ en komt uit het Latijn.

Begin van het interbellum (1919)

Het interbellum begon na de Eerste Wereldoorlog. Als beginpunt wordt de Vrede van Versailles (1919) gezien. Hierna volgden twee decennia die zich kenmerkten door grote politieke instabiliteit in Europa en een economische neergang – na de Amerikaanse roaring twenties – die begon na de Beurskrach in New York (1929). Op cultureel-intellectueel domineerde, met name in de jaren 1930, het cultuurpessimisme, met als bekende namen de filosofen-wetenschappers Oswald Spengler, Ortega y Gasset en Johan Huizinga.

Colijn in de jaren dertig (foto Franz Ziegler)
Colijn in de jaren dertig (foto Franz Ziegler)
Maar naast filosofie en literatuur ondergingen ook de kunst en religie invloed van het oorlogsgeweld. Zo vond in de kunstwereld gedurende het interbellum vernieuwing plaats die onder begrippen als avant-garde (expressionisme, dadaïsme), historische avant-garde en modernisme (hoewel dit begrip verengd is geraakt) bekend werden. Verder ging in de theologie en kerken een pessimistischer, cultuurkritischer boodschap klinken en zouden de thema’s eschatologie en zonde de boventoon in de prediking gaan voeren.

Politieke en economische ontwikkelingen

De politieke instabiliteit in het interbellum werd veroorzaakt door de Eerste Wereldoorlog en het uiteenvallen of ten einde lopen van enkele grote (keizer)rijken: het Ottomaanse Rijk, het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, tsaristisch Rusland en het einde van het Duitse keizerrijk.

In de crisisjaren 1930 verstrekte de economische depressie – waar presidenten zoals Hendrikus Colijn of Franklin Delano Roosevelt maar beperkt grip op kregen – de politieke instabiliteit, vooral in Duitsland. In Nederland viel het in politiek opzicht mee met de onrust. De Nederlandse maatschappij kenmerkte zich door de structuren die ontstaan waren door de Verzuiling (ca.1879-1965). In politiek opzicht domineerden de drie confessionele partijen, de RKSP, ARP, CHU de Nederlandse politiek tussen de wereldoorlog. De ARP’er Hendrik Colijn leidde de meeste kabinetten in deze periode.

Typisch voor het interbellum zijn de vele mislukte democratieën in Oost-Europa en de daarmee verbonden opkomst van dictatoriale regimes. In tal van Europese landen, vooral in het oosten, zuiden en ook midden van het continent, kwamen dictaturen tot stand die tot gespannen internationale verhoudingen leiden. Onder meer in Rusland (communisme onder Lenin en Stalin; vanaf 1917), Italië (het fascisme onder Benito Mussolini; vanaf 1924), Polen (Sanacja-regime onder Jozef Pilsudski; vanaf 1926), Duitsland (nationaal-socialisme onder Adolf Hitler na de Weimarrepubliek; vanaf 1933), Griekenland (Ioánnis Metaxás; vanaf 1936) en Spanje (Francisco Franco; vanaf 1939).

Einde van het interbellum

Toen met de Duitse inval van Polen op 1 september 1939 een nieuwe oorlog uitbrak, die culmineerde in een nieuwe wereldoorlog, eindigde het interbellum.

Bronnen

Internet
-https://www.encyclopedia.com/social-sciences/applied-and-social-sciences-magazines/interwar-years
-https://www.ensie.nl/redactie-ensie/interbellum
-https://www.literatuurgeschiedenis.nl/20ste/literatuurgeschiedenis/lg20003.html
-https://www.parlement.com/id/vh8lnhrp1wzs/periode_1918_1939_interbellum

×